Home

Trappen (4)

4 september 2008

27aug08 11u12 Terschelling

27aug08 11u12 Terschelling

27aug08 11u12 Terschelling
27aug08 11u12 Terschelling

Een fietsgoot kan ook naast de trap. Gezellig!

Trappen (3)

14 mei 2008

Even ingaan op de reactie van Jan.  Misschien komt dit in de buurt: 10mei08 Gaston Crommenlaan

Deze trap komt uit op het nieuwe fietspad van de rotonde aan de Zuiderpoort. Hij ziet er degelijk en gebruiksvriendelijk uit, gewoon het dubbele van deze trap. Wie heeft deze trap al gebruikt en goedbevonden?

Trappen (2)

8 mei 2008

Trappen zijn voor fietsers vaak de kortste, en soms de veiligste weg. Ik dacht gisteren bij deze trap aan het kruispunt van Ringvaart en Schelde: “mooi, een lowbudget bandengootje”. Gewoon wat beton opzij van de trap. Trapopwaarts lukte het mooi:

07mei08 Hamerlandtragel

Aan de overkant probeerden andere fietsers trapafwaarts. Het stuur stond te laag om veilig af te dalen: beeld je in dat je een trap voorovergebogen afdaalt.  Niet ok, dus tillen die handel! Ook de fiets van de dame! Het zal dus toch een afvoergootje zijn.

07mei08 Sluisweg Merelbeke07mei08 Sluisweg Merelbeke07mei08 Sluisweg07mei08 Sluisweg Merelbeke

In Zelzate zag ik een fietsvriendelijk hulpmiddel voor bestaande trappen. Het lijkt me een eenvoudige lowbudget-truuk om alle trappen te lande mee uit te rusten.  Zo duur is het staal nu ook weer niet…

04mei08 Zelzatebrug

Trappen (1)

6 mei 2008

Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn kader de trap beklimt. Dit is een vertrouwd beeld:

27apr08 Ringvaartbrug Drongen

De wet van de communicerende fietspaden zegt: als twee fietspaden elkaar dwarsen, dan willen de fietsmoleculen zich verplaatsen van het ene fietspad naar het andere. De fiets/spoorbrug over de Ringvaart loopt ook over de R4 (de Grote Ring). Tussen Zwijnaarde en Mariakerke loopt op beide oevers een schitterend gescheiden tweerichtingsfietspad. Het is een fietsautostrade, perfect voor snel woon-werkverkeer tussen randgemeentes:

 27apr08 Ringvaart27apr08 Ringvaart

De trap is gemaakt voor de miljoenen wandelaars op dit parcours, of om een trein vol reizigers te evacueren:

27apr08 Ringvaartbrug Drongen

Het gootje is misschien wel ontworpen als wielgeleider voor klimmende en dalende fietsers, al kan het ook gewoon een afvoergootje zijn. Dit is geen fietsvriendelijk ontwerp. De onderbreking onderweg maakt het voor fietsers niet makkelijker. Voor nieuwe trappen verkies ik dit model: 

 07apr07 Westkapelle, NL

Fietsers en voetgangers worden gescheiden. Als fietser heb je – indien nodig -een ballustrade. Haperende pedalen zullen niet de verf van de ballustrade beschadigen. Enig nadeel: fietsers kunnen elkaar niet dwarsen. 

Fietsherinneringen

25 juli 2019

Leen werd geboren in Lier, en woont al decennialang in Gent. Afgelopen zondag deed ze me haar “Kinderscènes Opus 1” cado. En jawel: er was een hoofdstuk “Fietsherinneringen”.

Anno 1963

Behalve rondjes trappen met een driewieler had ik als achtjarig meisje geen enkele ervaring met fietsen. Dat kwam omdat er gewoonweg geen fietsen waren bij ons thuis. Alleen vader had een fiets waarmee hij dagelijks naar zijn werk reed. Af en toe mocht er een van de kinderen vooraan op het extra gemonteerde zadel zitten. Je voeten stonden op ijzeren steuntjes en je hield het grote stuur in het midden vast. Achter je rug voelde je de nabijheid van vaders warme lichaam en je waande je veilig tussen zijn armen die langs je heen het stuur vasthielden. Heerlijk was het om als kind die snelheid te ervaren.

Ik wilde zo graag leren fietsen. Die gelegenheid kreeg ik tijdens de bezoeken aan nonkel Karel en tante Lina. Daar waren enkele fietsen op kindermaat waarmee mijn nichtjes Gerd en Hild fietsten in de rustige straten van hun villawijk. Ik herinner me nog hoe ik moest bedelen om ook eens op een fiets te mogen. Als ik er dan eindelijk een te pakken had, sloeg de schrik me om het hart want, hoe in godsnaam, kon je vertrekken met zo’n ding? Maar er kwam hulp. Mijn nichtjes hielden de fiets vast zodat ik op het zadel kon gaan zitten en mijn voeten op de trappers kon plaatsen. Ze duwden de fiets in gang terwijl ze luid riepen dat ik moest trappen. Mijn hart bonkte in mijn keel. Wat een vaart! Dan lieten ze de fiets los en reed ik, willen of niet, alleen verder. Van ’t verschieten keek ik naar mijn trappende voeten wat onmiddellijk een slingerbeweging veroorzaakte. “Voor je kijken, je moet voor je kijken!” hoorde ik ergens ver weg. Terwijl ik het stuur van links naar rechts draaide en op die manier krampachtig probeerde bij te sturen, vergaten mijn voeten hun werk te doen. Ik minderde vaart en nog voor het advies: ”Blijven trappen!” tot me doordrong, viel ik slagzij op de harde macadam. Mijn moeke had gelijk: ”Fietsen is gevaarlijk, manneke, daar kunt ge u lelijk mee zeer doen.” Maar toch, de sensatie won het van de schrik. Ik wilde niet opgeven.

Nadat mijn geschaafde knie en elleboog ontsmet en bewonderd waren, ging ik stilletjes terug naar buiten waar de begeerde fiets onbewaakt en uitdagend tegen de muur van het huis stond.

Dit was de kans van mijn leven! Ik nam de fiets aan de hand en stapte ermee naar het midden van de laan. Ik moest en zou dit kunnen! Ik zette één voet startklaar op de hoogste trapper en in mijn hoofd gonsden twee dwingende zinnetjes: naar voren kijken en blijven trappen! Ik zette me schrap, klaar om met kracht de trapper naar beneden te duwen. De rest zou dan vanzelf volgen. Na een inwendig startschot duwde ik de trapper naar beneden, probeerde dan vliegensvlug de tweede voet bij te zetten en bijna tegelijkertijd op het zadel te gaan zitten. Dit alles met mijn blik op een oneindige verte gericht. Het zag er zo simpel uit toen mijn nichtje het demonstreerde. Mijn voet miste de trapper echter en nog net op tijd kon ik hem terug op de grond plaatsen. Met de fiets tussen mijn benen stond ik met enkele schokjes stil. Oef, ik was toch niet gevallen! Dat gaf moed. Ik begon opnieuw.

Na de vijfde poging was het gelukt. Ik zat op het zadel en mijn twee voeten trapten in het rond. Mijn handen knepen heel hard in de rubberen handvaten van het stuur en ik staarde gespannen de verte in. Wow, ik fietste! Ik fietste helemaal alleen!

Behalve de wat wazige verte kwam het einde van de straat plots scherp in beeld. De straat maakte een scherpe bocht naar links.

De alarmbel in mijn hoofd klonk steeds luider en luider. Iets in mij gaf me het bevel te stoppen. STOPPEN NU! Ja, goed, maar hoe deed je dat? Het woord remmen flitste aan en uit ergens in mijn achterhoofd, maar mijn benen luisterden niet. Zonder het te willen, reed ik in de richting van de graskant en liet me er zijwaarts in vallen. Als een veer sprong ik weer op, klopte de grassprietjes van me af en keek vlug even rond. Niemand had me gezien! Ik oefende dapper verder. Ik was zo geconcentreerd bezig dat ik niets of niemand nog opmerkte. De wereld bestond uit die fiets en mezelf en de reusachtige drang deze vaardigheid onder de knie te krijgen.

Ik ging dan ook fier naar binnen met de woorden: ”Ik kan het moeke, ik kan het!” Vanaf dan werd het hebben van een fiets het meest begeerde ding op aarde.

Anno 1964-1965

Een tijd nadien kregen we van een buur een oude fiets. Hij had geen lichten en ook geen bel, maar rijden deed hij wel. Hij had een torpedorem zoals gebruikelijk was in die tijd.

Af en toe mochten we met die fiets naar ‘Den Oever’ gaan. Dat was een stuk grond langs de Nete waarop langs kronkelige zandweggetjes houten huisjes her en der verspreid stonden. Het was maar één straat ver van waar wij woonden. Samen vertrokken we met de fiets aan de hand naar dat begeerde stukje grond waar het volgens moeder veilig genoeg was om te fietsen. Er reden daar geen auto’s en dat was het voornaamste.

Om beurten fietsten we elk tien minuten kriskras door de zandweggetjes. Terwijl een van ons genoot van zijn verkenningstochtje, hielden de anderen de tijd goed in de gaten op het horloge dat moeder ons voor die gelegenheid meegaf.

Wie fietste probeerde de controlepost zoveel mogelijk te vermijden. Zo konden ze je niet verwittigen als je tijd om was en gaf het fietsen je een opperste gevoel van vrijheid. Het gebeurde dan ook geregeld dat je langer wegbleef dan afgesproken en dan kregen we ruzie.

Wie te lang fietste, mocht nadien minder lang rijden. Werd dat niet gerespecteerd, dan sloeg de anarchie toe: als gij langer rijdt, dan ik ook! Soms liep iemand naar huis om te gaan klikken dat er vals werd gespeeld. Wanneer we dan thuis kwamen, keef ons moeke en dreigde ze ermee de fiets weg te doen…

Anno 1966

Toen deed ik mijn Plechtige Communie! Mei 1966. Mijn peter, nonkel Adrien, bezorgde me de verrassing van mijn leven. Nog voor de feestelijke misviering begon, ging de bel. Nieuwsgierig liep ik naar de voordeur met moeder in mijn kielzog.

Wat ik toen zag, kon ik niet geloven: daar stond mijn peter met een spiksplinternieuwe fiets aan zijn hand! Een rode met een smal en ietwat naar beneden krommend stuur, een jongensstuur noemden we dat toen. Er zaten twee lichten vooraan in plaats van één. Ik stond perplex en hij lachte uitbundig naar mij. Zijn mond, zijn snor, zijn bruine ogen, alles lachte me toe. Ik kon mijn geluk niet op. Ik sprong de lucht in en nam de fiets gretig in ontvangst. Ik wilde er direct mee wegrijden maar daar stak moeder een stokje voor. “Geen sprake van”, zei ze gedecideerd, “zie dat ge iets tegen komt zo vlak voor de mis.” Maar het zou nonkel Adrien niet geweest zijn, moest hij het niet opgenomen hebben voor de verlangende kinderziel: “Allé, Maria, laat dat kind toch efkes één toerke doen.”

Ik voelde me gesteund en overtuigde moeder dat ik alleen eventjes op ‘Den Oever’ zou rijden. Moeder gaf toe en ik fietste weg. Ondanks de ja van mijn moeke was ik er zelf ook niet helemaal gerust in. Er mocht nu echt niks verkeerd lopen.

Op ‘Den Oever’ reed ik een smal weggetje in tussen twee huisjes. Het was smaller dan ik had ingeschat en ik nam een te wijde bocht. Met mijn knokkels van mijn rechterhand schuurde ik tegen de muur van een van de huisjes. Ik probeerde niet te vallen, hervond mijn evenwicht en stopte dan angstvallig om naar mijn hand te kijken. Mijn vier vingers bloedden. Wat een schrik! Wat zou moeke wel zeggen? Kwaad op mezelf omdat ik zo stom was geweest en nog banger voor moeders reactie, liep ik met de fiets aan mijn hand weer naar huis. Moeder had weer eens gelijk. Thuis gekomen durfde ik nauwelijks mijn vingers te tonen. Moeder zong haar zo gekende ‘ziet-ge-nu-wel-liedje’ en ik geloofde haar.

Nonkel Adrien lachte echter alle spanningen weg en maakte van mijn opgelopen schaafwonden een heldendaad. De plakkertjes rond mijn vingers maakten het moeilijk om mijn witte handschoentjes aan te krijgen.

In de mis kon ik nauwelijks opletten. Ik was zo vol van die fiets. Ik popelde om ermee te kunnen rijden en hem trots te tonen aan al mijn vriendinnetjes. Ik kon niet langer zwijgen. Ik fluisterde mijn blijheid in het oor van het meisje naast me en werd meteen met een vingerknip en strenge blik van de juf tot de orde geroepen.

Mijn gedachten dwaalden echter voortdurend af en gaven me kopzorgen: was dat stuur niet voor jongens eigenlijk? En die twee lichten, zo opvallend! Zouden ze mij niet uitlachen? Het was toch heel speciaal en ongewoon? En ik voelde me speciaal, want wie kreeg er nu een gloednieuwe fiets op zijn communie? Mijn peter wist perfect wat ik nodig had.

Toen we te communie mochten gaan en ik mijn handen samenvouwde, merkte ik de kleine rode verkleuringen op de witte vingers van mijn handschoen. Ik schaamde me en voelde me stil vallen van binnen. Ik kende dit gevoel, uitbundigheid kon je maar beter in toom houden. Met gebogen hoofd stapte ik samen met de andere communicanten nederig naar voren. Netjes zoals het hoorde.

De laatste week van dat schooljaar mocht ik voor het eerst alleen met de fiets naar school. Wat voelde ik me groot! Triomfantelijk reed ik door de straten van Lier en wist dat de hele wereld naar me keek, naar mijn prachtige rode fiets met twee lichten én een jongensstuur!

Pas geverfd

11 juni 2019

De zorg waarmee de aannemers en de overheden omspringen met het Project Gent Sint-Pieters kan je samenvatten in dit beeld:

22mei19, Sint-Pietersstation

Het is een foto van 22 mei. Iemand wou verschillende soorten grijs uittesten. Zo lijkt het toch. Mijn eerste reflex was: “goed zo!” Alles begint bij correcte communicatie. Het was een domme reflex. Als de communicatie niet overeenkomt met de realiteit verdwijnt de geloofwaardigheid. Deze papieren communicatie hangt er vandaag 11 juni nog steeds. Exit de geloofwaardigheid. Deze papiertjes zijn louter een symbool voor het Project Gent Sint-Pieters. In een straal van 50 kilometer is er geen eindverantwoordelijke voor dit project te vinden. Iemand die het dagdagelijkse reilen en zeilen in het Projectgebied aanstuurt. In concrete details en in concrete hoofdzaken.

Erger is het met de geloofwaardigheid gesteld als de reizigers zonder roltrap en lift naar het perron gezet worden:

†

04jun19, Sint-Pietersstation

Hoezo, zonder roltrap en lift? Verderop is er toch nog één? Dat weet een deel van de dagelijkse stationgebruikers, de rest van de wereldbevolking weet dat niet. Ik kon het aantal foeterende / vloekende bejaarden die ik de klassieke lange trap naar perron 12 zag beklimmen niet tellen. Hun tochtje naar de zee begon met een pittige conditietraining.

