Home

Trein / fiets

1 april 2014

1 april.
Even geen risico lopen.
Vandaag enkel een glimlachfoto:

09maa14, 18:00, trein Brugge-Gent

09maa14, 18:00, trein Brugge-Gent

Hipsters

20 maart 2014

Tot niet zo lang geleden waren bakfietsen voorbehouden voor geitenwollensokken-hippies en -ecologisten (althans, dat was toch de mening van veel mensen wanneer ze een zeldzame bakfiets zagen voorbijrijden).
Ondertussen geraken bakfietsen en fietskarren meer en meer ingeburgerd, zodat zelfs zelfverklaarde hipsters nu al met een bakfiets rondrijden.

06/03/2014, 11u15, Gaston Crommenlaan, Gent

06/03/2014, 11u15, Gaston Crommenlaan, Gent

06/03/2014, 11u15, Gaston Crommenlaan, Gent

06/03/2014, 11u15, Gaston Crommenlaan, Gent

 

Deze oproep van VITO kwam onlangs bij ons binnen:

SPRINT recrutering NL

Dit is de link.

We hebben het er een paar weken geleden al over gehad: Gentbruggebrug is niet pluis voor fietsers. Tijd voor een actie, vonden zowel het GMF als de Gentse Fietsersbond, die de handen samensloegen en vanmorgen een fietsstrook schilderden op de brug. We kunnen het nu al melden: waarschijnlijk krijgt deze strook een meer permanente opvolger.

Deze morgen organiseerde het GMF samen met de fietsersbond Gent een schilderactie. Jong en oud slogen de handen in mekaar

Groot en klein ...

18feb14, 08u11, Gentbruggebrug

zodat fietsers toch voor eventjes respijt kregen van het drukke ochtendverkeer.

18feb14, 8u23, Gentbruggebrug

18feb14, 8u23, Gentbruggebrug

De pers was uitgebreid aanwezig. Zo verscheen in De Gentenaar al een eerste bericht over onze actie, dat ook al werd opgepikt door
Gentblogt

Drukke spits

18feb14, 08u16, Gentbruggebrug

Ook Waterwegen en Zeekanaal N.V., de beheerder van de brug, reageerde positief en was bereid om naar manieren te zoeken om de toestand te verbeteren.

IMG_5436

18feb14, 8u16, Gentbruggebrug

Bakfiets

8 februari 2014

De bakfiets is al regelmatig in het nieuws geweest als symbool voor de nieuwe manier van verplaatsen door hoogopgeleide goedverdienende stadsbewoners. Maar er zijn ook meer bescheiden bakfietsen. Dit exemplaar staat te kijk op een bedrijfsterrein aan de Schelde:

bedrijfsbakfiets

20jul11, 15u09, Escanaffles

Iemand van het bedrijf wist te vertellen dat men gewoon een container vol uit China had aangesleept.
Niet dat men er erg tevreden over was. De banden hadden een niet-standaard maat die nauwelijks te vinden was en de kettingen braken gemakkelijk. Toch was er duidelijk iemand van het bedrijf die het de moeite waard had gevonden om één van de fietsen een vrolijk blauw-geel jasje te geven:

bedrijfsbakfietsen

20jul11, 15u09, Escanaffles

Elk jaar passeer ik er wel een paar keer en elk jaar zien de fietsen er iets roestiger uit, maar ze houden vol.

10aug12, 13u38, Escanaffles

10aug12, 13u38, Escanaffles

Bepaling (2)

7 februari 2014

In de Gentenaar en de Standaard van maandag 3 februari uit Dirk Holemans, Groen-gemeenteraadslid, zijn ongenoegen over delen van de nieuwe fietsinfrastructuur in Drongen. Genoeg voor Fietsbult om eens een kijkje te gaan nemen. Er is heel wat nieuws te zien in Drongen waar we later nog op terug komen; vandaag beperken we ons tot de paaltjes die de onderdoorgang aan het station afsluiten. ‘Vroeger konden fietsers [...] vlot de tunnel in- en uitrijden, maar nu liggen er aan beide zijden van de tunnel kleine minipleintjes en zijn de toegangen met paaltjes afgebakend. Voor bakfietsers, fietsen met karren en ligfietsen wordt het niet eenvoudig om tussen die palen te manoeuvreren’, zegt Dirk Holemans in de krant.

Dat is zachtjes uitgedrukt. Je kan veel van de paaltjes zeggen, maar niet dat ze ergens goed voor zijn of dat ze niet te veel in de weg staan. Bovendien: zelfs zonder palen is dit ontwerp onveilig. We beginnen aan de kant van de Drongenstationstraat. Wie van het Drongenplein komt kijkt recht in de ingang van de tunnel die als het ware de weg in twee splijt. De wegen opzij leiden naar en van de autoparking en de fietsenstalling.

4feb04, 15u22, Drongenstationstraat

4feb14, 15u22, Drongenstationstraat

Je kan niet rechtdoor rijden: je moet een krul maken naar rechts en net als de automobilist achter je denkt dat je naar de fietsenstalling rijdt moet je oversteken naar links. Daarbij gaat al je aandacht naar de paaltjes zodat je niet kan kijken naar het autoverkeer.  Zeer onveilig en lastig.

4feb04, 15u22, Drongenstationstraat

4feb14, 15u22, Drongenstationstraat

Met een bakfiets of aanhangwagen zijn de problemen natuurlijk nog een eind groter dan met een gewone fiets. Zonder palen zou het al wat beter gaan, maar je blijft met de gevaarlijke rechts-linksbeweging zitten.

Is er iemand die denkt dat het niet erger kan? Het kan erger. Als je op je terugrit uit de tunnel komt zie je dit:

4feb04, 15u26, Drongenstationstraat

4feb14, 15u26, Drongenstationstraat

Vergis je niet: je ziet twee paaltjes maar er zijn er wel degelijk drie. Het derde paaltje blijft verborgen achter de muur. Ook verborgen achter die muur:het autoverkeer dat uit de parking komt. Voor een automobilist ziet het er zo uit:

4feb04, 15u24, Drongenstationstraat

4feb14, 15u24, Drongenstationstraat

Gelukkig wordt hij gewaarschuwd voor mogelijke voetgangers. Op foto 2 zie je een fietsster naar boven rijden. Net toen zij bovenkwam reed er een auto uit de parking. Gelukkig waren ze blijkbaar allebei vertrouwd met de situatie en stopten ze allebei. Om veilig te zijn moeten niet alleen de palen weg. De plaats waar auto en fiets mekaar kruisen moet ver genoeg van de muur afliggen en niet vlak erbij.

Niet alleen zijn de paaltjes zo gezet dat ze maximale hinder veroorzaken en nog onveilig zijn ook. Als ze bedoeld zijn om auto’s weg te houden doen ze het ook niet echt goed, zo blijkt aan de andere kant van de tunnel. Daar staat een auto geparkeerd dwars over de rijweg aan de binnenkant van de paaltjes.

4feb04, 15u22, Drongenstationstraat

4feb14, 15u22, Drongenstationstraat

Als we even de auto wegdenken zie je dat de paaltjes ook hier alleen maar hinder veroorzaken. Bovendien moest het front van het pleintje meer naar voren gericht zijn. Op die manier krijgt een fietser die rechtsaf gaat tenminste rugdekking.

Conclusie: de paaltjes zijn erger dan nutteloos. Wel moeten er paaltjes komen op de plaats rechts van de auto op foto 5, zodat auto’s niet meer vanop de parking die daar ligt de fietsweg komen blokkeren. Om veilig te zijn moeten beide einden van de tunnel hertekend worden, waarbij de situatie van foto’s 3 en 4 het meest zorgwekkend is.

Wie als verkozene een beleid met een visie wil voeren merkt al gauw dat Willem Elsschot gelijk had: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Eén van de belangrijkste bezwaren is het verzet tegen verandering. Je kan een schier eindeloze lijst opmaken van maatregelen die zwaar verzet opriepen, zelfs bij degenen die er het meest van profiteerden. Om eens een minder bekend voorbeeld te geven: in de jaren ’60 lokte het besluit dat arbeiders bij  spoorwegwerken in het vervolg opvallende oranje kledij moesten dragen hevige reacties uit van de vakbonden.

Vooral wat verkeer betreft is het conservatisme enorm. Hoewel, niemand kan ontkennen dat de Heernislaan er vroeger anders uitzag dan nu:

1890-1900, Heernislaan

1890-1900, Heernislaan


(foto collectie Arnold Vander Haeghen, uit de Beeldbank Gent.)

Van in de jaren ’50 van de vorige eeuw heeft men met een massale inzet van middelen geprobeerd om onze steden geschikt te maken voor een vervoersmiddel dat niet geschikt is voor onze steden. Het voornaamste resultaat was dat onze steden totaal ongeschikt werden voor vervoersmiddelen die wel geschikt zijn voor de stad. Dat deze evolutie weinig protest uitlokte, in tegenspraak met wat hierboven beweerd werd, wordt veroorzaakt door een aantal factoren. De maatschappelijke status van de automobiel was daar niet vreemd aan. Op zich hinderden veel pro-automaatregelen de andere weggebruikers meestal niet. De open ruimte was in principe van iedereen die ze nodig had. Zolang het aantal gebruikers die veel meer ruimte nodig hadden dan de anderen beperkt bleef was er dan ook geen probleem. De grote evolutie bestond niet zozeer uit officiële  maatregelen, maar uit de sluipende inname van de stad door steeds meer auto’s. Rond 1960 was er één auto voor twaalf inwoners, rond 1990 was dat één auto voor drie inwoners geworden.

Stilaan ontstond het besef dat het onmogelijk was het verkeer in de stad ooit nog vlot te krijgen zolang de auto de basispijler was. Twintig jaar geleden werden op veel plaatsen, ook in Gent, wedstrijdjes gehouden om te zien hoe je het vlotst van A naar B geraakte. Alhoewel in Gent het beleid als enige doelstelling had gehad het autoverkeer zo vlot en comfortabel mogelijk te maken, ook als dat ten koste ging van andere vervoersmodi, moest ook hier de auto het afleggen tegen de fiets.

De auto verstikte alle verkeer, inclusief zichzelf. Niet alleen dat: de enorme kost inzake de leefbaarheid van de stad werd duidelijker en duidelijker. De auto verstikte niet alleen het verkeer, hij verstikte de hele stad.

Maar het terugdraaien van de evolutie vereist een expliciet beleid. Het geven van ruimte, letterlijk en figuurlijk, aan openbaar vervoer, fietser en voetganger betekent het terugnemen van de ruimte die door de auto is ingenomen. Zowat alle vrije tram- en busbanen in Gent waren vroeger autorij- en autoparkeerstroken. Je kan geen vijf meter fietspad aanleggen of er verdwijnt een parkeerplaats. Dat is ook logisch: bijna alle ruimte die niet gebruikt werd om auto’s te laten rijden was ingenomen om auto’s te laten parkeren. Het terug gebruiken als leefruimte van wat vroeger vervoersruimte was, zoals het Baudelopark, lukt ook maar met moeite.

Als een maatregel wordt doorgevoerd en succesvol is krijgt het verzet ertegen na verloop van tijd vaak iets pittoresks. De spoorwegarbeiders die niet wilden opvallen terwijl ze toch in een gevaarlijke situatie verkeerden zijn voor ons onbegrijpelijk. Ook als het om verkeer gaat levert een terugblik vaak vreemde resultaten op.
Het volgende artikel komt uit de krant Het Volk van 9 maart 1994. Het artikel is letterlijk overgenomen; alleen de naam van een bewoonster is vervangen door haar initialen.

Coupure Links wordt snelweg voor fietsers

1994, Coupure links. (Foto: archief Perpetuum Mobile.)

1994, Coupure links.
(Foto: archief Perpetuum Mobile.)


Gent — De Coupure Links dreigt een snelweg voor fietsers te worden. Dat was de mening van de meeste van de meer dan vijftig bewoners die gisteravond aanwezig waren op de informatieavond van de bewonersgroep de VZW De Papegay. Frederik De Vrieze van het kabinet van schepen van Ruimtelijke Ordening Frank Beke stelde duidelijk dat de stad niet afwijkt van haar plan om aan de Coupure Links een fietspad in twee richtingen aan te leggen, omdat het deel uitmaakt van de fietsroute die het oostelijk deel van de stad met het westelijk deel zal verbinden. Ze is enkel bereid om op het nieuwe fietspad een bordje te plaatsen dat voetgangers er ook mogen op lopen. “Zoiets is onmogelijk. Dan krijgen we een snelweg voor fietsers. Wat als onze kinderen worden aangereden door fietsers”, riepen bewoners hardop in koor. Volgens Frederik de Vrieze wijzen cijfers uit dat zoiets bijna is uitgesloten.

A. D. B.  van De Papegay vergeleek de situatie ook nog met de aanleg van een autosnelweg, waarbij een landbouwer verplicht wordt dan die met zijn kar over te steken om aan zijn land te geraken.

Een andere bewoner wees erop dat de zone vlak naast het water rust moet uitstralen, omdat daar dikwijls vissers vertoeven. Frederik De Vrieze antwoordde daarop dat de stad toch bij voorkeur denkt aan de belangen van 66.000 fietsers.

Hij werd bijgesprongen door de fietsersbeweging Perpetuum Mobile. Deze vond dat de buurt het probleem “te lokaal zag”.

1994, Coupure links. (Foto: archief Perpetuum Mobile.)

1994, Coupure links.
(Foto: archief Perpetuum Mobile.)

De VZW de Papegay probeerde met dia’s van de situatie aan de Recolettenlei aan te tonen dat een fietspad van 1,50 meter al ruim voldoende zou zijn. Coördinator van het stedelijk fietsenbeleidsplan Erwin Stubbe wees erop dat het fietspad op die plek maar in een enkele richting is, hoewel er inderdaad fietsers in beide richtingen op rijden. Het fietspad aan de Coupure Links zal variëren tussen de 2,12 en 2,47 meter.

Een fietspad in een enkele richting ziet de stad niet zitten, omdat fietsers dan een grote omweg moeten maken. “En de voetgangers dan”, riepen weer vele aanwezigen. “Die kunnen op het voetpad lopen”, klonk het antwoord. De VZW De Papegay bleef erbij dat een fietspad van 1,50 meter al voldoende zou zijn voor een fietspad. Als de haag een beetje opschuift naar de waterkant kan er nog een verhoogd trottoir komen van 1,30 meter. De haag verschuiven is volgens Frederik De Vrieze niet zo vanzelfsprekend omdat de Coupure een beschermd stadsgezicht is en het bestuur voor Monumenten en Landschappen van de Vlaamse gemeenschap daarvoor haar toestemming moet geven.

Het rustoord Toevlucht Maria vroeg om ingeval het fietspad er toch komt, te denken aan de bejaarden die af en toe eens willen buitenkomen. “Velen zitten in een rolwagen. Dus is het wenselijk dat het fietspad breed genoeg is.”

—M.K.G.

Fietswinkel, net wat anders

17 december 2013

Overal vind je fietshandelaren en fietsherstellers. Je kent het wel: in de etalage staan de waren aangeprezen, dus in dit geval een allegaartje van stads-, terrein- en racefietsen, aangevuld met accessoires allerhande. Maar af en toe kom je er eentje tegen die lichtjes uit de band springt.

Eén zo’n zaak is “Blanco” in de Bennesteeg. Daar vind je geen stadsfiets, geen vouwfiets of dergelijke. Neen, Blanco verkoopt en restaureert lifestyle-fietsen.

blanco 1

Liefhebbers van klassieke racefietsen laten hier hun dierbare eigendom restaureren of een tweede leven bezorgen. Daarvoor zijn alle nodige onderdelen voorhanden.

blanco 2

blanco 4

Daarnaast kun je er ook terecht voor echt pure lifestyle fietsen van het Duitse Schindelhauer.

blanco 3

Schindelhauer Ludwig XI, met Gates carbon riem en Shimano Alfine 11 versnellingsnaaf

Wil je ook je bagage in stijl meenemen, dan kan dat. De nodige accessoires zijn leverbaar.

Brooks toebehoren

Brooks toebehoren

En wil je de hele familie lifestylen, dan zijn ook voor de lieverdjes prachtige (loop-)fietsjes te koop.

blanco 5

loopfietsje

Kinderfiets met riemaandrijving

Early Rider kinderfiets met riemaandrijving. Mooie details: kortere cranks, aangepaste remgrepen. Alles op kindermaat!

winterfietsen (1): de fiets

11 december 2013

of fietsen in winterse omstandigheden: lage temperaturen, glad wegdek, sneeuw, …

Dergelijke omstandigheden vormen een hele uitdaging voor de vele fietsers. Wat doe je ertegen? Hoe bescherm je jezelf en rij je veilig in de winter?

Wat de fiets betreft, en dan vooral de wegligging, moet je vooral naar één onderdeel kijken: de banden. Ooit al eens geprobeerd om met slicks of racebandjes door de sneeuw te rijden?

Ideaal voor in de zomer, maar daarbuiten: levensgevaarlijk! Neen, het minste wat je kunt doen, is zorgen voor banden met een uitgesproken profiel. (Fiets-)banden moeten grip hebben op die gladde ondergrond. Daarvoor dient het profiel in de banden, zeker in modder of sneeuw. Mocht je denken aan geschikte banden voor dit doel, neem ze dan meteen zo breed mogelijk. Bredere banden zorgen voor een ander contactoppervlak en meer grip (kijk maar naar banden die op mountainbikes liggen). En om de grip te verbeteren op sneeuw, modder en dergelijke, kan je de druk wat verlagen. De rolweerstand verhoogt dan wel wat, maar je blijft tenminste rechtop. Dit is DE GOEDKOOPSTE AANPASSING die je kunt doen om door sneeuw te rijden

Vredestein Perfect Tour 37-622

Nu bestaan al een poos ook voor de fiets echte winterbanden. Die heb je in twee smaken: spijkerbanden en banden met een speciale samenstelling en profiel. Met die eerste soort kun je in Vlaanderen niet veel aanvangen: hier wordt algauw gestrooid en voor je het weet, rijd je de spijkers stuk op het asfalt. Dat worden dus erg dure banden, waarbij de kans groot is dat je spijkers weg zijn op het moment dat je ze echt nodig hebt.

Dan ben je beter af met wat o.a. Continental vrij recent uitbracht: banden met een andere rubbersamenstelling en een speciaal ontwikkeld profiel, gebaseerd op de technologie voor autobanden. Op ijs ben je beter af met spijkers, maar in alle andere gevallen zullen de Conti’s het er beter vanaf brengen.

Continental TopContact Winter

Continental TopContact Winter 37-622

Wat is het voordeel: je banden glijden niet meer weg, waardoor het een pak veiliger wordt op de fiets. Het belangrijkste is om vooraan zo’n band te gebruiken, waardoor stuurcorrecties onmiddellijk resultaat geven. Met een gewone band is de kans groot dat je geconfronteerd wordt met een wegglijdend voorwiel. Wil je wat meer investeren – zo’n band kost ongeveer € 50 -, dan leg je er ook achteraan zo eentje op. Dan gaat alle vermogen dat je op de trappers zet je fiets ook vooruit helpen.

Past dit op je fiets? Ze zijn te krijgen in 26 en 28″ en telkens in twee breedtes. Ook andere fabrikanten zijn op de trein gesprongen en brachten ondertussen gelijkaardige banden uit.

Duur? Ja en neen: als je met je mooie fiets op de stenen belandt, kan de totale schade algauw meer kosten dan zo’n band (schade aan de fiets, gat in de jas, …). Daarbij komt dat je die in maart/april weer vervangt door (een) andere band(en) en je dure winterband kan op die manier vele winters meedraaien.

Om je fiets verder voor te bereiden op de kou, kun je nog enkele zaken doen. Zorg ervoor dat je ketting goed gesmeerd is en blijft: zodra er gestrooid wordt, zal die anders roesten terwijl je erop staat te kijken. Als je door pekel gereden hebt, spoel je de ketting best ook goed af, anders vreet het zout in. Een geroeste ketting piept en kraakt; de kans is groot dat ze plots breekt en ze geeft veel weerstand. Als goede, luie fietser moet je die weerstand zo laag mogelijk maken.

Moet je nog een smeermiddel aankopen, kijk dan maar voor iets wat geschikt is voor natte omstandigheden. Olie voor het mountainbikewereldje moet hier zeker goed voor zijn.

Joes wet lubeHeb je een derailleur, zorg er dan maar voor dat die ook gesmeerd is (vooral de scharnierpunten), want anders kan die vastvriezen. Als dat je overkomt terwijl je in de kleinste versnelling staat, dan kan de rit lang duren! Ook de remkabels verdienen een druppel olie voor de winter. Is die kabel niet gesmeerd, dan kan er water tussen de binnen- en buitenkabel komen. Als het vriest, verandert dat water in ijs. Indien je dat constateert op het moment dat je van de Charles De Kerchovelaan naar beneden raast, kan dat erg vervelend worden. Idem dito voor de versnellingskabels, dat spreekt voor zich.
Als de mantel van de buitenkabel (gaine) doorgesleten is, vervang je die best ook. Ook langs daar kan het water erin.

Kijk ook je verlichting goed na. In winterse omstandigheden en zeker als het sneeuwt, ben je moeilijker zichtbaar. Degelijk werkende verlichting zorgt ervoor dat je beter opvalt. Op een fiets moeten ook reflectoren zitten (of een reflecterende strook op de banden). Probeer die in de mate van het mogelijke ook netjes te houden: onder een laag aangekoekt zout en andere smurrie zal er niet veel meer reflecteren en zo gaat je zichtbaarheid sterk achteruit.

Op die manier is je fiets optimaal geprepareerd om de gure winter te overleven.

Etalagewoorden (1)

7 december 2013

07nov13, 14u40, Henegouwenstraat

07nov13, 14u40, Henegouwenstraat

Opsporing verzocht

22 november 2013

Een gestolen fiets doet pijn.
Bij aangifte ben je afhankelijk van de goede wil van de politieman/vrouw.
Soms is die er, soms ook niet.
Zelf zoeken heelt het gevoel van onmacht, toch voor even.
Op facebook vindt je de groep GENTS FIETSDIEFSTAL-PLATFORM.
Anderen zetten de oude media in.
Ik herinner me dat piepkleine dorp in Denemarken, waar je denkt dat iedereen iedereen kent, en toch:

05sep12, 15u30, Denemarken

05sep12, 15u30, Denemarken


Een geplasticeerd A4tje.
500 Kronen beloning…

Een Gentenaar -of was het een buitenlands student?- probeerde het groots: affiches.

19nov13, 08u31, Sint-Denijslaan

19nov13, 08u31, Sint-Denijslaan

19nov13, 08u31, Sint-Denijslaan

19nov13, 08u31, Sint-Denijslaan


Nu nog wachten op een VTM-programma.
Of toch maar hopen dat de politie werk van maakt van georganiseerde fietsdiefstallen?

Bidon (2)

16 november 2013

14nov13, 17u27, Sint-Jacobsnieuwstraat

14nov13, 17u27, Sint-Jacobsnieuwstraat

Niet elke fiets is zo’n werkpaard dat dagelijks gebruikt wordt voor het transport van kinderen, om de boodschappen mee te doen, om te forenzen,… Er zijn ook de trendy fixies – waarvan je de pure lijn niet wil verknoeien met dynamo, bedrading en verlichting -, studentenfietsen, stationsfietsen, … Zo zijn er nog wel categorieën te bedenken waarbij een naafdynamo en vaste verlichting geen optie is, hoewel het wel op vele vlakken de aangewezen route blijft.

Wat doe je dan?

Een tussenoplossing wordt geboden door bijvoorbeeld Reelight: in essentie is dit ook een dynamosysteem, maar tot het minimum herleid: magneten op de spaken en daarop aangesloten een lamp met spoel ingebouwd. Door de eenvoud geeft het niet veel licht, maar het is wel betrouwbaar. De grootste nadelen van het systeem zijn dat het in de meeste gevallen direct op de assen (voor en achter) gemonteerd zit en dus erg laag, wat de zichtbaarheid er niet beter op maakt, en dat het erg kwetsbaar is in fietsenrekken, want het steekt zijwaarts uit.

De grootste groep bestaat dan uit verlichting op batterijen. Ook die heb je in meer vormen. Je hebt de “noodlichtjes”, zoals de populaire compacte en spotgoedkope lampjes van Hema.

set-mini-led-lampjesLaten we duidelijk zijn: dit is noodverlichting. Iets wat je bij je hebt voor als het echt niet anders kan. Dat is om twee redenen: ten eerste geven ze heel weinig licht – het zijn eerder lichtaccessoires dan volwaardige verlichting – en ten tweede is er een ecologisch probleem, want als de batterijtjes leeg zijn, koop je beter een set nieuwe lichtjes dan batterijtjes. Je bent dan goedkoper af, maar zorgt ondertussen wel voor meer afval.

Bij diezelfde winkelketen – maar evengoed bij een fietshandelaar – kun je dan beter oplaadbare fietslichtsetjes kopen, zoals wat hieronder staat.

Hemalampjes oplaadbaarJe hebt evengoed gesofisticeerde en krachtige mountainbikeverlichting op batterijen (in een mountainbike zit nu eenmaal geen naafdynamo) en alles wat tussen beide uitersten zit. Enkele voorbeelden:

  • bij Busch und Müller vind je de prima Ixon IQ (speed), die dezelfde optiek gebruikt als de Cyo’s (voor dynamo).
    IXON_IQ
  • Bij onze Chinese vrienden vind je voor relatief weinig geld koplampen die fenomenaal veel licht geven. 900 lumen, 1000 lumen, 1200 lumen en meer. Geen probleem. Wel komen we dan weer in het domein van de terreinfietsverlichting: niet gebundeld, minder geschikt voor de openbare weg en snel verblindend.

    Small Sun T013

Voor wie het absoluut niet ziet zitten om de pure lijn van zijn of haar fiets te verknoeien met dergelijke accessoires, is de wet bijzonder toegeeflijk. Je mag de verlichting ook op je lichaam, je rugzak, … dragen. Dat opent andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de veelzijdige Fibre Flare lampen: flexibel, een groot verlicht oppervlak en zowat overal te bevestigen.

Fibre Flare

Hier zit zo’n Fibre Flare op de zadelpen van een vouwfiets. Je bevestigt die evengoed op de staande buis van de achtervork, op je rugzak, … Met twee AA’tjes haalt zo’n staaf tot 24u bij continu branden en tot 75u al knipperend.

Of je schaft helmverlichting aan (moet je natuurlijk wel een fietshelm voor dragen). Dat heeft het voordeel dat het licht schijnt waar je kijkt. Meer en meer fietshelmen worden trouwens al geleverd met een rood lichtje achterin. Ook hier kun je weer kiezen: helmverlichting om gezien te worden of om zelf ook mee te zien.

Sigma op helmEn dan komen we stilaan op het terrein van wat eerder gadgets zijn: ventiellichtjes, spaaklichten, …

Monkey Light

Of bijvoorbeeld Blinkergrips

Blinkergrips

Een belangrijk nadeel van batterijverlichting: aangezien die zo goed als altijd opklikbaar is, moet je er ook goed op letten om bij aankomst je verlichting mee te nemen. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je onverlicht mag terugrijden, want voor een ander is het al even makkelijk om je lampen van de fiets te halen…

En jawel: ook het achterlicht kan door de naafdynamo van stroom voorzien worden. Dit is minder evident: je zal ver moeten zoeken om een fiets te vinden die met zo’n licht geleverd wordt. Wellicht is dat omdat hiervoor een draad moet getrokken worden van voor naar achter en dat kost geld. Een klusje om zelf uit te voeren of aan de fietshandelaar te vragen dus.

Het voordeel is weer duidelijk: geen batterijen meer en dus geen risico om zonder licht te vallen en dus onzichtbaar te worden bij duister. Je hoeft je onderweg ook niet af te vragen of de batterijen het nog wel doen. Achterlichten op batterijen zijn in mijn ervaring erg vatbaar voor slechte contacten. Ze zijn meestal ook niet te herstellen en gaan dus niet lang mee. Duur…

In aanschaf kost een dynamo-achterlicht ongeveer hetzelfde als eentje op batterijen, maar ook hier geldt dat er nadien geen kosten meer aan zijn.

Waar moet je op letten ? Om te beginnen zijn er twee normen voor de “gatafstand” voor de twee schroeven waarmee zo’n achterlicht vastgezet wordt: 50 en 80 mm. Bij sommige lichten kun je de boutjes op beide posities gebruiken, bij andere moet je bij de aankoop je keuze maken.Bij de meeste goedkopere achterlichten wordt één led gebruikt die vanachter een stukje transparant plastic zijn werk doet. Dit heeft een belangrijk nadeel en wie een poosje achter iemand met zo’n licht rijdt, zal het wel merken: dit is een geconcentreerde lichtbron en bijgevolg verblindend en irritant. Bij de betere lampen wordt het licht optisch verspreid, worden meer leds gebruikt of worden beide systemen gecombineerd.
Op dit moment ongetwijfeld zowat het beste achterlicht (zowel voor dynamo als op batterij mogelijk): de Philips Lumiring.

Philips saferide

Hier zie je een aantal vereisten gecombineerd: een groot oppervlak verbetert de zichtbaarheid; een grote reflector benadrukt dat nog eens en het licht vormt een opvallende, maar niet verblindende ellips aan de rand van de behuizing.

Een zowat even degelijke tegenhanger van de lichtspecialist Busch und Müller is de Toplight Line Plus (brake). Een andere vormgeving, eventueel zelfs met een remlicht dat reageert op een spanningsval van de naafdynamo (die levert minder spanning als je vertraagt) en hetzelfde principe: een lichtvlak in plaats van een lichtpunt.

montage achterlicht 5

Ondanks het nadeel – dit zal specifiek moeten gevraagd worden, want er zijn amper of geen fietsen op de markt die af-fabriek van zo’n achterlicht voorzien zijn – heeft een dynamogevoed achterlicht vele voordelen. Het werkt gewoon altijd en je hoeft je geen zorgen meer te maken over je zichtbaarheid. In een ideale combinatie sluit je dit aan op de koplamp. Indien dat een altijd werkende versie is, regelt die de spanning voor het achterlicht (overspanningsbeveiliging zit in de koplamp) en indien de koplamp met een sensor werkt (schakelt in en uit naargelang het omgevingslicht), bedient die het achterlicht mee.

Een bijkomende complicatie voor om het even welk achterlicht is de zichtbaarheid of mogelijke afscherming ervan. Je licht moet bij voorkeur ook van schuin achter of van opzij gezien kunnen worden. Het moet dus ver genoeg naar achter gemonteerd zijn, zodat het niet verstopt raakt achter/onder fietstassen of een kinderstoeltje. Zit het te ver, dan is het weer kwetsbaar. Meestal heb je daar weinig keuze in, want het wordt bijna altijd op de bagagedrager gemonteerd. Je kan, als je toch bezig bent, meteen uitkijken voor een bagagedrager die lang genoeg is en die het achterlicht beschermt.

Eigenlijk gaan we hiermee helemaal terug naar de “communiefiets” van de jaren ’70, met dat verschil dat alles nu met leds werkt (en dus betrouwbaarder is) en dat de zijloper vervangen is door een naafdynamo. Wat blijft, is de eenvoud van het systeem, dat permanent op de fiets zit. Het kan niet vergeten worden, niet verloren gaan. Rust je de schoolfiets van je lieverds hiermee uit, dan hebben ze ook geen excuus om onverlicht rond te rijden, want het geheel werkt autonoom.

Aansluitend op deel 2, blijven we bij verlichting op basis van een (naaf-)dynamo. “Lichtbronnen”, dat zijn er twee: koplamp en achterlicht, allebei met specifieke eisen.

Een koplamp dient zowel om te zien als om gezien te worden, terwijl het achterlicht enkel dient voor dat laatste. Eerst de wettelijke kant. De Belgische wegcode schrijft het volgende voor: “fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren.”

Een degelijke koplamp moet meerdere dingen doen: voldoende licht geven, dat licht laten schijnen waar je het nodig hebt en niet verblindend zijn. In de veronderstelling dat onze ideale fiets al met een naafdynamo uitgerust is (deel 2), hebben we alvast de perfecte energiecentrale aan boord.

Het aanbod aan dynamogestuurde koplampen is zeer uitgebreid. De belangrijkste verschillen tussen die lampen zijn onder andere de volgende:

  • de soort lichtbron (vergeet gloeilampjes en halogeen; kies voor led)
  • de lichtopbrengst
  • de vorm van de lichtbundel
  • manueel of met sensor
  • en natuurlijk de degelijkheid en het gebruiksgemak

Een dynamokoplamp wordt doorgaans vast op de voorvork (kroonplaat) bevestigd. Dat heeft als grote voordeel dat je de lamp nooit kunt vergeten en dat diefstal ook niet zo evident is. Dat is belangrijk voor een opstappen-en-wegwezen fiets. De plaatsing zorgt er ook voor dat de kans op schade minimaal is.

Op mijn stadsfiets zat tot voor kort een Busch und Müller Lumotec Oval Senso. Tien jaar geleden ging deze lamp door voor één van de beste op de markt: halogeenlamp en met sensor, waardoor die automatisch in- en uitschakelt naargelang het omgevingslicht. Nu, zoveel jaren later, geeft de lamp nog steeds evenveel licht, maar vergeleken met wat er nu te krijgen is, is het maar een pover lampje. Vandaar: vergeet gloeilampjes en halogeen. Kies voor een ledlamp: deze is veel betrouwbaarder en heeft een veel hoger rendement (veel meer licht met hetzelfde vermogen). Het nadeel: indien de led er ooit eens de brui aan geeft, moet je een nieuwe koplamp kopen, want de onderdelen zijn niet te vervangen (behalve voor de uitzonderingen die thuis zijn in elektronica). De Lumotec maakt nu deel uit van de reservestukken en is vervangen door een Philips SafeRide lamp. De 17 lux is vervangen door 60 lux en een zeer brede en sterke lichtbundel is het logische gevolg.

Philips SaferideOm het in lichtwaarden (de lichtopbrengst) uit te drukken: de oude Oval Senso levert 17 lux, terwijl de hedendaagse opvolgers minstens 40 lux en tot 90 lux en meer opbrengen. Dat betekent véél licht! Hoeveel licht je nodig hebt, hangt af van waar je voornamelijk fietst. Voor elk doel bestaat wel een geschikte koplamp. Omdat een hogere opbrengst meestal direct samenhangt met de kostprijs, heeft het weinig zin om een extra krachtige lamp te monteren om in een stadscentrum te rijden (maar het mag wel). Zoiets zal enkel meer kosten, maar geen voordeel opleveren.

Even tussendoor (dit kun je overslaan als het je niet boeit): sommige fabrikanten geven de lichtstroom op (lumen), terwijl andere een indicatie geven van de lichtsterkte (lux). De eerste waarde duidt op de hoeveelheid licht die de bron geeft; de andere vertelt je hoeveel licht gemeten wordt op een bepaald oppervlak op een gegeven afstand. In de categorie “veredelde zaklampen” wordt meestal met lumen gewerkt: 1200 lumen klinkt veel beter dan 40 lux, niet? De reden hiervoor is dat zo”n “veredelde zaklamp” over een heel andere optiek beschikt en het licht niet stuurt naar de weg, maar naar zowat overal voor je. Er is dus veel meer licht nodig om tot eenzelfde verlichting van de weg te komen. Dit type verlichting is ideaal voor onverlichte bospaden en dergelijke (voor terreinfietsen in afgelegen gebieden), maar niet zo nuttig in een verstedelijkt gebied zoals Vlaanderen. Veel meer hierover kun je hier lezen.

Al dat licht dat de led produceert, moet dienen om de weg voor je te verlichten. Het heeft weinig zin om de helft van dat licht het zwerk in te sturen en tegenliggers te verblinden. Je hebt er niets aan, het wekt irritatie op en het kan je zelf ook verblinden (reflecties). Daar bovenop mag het ook niet volgens de wegcode. In die zin is “hoe groter de lichtopbrengst, hoe beter” ook niet correct.
Beter gericht betekent dat de lichtbundel zoals het heet “afgekapt” moet zijn. In het kort: de lichtbundel van een zaklamp vormt een cirkel. Er worden dikwijls zaklampen met een stuurhouder verkocht en dat betekent dat je een symmetrische lichtbundel projecteert, waarmee enerzijds een boel licht verloren gaat (verlicht de lucht, niet de weg) en anderzijds tegenliggers verblind kunnen worden. Handig voor mountainbikers in de bergen, maar niet geschikt voor stadsverkeer. Een fietskoplamp, ontwikkeld hiervoor, heeft een andere optiek, waardoor de lichtbundel neerwaarts gericht wordt en het licht stuurt naar waar het nodig is.

lichtpatroon koplamp

lichtpatroon koplamp

Hoe die bundel gericht moet worden, hangt mee af van je fietsgewoonten. Wie (bijna) altijd in de bebouwde kom rijdt aan 15 tot 20 km/u, heeft andere behoeften dan de forens die aan hogere snelheden over onverlichte wegen rijdt. De eerste heeft vooral licht op ongeveer 10 m voor de fiets nodig, de andere moet een gebied ruim verder vooruit kunnen zien. En jawel: ook daarvoor zijn varianten te krijgen.
Blijven we bij ons voorbeeld – Busch und Müller – en we nemen daar één lijn uit, de Cyo T, dan heb je daar optisch twee versies in: eentje voor de stad en eentje voor daarbuiten. De eerste heeft een spiegel die een lichtvlek kort voor de fiets projecteert en zwakker licht in een ruimer veld, een witte reflector in het frontglas ingebouwd en een lichtopbrengst van 40 lux. De “sport”-versie projecteert het licht veel verder en geeft minder licht kort voor de fiets, heeft geen ingebouwde reflector en – omdat een groter veld belicht moet worden – levert 60 lux. Je ziet: voor wie in de stad rijdt, is die laatste een minder goed idee, want de putten voor je voorwiel worden minder goed verlicht.
Om het ingewikkelder te maken, kun je ook nog kiezen tussen versies met of zonder sensor (gaat automatisch aan en uit, dus daar hoef je al niet meer aan te denken) en versies met of zonder standlicht (blijft nog enkele minuten licht geven als je stopt).
Het kan ook veel eenvoudiger: omdat een led zo’n lange levensduur heeft, kan die lamp eigenlijk continu blijven werken. Geen aan/uit-schakelaar of sensor meer nodig dus en dat maakt de lamp goedkoper en betrouwbaarder (weer een component minder die stuk kan gaan). Let bij de onderstaande lamp op het “kapje” bovenaan: dat zorgt ervoor dat je zelf niet verblind wordt door de lamp.

Shutter Precision LS003

Shutter Precision LS003

Theoretisch zal zo’n lamp altijd wat meer weerstand geven, want de energie moet ergens vandaan komen en met een dynamo is de fietser uiteindelijk de energiebron. Praktisch merk je daar echter niets van: de dynamo vergt ongeveer 1W vermogen, terwijl een fietser makkelijk 75 W produceert. Een beetje wind of een lichte helling voel je veel meer dan de energie die je dynamo en licht opsouperen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 673 andere volgers

%d bloggers like this: