Home

Gentse Feesten 2013 (6): Kust mijn kloten

25 juli 2013

door Annelies De Waele

Het is zomer, er is zon, het is zwoel, de wereld is mooier, je fietst naar de Gentse Feesten. Veel mensen fietsen naar de feesten, er zijn massa’s fietsers, het is heel tof dat zoveel mensen nu met de fiets komen. Een nieuwe generatie is opgestaan. De fietsgeneratie. Dat hoop ik althans.

Dus fietsen we rustig en gezwind naar de Feesten, fietsen in Gent is leuk!

Tot we gisteren aan de Kemelbrug komen. Een bus komt van rechts, uit de Ham, zo’n lange bus. We laten hem even zijn ding doen, zo’n gevaarte besturen is niet licht en hij komt van rechts. Dan willen we doorrijden, richting brug. Maar na de bus komt nog een kleine auto. Hij rijdt niet, hij scheurt, hij drukt ineens nijdig op het gaspedaal. Hij komt uit de Ham en hij wil meteen weer de Ham in, dus neemt hij in volle snelheid een haarspeldbochtje, rond die vluchtheuvel. En rijdt ons bijna van de weg.

.

.

Ik ben een snelle fietser die zich aan de regels houdt. Ik zal nooit voetgangers van de weg maaien, maar zal hen wel duidelijk maken wanneer ze me in de weg lopen – op het fietspad bijvoorbeeld. Tring tring!
Voetgangers lopen vaak op fietspaden, te vaak.

Doorgaans ben ik ook een verfijnde fietser.

Maar als zo’n gefrustreerde flurk – mijnheer was geïrriteerd omdat het verkeer daar wat stropte (’t Is Gentse Feesten, mijnheer. De stad moet behoorlijk wat mensen en voertuigen slikken, mijnheer.’) – mijn benen en leven bedreigd, dan komt het beest in mij boven.
‘Klootzak!’ roep ik, terwijl iedereen rondom ons het kan horen. Er zijn op dat moment nogal wat mensen in de buurt. Verfijnd en vrouwelijk is het niet, dat gescheld, maar het overvalt je soms echt als je de schrik van je leven opdoet, als je in het nauw wordt gedreven. Zijn raampje staat open, hij heeft me gehoord. Of hij het woord heeft begrepen, weet ik niet. Hij kijkt boos, opgefokt, nijdig. Niet naar mij. Naar zichzelf. Denk ik.

Waarom ik dit schrijf?
Omdat ik het stilaan beu word.
Omdat dit niet af en toe gebeurt, maar zeer regelmatig: dat auto’s en moto’s je als fietsers bijna respectloos van de weg maaien, je de pas afsnijden (‘nog snel snel naar rechts, voor die fietser zijn wielen’). Er gaat geen dag voorbij of ik zie mensen achter het stuur bellen met hun GSM (‘je merkt zo dat ze met hun gedachten elders zijn’), hun richtingaanwijzers niet gebruiken, te snel rijden (dat vooral), geen plaats maken voor fietsers om rechts aan een verkeerslicht aan te schuiven als er een fietspad ontbreekt, op het fietspad parkeren, …
Als je dat dag in dag uit meemaakt, wordt het op de duur lastig.
Het is een beetje zoals met een peukje of een blikje op de openbare weg gooien: ‘Het is de eerste keer dat ik op een fietspad parkeer, madam’. ‘Ja, mijnheer, maar ge zijt al de 10e deze week die mij op deze manier in gevaar brengt. Snapt ge dat een fietser dat beu wordt, mevrouw, mijnheer’.

Ik fiets sinds mijn twaalfde door Gent, ik ben een gepassioneerd tweewielster, maar soms ben ik bang dat ik mijn ros in de stad aan de kant zal laten staan. Uit schrik.

‘Koop een fietshelm’, zeggen kenners.
Akkoord, maar wat is het volgende?
Armbeschermers, kniebeschermers, een harnas?
En het kan ook niet de bedoeling zijn dat alle fietsers een cursus yoga moeten gaan volgen om ‘zen’ te blijven op de fiets. Want ‘klootzak’ roepen zou ook wel eens slechter kunnen aflopen…
Al moet je dat ‘zennen’ vooral doen voor jezelf.
Ik merk de laatste jaren dat ik vooral last heb van niet-zennigheid wanneer ik in de stad op de fiets zit. Dan gaat mijn zennigheid verloren.
Maar misschien blijven we met zijn allen, de fietsers, net té zen. Misschien moeten we met zijn allen, met al die fietsers een keer heel hard roepen.
Dat we al die klootzakken die denken dat de weg van hen alleen is en die denken dat een auto een stuk van zichzelf is, beu zijn.

Het gaat niet over auto’s, het gaat erover dat bepaalde mensen te weinig empathie en verantwoordelijkheidszin hebben om zo’n gevaarlijk ding te besturen. Want veel chauffeurs zijn ook hoffelijk, en houden zich aan de regels. En ja, er zijn ook veel fietsers die ik af en toe van hun zadel zou willen sleuren en eens hun hoofd tussen hun twee oren zou willen zetten.

Het ergste zijn mensen die zelf nooit een fiets beklimmen. Hun empathie met de zwakke weggebruiker staat op een lage pit, is nul komma nul.
Wij moeten een helm kopen? Awel, laat die mensen eens een inleefcursus doen!
En sla hen om de oren met de gevolgen van hun egoïstisch en onbeschaafd rijgedrag: verlamde ledematen, geamputeerde fietsers, kinderloze ouders.

En leer hen vooral dat een auto geen verlengstuk is van hun lijf. Het is gewoon een blikken doos op vier wielen met een motorke erin. Als je daar je identiteit moet op bouwen, ben je toch maar een zielepietje.

Misschien moeten wij fietsers met zijn allen wat citaten uit de film ‘Aanrijding in Moscou’ van buiten leren, die we op gepaste momenten kunnen inzetten.

“Gij zit daar hoog en droog in uw cabine maar ge ziet niet wat dat er rond u gebeurt. Kust mijn kloten!”

Wie ondertitels nodig heeft:

10 Responses to “Gentse Feesten 2013 (6): Kust mijn kloten”

  1. Danny Says:

    Mooi…kon zo uit mijn hand zijn geschreven.

    • baverhae Says:

      Fantastisch, zooo herkenbaar.
      Ik probeer elke dag opnieuw ‘zen’ te blijven, zowel op de fiets als op de motor, want ook als motorrijder word ik vaak in de hoek gedrumd.
      Van elke auto die op het fietspad staat neem ik een foto, dat helpt. De betrokken bestuurder is vaak veel minder ‘zen’. Ze voelen zich betrapt, worden boos, soms heel erg boos, met verwijten, dreigementen…Onlangs zelfs een beambte van de stad Gent. Na klacht bij de administratie wel heel snel een telefoon gekregen maar de betrokken persoon heeft men niet gevonden, of moet ik zeggen: niet ‘willen’ vinden. Vroeg of laat krijg ik eens klappen van zo foutparkeerder.
      Fietsdieven, nog zo een ergerlijk iets. De laatste die mijn fiets probeerde te pikken betrapte ik op heterdaad. Een pak rammel werd zijn deel. Wie zat uren op het politiebureel en wie kon na vijf minuten al beschikken? Wat denk je. De vriendelijke politie-inspecteur had gelijk in zijn betoog dat we niet in de far west zijn maar moesten ze nu echt dat mottig sujet direct weer laten lopen? Waarschijnlijk was het een bekende en hadden ze reeds al zijn gegevens 🙂
      Zen blijven. Niet gemakkelijk.
      Enkele jaren terug kreeg ik de vraag van de school van mijn dochters om hen voortaan met helm en fluovest naar school te laten fietsen. “Met al die auto’s in het dorp, ouders die hun kinderen af zetten weet U wel”, was ik op een ‘onverantwoorde manier’ bezig. “Doe iets aan die auto’s voor jullie schoolpoort” was mijn repliek. “Maar mijnheer, het is veel te gevaarlijk voor onze leerlingen om naar school te fietsen met al die auto’s weet U wel…”.
      Zen blijven. Niet simpel.
      Evengoed zie ik elke dag fietsers en motorrijders die gerust een cursus rijvaardigheid of ‘inleven in het verkeer’ of zoiets zouden mogen volgen.
      Het zal van beide kanten moeten komen maar er zal nog veel water naar de zee lopen voor we zover zijn.

  2. Marie Says:

    Mooi. Waarheden.

  3. Ronnius Says:

    Ik merk bij mezelf dat ik meer zen geworden ben door met een camera op de helm te fietsen. De toestanden staan op het geheugen kaartje en ik kan er filmpjes van maken. Zodat iedereen kan zien hoe we ons hier gedragen. En indien nodig heb je ook bewijzen. Wat wel een beetje spijtig is, de camera staat zeer duidelijk zichtbaar, en iedereen merkt die op, behalve de autobestuurders.
    Mijn filmpjes vind je op youtube onder de naam “an eye on the road” maar ook via mijn blog: liggendfietsen.blogspot.be

  4. Frans Says:

    Schitterend beschreven. Hoever is het zo kunnen komen? Omdat psychologen en andere zelfverklaarde -logen de politie hebben wijsgemaakt dat straffen niet helpen maar het vermanende vingertje wel: “t’is goed voor één keer”. En het worden twee en meerdere keren, en uiteindelijk een gewoonte. Straffeloosheid. Het wordt wel heel moeilijk om de klok terug te draaien. Wanneer sommige politierechters zwaar uithalen dat het zo niet verder kan, haalt men de schouders op.
    Annelies, je kan in zo’n situatie hooguit vloeken. Je staat totaal machteloos. Of je moet al schade oplopen om een klacht neer te leggen. Die dan meestal verticaal geklasseerd wordt, tenzij je aan het dure avontuur van burgerlijke partijstelling begint.
    In fiscale zaken mag je al klikken, in verkeerszaken niet. Nochtans vallen de gewonden en de doden in de tweede categorie.

  5. taaner Says:

    Doet me altijd aan dit filmpje denken: http://youtu.be/bzE-IMaegzQ
    Zo dikwijls heb ik goesting om ook gewoon op die auto die “eventjes” op het fietspad staat te knallen. Maar ik durf niet. Nog niet, maar ze blijven me wel uitdagen…

    • baverhae Says:

      “Ik ram mijn fiets in hun auto” denk ik vaak, als we elkaar in de ogen kijken en ik zie dat hij of zij niet gaat stoppen, geen seconde wil verliezen voor die fietser die wel voorrang heeft, “wie maalt daarom” zie je hun denken. Maar het zelfbehoud, het redden van het vege lijf, mijn angst om me pijn te doen is groter dan mijn verontwaardiging voor zoveel domheid en arrogantie. Hoogstens wat verbaal geweld komt er op zo een momenten van net niet doodgaan nog uit mijn strot. En telkens weer denk ik: volgende keer gooi ik me ervoor, rem ik niet, neem ik waar ik recht op heb…

  6. Bart Klinck Says:

    Ik leef met je mee, vooral elke ochtend dat ik de kinderen te voet naar school breng… “zullen er weer plots fietsers opduiken die de kinderen of mezelf van het voetpad zullen maaien omdat ze het vertikken 1 of 2 minuten aan het rode stoplicht te wachten en dan maar het voetpad opschieten en de hoek komen om gevlogen ? ”

    Vloeken doe ik op voetgangers die zonder enige waarschuwing plots beslissen de straat over te steken en het uiterste vergen van mijn remblokjes.

    Frustrerend zijn de automobilisten die de cowboy in zichzelf ontdekken, maar….

    ooit heb ik al fietsend door een rood stoplicht gereden, iets onvoorstelbaar moois gezien aan de overzijde van de straat en getracht al rijdend de juiste CD in de autoradio te stoppen.

    Recent riep iemand ‘Wij zijn mensen, wij zijn mensen !”

  7. Sandra Says:

    Om het met een Alex Agnew boutade te zeggen: Als ik in de auto zit, vloek ik op arrogante fietsers. Als ik op de fiets zit, vloek ik op arrogante (en nijdige) chauffeurs. En on a personal note: ik hou meer van mezelf in het tweede geval!

  8. Hilde Says:

    Heel herkenbaar stukje en mooi geschreven. “Gefrustreerde flurk”, schitterend, die moet ik onthouden. Ik word zelf ook vaak een onverfijnd mannenwijf als ik van mijn sokken gereden word en gek genoeg komt er op zulke momenten alleen plat Gents uit mijn mond, terwijl ik het anders nooit spreek.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: