Home

Volgende week donderdag is het 25 april.
Dan opent de fietstunnel onder de Dampoorttreinsporen officiëel zijn “deuren”.
Daarna is het zondag 28 april.
Dan is er om 14u vanop de Vrijdagsmarkt een Critical Mass XL, een fietstocht langs de 13 kilometer lange kleine ring, met als eindpunt een collectieve duik in de nagelnieuwe de fietstunnel. (het Facebookevent staat hier, meer details leest u op vrijdag 26 april op Fietsbult)

Op 25 april krijgt Sint-Amandsberg een zesde doorbraak onder de spoorlijn Gent-Antwerpen richting Gent.
Kwisvraag: waar zijn die vijf bestaande doorgangen?
– Jan Delvinlaan.
– Forelstraat
– de vier Dampoortbogen
– Een werktunneltje tussen Spijkstraat (?) en Koopvaardijlaan
– Hogeweg
De verwachting is dat deze fietstunnel snel een grote stroom fietsers zal aantrekken.
Hopelijk zijn de verkeerslichten aan de Kasteellaan / Gandastraat hierop voorzien.

Het voelt een beetje bizar dat de nieuwe pijl aan Dampoortstation wijst naar Gent Centrum en Gentbrugge, en niet naar Sint-Amandsberg:

15apr19, Dampoortstation

Dat komt omdat het tunneltje uitkomt op het snijpunt van een uiterste hoek van Gent (het eerste deel van de Dendermondsesteenweg is 9000 Gent), en de meest Zuidelijke wijken van Sint-Amandsberg rondom Dendermondsesteenweg (met postcode 9040).
Gentbrugge kan je bereiken via de as Bijgaardepark – Denderlaan – Jan Delvinlaan – Vlaamsekaai – Saskes, of via de oversteek aan de Gandastraat, en zo verder via Kasteellaan en Eendrachtstraat naar de Saskes.

Tussen alle fietstallingen, en knal op de fietsroute naar de fietstunnel naar Gentbrugge en Gent Centrum zit er nog een kleine autoparking-enclave met 20 à 30 plaatsen:

15apr19, Dampoortparking


Zou dat de bedoeling zijn?

15apr19, Dampoortparking

15apr19, Dampoortparking

In de hoek van het terrein ligt nog een stapel fietsstallingsdaken stof te vergaren / te wachten op een locatie.
Mogen we hopen dat die hier opgebouwd worden?

15apr19, Dampoortparking

Nog een Dampoortstallingsnieuwtje: op 3 mei wordt er een electriciteitsleiding gelegd voor een toekomstige nieuwe stek van de Fietsambassade.
Daarom moeten flink wat fietsstallingen tijdelijk ontruimd worden, vermoedelijk voor korte tijd.
De stallingen zelf zouden blijven staan.

15apr19, Dampoortparking


Wie de oude “tijdelijke” barakken, ooit geplaatst door Max Mobiel, qua comfort en isolatie van naderbij bekijkt weet dat ze (hoogst) dringend mogen vervangen worden.
Het grappige Nie neute, nie pleuje-bord dat er zaterdagavond nog stond is er helaas niet meer te vinden:

13apr19, Dampoortparking

Dieren

11 april 2019

Sommige wegbeheerders durven zich nogal laatdunkend uitlaten over fietsers. Maar dat het zo openlijk gebeurt als hier in Sinaai, dat had ik nog niet meegemaakt.

10apr19, 15u05, Weimanstraat, Sinaai.

Heb je dat ook?
Dat als er iets plaats vindt waar je eigenlijk héél héél blij zou moeten mee zijn, dat dan eerst de ergernis uit het rotte verleden naar boven spuit?
Dat je jezelf bijna moet verplichten om blij te zijn?
Dat lukt meestal pas als de frustratie over wat niet was plaats ruimt voor de blijdschap over de andere toekomst.
Ik heb dat soms.

De schop die de grond raakt is het belangrijkste moment om van een gevaarlijk punt iets anders te maken.
De openstelling is het tweede belangrijkste moment.
Vorige week ging de schop in de grond.
Pas dan weet je dat er hoop is.
Tot aan de opening van de onderdoorgang onder de autostrade B401 is de Sint-Lievenspoort één van de ergste stadsmuren, waar fietsers en voetgangers oversteken op eigen risico.
Het is dè plek bij uitstek waar bleek dat de Vlaamse overheid de auto centraal bleef stellen in haar mobiliteitsbeleid.
Waar bleek dat verkeerslichtenbeleid een restant was uit de vorige eeuw, zonder middelen, en zonder mankracht.
Een middelgrote Nederlandse stad als Maastricht heeft méér kruispunt- en verkeerslichtenambtenaren in dienst dan de Vlaamse Overheid voor zijn ganse grondgebied.
Als er in Vlaanderen vergaderd wordt over de herinrichting van een kruispunt, dan is zonder een verkeerslichtenspecialist aan tafel.
Waar automobilisten luid claxoneerden naar overstekende fietsers, en waar je het ze niet eens kwalijk kon nemen omdat hun blik enkel het tweede licht op rood kon zien, en niet het eerste licht, dat voor fietsers op groen stond.
Waar de palen herschilderen in geel en zwart een prioriteit was.

Genoeg!
De schop zit in de grond, en daar ben ik blij om.
De helse oversteek van de Sint-Lievenspoort krijgt een onderdoorgang.
Vanaf dan fietsen we onder de hel.
Daarna is het hopelijk de beurt aan de hel van het Tolhuis.

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Sint-Lievenslaan / Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde / Sint-Lievenslaan

05apr19, Bovenschelde

Hier blijft het wachten op een verhoogd tweerichtingsfietspad. Er is plaats zat:

05apr19, Bellevue

05apr19, Keizervest

05apr19, Bovenschelde, kant Keizervest

Conflictpresentatie

5 april 2019

Kristof is een nieuwe stem op Fietsbult.
Veel leesgenot!

Vorig jaar ging ik naar een infoavond waarop de voorontwerpplannen werden getoond voor de heraanleg van de Alfons Braeckmanlaan. Ik hoorde daar voor het eerst de term “conflictpresentatie”. Afgaande op de naam en op de plannen die ik zag leidde ik af dat men kruisende weggebruikers (bijvoorbeeld fietsers die een weg met auto’s kruisen) via de weginrichting doet vertragen of stoppen, en wel op zo’n manier dat men elkaar makkelijk in het blikveld krijgt. Met andere woorden: het ‘conflict’ (de kruising) wordt duidelijk gepresenteerd aan de ‘conflicterende’ weggebruikers.

Ik moet steeds terugdenken aan deze term wanneer ik ter hoogte van het UZ de Zwijnaardsesteenweg kruis om de De Pintelaan in te rijden.

20190326_084937.jpg

Na het oversteken van de Zwijnaardsesteenweg volgt er een paar luttele meters fietspad waarna je de rijweg moet kruisen om op het hobbelige klinkerfietspad tussen de bomen te komen. De voorrangssituatie is mij hier niet volledig duidelijk; ik vermoed dat het autoverkeer voorrang heeft, tenzij hier de voorrang van rechts geldt. In ieder geval, als fietser moet je quasi achterom  kijken om te zien of er een auto aankomt. Dat lijkt me een conflictpresentatie voor mensen met een soepele nek. Er zijn dan ook wel wat fietsers (die misschien net als ik een wat stijvere nek hebben) die de vlucht vooruit nemen, een paar meters op de rijweg rijden en links het fietspad oprijden.

20190326_085059.jpg

Dat is ook niet geheel onlogisch. Als je aan de Zwijnaardsesteenweg voor het rood stond is de kans groot dat, wanneer het licht op groen springt, zich ook een rij auto’s op gang trekt die je eerst moet laten passeren vooraleer je kunt oversteken.

Misschien was het beter geweest die eerste paar meters om te vormen tot een stukje fietsstraat?

Een nog moeilijker geval van conflictpresentatie doet zich voor op een eerder stuk van mijn woon-werktraject, namelijk waar de Nijverheidskaai uitkomt op de Waterkluiskaai, ter hoogte van Gentbrugge-brug.

20190212_083543.jpg

20190212_083239.jpg

Komende van Gentbrugge-brug is het soms een huzarenstuk om het fietspad langs de Schelde op te rijden. Hier ontbreekt zelfs een visuele oversteekstrook. Achteropkomende auto’s proberen je soms nog in te halen in de bocht en het is uitkijken voor tegenliggend verkeer dat van achter de bocht komt (en soms nog eens de bocht afsnijdt). Ook hier kiezen vele fietsers voor de assertieve aanpak: rijden in het midden van de rijstrook zodat achterliggende wagens hen tenminste al niet kunnen inhalen.

20190212_083553.jpg

20190212_083243.jpg

Al helemaal te gek vind ik de oversteek voor wie al op de Waterkluiskaai rijdt, komende van Gentbrugge-brug en de oversteek wil wagen naar het fietspad.

20190212_083428.jpg

Daar trotseert de dappere fietser immers 3 autostromen: de achterliggende, de tegenkomende, alsook auto’s die vanuit de Nijverheidskaai linksaf draaien (en jou de voorrang soms afsnijden). Qua conflictpresentatie had dat beter gekund.

De buurvrouw

3 april 2019

Op weg naar huis staat links in de verte een ziekenwagen dwars over de weg.
Het zal toch niet waar zijn?
Doet de Dampoort alweer haar rotte reputatie “eer” aan?
Naar huis, of toch even passeren?
Een witte 4×4 van een duur Duits merk met een dure nummerplaat staat voorbij het het kruispunt, iets verderop.
Schuin.
Een vrouw wordt door ambulanciers verzorgd.

02apr19, Antwerpenplein

Hoe zou het haar zijn?
Op HLN.be wordt de chauffeur geprezen omdat hij geen vluchtmisdrijf pleegde.

02apr19, Antwerpenplein

Maar ik ken dat kapsel… en die jas… het is precies een buurvrouw uit de straat…
Jawel ze is het.
Dju!

Dag mevrouw, hoe is het?
Oh, zijdet gij?
Gaat het?
Geen pijn pijn aan uw hoofd?
Mijn hoofd is goed, maar zovéél zéér aan mijn been!
Hij – den dienen daar- kwam veel te rap van de Dampoort, en hij had mijn achterwiel mee!

Zal ik uw man verwittigen?
Jaaaa, want hij neemt zijn telefoon niet op.
Zeg me nog eens uw huisnummer?
…… Ja, en zegt hem dat ik mijn papieren niet mee heb.
Mijn been doe zo zeer.

Het been is ingepakt.
Een ambulancier brengt haar hoofd omhoog, waarbij ze roept van de pijn.
Naar welk ziekenhuis wordt mevrouw gebracht?
Ik woon in haar straat, en zal haar man verwittigen.
Sint-Lukas.
De politie arriveert.

Ik breng mijn fiets naar huis, omhels mijn teerbeminde -die naar haar werk vertrekt- een paar seconden langer dan bij andere thuiskomsten, vertel haar nog snel het verhaal, stap naar het huis van de buurvrouw, en vind de man niet thuis.
Ook de directe buren kunnen me niet helpen.
10 à 20 minuten later zie ik hem wel, hij komt dan net met per fiets terug van het kruispunt.
Ik vraag of er overtreden snelheid in het spel was?
Hij reageert innemend en rustig: “Ik ken de omstandigheden niet, laat ons afwachten.”

Ik ga naar huis, eet, en zet de tv aan.
Het is De afspraak, bekijk het hier.
Het gaat over Brussel.
Maar even vaak over de rest van het land.

02feb19, De Afspraak


Daar vallen zinnen als:
– Autodoorstroming is belangrijker dan verkeersveiligheid.
– Het gaat over hoe wij als maatschappij onze stad, onze samenleving inrichten.
– Met de groei van onze steden moeten we gewoon het autoverkeer gaan beperken.
– Over 50 jaar kijken we terug naar deze tijd, en kunnen mensen zich niet voorstellen hoe roekeloos we met onze kinderen, met onze infrastructuur zijn omgegaan.
– Het is niet omdat je op een fiets zit dat je een heilige bent.
– Het ISA-systeem geeft aan als je te snel rijdt.
– Apparatuur om te verkennen, om te zien of er voetgangers zijn, kosten héél kleine bedragen; daar kan een sierstrip op een auto een veelvoud van zijn.
– Waarom kan je een auto kopen die 300 kilometer per uur kan rijden?
– Het enige alternatieve politieke objectief is nul verkeersdoden.
– Hoffelijkheid is iets ontzettend belangrijk.
– De politiek van de hoffelijkheid kan moeilijk rechtstreeks geimplementereerd worden in de geesten van de mensen. Je moet het doen via de ruimtelijke infrastructuur, politietoezicht en technologie in de auto’s. Hopelijk krijg je zo de hoffelijkheid.

Buurvrouw is een niet assertieve fietser.
Steeds op haar hoede.
Steeds traag.
Vaak zie ik haar te voet oversteken.
En toch…
Ze leeft nog, en daar ben ik blij om.

18 na 1.
Buurman mailt.
Ben net terug van het ziekenhuis.
B stelt het relatief goed.
Ze heeft wel een complexe breuk van het bovenbeen.
Voorlopig hangen er gewichten aan en normaal wordt ze morgen geopereerd.

Had ISA dit ongeval kunnen voorkomen?

Aprilgrap

1 april 2019

Het had een aprilgrap kunnen zijn.

Sinds de dochters elders hun nest vonden probeer ik mijn teerbeminde zo rond haar verjaardag te ontvoeren naar een stad op treinafstand.
Vorig jaar was het Nantes, dit jaar London.
Dan doen we dagenlang wat we in Gent amper doen: wandelen.
Slenteren, maar vooral: stappen.
Urenlang stappen, of beter: zwerven.
En het openbaar vervoer “testen”.
In Nantes zagen we verkeerslichten van de 21e eeuw.
De bus had een eigen busbaan, en kreeg op èlk kruispunt een veilig groen licht.
Technische perfectie, en bijgevolg een succesvol openbaar vervoer.
Zo haal je mensen uit de file.
Het kan dus, de techniek bestaat.
Wat wil zeggen dat het ook bij ons moet kunnen.

London is nog absoluut geen fietsstad.
Het is een stad zonder kinderen en bejaarden op de fiets.
Er zijn amper fietspaden, dus louter assertieve fietsers.
Je ziet kiemen van fietscultuur, te vergelijken met Gent in de jaren 90.
Zo zijn er fietsroutes uitgetekend, en is er een stallingbeleid.
Misschien later meer hierover.
Je ziet wèl fietscultuur alom.
Bijvoorbeeld in deze kledingwinkel in Portobello Road:

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Dàt had ik nu nog nooit gezien!
Die Britten toch!
Waar had de winkelier dàt gevonden?
“Well, I had and old bike and an old camera, so this is my particular interpretation of a GoPro”.
Het had een aprilgrap kunnen zijn.

Onderstaande tekst van Eva Van Eenoo verscheen in Frontaal, het driemaandelijks tijdschrift van Gents Milieufront, jaargang 22, nummer 1.

Vandaag zijn fietspaden één van de belangrijkste eisen van de fiets- en milieubeweging. Ook ministers pakken er graag mee uit: we investeren jaarlijks 100 miljoen euro in fietspaden! De achterliggende gedachte: fietspaden zorgen voor veiligheid en dat overtuigt mensen om te fietsen. Wat ik in dit artikel wil beargumenteren is dat fietspaden niet noodzakelijk zo’n neutrale infrastructuur zijn waar we altijd voor moeten applaudiseren.

Mocht je begin 20ste eeuw aan de gemiddelde stedeling gevraagd hebben wat de functie was van een straat, had je waarschijnlijk erg uiteenlopende antwoorden gekregen: speelplek, ruimte om handel te drijven, keuvelen, zien en gezien worden, fietsen, wandelen. Maar, er zou weinig discussie geweest zijn over het feit dat straten hoegenaamd niet werden aangelegd met de bedoeling auto’s aan hoge snelheid door te laten rijden. De auto werd lange tijd beschouwd als onwelkome gast, als indringer. In 1930 waren er in Europa voor elke auto zeven fietsen. De dominantie van de fiets onmiskenbaar. Maar op het moment dat de rijke middenklasse zich stelselmatig begon te verplaatsen met de auto en de democratisering van de auto zich doorzette, werden fietsers meer en meer beschouwd als een probleem, als obstakels die de vlotte doorgang van het “serieuze” of het moderne verkeer belemmerden. Fietsers lagen aan de basis van verkeersopstoppingen en ze brachten zichzelf in gevaarlijke situaties. Dergelijk blaming-the-victim discours horen we vandaag ook nog regelmatig.

Autodominantie
We zijn de autodominantie van vandaag zo gewoon, maar er werd in de loop van de 20ste eeuw een felle strijd geleverd om de straat, en de auto trok uiteindelijk aan het langste eind. De andere gebruikers dienden zich te houden strikte regels, opgelegd in wat we vandaag kennen als de Wegcode. Straten moesten in de eerste plaats het “verkeer” doorlaten, waarbij verkeer gereduceerd werd (en wordt) tot autoverkeer. Fietspaden werden aangelegd om fietsers letterlijk langs de kant te duwen. Soms werd het fietsers zelfs verboden om met twee naast elkaar te rijden. Die marginalisering kreeg ook een culturele vertaling. Eén waar we vandaag nog steeds niet van verlost zijn. Het is niet toevallig dat de Critical Mass slogans gebruikt à la “Wij rijden niet in de weg van het verkeer, wij zijn het verkeer”.

Fietspaden
Vanaf de jaren ’70 is er een duidelijke verschuiving merkbaar in het discours over het fietspad. Milieubewegingen vroegen in hun acties en campagnes om fietspaden. Fietspaden werden zo een symbool van duurzame mobiliteit en een milieubewuste levensstijl, en dat zijn ze vandaag nog steeds. Het scheiden van fietsers en automobilisten ontstaat uiteraard vanuit een bekommernis voor veiligheid en comfort. Maar, het aanleggen van fietspaden kan onbewuste beelden en normen in stand houden en verhullen dat we op die manier de fietser nog steeds als afwijkend beschouwen. Ze hebben immers aparte infrastructuur nodig, weg van het “normale” verkeer. Zo functioneren fietspaden als middel om auto’s vrij baan te geven en stellen ze de dominantie van het autoverkeer niet in vraag maar bevestigen ze die veeleer. Dat is de reden waarom ik zo’n pleitbezorger ben van het ciruclatieplan: het zorgt voor meer veiligheid én het trekt de scheefgetrokken verhoudingen tussen weggebruikers weer recht. Het haalt fietsers en voetgangers uit de marge en laat hen weer volop gebruik maken van de straat. Het laat toe om de straat opnieuw te beschouwen als een plek die meer mogelijk maakt dan enkel het faciliteren van het autoverkeer.

17apr18, Muinkkaai

Fietsstraten of fietszones
Laat ons nog even stilstaan bij fietsstraten. Daar krijgen fietsers de volledige straat ter beschikking, en worden ze niet langs de kant geduwd. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van het Gentse fietsstratenbeleid. Desondanks denk ik dat ze ook kunnen bijdragen aan het beeld van de fietser als afwijkende weggebruiker. Zo kreeg ik van automobilist ooit “dat is hier geen fietsstraat hé” naar het hoofd geslingerd toen mijn kinderen ik blijkbaar wat te veel in zijn weg reden. Fietsstraten creëren een veilig reservaat voor fietsers maar beperken op die manier onbedoeld hun bewegingsvrijheid. Ik denk dat de hele stad een veilig reservaat moet zijn, en dat we moeten denken in termen van fietszones. Zoals de hele binnenstad van Gent nu zone 30 is, zo zouden we ook kunnen beslissen om heel dat gebied fietszone te maken. Nergens fietsers inhalen, punt andere lijn. We zouden dit ook kunnen doen in grote delen van de 19de eeuwse gordel en de centra van de 20ste eeuwse gordel.
Het is nooit verstandig om het kind met het badwater weg te gooien, en ik denk dat een gezonde dosis pragmatisme zeker aan de orde is. Toch moeten we ons zeer goed afvragen waar en waarom we pleiten voor fietspaden of fietsstraten, en moeten we telkens grondig evalueren of we met dat pleidooi bijdragen aan een status quo of aan een duurzame samenleving.
[Voor dit artikel haalde ik inspiratie uit artikels en boeken van Ruth Oldenziel en Donald Weber, warm aan te bevelen!]

Eva Van Eenoo werkte jaren voor de Fietsersbond, en koos daarna voor een studie. Eva studeerde af in 2018 als stedenbouwkundige en ruimtelijke planner met een thesis over Bicycle Oriented Development. Ze werkt bij de onderzoeksgroep Cosmopolis Centre for Urban Research (VUB) aan een doctoraat over de verschillende dimensies van autoafhankelijkheid, en de relatie tussen de kenmerken van de bebouwde omgeving en autoafhankelijkheid. In haar vrije tijd denkt ze graag na over stadsontwikkeling, mobiliteit, fietsen en het discours dat we hanteren wanneer we het hebben over mobiliteit, en welke hierbij mogelijk achterliggende ideeën zijn.

%d bloggers liken dit: