Statistieken

Meten is weten.
Statistieken helpen beleid uitstippelen.
Zouden beleidsmakers op Vlaams en stedelijk nivo weten waar, wanneer en waarom er fietsongevallen plaats vonden?
Ik stel me de vraag, want ik weet het niet.
Zouden politiediensten dit in gans België op een uniforme manier registreren?
Ik stel me de vraag, want ik weet het niet.
Hoe zou bijvoorbeeld dit ongeval met louter materiële schade geregistreerd worden?

07jun12, 19u56, Dampoortstraat

07jun12, 19u56, Dampoortstraat

Auteur: yves

Deze blog wil berichten over het fiets-wel en wee in een leuke stad.

11 gedachten over “Statistieken”

  1. En ik ken de antwoorden 😉

    Om even heel kort te zijn:

    – er is sprake van een grote onderregistratie van ongevallen, zeker van ongevallen met enkel materiële schade en eenzijdige ongevallen (zonder andere betrokkenen). Bij eenvoudige valpartijen met de fiets spreken we van onderregistratie van tientallen procenten, maar zelf niet alle ongevallen met doden belanden in de statistieken.

    – Neen, men weet niet goed waar er ongevallen plaatsvinden en nog minder wanneer en waarom.

    – Er is geen uniforme manier van registreren en de registratie is meestal nog beperkt tot plaats en ernst. Gegevens als oorzaak worden wel bijgehouden door o.a. verzekeringen, maar de diverse databanken die er zijn staan los van elkaar.

    1. Bijgevolg heeft de overheid er absoluut geen idee van wat de gevaarlijke punten zijn voor fietsers en is het beleid op dat vlak dus nattevingerwerk ?

      1. Men heeft een idee van echte zwarte punten, maar daar houdt het vaak bij op.
        Sommige steden en gemeenten doen het op dat gebied overigens minder slecht, zo staat stad Antwerpen redelijk ver in het verzamelen en verwerken van ongevallengegevens, al is ook daar nog werk aan de winkel.

    2. Naar aanleiding van de heraanleg van “De Sterre” heb ik enkele voorlichtingsvergaderingen bij gewoond. Ook daar kwamen die statistieken ter sprake. En ik moet jammer genoeg bevestigen wat Renaat hier schrijft: enkel de verzekeringen kennen de juiste cijfers en die raken niet bij de beleidsmakers. In feite zien die de correcte cijfers liever niet. Omdat die een onweerlegbaar bewijs zijn van hun falende beleid omtrent de zwakke weggebruiker.

  2. Als aanvulling een paar statistieken over de Belgische statistieken:

    – Als we de laatste vier jaar waarvoor er statistieken zijn samennemen dan vinden we daarin voor Gent 6 fietsdoden. In dezelfde periode hield de Gentse Fietsersbond 9 dodenwakes. Die 9 is een onderschatting van het werkelijke aantal doden. Vooral bij doden achteraf (wie binnen de dertig dagen na een ongeval overlijdt zou in de statistieken moeten komen) is de Fietsersbond niet op de hoogte.

    – In Nederland worden de statistieken grondig gescreend. De verhouding zwaargewonden/doden bij fietsers is daar 50. In België is dat 10. Ongeveer 10 tot 20 % van het verschil kan worden uitgelegd door de aard van ongevallen. Bij fiets-fietsongevallen zijn er weinig doden en relatief veel zwaargewonden. Bij vrachtwagen-fietsongevallen zijn er veel doden en relatief weinig zwaargewonden. Nederland heeft relatief meer fiets-fietsongevallen dan België. Aan de andere kant is de definitie van `zwaargewond’ in Nederland strenger dan in België. Op basis van dit soort feiten kan je besluiten dat minstens driekwart van de Belgische zwaargewonden niet tot in de statistieken geraken.

    – In Nederland is men gestopt met de lichtgewonden mee te tellen in het beleid omdat de tellingen te onnauwkeurig zijn. In België mag men ervan uitgaan dat de cijfers voor lichtgewonden pure bladvulling zijn. Zo waren er in Gent een paar jaar terug ineens ongelooflijk veel meer lichtgewonde fietsers dan het jaar daarvoor (vijf keer meer als ik mij goed herinner).

    – Bij mijn weten de laatste (en ook de eerste) uitgebreide poging om een zicht te krijgen op de oorzaken van ongevallen vinden we in het ontwerp voor een Totaalplan fiets. Dit bekijkt de periode 1991-2000 en kan hier gedownload worden. Natuurlijk is dit soort analyses niet meer waard dan de cijfers waarop ze gebaseerd zijn.

    1. Geen idee, ik heb er niet naar gevraagd, maar afgaande op de richting waarin de nummerplaat geplooid is geef ik je analyse 80% kans.

  3. ik ben er gepasseerd, fietser kwam inderdaad van rechts.. maar dan nog, een automobilist moet altijd voorbereid zijn op zulke zaken!

    1. Dus de autobestuurder moest voorrang geven aan de fietser. Wordt vaak niet gedaan, onder het mom van “ik kan er nog snel tussen, en het is toch maar een fiets, dus die kan snel stoppen”. Op dat kruispunt is het vaak van dat. Ik denk niet dat die auto het had geprobeerd met bus 3…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s