22mei19, Sint-Pietersstation

In essentie zijn de werken aan de roltrappen een goede zaak. Weet iemand hoeveel pannes die roltrappen sinds de opening van het perron gehad hebben? Ik vroeg aan de werkmannen waarom deze werken nu zoveel tijd namen 4 weken per set), en of dit de eerste roltrappen van dit type waren. Bleek dat er ook in Brussel en Deinze roltrappen van dit lange type waren, maar dat de sturing in Gent in de vloer was ingebouwd , niet in aparte kasten naast de roltrap.

22mei19, Sint-Pietersstation

Bij elke Gentse storing diende bovenaan de roltrap 80 kilo getild te worden. Daarom verhuist de sturing naar de onderkant van de roltrap. Foutje. Een fout ontwerp, dat nu opgelost wordt. Ik ben daar mild voor: als het maar opgelost geraakt in functie van de lange termijn. En dit foutje zullen ze op perron 8 tot 1 niet meer maken. Hoop ik. Het zou wel eens kunnen dat het voor de aannemers een verrassing is dat de NMBS zo streng toekijkt op de afwerking van dit station. De NMBS had daar geen traditie in. Ze had -dixit de huidige CEO- vooral controlemechanismes voor het eigen personeel. Daarover morgen meer.

Minder mild ben ik voor de “voorlopige trap” naar perron 7 en 8. Dat blijft een ramp. De aannemer èn de overheid zeggen hier duidelijk foert tegen àlle normen van reizigerscomfort en – veiligheid.

Welk veiligheidsorganisme neemt hier de verantwoordelijkheid voor? Hoelang nog? Het is een oud zeer dat zelfs door de vorige burgemeester aangeklaagd werd:

Van: Burgemeester Termont Daniel <Daniel.Termont@stad.gent>
Verzonden: maandag 23 april 2018 23:49
Onderwerp: RE: perron 8

Mijnheer ,

Ik ben zelf gebruiker van de trein en moest vorige week de trein nemen op perron 8.  Ik heb het dus zelf gezien en ondervonden.

Ik heb de situatie zelf aangeklaagd.  U hebt meer dan gelijk.  De wijze waarop de NMBS hier met zijn klanten omgaat is beneden alles.

Daniel Termont

05okt18, Sint-Pietersstation

Hetzelfde telt voor hoe de aannemer de achterkant van het station, het Mathilde-ahum-“plein”, achterliet. Juridisch zal het wel kloppen. Zo zal het openbaar domein er misschien gelegen hebben de dag dat de aannemer er x aantal jaar geleden zijn eerste werfcontainers dropte. De doorsnee gebruiker van het station ervaart deze puzzel als een immense middelvinger. Klimaatzaak? Méér mensen het openbaar vervoer laten gebruiken? Zijde zot? Het conflict tussen de verschillende overheden / overheidsinstellingen en de aannemer zal ze worst wezen. Los het op! Ik vul de mail van gisteren over Stiefmoeder Mathilde aan met nog wat foto’s van het Kafkafietspad. Herinner u: ook Kafka liep verloren in het labyrint van overheden en “soms-verantwoordelijken”. Dit is het “slecht verwijderd paaltje waar je je banden op stuk kan rijden.” :

22mei19, Koningin Mathildeplein

Alan reageerde gisteren op Facebook met deze samenvatting: “De miserie daar begint -als je van de Kortrijksesteenweg komt- al meteen op dat kruispunt. Ooit vond men het een goed idee om midden op een kruispunt een tramhalte te bouwen. Nu is er daar geen tramhalte meer, maar de perrons nog wel. Waarom eigenlijk ? Wat een verloren ruimte ! Daarom moeten alle fietsers die van daar komen rond dat perron fietsen. Dan is er de Sint Denijslaan. Dat is een fietsstraat met afgebrokkelde fietssuggestiestroken ! Lekker duidelijk. En dan kom je aan dat plein waar meer voetgangers dan fietsers van het fietspad gebruik maken. Dat fietspad eindigt in een kuil ! Als je daar ’s avonds fietst en de buurt niet kent riskeer je een ongeluk. En op dat gedeelte rijden niet eens auto’s.”

22mei19, Koningin Mathildeplein

Dit is vermoedelijk een poging om hier minder ongevallen in de plassen en de tramsporen te hebben:

22mei19, Koningin Mathildeplein
26apr19, Koningin Mathildeplein
26apr19, Koningin Mathildeplein
22mei19, Koningin Mathildeplein

Voor wie in februari in het buitenland zat, dit is onze open brief waarin we smeken om dit station te geven wat het nodig heeft: “Red het klimaat, begin met het Station Gent Sint-Pieters.” Laat de échte eindverantwoordelijken nu eens opstaan, en de geloofwaardigheid van dit o zo nodige mobiliteitsproject herstellen. Dag aan dag.

Vandaag verschijnt in De Standaard onderstaand opiniestuk, mede geschreven en ondertekend door Fietsersbond Gent.
We kijken uit naar uw reacties.
Deze tekst wordt deze week bezorgd aan politiek verkozenen van stedelijk, gewestelijk en nationaal niveau.

Wie? Iris Verschaeve (Gents MilieuFront), Luc Desmedt (Reizigersbond), Rudy De Ceunynck (Trein Tram Bus). Mee ondertekend door de Fietsersbond Gent, Buurtcomité Buitensporig, Natuurpunt Werkgroep Sint-Pieters-Buiten, FOS Open Scouting, vzw Trage Wegen, Greenpeace Gent.

Wat? Ondergrondse ruimtes in een station die je vandaag niet bouwt, ben je voor eeuwig en altijd kwijt.

16feb18, Station Gent Sint-Pieters

De klimaatzaak beroert onze harten. We willen bouwen aan een andere toekomst, weg van files en vervuiling. Zonder goed uitgeruste, bijdetijdse treinstations lukt dat niet. In september vorig jaar deelde NMBS mee dat de renovatieplannen voor Gent Sint-Pieters drastisch worden aangepast. Besparingen zullen leiden tot kleinere overkappingen, een beperkte afwerking, minder ruimte en onvoldoende fietsenstallingen zonder een helder beheersplan. Treinreizigers zullen nog tien jaar moeten wachten op de afwerking. Er is sprake van 2030, waardoor de werken aan de twaalf perrons meer dan twintig jaar zullen hebben geduurd. Dat is een hele generatie! Wij Gentenaars en pendelaars zijn het beu en uiten ons ongenoegen over die gang van zaken. We eisen op korte termijn aanpassingen aan dit voorstel en vragen maatregelen voor de verdere afwerking van het station.

Treinstations zijn de spil van onze verplaatsingen tussen steden. Een goed uitgebouwd spoornet met goede op- en afstapplaatsen is cruciaal. Reizigers hebben nood aan moderne, complete stations: robuust en comfortabel, vlot te onderhouden, met een toekomstgericht volume en de armen wijd open voor alle type reizigers en afgestemd op trams, bussen en taxi’s.

28feb18, Station Gent Sint-Pieters

NMBS-gekibbel

In acht jaar tijd (2009-2017) groeide het aantal reizigers in Gent Sint-Pieters op een gemiddelde werkdag van 44.000 naar 57.000. Die evolutie zal niet stoppen. Ondanks die opmerkelijke cijfers zette NMBS-ceo Sophie Dutordoir het mes in fase 2 van het station. De begroting, tien jaar geleden opgesteld, moet rigoureus worden gevolgd. Het kostenplaatje won aan belang, de ontwerpkwaliteit en de toekomstvisie op openbaar vervoer verloren. Was die begroting wel realistisch? Zijn de prijzen van staal en beton vandaag zoveel duurder dan toen de begroting van fase 2 werd opgemaakt? Of mikken bouwfirma’s door een verhitte bouwmarkt op een veel grotere winstmarge? Offert Dutordoir een toekomstgericht Gents station op om bij haar personeel een zuiniger bedrijfscultuur te implementeren? Of wil ze NMBS-dochter Eurogare, het zusje van Eurostation zaliger, ‘manieren leren’? Wie zal het zeggen? In elk geval heeft de treinreiziger vandaag en morgen geen boodschap aan het gekibbel in de NMBS-keuken, hij wil een toekomst.

Waar komen de bakfietsen, de lange buitenmaatse fietsen, de fietsen met dikke banden, de bewaakte oplaadpunten voor elektrische fietsen?

Het half uitgevoerde ontwerp van Eurostation, de vroegere Vlaamse vastgoedpoot van de NMBS, dateert alweer van bijna 25 jaar geleden. Het eerste overleg zelfs al van 1996, tien jaar later is aan de verbouwing begonnen en vandaag ligt de werf stil. Een ontwerp anno 2019 moet niet voldoen aan de noden van 2020 maar aan die van 2080. De visie op mobiliteit, toegangswegen, bijbehorende infrastructuur zoals fietsenstalling en geplande winkels is op 25 jaar sterk geëvolueerd. Dit station moet nog een eeuw meegaan en nu al uitgaan van 90.000 reizigers per dag in 2049. Dat is binnen dertig jaar.

29maa18, Station Gent Sint-Pieters

Niveau 0

We willen een functioneel station: een visionair mobiliteitsproject, geen duur architecturaal paleis à la Luik-Guillemins. Gent Sint-Pieters moet snel de ‘comfortconcurrentie’ met de auto aankunnen. Daarom moet het ontwerp rekening houden met het snel groeiende fietsgebruik van pendelaars en reizigers. Komen de Blue-bikes op een prominente plaats? Maakt men een verschil tussen kort en lang stallen? Tussen gratis en betalend stallen? Waar komen de bakfietsen, de lange buitenmaatse fietsen, de fietsen met dikke banden, de bewaakte oplaadpunten voor elektrische fietsen? En vooral: geeft men fietsers en voetgangers elk hun ruimte? We willen niet alleen véél stallingen, maar ook een professioneel beheer ervan.

07feb18, Station Gent Sint-Pieters


Het nieuwe station moet hyperfunctioneel zijn, met stevige vloeren die niet verzakken onder het gewicht van poetsmachines. Op- en afstappen moet voor alle reizigers comfortabel en doordacht georganiseerd zijn, met bijzondere aandacht voor personen met een handicap. Daarom willen we gelijkgrondse oversteekmogelijkheden voor de reizigers van De Lijn, ook aan de toekomstige tramhalten onder het station. Voorbeelden zijn te vinden in Göteborg, Brussel-Zuid en Köln-Neumarkt. Het grondplan van het niveau 0 moet doordacht zijn, zonder conflicten tussen voetgangers, fietsers, bussen en trams. Het station moet groot zijn, zodat het reizigersaantal vlot kan groeien. Het alternatief is om onder de perrons meer ruimte te creëren. We vragen ook meer creativiteit en comfort op de huidige werf. Gladde wiebelende werftrappen in stellingbouw zijn antireclame. Waarom geen tijdelijke trappen met slipvaste houten treden zoals de stationswerf van Rotterdam Centraal?

05okt18, Station Gent Sint-Pieters

En het allerbelangrijkst: de ondergrondse ruimtes die je vandaag niet bouwt, kun je later niet bijbouwen. Die ben je voor eeuwig en altijd kwijt. Laat de NMBS op korte termijn samen met creatieve ontwerpers en mobiliteitsexperts bekijken hoe we ons station, het drukste station van Vlaanderen, een nieuw elan kunnen geven met een hoger, realistischer budget dan vandaag. Zo’n belangrijk station en transportspil is een centrale bouwsteen van de klimaatzaak. Wie kan daar nu tegen zijn?

Bouwverlof (2)

31 juli 2018

Ook goede ontwerpers maken fouten.
Iemand schreef het deze week reeds.
Ook goede ontwerpers maken fouten.
Dat dacht ik jarenlang bij het ondergaan van de wegenaanleg op en rond de Scheldekaai in de Sas en Bassijnwijk.
Er is de goedbedoelde poging om fietsers en voetgangers elk een eigen strook te geven.

11apr08 18u33 Scheldekaai


De nonstopbeton is bedoeld voor de fietsers.
De beton met klinkerstroken is storend voor fietsers, en bedoeld voor de voetgangers.
Een experiment, dat de menselijke Gentse soort niet doorheeft.
Zonder de handleiding in één of ander artikel had ook ik het nooit doorgehad.
Misschien was dit experiment gelukt mits intense communicatie?
Ik vermoed van niet, want ook mensen met kinderwagens of rolstoelen of skates willen geen klopjes in hun stapritme.
De trappen van en naar de omliggende straten waren ook mèt intense communicatie nooit “gelukt verklaard”.
Fietsroutes werden in het verleden al te vaak bekeken als een verbinding tussen punt g met punt m, daarbij vergetend dat een goed fietsverhaal ook de andere letters nodig heeft.
Het al bij al zalige (en elk jaar weer drukker wordende) fietspad op de Scheldekaai takte niet aan op omliggende straten, met een olifantenpaadje naar de woonstraten als gevolg:

15okt06 Auguste Van Ooststraat

18okt08 Scheldekaai /Auguste Van Ooststraat

20okt11, 15u59, Scheldekaai


Het olifantenpaadje groeide uit tot een olifantenkuddepad:

26maa17, Scheldekaai / Auguste Van Ooststraat

Het huidige stedelijk beleid gaat duidelijk voor een intelligent fietsbeleid.
Naast de nieuwbouwen, verbouwingen en opfrisbeurten annex schilderwerken zijn er ook renovaties.
Het modderpad tussen Scheldekaai en August Van Ooststraat wordt verleden tijd:

09jul18, Scheldekaai

10jul18, Scheldekaai

10jul18, Scheldekaai

10jul18, Scheldekaai

10jul18, Auguste Van Ooststraat / Guldenmeers

10jul18, Auguste Van Ooststraat

10jul18, Guldenmeers

10jul18, Scheldekaai

10jul18, Scheldekaai

12jul18, Scheldekaai

22jul18, Scheldekaai

26jul18, Scheldekaai

De beton is ondertussen uitgehard. Benieuwd naar de afwerking na het bouwverlof. Dit wordt naar ik vermoed een mooi fietspadenkruispunt, met een overduidelijke behoefte aan heldere voorrangregels.

12feb18, 12u42, The Loop

Wie echt een goed zicht wil krijgen op de totale minachting voor de fietser die men op The Loop koestert moet –al is het bovenstaande sfeerbeeld ook niet mis– maar eens gaan kijken naar de Pauline Van Pottelsberghelaan. Dat is de nieuwe straat helemaal in het westen van het project, met een paar spiksplinternieuwe kantoorgebouwen. Het heeft zelfs een fietspad. Maar voor u dat kan gaan bekijken moet u er wel geraken, natuurlijk. Dat kan niet echt moeilijk zijn: volgens het RUP –een bindend document dat bij de vergunningen van The Loop hoort– moesten er al in de eerste fase van het project, en die ligt al een paar jaar achter ons, minstens drie fietsverbindingen tot daar gerealiseerd worden. We hebben ze voor u bezocht.

Volgens het RUP moet er een verbinding zijn met een tunnel voor voetgangers en fietsers die de oost- en de westkant van de site verbindt. Voor wie die tunnel zoekt heb ik een foto genomen op de plaats waar je als fietser het dichtst bij de tunnel komt.

12feb18, 11u26, The Loop

Voor wie het begin van de tunnel niet ziet: die ligt in het midden van de foto. Achter het hotel. Als je braafjes afstapt en naar rechts over het voetweggetje gaat kom je aan de tunnel. In de tunnel krijg je het vermoeden dat je mag fietsen:

12feb18, 11u30, The Loop

Niet dat ik het echt aanraad: er zitten twee blinde hoeken in waar je riskeert tegen iemand die van de andere kant komt te botsen. Bij de minste drukte is het er ronduit onveilig. Misschien is het daarom dat het in de andere richting, van west naar oost, expliciet verboden is om te fietsen?

12feb18, 11u30, The Loop

Aan de uitgang kan je wat verder rode verf zien die een fietsweg moet voorstellen. Daarmee geraak je tot op een punt waarop je in de verte de gebouwen van de Pauline Van Pottelsberghelaan kan zien.

12feb18, 11u32, The Loop

Dat is het dan voor verbinding 1.

Wat zei u? Veel gortiger dan dat kan het niet meer worden?

Wel, euhm, … . Dat moet je echt niet te snel zeggen op The Loop.

Want we gaan naar de volgende toegang. Die verbinding moet er volgens het RUP al lang liggen. Ze verbindt de Poortakkerstraat met de binnenkant van The Loop. Handig voor wie van de kant van Sint-Denijs-Westrem komt: de Poortakkerstraat geeft uit op een tunneltje onder de spoorweg dat alleen door fietsers en voetgangers mag gebruikt worden. Overigens: het RUP had daarmee ook de bedoeling om een vlotte fietsroute van Sint-Denijs-Westrem, via deze toegang en de tunnel van daarnet, naar Flanders Expo en Ikea te realiseren. Het was daarom dat beide fietsverbindingen er al jaren moesten liggen. Over de toegang zelf kunnen we kort zijn. Die ziet er zo uit.

28jan18,11u35, Poortakkerstraat.

Aan de overkant zie je het einde van de Pauline Van Pottelsberghelaan.

Wat zei u? Veel gortiger dan dat kan het niet meer worden?

Wel, euhm, … . Dat moet je echt niet te snel zeggen op The Loop.

Want nu zijn we aangekomen bij het verhaal van de halve fietstunnel.

In het RUP was voorzien dat er een tunnel moest komen voor fietsers onder de aansluiting van de Louis Blériotlaan met de Adolphe Pégoudlaan. Die tunnel zou ervoor zorgen dat je met de fiets komend vanuit Gent vlot The Loop opkon. Die tunnel is ook ontworpen. Men is hem zelfs beginnen bouwen en aan de kant van de centrale parking ziet hij er zo uit:

28jan18, 11u30, Pauline Van Pottelsberghelaan

Alleen, in de ogen van The Loop was het enige nut van die tunnel het centrale stuk met de trappen. Dat moest namelijk de toenmalige parking naast de brug verbinden met het centrale deel en daarvoor had je alleen de trappen van het middenstuk nodig.

Vandaar dat fietsers kunnen fluiten naar het tweede stuk. Dat is gewoon vervangen door een betonnen muur met het opschrift ZASU. Even samenvatten: het stukje fietstunnel dat nuttig was voor automobilisten is gebouwd, het stuk dat alleen nut heeft voor fietsers niet.

28jan18, 11u30, Pauline Van Pottelsberghelaan

Om duidelijk te maken dat men niet van plan is ooit voor een serieuze verbinding te zorgen heeft men onlangs op de trap gootjes aangebracht. Om heel erg duidelijk te maken dat men niet van plan is ooit voor een serieuze verbinding te zorgen heeft men die gootjes korte tijd later vervangen door ‘betere’ gootjes.

28jan18, 11u25, Pauline Van Pottelsberghelaan

Voilà. Drie fietsverbindingen, door The Loop herleid tot een collectie onbruikbaar prutswerk. Is dat erg?
Als we balans opmaken moeten we rekening houden met het potentieel van fietsinfrastructuur hier. Twee punten.

Eén. Kan je hier eigenlijk veel fietsers verwachten? Laat ons even kijken naar een bedrijf met een gelijkaardige verkeerspositie: Stora Enso. Niet in een woonwijk gelegen, voor veel mensen aan de overkant van de Ringvaart. De vergelijking gaat niet helemaal op om twee redenen:

  1. Stora Enso ligt een eind verder van woongebieden dan dit stukje van The Loop.
  2. Bij Stora Enso is er geen echt goede treinaansluiting, alleen het station van Wondelgem op vier kilometer afstand. The Loop ligt vlakbij het Sint-Pietersstation. Dat geeft een uitstekende mogelijkheid om met een vouwfiets of een Blue Bike te gaan werken. Je zou vanuit het station met de fiets veel sneller tot in de Pauline Van Pottelsberghelaan geraken dan met de tram.

Volgens het mobiliteitsonderzoek van VOKA in de haven komt 37% van de personeelsleden van Stora Enso met de fiets. Door de betere ligging is hier het potentieel nog een pak groter dan dat. Het spreekt vanzelf dat met de behandeling van fietsers zoals ze hier is dat potentieel bij lange na niet zal gehaald worden.

Twee. Een tijd geleden las ik een interview met Filip Watteeuw over de toekomst van de mobiliteit in Gent. De juiste bewoordingen herinner ik me niet meer, maar deze kant van Gent kwam ter sprake als een van de grote probleemgebieden die door zijn oververzadiging heel gevoelig was voor files.

Dus zitten we hier met twee radicaal tegengestelde krachten:

  • Enerzijds is het in het openbaar belang nodig dat er hier zo weinig mogelijk werknemers en bezoekers de auto nemen.
  • Anderzijds voert The Loop een politiek die garandeert dat er hier zo veel mogelijk werknemers en bezoekers de auto nemen.

Iedereen heeft de mond vol over de problemen van overmatig autoverkeer. Van klimaatdoelstellingen tot fileproblemen: telkens is het motto om mensen aan te zetten de auto thuis te laten als dat kan. Je zou verwachten van een stad als Gent dat ze een simpele regel hanteren: bedrijfsgebouwen die niet met de fiets bereikbaar zijn worden gewoonweg niet in gebruik genomen. Als die regel zou gelden zouden de gebouwen hier de eerste jaren nog leegstaan. En uiteraard: als die regel één keer zou worden toegepast, zou The Loop zich nooit meer zo’n fratsen permitteren. Terwijl het nu gewoon de geschiedenis is die zich herhaalt: IKEA, het gebouw van VLM, de appartementen op de site: geen enkele was met de fiets bereikbaar toen ze opengingen. Probeer je dan maar te profileren als fietsstad.

Ruimtegebruik (1)

28 juli 2017

Ik zit al een paar jaar met een ergernis over onze Gentse zogezegd vooruitstrevende ruimtelijke ordening.
Een eerste worp hierover.

De wereld is complex.
Of is de wereld eenvoudig?
Is het verschil tussen eigenbelang en algemeen belang vaak niet helder te detecteren?
En is het niet de rol van de overheid om uit het kluwen van eigenbelangen de algemeen belangen te filteren?
Ik denk van wel, zeker als het gaat over zaken als mobiliteit en ruimtelijke ordening.
Nu, we weten dat ruimtelijke ordening decennialang vooràl geen algemeen belang mocht zoeken.
Onze ruimtelijke wanorde komt èrgens vandaan.
In de berichtgeving/analyses hierover wordt de zwarte piet traditiegetrouw richting overheid geschoven.
Terwijl de verantwoordelijkheid soms wel gedeeld mag worden met de bouwaanvrager / de bouwheer.
Ik weet het: het eigendomsrecht is ons land opperheilig.
Zo werden de bloemisten in Lochristi rijk door hun serregronden te verkavelen of aan de meestbiedende winkelketen te verpatsen.
Vraag / aanbod.
Dat was – wat zijn we excuberant creatief in excuses – het pensioen van de bloemisten.
Terwijl ik bloemisten ken die niet verkavelden of verkochten, en toch een mooie oude dag hadden.
De overheid zat zowel lokaal als regionaal met haar hoofd in de potgrond.
En wèg is het platteland en de ruimtelijkheid.
Nog even en Vlaanderen is één Los Angeles.
Ik voorspel u: binnen de 30 jaar smeekt Lochristi om een tram richting Gent, want er moet dan toch ièts gebeuren aan die vastrijdende automobiliteit…

Je zou verwachten dat scholen en andere openbare instellingen niet bezig zijn met financiëel eigenbelang.
Je zou verwachten dat ze bij de sloop van een oud vooroorlogs schoolgebouw eventjes gaan zitten, goed nadenken, en verder kijken dan hun eigen rooilijn.
Of je zou verwachten dat een overheid met het kaliber van de stad Gent een gesprek zou aangaan.

Dit is september 2014:

sept14, Loofblommestraat

En dit december 2016:

23dec16, Loofblommestraat


Zou hier nu ècht niemand gekeken hebben naar de behoeftes van de leerlingen van de school?
Of geloven ze nog steeds dat een kind op de achterbank van een auto leeft?
Een voetpad van twee en een halve dal bleef bij de “nieuwbouw” even breed als zestig jaar geleden.
Wie laat zijn kind hier naar school stappen?
Willen we met zijn allen in de toekomst overal veilige schoolomgevingen?
Of liever niet?
Is verkeersveiligheid voor een school écht onbelangrijker dan grondbezit?
En welke rol had de overheid hier moeten spelen?
Was er geen grondruil mogelijk?
Kon de school geen geste doen?
Indien niets van dat alles, was een onteigening dan niet aangewezen?

Zo zit Gent vol met verouderde keuzes.
En natuurlijk zijn er de knelpunten waar louter overheden over beslissen, zoals de smalle schaamlapjes asfalt onder de autostrades waar de hogere overheden foert tegen zeggen:

23dec16, Beukenlaan / Vennestraat


Hier ziet u dan nog de veiligste fietsverbinding tussen Sint-Denijs-Westrem en Gent.
De rest is nog erger.

U kon het op deze pagina’s al vaker lezen: fietsers zijn geen heiligen.
Maar ik geloof wel dat een harmonieuzere mobiliteit start met gezond verstand, zowel van weggebruikers als van overheden / grondbeheerders.
Geef mensen respect, en je krijgt respect terug.
Geef mensen degelijke voet- en fietspaden, en je krijgt een andere mentaliteit.
Het is een open deur intrappen: fietsers hebben voetgangers nodig.
Véél voetgangers.
Hun belangen zijn dezelfde: veiligheid in een mobiliteitswereld waar de overheden nog al te vaak hun kop in de grond steken.
In de bouwgrond.
Het wordt hoog tijd dat ruimtelijke ordening ècht ordening aanbrengt.
Dat èlk bouwproject bekenen wordt op zijn mobiliteitsfacetten.
We vragen al jaren om een fietstoets.
Dat was misschien een beetje dom: dat hoort een voetgangers- en fietstoets te zijn.
Want tot op heden is de nationale mentaliteit nog steeds om prioritair te kijken wat gemotoriseerd verkeer nodig heeft, en fietsers en voetgangers achter te laten met een restfractie.
Gent zette op 3 april met het Circulatieplan een flinke stap om fietsers en voetgangers binnen de R40 meer ruimte te geven.
Durft Gent dat ook aan buiten de R40?
Zonder een degelijke ruimtelijke ordening is dat een verloren zaak.

Speed Pedelec

28 november 2016

Op de ledendag van de fietsersbond (26 november) gaf Jan Cappelle (KU Leuven – Elektrotechniek ESAT) een workshop over de Speed Pedelec. Wij kregen de kans deze Speed Pedelecs uit te testen met een rit vanuit Gent naar Deinze, waar de ledendag doorging.

Voor ons als dagelijkse fietsers op een ‘gewone’ fiets is de overstap naar een Speed Pedelec geen probleem. Maar voor iemand die een hele tijd niet meer gefietst heeft, om gelijk welke reden dan ook, is een inrijperiode aan te raden. De fiets heeft vlug wat snelheid, al hoef je bijna niet te trappen. Je kan dan ergens tegenaan rijden omdat je de controle over de fiets nog niet meester bent. Oefening baart kunst.

Een Speed Pedelec is super voor woon/werkverkeer als je hem kan gebruiken van dorp naar stad waar de fietsinfrastructuur optimaal is. In de stad zelf heb je er geen voordeel mee, integendeel.

Jan Capelle rijdt iedere dag van Waregem naar Gent op nog geen uur. Hij rijdt wel ongestoord lang het jaagpad van de Schelde. Verkeerslichten komt hij amper tegen op zijn weg. Ideaal dus.

dscn3357

Jan Capelle (links) en onderzoeksmedewerker Guylian Stevens.

Wij reden een half uur van het Rabot te Gent naar de ledendag te Deinze met de Speed Pedelecs. Via de Drongensesteenweg, Baarle, Bachte-Maria-Leerne zo naar Deinze. Afstand 19km. Voor een eerste kennismaking niet slecht.

De terugweg was aangenaam fietsen langs de kanalen. We legden 26 km af. Via Nevele, Lovendegem, Vinderhoute, de Trekweg en Gérard Willemotlaan (langs de Brugse vaart) reden we aan een gemiddelde van 40km/uur door de duisternis naar Gent. Concentratie was wel vereist.

Dichter bij Gent reden we een aantal “gewone” fietsers tegemoet en dan merk je dat het verdomd gevaarlijk is met hogere snelheid voorrijdende fietsers vergezeld van een kinderfietsje in te halen. Dan besef je dat dit levensgevaarlijk kan zijn. Deze Speed Pedelecs horen op de openbare weg, vind ik persoonlijk.

Conclusie. Speed Pedelec is niet aan te raden aan om het even wie. Ideaal voor een goede fietser die deze wil gebruiken voor woon/werkverkeer, in combinatie met goede fietsinfrastructuur. Vergeet niet dat je een rijbewijs B en een nummerplaat moet hebben.

Meer info? Raadpleeg http://www.fietsersbond.be/de-nieuwe-wetgeving-rond-de-snelle-elektrische-fiets-een-notendop

En

http://mobilit.belgium.be/nl/wegverkeer/inschrijving_van_voertuigen/kentekenplaten/elektrische_fietsen

Voor wie de presentatie van KU Leuven wil doornemen: http://iiw.kuleuven.be/onderzoek/eena/evenementen/evenementen-van-e-a

Een elektrische fiets met een begrenzing tot 25km/uur is een betere keuze voor de doorsnee fietser die boodschappen doet en geen al te grote afstanden moet afleggen. Deze fiets mag wel nog op het fietspad en door eenrichtingsstraten rijden. Speed Pedelec niet.

Al puffend op mijn reservefiets de Sint-Pietersnieuwstraat omhoogrijdend richting de kruising met de Lammerstraat kom ik 2 ‘flikken’ tegen, volledig in reflecterend plunje gestoken en met een lampje in de hand.

Links afslaan naar de Lammerstraat.
Zonder trappen naar beneden bollen.
Toch niet helemaal ‘niets aan de hand’.
Stilstaand voor de stoplichten heb ik even tijd om van het schouwspel te genieten.
Enkele partytenten, veel flikkerende blauwe lichtjes en nog meer politieagenten met lichtjes in de hand, zwaaiend naar voorbij rijdende fietsers.
‘Alcohol controles voor fietsers, eindelijk een kans om zo’n BOB sleutelhanger te verdienen’ denk ik.
Maar neen: fietsencontrole.
Groen licht, oversteken en tegengehouden worden.
‘Gelieve uit te stappen’, wordt ik aangesproken door een agent.
‘Sorry meneer, 2 voorlampen dat mag niet hé! Grapjeuhh!’ gaat het verder.
Blijkbaar had ik geluk: iemand die met plezier z’n werk doet en iedereen mag het weten.
Op deze dag vol betogingen staat hier een politieagent die geen rellen moet onderdrukken maar fietsers beleefd op de tekortkomingen van hun stalen ros mag wijzen.
‘Ziet er allemaal ok uit meneer, maar ik zal toch iets vinden hoor’.
Een witte reflector aan de voorkant ontbreekt.
Het blijft gelukkig bij een ‘Breng dat zo snel mogelijk in orde aub. Van de dames daar ontvangt u een beloning’.
Zowaar, positieve bevestiging.
Wie goed is krijgt fluo, wie stout is mag z’n fiets laten repareren door Tuub, de fietsende fietsenmaker.

De beloning is niet mis.

  • 6 spaakreflectoren
  • 2 reflecterende vleugeltjes om ergens op te plakken
  • Een overzichtskaartje waar duidelijk op staat wat in orde moet zijn op je fiets
  • Een ‘Gek op de fiets’ badge
  • Een ‘Gek op de fiets’ zadelovertrek

Spaak reflectoren, fluo-sticers en zadel overtrek.

Inhoud belonings-zakje voor fietsen die in orde zijn. 8 Nov 2014 15:17

De derde stap

18 oktober 2014

Veel micro’s en laptops op de persconferentie over het nieuwe Gentse Mobiliteitsplan:

17okt14, 16u34, raadszaal Stadhuis

17okt14, 16u34, raadszaal Stadhuis

Veel serene zinnen ook, uit de mond van de drie meerderheidspartijen.
Burgemeester Termont noemde het Mobiliteitsplan 2014 “de derde stap”.
Het Fietsplan uit 1993 van Frank Beke was stap 1.
Het Mobiliteitsplan uit 1997 van Sas van Rouveroi was stap 2.
En nu – zeventien jaar na stap 2 – komt stap 3.
Termont vergat het legendarische referendum over de Belfortparking, maar soit.
Stap 3 lijkt een organisch / logisch voortvloeisel uit het resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen van 2012.
CD&V en NVA ondertekenden mee het Klimaatpact 2012-2050 van het Gents MilieuFront, maar verbonden daar geen ambitieuze mobiliteitsconclusies aan.
(Ik schrijf dit omdat ik hoop dat de oppositiereflex niet synoniem zal zijn aan de autoverdedigingsreflex, ver weg van het STOP-principe.)
Een andere mobiliteit was bij sp.a/Groen en ook bij Open VLD een belangrijk, duidelijk uitgesproken thema.
Die ambitie sprak al uit het bestuursakkoord, en springt ook uit de eerste voorstelling van het plan.
De kranten pikken er uiteraard de meest opvallende kersen uit.
“Zes drukke verkeersassen geknipt en een groter voetgangersgebied.”
Het centrum, de living van de stad, trekt altijd de meeste aandacht, en ook de meeste bezoekers.
Gent is uiteraard veel meer dan dat deel binnen de R40, en daarom willen we het 220 bladzijden dikke MOBplan rustig doornemen.
Indruk: het lijkt een afgewogen plan, met aandacht voor evolutie, communicatie en operationele haalbaarheid.
Eerst communiceren aan gemeenteraad en bewoners.

17okt14, 16u35, raadszaal Stadhuis

17okt14, 16u35, raadszaal Stadhuis

Bekijk dit.
Hier is hard aan gewerkt, zowel aan de inhoud als aan de vorm.
De ambitie qua modal shift wordt verwoord op dia 7.
Ik ben geneigd hiervoor te applaudisseren, maar wil ook horen hoe een Deense mobiliteitsexpert dit beoordeelt.
Komende twee à drie maand is er discussie, het openbaar debat.
Schepen van Mobiliteit Watteeuw stelde zich pragmatisch flexibel op.
“Het zou dom zijn om met goeie suggesties geen rekening te houden.”
Schepen Peeters had geen grammetje bezwaar tegen het plan.
Op internet, zeker op Facebook, spant Open VLD vandaag de kroon qua communicatie:
10606196_779399338773739_3349083433610234642_n (1)
In januari 2015 beslist de gemeenteraad.
Anderhalf jaar later, zomer 2016, wordt het plan uitgerold.
Dat uitrollen doelt waarschijnlijk op het invoeren van de zeven zones binnen de stadsring R40.
Ik hoorde iemand na afloop zacht “Nog zolang wachten?” zuchten.
Een living verbouwen vraagt meer dan het getekende plan.
Ik bedoel maar: de timing lijkt realistisch.
Mobiliteit verdraagt geen holderdebolder snelsnel.

Hierboven lees je geen serene, doorbakken analyse, daarvoor is het te vroeg.
Eerder: lichtgebakken indrukken.
Toch een paar eenvoudige conclusies.
Fietsersbond Gent formuleerde in de Gentenaar van 15 oktober haar minimale verwachtingen.

15okt14, De Gentenaar

15okt14, De Gentenaar

Op een rijtje:

Het nieuwe mobiliteitsplan moet vooral zorgen dat alles in Gent bereikbaar is met de fiets.
Te bestuderen.

Het STOP-principe (stappen, trappen, openbaar vervoer en dan pas auto) moet het uitgangspunt zijn.
Check! (deze codetaal snap je toch?)

Autoverkeer moet worden geknipt op de fietsassen en elk adres in Gent moet veilig bereikbaar zijn met de fiets.
Halve check èn bestuderen. Er wordt geknipt, vermoedelijk op fietsvriendelijke wijze.

Fietsroutes moeten als een spinnenweb de stad en de rand- en buurgemeentes verbinden.
Check! Deze ambitie zat in het bestuursakkoord. Een werk van lange adem, waar liever morgen dan overmorgen aan begonnen wordt.

Stations, ziekenhuis en scholen moeten centraal staan in de fietsassen.
Bestuderen. We hoorden in de persconferentie een groot financieel engagement naar schoolomgevingen toe.

Het hele gebied binnen de stadsring zou een zone 30 moeten worden, net zoals de woonkernen die buiten de R40 liggen.
Check!

Duidelijke zones met snelheidsbeperkingen van vijftig en zeventig per uur daarrond moeten maken dat de snelheidsmatiging geen dode letter blijft.
Check en bestuderen. Er is ambitie tot snelheidsmatiging.

Bij elke steen die verlegd wordt in Gent, moet er ook een fietstoets worden gedaan.
Het woord fietstoets heb ik niet gehoord. Bestuderen.

We hopen dat de principes van het bestuursakkoord worden doorgevoerd.
Zone 30, spinnenweb en STOP-principe kwamen duidelijk en evident naar voren.

De uitsmijter komt van Jan Vanseveren, trekpaard van TreinTramBus:
“Aan de mensen die eisen dat de Stad een parkeerplaats aan hun voordeur voorziet: wie een paard heeft, verwacht toch ook niet dat de Stad voor een weide zorgt? Dus waarom dan wel een parkeerplaats voor iedereen?”

25 jaar fietsen in Gent

17 oktober 2014

Vandaag stelt het Gentse stadsbestuur het nieuwe Mobiliteitsplan voor.
Daarover publiceren we deze middag een open brief.
Op vraag van de Gentenaar formuleerde Fietsersbond Gent deze verwachtingen:

‘Het nieuwe mobiliteitsplan moet vooral zorgen dat alles in Gent bereikbaar is met de fiets. Het STOP-principe (stappen, trappen, openbaar vervoer en dan pas auto) moet het uitgangspunt zijn. Autoverkeer moet worden geknipt op de fietsassen en elk adres in Gent moet veilig bereikbaar zijn met de fiets. Fietsroutes moeten als een spinnenweb de stad en de rand- en buurgemeentes verbinden. Stations, ziekenhuis en scholen moeten centraal staan in de fietsassen. Het hele gebied binnen de stadsring zou een zone 30 moeten worden, net zoals de woonkernen die buiten de R40 liggen. Duidelijke zones met snelheidsbeperkingen van vijftig en zeventig per uur daarrond moeten maken dat de snelheidsmatiging geen dode letter blijft. Bij elke steen die verlegd wordt in Gent, moet er ook een fietstoets worden gedaan. We hopen dat de principes van het bestuursakkoord worden doorgevoerd.’

Onderstaand artikel van Eva Van Eeno verscheen in het meest recente nummer van Frontaal, tijdschrift van het Gents Milieu Front

De Fietsersbond: wat begon als een “zootje ongeregeld” – toenmalige burgemeester Gilbert Temmerman noemde de Fietsersbond ooit “terroristen” en fietsers “zelfmoordenaars” – is uitgegroeid tot een respectabele partner in het mobiliteitsveld. Gent is nog steeds niet de fietsstad waar we van dromen, maar het gaat vooruit. En de ommekeer is definitief. Fietsersbond Gent is intussen 25 jaar aan het trekken en sleuren om het fietsklimaat in onze stad te verbeteren.

Jan Cnops en Winfried Huba waren er van het begin bij en herinneren zich een erg geslaagde actie: “Op gegeven moment werd de Zuidstationstraat afgesloten in richting Zuid voor alle verkeer behalve voor de bussen, terwijl dit een belangrijke verbinding is voor fietsers. We mobiliseerden allerlei scholen en verenigingen aan beide kanten van de Zuidstationsstraat: van de Vooruit tot aan de Sociale Hogeschool bij Sint-Anna. Zij tekenden een open brief om de straat terug open te stellen voor fietsers in beide richtingen. Op een late namiddag verzamelden een honderdtal fietsers aan de Hogeschool: de stoet vertrok een begon het Sint Anna-Plein rond te fietsen. Helaas mochten we niet naar het Zuid, dus bleven we maar rondjes rijden; en meteen was er geen ander verkeer meer mogelijk. Eindelijk hing een stoute fietser een zelf gemaakt onderbordje op dat het voor fietsers toestaat om wél die richting in te slaan. En de massa ging richting Zuid. De volgende dag bleek het DIY-bordje vervangen door een officiële uitgave. ‘Toeval’ zei de stad, was al lang gepland.”

Ook de recente acties aan de Dampoort, waarbij we een rijstrook bezetten, bleef niet zonder gevolg: de wegbeheerder schrapte de rijstrook, en zo werd de Land Van Waaslaan oversteken ietsiepietsie veiliger.

15april13, 17u49, Land Van Waaslaan

15april13, 17u49, Land Van Waaslaan

De Fietsersbond is evenwel meer dan een ad hoc actiegroep. We denken mee over de mobiliteit in de stad. Als ervaringsdeskundige fietsers kan de Fietsersbond nuttige info en inzichten bieden aan de stadsdiensten. Dat gebeurt ook. Zowel bij het Mobiliteitsbedrijf als met schepen Watteeuw gaat de Fietsersbond regelmatig op de koffie. Het blijft trouwens niet bij koffiedrinken: samen fietsen door de stad, knelpunten en sterke punten aantonen is minstens even zinvol. We denken ook op lange termijn: welke opportuniteiten zijn er langs spoorwegen, langs nog te verkavelen stukken braakliggende grond in de stad…

25 jaar carrière bij Fietsersbond Gent, dan zie je wel iets veranderen. Jan: “Het langzaam (nu ja, dat had sneller gemogen) groeien van de evidentie van de fiets als vervoersmiddel. De cijfers van het groeiend fietsgebruik, de fietsvriendelijkheid van instanties die niet voornamelijk met fiets en mobiliteit bezig zijn (dank u bakker op de hoek met de fietsbeugel).”

Fietsen is dus helemaal en overal doorgedrongen? Euh, neen. Zelfs bij recente projecten werd er amper rekening gehouden met de fiets, en dat leidt tot grote frustratie. Jan: “Hoe men bij de aanleg van nieuwe of vernieuwde infrastructuur de kans verkijkt om er iets goeds van te maken. Door onkunde (fietsbrug Snepkaai), onwil (The Loop) of onverschilligheid (Maaltebrug).” Nochtans is dit simpel op te lossen: “Door een algemene fietstoets in te voeren kan je dergelijke toestanden vermijden.” Een fietstoets houdt in dat bij elk project van heraanleg of nieuwe aanleg nagaat wat er voor fietsers kan verbeteren, welke opportuniteiten er zijn, en die met twee handen te grijpen. Het is niet omdat er een spoorwegbrug wordt heraangelegd dat er niet kan worden bekeken of er in één moeite een fietspad langs kan komen. Zonder fietstoets wordt daar niet bij stilgestaan.
Ook een gebrek aan ambitie stuit de Fietsersbond tegen de borst. Als we horen dat pakweg De Sterre nu “toch veiliger is geworden voor fietsers”, dan hoor je eigenlijk een gebrek aan ambitie. Een extreem onveilige situatie iets minder onveilig maken is geen goed fietsbeleid. Fietsers wordt vaak nog gewoon lippendienst bewezen, en dan blijft het maar wat rommelen in de marge – en wat betreft fietsinfrastructuur mag je die “in de marge” letterlijk nemen. Winfried noemt ze “zure zoethouders”: de fietsbeweging kan inpakken omdat ze nu toch eindelijk eens blij moet zijn, de heraanleg is toch gebeurd?
Wat moet de prioriteit zijn van het Gentse stadsbestuur? “Er moet een ambitieus mobiliteitsplan komen voor de volgende 10 à 15 jaar, en een jaarplanning om dit plan in te vullen. Alle fietsinfrastructuur moet 100% voldoen aan de eisen van het Vademecum Fietsvoorzieningen (waarin richtlijnen staan voor de aanleg van fietsinfrastructuur, EVE). Maar eigenlijk zouden we in Gent fietsinfrastructuur moeten aanleggen die veel verder gaat dan dit Vademecum, en gebaseerd is op internationale lichtende voorbeelden”.

En hoe Winfried en Jan Gent zien binnen pakweg 20 jaar? Voorspelbaar: “Veel minder auto’s. Veel meer ruimte voor de fiets. En veel meer fietsers natuurlijk, uit alle lagen van de bevolking. Openbaar vervoer en fiets die mooi op elkaar afgestemd zijn.”

En we zijn op de goede weg. Veel voorbeelden bewijzen dat. Jan: “Ik vreesde dat de fietsenstallingen aan het nieuwe voetbalstadion niet vol gingen staan bij de eerste match, maar had een uur nodig om het aantal fietsen naast de stallingen ook nog te tellen.” Het massale gebruik van de fiets tijdens de Gentse Feesten geeft de vrijwilligers van de Fietsersbond echt een kick. Het beste moet zeker nog komen…

Dit was het laatste artikel van de Fietsersbond in Frontaal, voortaan gaan we volledig digitaal. Je kan op de hoogte blijven van onze acties en activiteiten, de fietsactualiteit in Gent door deze blog te volgen.

Koffie en kranten.
In Amsterdam.
En een lezersbrief.
Ik laat je meegenieten.
Een snuifje gezond verstand in domineeverpakking.

08maa14, 11u49, Amsterdam

08maa14, 11u49, Amsterdam

LAAT KINDEREN ZELF TRAPPEN

Onze kinderen groeien op in een tijd waarin steeds minder zaken lichamelijke inspanningen vergen.
Gelukkig hebben wij onze fietscultuur, voor velen is dat een van de weinige nog resterende vormen van routineuze lichaamsbeweging.
Te vrezen valt voor de opkomst van de elektrische fiets.
Er komen steeds hippere elektrische fietsen op de markt (NRCLUX, 1 maart).
En gelet op onze gemakzucht is dat een risico.
Zonder spoor van ironie hoor ik mijn kinderen geregeld zeggen dat ze iets niet willen doen omdat ze er moe van worden.
Mijn oproep aan alle ouders van Nederland: ontzeg uw kinderen de elektrische fiets.
Ze gaan er zeker om vragen.
Maar ze moeten gewoon zelf lekker blijven trappen!
Peter van der Vlie
Amsterdam

06maa14, 15u38, Amsterdam

06maa14, 15u38, Amsterdam

%d bloggers liken dit: