Home

Opvoeden

10 april 2008

We kozen ooit om met ons gezinnetje in de stad te blijven. Er woonden tussen de koeien al genoeg mensen die allemaal samen in de file gingen staan om hun kinderen naar school, en zichzelf naar winkel of werk te brengen. Anno 1995 verhuisden we, en kozen een school in de buurt. We brachten onze onze kids met de fiets naar school, maar kropen bij regen of luiheid toch al te vaak in onze Citroën BX. De school groeide en werd gerenoveerd, en er kwam een parking voor de leerkrachten. Ouders pleitten voor een fietsrek. Anderen maakten bezwaar tegen de cultuur om kinderen met de auto vlak aan de ingang te droppen. Een paar maal per jaar kwam de politie langs om “aller! circuler!” te bevelen. De school organiseerde fietspoolen, zonder veel succes. Toch steeg de fietspopulatie jaar na jaar. Er kwamen fietsrekken bij. Er sneuvelden parkeerplaatsen van juffen. De Stad bouwde een fietsluifel. En in 2006 namen we -snif- definitief afscheid van het lagere schoolleven.

Wasstraat

De weg naar de secundaire school was niet zo veilig als we hoopten: die beloofde fietstunnel onder de spoorweg -die onze keuze van wonen deels had bepaald- bleek een kiesbelofte. En dit is de fietsstalling van de secundaire school:

08maa07 Abeelstraat

Er is gewoon geen plaats in het schoolgebouw. Fietsinfrastructuur is ook een kwestie van onderwijsbudgetten en schoolinfrastructuur.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 643 andere volgers

%d bloggers like this: