Home

To suggest or not to suggest

26 september 2014

Fss, dag 3.
Een pleidooi voor zichtbaarheid en leesbaarheid.
Neem een koffie en een koekske, en zet u.

Laat me in deze eerste zin duidelijk zijn: ik ben pro fietssuggestiestroken.
Maar dat wist u al.
Wat u niet weet is dat ik in een straat woon met een van de eerste Gentse fietssuggestiestroken.
Een paar maanden na de schilderwerken werd ik een rabiate non-believer.
Laat me u vertellen waarom.
Onder het deskundige mom van een parkeerplan “met véél méér extra parkeerplaatsen” voerde de stad 10 jar geleden een verkeerscirculatieplannetje voor de wijk in.
De wijk zat vol met sluipverkeer.
Een zinvolle zaak dus.
De buurt had inspraak.
Ze kon haar voorkeur uitspreken voor drie varianten.
In alle varianten was onze straat een centrale “ontsluitingsweg”.
En buslijn 6 liep er doorheen.
Voor onze “algemeen belangstraat” was er dus weinig kiezen aan.
Wij hadden geen simpelweg keuze voor een leefbaardere straat.
En daar had ik uiteindelijk begrip voor.
De straat kreeg daarna één flauwe asverschuiving op maat van twee dwarsende Lijnbussen.
En er kwamen rode fietssuggestiestroken.
En zone 30.
De straat hing vol met hartje zone 30 borden.
Ik weet niet meer of de zachte verkeersdrempel halfweg de straat van diezelfde jaren dateert.
Een paar jaar later verdween buslijn 6 uit de straat, maar –ondanks veelvuldige meldingen door verschillende bewoners over autoracers- veranderde er niks meer.
De asverschuiving kon nu toch anders?
De bus was toch verdwenen?
De politie voerde -verspreid over jaren- een paar kijk-es-we-doen-toch-iets-acties, maar vertoonde als vanouds 20 maal meer aandacht aan de parkeer”problematiek.”

Alle zwakke elementen van een fietssuggestiestrook liggen voor ons huis.
Ik som ze op:
• Een zéér zwak, vooral symbolisch bedoeld politioneel beleid op vlak van snelheidshandhaving. Off the recordgesprekken met politiemensen groot en klein leerden me dat ze zone 30 –hoe zal ik het beschaafd benoemen?- onnozel vonden. Ik hoop dat het perceptie is dat de politie een autominded organisatie is. Eén korpschef die woonwerkverkeer per fiets pleegt maakt nog geen lente.
• Een foute kleurkeuze: rood. Bij slecht en donker weer niet echt zichtbaar. De koppigheid waarmee Gent rood bleef schilderen, ook al hadden de hogere overheden oker gekozen was – beschaafd blijven – zeer Gents.
• Een asverschuiving die geen snelheidsvertraging veroorzaakt is een fietsval.
• In de ochtendspits hebben fietsers drie mogelijkheden: traag mee in de file aanschuiven, op het voetpad fietsen of auto’s links voorbijsteken.

23sep14, 08u41, Toekomststraat

23sep14, 08u41, Toekomststraat


Samengevat: het instrumentarium dat de stad in onze straat gebruikte veroorzaakte geen aangepast rijgedrag van automobilisten, en gaf fietsers geen extra veiligheid, zelfs geen veiligheidsgevoel.

Een lange inleiding nietwaar?
Alle harde analyses die afgelopen dagen hier geschreven werden deelde ik.
Tot ik me afvroeg: wat als over het ganse land verspreid fss zouden liggen?
Hoe kan je een andere verkeersmodus ontwikkelen als er maar een paar fss-exemplaren bestaan?

Vier anekdotes.

Lente 2014: zegt de zestigpluster uit Merelbeke:
“Aaah, ik durf ècht niet meer met de auto naar Gent komen.
Véél te gevaarlijk.
Van overal komen er fietsen op je af.
Als ik naar Gent kom pak ik nu de bus of de elektrische fiets.”

Een Erasmusstudente uit Weimar komt aan in Gent Sint-Pieters.
Ze wordt opgehaald.
Ter hoogte van de Albertbrug merkt ze op:
“Deze stad is echt wel georganiseerd voor auto’s hé?”
Slam in the face.

Juli 2014.
Op een feest in Berlijn out één van de obers zich als West-Vlaming.
Voordien studeerde hij in Gent.
Ik vraag hem waar het volgens zijn aanvoelen veiligst fietsen was: Gent of Berlijn.
In mijn ogen is Berlijn een fietsmekka.
Zijn antwoord: “Gent, echt wel”.

Dochter L studeerde een jaar in Leipzig.
Als ik haar gisteren vraag wat ze van de fss vindt komt een onverwachts verhaal:
“Ik fiets niet meer assertief. Afgeleerd. In Leipzig werkt dat niet. Als ge wilt oversteken en ge ziet 15 auto’s komen dan weet ge dat ge 15 auto’s moet wachten. Hier in Gent weet ge dat er om de drie auto’s wel één stopt.”

Gent is een fietsstad in wording.
Gelijk welke automobilist die Gent komt binnen rijden zou dat prompt moeten zien.
Want de wereld rondom Gent is niet vol fietsers.
Die ideale wereld waar elke automobilist zich van fietsers (en voetgangers) bewust is is er niet.
Een stad die het verschil wil maken met fietsen moet die fietsen uitbundig tonen.
Toeters en bellen.
Met grote spandoeken aan de invalswegen.
Welkom in de stad vol fietsers.
Of: Gent hartje fietstekening.
Fietssuggestiestroken hebben dezelfde rol.
Zichtbaar maken dat er fietsers zijn.
Duidelijk zichtbaar.
In zoveel mogelijk verkeersassen.
De ruimte innemen, beetje primair, zoals zoveel verkeersgedrag.

Uiterààrd wil ik liever fietspaden.
Liefst van al verhoogde, vrijliggende paden.
En uiterààrd zijn fss de kneusjes van het veiligheidsgevoel.
Ik snap Ivan Deboom 200%.
Voor alle duidelijkheid: ik kwam pas aan deze bedenkingen toe nadat onze drie dochters flink zelfstandig fietsende wezens waren.
Tijdens hun eerste jaren fietsen naar school zonder papa of mama aan hun zijde was ik een boze, angstige vader.
En ik weet: de dag dat onze dochters in het verkeer iets overkomt wordt ik een woeste, gekwetste tijger.

Fss zijn zeker niet een oplossing voor fietsongevallen.
No way.
Maar Gent heeft smalle straten.
Veel smalle straten, waar enkel de afschaffing van parkeerplaatsen soelaas kan brengen.
Op enkele cruciale verkeersassen moet dat er ook van komen: Dendermondsesteenweg en Hundelgemsesteenweg zijn twee voorbeelden.
Er zijn weinig brede wegen waar er ruimte is om fietsers maximaal comfort te geven, zoals in Duitse steden soms wel kan.
En toch kreeg de brede Ottergemsesteenweg geen streepjesfietspaden.
Hoe komt dat?
In Gent versterken of ondersteunen een aantal overheidsorganisaties het 20e eeuwse automobiliteitsdenken.
Ik benoem er enkele: de Politie, de Lijn (kleine kwis: hoeveel directieleden van de Lijn doen hun woon-werkverkeer per fiets of met het Openbaar Vervoer?), Ivago,… .
Die hebben allemaal hun zeg.
Zo komt het dat een brede weg als de Ottergemsesteenweg geen streepjesfietspaden krijgt.
En dat is jammer, want de minste keuze.
Maakt dat een verschil voor fietsers?
Zeker juridisch wel: fss geeft minder rechten.

De facto nemen auto’s overal de ruimte die ze willen nemen:

24sep14, 09u19, Vlaamsekaai

24sep14, 09u19, Vlaamsekaai

23sep14, 08u50, Sint-Lievenslaan

23sep14, 08u50, Sint-Lievenslaan

24sep14, 20u33, Citadellaan

24sep14, 20u33, Citadellaan

25sep14, 09u02, Forelstraat

25sep14, 09u02, Forelstraat

03sep14, 18u38, Forelstraat

03sep14, 18u38, Forelstraat

Het ontbreekt onze Politie aan de cultuur om dit aan te pakken.
Aan hen om het tegendeel te demonstreren.
Aan hen om fietsbeleid te ondersteunen.
Te beginnen met de handhaving van de verkeerswet over de één-meterafstand? (zie deze Fietsbult hierover)
Dat is uiteraard iets voor de Federale politie, maar waarom zou de Gentse politie hierin niet voorop kunnen lopen?

Iets anders.
Gent had in de vorige bestuursperiodes een patent op “proefprojecten”.
Een betonstrook tussen tramrails?
De Lijn doet niet verder.
Autosnelheidsbeheersing vanuit de satteliet?
Europa doet niet verder.
Knipperlichtjes aan zebrapaden?
De technische toestanden zijn niet eens afgebroken.
Verkeerslichtenbeïnvloeding?
Een soap.
Fss leek ook zoiets.
Pas in de helft van vorige bestuursperiode kregen ze weer een kans: Zwijnaardsesteenweg en Morekstraat zijn voorbeelden.
Helaas in dat koppig rood.

13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg

13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg

13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg

13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg

Nu sluit Gent al even aan bij de okergeelnorm.
Oef.
Uniformiteit is voor vele weggebruikers een hulp om snel een situatie correct in te schatten.
Hoe meer fss, hoe meer de vertrouwdheid.
Laat Europa hier maar een Europese norm stellen, of beter nog: een Europees verkeersreglement.
De hogere overheden mogen de fss wat meer in de picture zetten.
En uitrollen.
Zijn alle oversteekplaatsen op de R40 al voorzien van oker?
Zeker niet.
Toch wil ik een lans breken om na te denken over de Engelse les
Sharrows zullen fietsers vermoedelijk minder beïnvloeden in hun veiligheidsgevoel.
Dit schilderwerk kost vermoedelijk een pak minder, en is visueel sterker dan de okerstroken.
Ze geven even weinig rechten als de okerstroken, maar zijn op dat vlak duidelijker.
Lees nog eens rustig Jan zijn stuk hierover .
Niets is eeuwig en voor altijd, zeker verf niet. 
Die verslijt het rapst, sharrows verslijten sneller dan fss.
Verf is de éérste stap, niet meer en niet minder.
Daarna hoort een integrale heraanleg te volgen.
Zo’n heraanleg mag je enkel geloven als eerste werfwagens verschijnen.
Hoelang is het al wachten op de heraanleg van de Antwerpsesteenweg?
Muidepoort is een ramp, maar het zal nog zeer lang duren voor daar een volgende integrale heraanleg komt.
Het vrachtwagenverkeer had er al weg moeten zijn, want de Handelsdokbrug had er al moeten liggen.
Pas als die er ligt kan de Muidepoort ontlast worden, is al jaren de stelling.
En de Dampoort.
Veel hadden dus.
Je kan moeilijk stellen dat alle administraties te lande eendrachtig een mobiliteitsproject trekken.
De versplintering qua bevoegdheden zijn het zout in de mobiliteitswonde.
Dat is een ander onderwerp.
Realisme dwingt ons dus om integrale heraanleggen (met de eeuwige rioolbuizen) in tijd uit te smeren tot het einde van deze eeuw.
Zo traag werkt het.
Daarop kunnen we niet wachten om infrastructuur te creëren.
Verf is dus de onvermijdelijke voorlopige stap.
Verf, en slimme ingrepen, en keuzes.
To knip or not to knip?
Zo komen we bij het Mobiliteitsplan.
Dat zou nog dit jaar in de openbaarheid komen.
Het lijkt alsof weinig mensen dat weten.
Op straatfeesten en na theatervoorstellingen hoor ik ongeduld en ongenoegen over het uitblijven van verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers.
Dat was toch beloofd door de drie coalitiepartners?
Mensen verwachten dat de overheid de weg toont.
Sommigen zeggen letterlijk: ik wil wel naar mijn werk fietsen, maar dan wil ik dat veilig kunnen.
Nogmaals in Ivan zijn hoofd kruipen: het is ontstellend om in Oostakker rond te fietsen.
Hier is duidelijk zeer lang amper geïnvesteerd.
Onlangs las ik over de herwaardering van de fietsas naar Oostakker.
Stopte die as niet aan het gemeentehuis van Sint-Amandsberg?
Dit is mijn minimumverwachting: er moet snel een spinvormig fietsnetwerk komen naar de rand- en buurgemeentes.
Onder kenners zijn de verwachtingen voor het nieuwe MOBplan hooggespannen.
Dit plan zal beslissend zijn voor de komende 20 jaar.
De nieuwe fietssuggestiestroken interpreteer ik als een aanzet in die richting.
Niet als een einddoel.
Een illustratie dat fietsers belangrijk zijn.

Cultuurverschillen

17 september 2014

Ik mag van mezelf zeggen dat ik veel fiets. Veel, zoals in meer dan 10.000 km in een jaar. De meeste van die kilometers zijn routine: woon-werk verplaatsingen, boodschappen, familiebezoek, … dat soort dingen. Maar toch, indien de tijd het toelaat, wordt de fiets ook gebruikt voor reizen in binnen- en buitenland.

Daarnaast hoort een mens soms ook wel eens de ervaringen van andere fietsers, ook in binnen- en buitenland. Daar kun je een aantal “constanten” uit afleiden; algemene indrukken en ervaringen, bekeken door de bril van Vlaamse fietser. Een dergelijke ervaring is dat de “cultuur” van weggebruikers varieert van land tot land. Dan hebben we het vooral over het gedrag tegenover fietsers, want dat is ons perspectief.

Mijn meeste recente ervaring is toeren in Frankrijk en dan vooral buiten het stedelijke gebied. Daar viel het op hoeveel respect automobilisten hebben tegenover fietsers; hoeveel rustiger het eraan toegaat. Rakelings inhalen? Amper meegemaakt. Opdringerige automobilisten die net niet tegen je achterwiel rijden? Niet ervaren. Knipperen met de lichten, claxonneren, alle signalen die betekenen “uit de weg, ik wil voorbij”: niet meegemaakt. Integendeel: toen ik aan 10 km/u of minder een helling op zwoegde, vertraagde geregeld de achteropkomende automobilist. De vier knipperlichten gingen aan om achterliggers te verwittigen en er werd rustig, op een ruime afstand, gewacht tot er voldoende ruimte en zicht was om in te halen. Om in te halen rijden ze in Frankrijk bijna in de berm aan de linkerkant! En dat in het land dat pakweg 20 jaar geleden bij de slechtste leerlingen in Europa behoorde wat verkeersveiligheid betreft.
Datzelfde hoor ik van andere fietsers. Het is daar dus relaxed fietsen.

Over Nederland hoor je dan weer: “fietsland”, “ideale, perfecte, vrijliggende fietspaden”. Op het vlak van fietsinfrastructuur komt Vlaanderen nog niet aan hun enkels, ondanks alle politieke verklaringen. Maar wat je dan zelf ervaart en van anderen hoort, is dat het heel gevaarlijk wordt als je op wegen terechtkomt waar geen fietspaden liggen. Dan lijken fietsers weer vogelvrij verklaard, dan lijkt het alsof een fietser enkel op een fietspad mag rijden. (ik weet het: dit is heel sterk veralgemenend)

Vlaanderen ligt daar tussenin. Er zijn dus weinig fietspaden, zoals in Frankrijk, en waar er geen liggen, ben je opgejaagd wild, zoals in Nederland.

Dan ga je je vragen stellen. Hoe komt dat? Vanwaar die verschillen?

Een begin van een antwoord zou het onderstaande bord kunnen zijn.

Chartres, juli 2014

Chartres, juli 2014

Ooit al zoiets gezien bij ons? Ik niet. Let ook op de afstand: hier is dat 1m, hoewel niemand dat lijkt te weten. Daar is dat anderhalve meter! En dat wordt gerespecteerd.

Daar hoort een lange, ononderbroken ordehandhaving bij. Niet, zoals in België, de boetes nog maar eens verhogen, maar wel effectief controleren en bestraffen. Pakkans vergroten is bij onze zuiderburen geen politieke verklaring, maar harde realiteit. Dat geldt voor alle categorieën weggebruikers en zo voedt de overheid de mensen op. Dat het werkt, was heel duidelijk tijdens mijn recentste fietsreis. Het betekent wel dat eerst het inzicht er moet zijn dat het gedrag veranderd moet worden. Als je niet over de grenzen heen kijkt, merk je dat niet.

28jul14, 16u03, Sint-Lucasziekenhuis

28jul14, 16u03, AZ Sint-Lucas

28jul14, 16u03, Sint-Lucasziekenhuis

28jul14, 16u03, AZ Sint-Lucas

28jul14, 16u03, Sint-Lucasziekenhuis

28jul14, 16u03, AZ Sint-Lucas

Vandalisme is een raar beest…

Fahrradzeit (11): mengen

14 augustus 2014

Het mengen van fiets- en autoverkeer wordt in Gent al jarenlang bewust toegepast.
Dat levert soms verhitte discussies op tussen idealistisch denkende ambtenaren en zich gesandwicht voelende fietsers.
De ene denkt vanuit de fitte assertieve fietser.
De andere vanuit de niet-assertieve fietser, vaak als bezorgde ouder.
“Gesandwicht” is nog een eufemise.
De fiets als snelheidsremmer, ja!
Het sluitstuk van dit mengbeleid – correcte politiecontroles- is namelijk afwezig.
Een achillespees om U tegen te zeggen.

De beleidslijn om ook voetgangers en fietsers te mengen kon je afgelopen jaren lezen in nieuwe fietspaden in parken (bijvoorbeeld het Keizerpark of Portus Ganda).
Daar was ik geen voorstander van.
Too many conflicts.
“Elk zijn plaats” leek me logischer.
Ook de waslijst klachten over fietsers op het voetpad baarde me zorgen.
Enerzijds had ik begrip voor voetgangers die kloegen dat “hun domein” niet meer van hen was.
Anderzijds zag ik uit mijn keukenraam hoe fietsers vaak de keuze hadden tussen geblokkeerd zitten in een autofile, of zich op het voetpad “gooien”.
Wie in mijn straat woont kent het begrip canyon-vervuiling.
In het dialect: een ottostinkstroate.
Ik twijfel om vanaf september ‘s morgens een stofmaskertje voor m’n neus en mond te schuiven.
Lady L merkt bij het lopen het verschil van luchtkwaliteit met Leipzig.

In Dresden en Leipzig zag ik een ander concept van ruimtegebruik.
Groot verschil met Gent: de straten en voetpaden zijn er meestal véél breder dan bij ons.
Voetgangers en fietsers delen zeer evident dezelfde “ruimte”.
Soms het voetpad.
Soms de voetgangerszone.
Ook in parken.

18jun14, 15u25, Dresden

18jun14, 15u25, Dresden

18jun14, 15u26, Dresden

18jun14, 15u26, Dresden

18jun14, 15u28, Dresden

18jun14, 15u28, Dresden

18jun14, 15u34, Dresden

18jun14, 15u34, Dresden

24jun14, 16u43, Leipzig

24jun14, 16u43, Leipzig


Ook verkeerslichten zijn hierin duidelijk:
18jun14, 21u58, Dresden

18jun14, 21u58, Dresden


Het werkt, in die twee steden toch.
Volgens mijn oppervlakkige (!) vakantiewaarneming gaat dat vlotjes.
Enig minpunt: koning auto is er keizer.
Beschouw dit als een waarneming, niet als een waardeoordeel, vermoedelijk ook niet de volle waarheid, want zonder cijfers over eventuele ongevallen of ongenoegen tussen voetgangers en fietsers.
Maar het kietelde me wel.
En deed mijn mening over mengen van voetgangers en fietsers opschuiven.
Het kan dus, vrij harmonisch.
Het magische woord is “aangepaste” snelheid.
Fietsers horen dat begrip te kennen, en met degelijke remmen kunnen stoppen voor elke opduikende voetganger.
Zeker voor kinderen, een evidentie.
Maar ook voor touristen.
Ook voor shoppers.
Dat zijn twee stedelijke “doelgroepen” die zich even grillig verplaatsen als -euh- kinderen.
En nee, de argumenten “ik heb nooit een ongeval” en “ik kan zeer goed rijden” klinken te bekend in de oren.

Het merendeel van de Gentse fietsers rijdt “aangepast”.
Is ook hier een degelijk politioneel sluitstuk nodig om de kleine minderheid slalommende racers in te tomen?
Voorlopig -voorlopig- lijkt me dit geen prioriteit.
In de toekomst zeker wel.
Hoe meer fietsers er zijn, hoe meer potentiële conflicten tussen fietsers.
Want niet alle fietsers zijn heilig.
Assertieve fietsers zullen moeten leren fietsen tussen de groeiende groep niet-assertieve fietsers.
“Hazen” horen zich aan te passen aan “slakken”.
Anno 2014 kan een grotere zichtbaarheid van de fietsbrigade op hoofdfietsroutes in de ochtend- en avondspits al veel betekenen.
Voor alle weggebruikers.
Ook voor foutparkeerders op fietspaden.

Lintjes

17 juli 2014

Lady M kocht vorige week een lichte fiets.
Het is menens.
Volgend jaar wil ze van Wenen naar Boedapest fietsen.
Vanavond haalde ze me na het werk op aan het Sint-Pietersstation voor een zwoel oefentochtje.
Zalig flaneren door een zomerse bries.
En passant even kijken hoe vlot ze kan fietsen/passeren aan de wegenwerf aan haar werk.
Dan verder de Ringvaart over, en zo richting Merelbeke.
Nog even grimlachen met de zoveelste “fietsers afstappen”, wat je moet vertalen als “trek uw plan” en “val niet over de modder of de aardekluiten”:

16jul14, 20u12, Buitenring Zwijnaarde

16jul14, 20u12, Buitenring Zwijnaarde

16jul14, 20u12, Buitenring Zwijnaarde

16jul14, 20u12, Buitenring Zwijnaarde

En kijk, als er op zo’n mooie avond mensen stappen en fietsen met een sjaal om de nek wil dat zeggen: voetbal in de Ghelamco.
Leuk sfeertje.

16jul14, 20u21, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u21, Binnenring Zwijnaarde


Aan de Ghelamco weer de Ringvaart over om de Schelde op te zoeken.
Traagjes kijkend naar de blauwwitte fietsers en stappers.
Een politieman stuurt aan de rotonde stappers terug, cars only:
16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

Dat hadden we in de lente al gezien: voetgangers en fietsers mogen onder geen beding de autodoorstroming hinderen.
Ze moeten het rondje langs het tunneltje doen.
Fietsers moeten aan het busstation tussen de auto’s wriemelen, en daar dan de grote fietsstalling opzoeken.
Dat herinnerde ik me nog.
Dat er in de lente een politielint over het fietspad hing herinnerde ik me niet.
Dus bijna hing ik op deze mooie avond met mijn fiets in de lintjes:

16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u19, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u20, Binnenring Zwijnaarde

16jul14, 20u20, Binnenring Zwijnaarde

Geen waarschuwingsbord.
Geen politieman.
Enkel de terugstappers die sarkastisch riepen “daar mag je niet door van de flikken!”
De politiemannen iets verderop die ik vroeg om deze licht gevaarlijke situatie te melden aan hun overste deden of hun neus bloedde.
Licht hilarisch.
“Dat is de voetbal hé, meneer”, zei de ene.
“Dat is daar Gent hé, meneer, ik ben van Merelbeke” orakelde de agent.
Op zijn hemd las ik “Interventiekorps Oost-Vlaanderen”.
Zou bij een valpartij over de lintjes hun neus even professioneel bloeden?
En ik weet het, er zijn in deze wereld ook echte problemen.

Pikkedieven

2 juni 2014

Lady S is een pendelstudent.
Ze neemt de trein als was het een tram.
Elke dag zonder een milligram morren of klagen de trein op en af naar Brussel.
In Brussel wandelt ze tussen school en het Centraal Station.
Hier in Gent fietst ze naar en van het Sint-Pietersstation.
De fiets, zo’n retrokoersding stalt ze altijd op de Sint-Denijslaan Koningin Mathildeplein.
Afgelopen maandag was haar eerste examen, de start van een paar pittige weken.
‘s Middags belde ze emotioneel: haar remmen waren gestolen.
Hé?
De remmen?
Ja.
De remmen.
Wiedoetdatnu?
Ik was onderweg naar mijn ouders in Z.
Mama M was aan het werk, dus sliep (want psychiatrisch nachtverpleegster).
Wat nu?
Max Mobiel bleek de oplossing.
Dat hadden ze nog niet meegemaakt.
Op klaarlichte dag loopt daar dus iemand onderdelen te demonteren.
Jammer, de camera op de stallingen was er niet meer.
Case closed.

Zaterdag gingen we met een klad gezellig volk in Brussel de Borremans bezoeken. (aanrader! kijk vooral naar zijn voorstel anno 1999 voor een monument op het Laurentplein)
Back in town staan we op het Mathilde”plein” nog even te keuvelen met A.
Zijn fiets had een rare bluts in het kader.
Na een bezoek aan zijn teerbeminde in Manchester vond hij op zondagavond zijn vier maand oude gemerkte fiets “in shock”.
Nog net fietsbaar.
Dit zijn de “littekens”:

31mei14, 17u09, Koningin Mathildeplein

31mei14, 17u09, Koningin Mathildeplein

31mei14, 17u09, Koningin Mathildeplein

31mei14, 17u09, Koningin Mathildeplein


Zouden camera’s een afschrikeffect hebben op pikkedieven?

Het meest grimmige aspect van de werking van Perpetuum Mobile waren de dodenwakes. In die tijd vielen er veel doden op de weg in Gent.

affichedodenwakec

 

Ter vergelijking: je had als fietser zowat vijf keer meer kans op een dodelijk ongeluk  in het begin van de jaren negentig dan nu (Gent is nog altijd geen echt veilige fietsstad:  fietsen hier is ongeveer twee of drie keer gevaarlijker dan fietsen in Amsterdam).Wat de verontwaardiging nog deed toenemen was de manier waarop dit werd afgedaan. Een dode fietser was goed voor vijf lijntjes op de regionale bladzijden van de krant. Voor zover iemand er een probleem van maakte waren er twee opties.

Ofwel (dat was de fietsvriendelijke optie) beschouwde men het gevaar als een probleem waaraan niets te verhelpen was. Maatregelen waren overbodig, want ze zouden toch niets uithalen. Als je verder doorvroeg bleek dat men niet zozeer geen passende maatregelen kon bedenken, maar dat men fietsers gewoon de moeite niet waard vond. Infrastructuur voor veiligheid? Te duur. Snelheidsbeperking? Hindert `het verkeer’ (alsof fietsers geen verkeer zijn). Alles wat het probleem kon verhelpen was `niet realistisch’.

Ofwel (dat was de meest verspreide optie) legde men de schuld bij het slachtoffer. Een citaat: ‘Natuurlijk veroorzaken niet alleen technische mankementen [van fietsen] ongevallen. Bij volwassen fietsers zijn die ook  te wijten aan de eigen instelling’.
Of nog: ‘De veiligheid van de fietsers begint met zelfdiscipline, naleven van de wegcode en respect voor de anderen. Dat alles negeren de fietsers spijtig genoeg vaak volledig.’ Dat de oorzaak ook wel eens bij andere weggebruikers zou kunnen liggen wordt absurd gevonden. Als Perpetuum Mobile bij een dodenwake op de Stropkaai opmerkt dat de fietser voorrang had, haalt de journalist van dienst de voltooid verleden toekomende tijd (…zou voorrang hebben gehad..) boven om zijn ongeloof uit te drukken. Meer nog, niet alleen hebben de fietsers al het gevaar aan zichzelf te wijten, ze zijn er nog blij mee ook. Fietsers zoeken het gevaar, ze vinden het spannend zijn twee andere citaten. Maar de hoofdvogel in deze categorie schoot de Gentse burgemeester, Gilbert Temmerman, in 1993 af: zelfmoordenaars.

De Gentenaar(?), januari 1993

De Gentenaar, januari 1993


Telkens een fietser omkwam in het verkeer werd er, meestal een week of zo nadien, een druk kruispunt gedurende de avondspits voor een half uur geblokkeerd. Een krantenartikel spreekt van guerillatactieken en dat is een correcte omschrijving. Het was een krachttoer om zonder het medeweten van de politie een paar honderd actievoerders bij mekaar te krijgen. Veel automobilisten reageerden bijzonder agressief (niet allemaal, sommigen toonden echt wel respect voor het slachtoffer en steunden de actie) zodat je als actievoerder ook nog klappen riskeerde, al is het bij een beetje trekken en duwen gebleven.
foto Perpetuum Mobile, zonder datum

foto Perpetuum Mobile, zonder datum


Begin 1993 was de trieste lijst van de affiche aangevuld met nog drie namen. De Gentse burgemeester gebruikte dan ook het woord terrorisme. Een gepaste term, zo zou je denken na zeven doden, maar vreemd genoeg wees hij met een beschuldigende vinger naar de fietsbeweging. Dat fietsers en voetgangers (een of twee van de slachtoffers waren voetgangers) omkwamen in het autoverkeer was nog tot daaraan toe, maar dat om de paar weken een kruispunt geblokkeerd werd, dat was terrorisme. Er werd gedreigd met vervolging (gelukkig waren er nog geen GAS-boetes in die tijd) en inbeslagname van de fietsen die bij de blokkade gebruikt werden.

De Morgen, 11 maart 1993

De Morgen, 11 maart 1993

De acties waren echter erg succesvol in het overbrengen van de boodschap. Niemand kon er nog omheen: het verkeer was moordend en het was dringend nodig om daar iets aan te doen. De pers berichtte vrij uitgebreid over de acties en dus ook over de eisen en de verontwaardiging van de actievoerders. Morgen maken we een balans op van vijf jaar actievoeren.

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 912 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: