Decathlon, een winkel voor de bewegende mens

Juicht! Gent heeft eindelijk een Decathlon!

Het is niet mijn gewoonte om over werven te klagen.
Dat ik het voorbije jaar geregeld met modderschoenen thuiskwam, daar heb ik nooit over geklaagd.
Dat het fietspad op de Vliegtuiglaan op 3 verschillende plaatsen werd opengebroken, een jaar lang, voor de toegang van het werfverkeer: ik heb dat aanvaard.

Het globale masterplan, de reconversie van het Manchestergebouw en de aanleg van een mega-parking voor Weba + Decathlon, was in handen van Abscis Architecten en aannemer Aclagro NV.
Ik ken die mensen niet.
Maar ik vermoed dat het 20e-eeuwse krokodillen zijn die zich uitsluitend verplaatsen met de auto.
Enfin, dat leid ik af uit het resultaat.

In de projectomschrijving staat nochtans iets over fietsenstallingen.

“Om de winkels (Weba en Decathlon) op een veilige manier met elkaar te verbinden, komt tussen de ingangen van beide winkels een verkeersvrije wandelzone – een ‘Ramblas’. Deze ‘Ramblas’ moet naast een louter functionele verbindingsfunctie ook een recreatieve invulling hebben, met een ‘playground’ voor Decathlon, fietsenstallingen en zitgelegenheden.”

Maar genoeg over het project, nu de feiten.
Ik ben de parkeerplaatsen gaan tellen:

  • Meer dan duizend parkeerplaatsen voor auto’s.
    (enorm uitgestrekt, over de hele lengte van de site: van de Afrikalaan tot voorbij de tunnel van de Vliegtuiglaan)
  • Tien (10!) degelijke (niet-overdekte) parkeerplaatsen voor fietsen.
    (niet zeuren: aan de zijkant van het gebouw hebben ze nog wat extra voorwielplooiers geplaatst) (naast de ‘playground’)

Decathlon

Deze winkel ligt niet in een verlaten industriepark, weg van de stad. Nee, de nieuwe Decathlon ligt zomaar even in postcode 9000. Op een paar honderd meter van de Bataviabrug, binnenkort is dat dus hartje Gent.

Natuurlijk dat je met de auto komt om een pingpong-tafel te kopen, dat zou ik ook doen. Maar de meeste mensen verlaten de winkel met slechts de inhoud van een boodschappenmandje: een paar voetbalschoenen en een regenjas, bijvoorbeeld.

Je kan het de Gentse klanten zelfs niet kwalijk nemen dat ze de auto nemen naar Decathlon, zolang de Bataviabrug onbereikbaar blijft: aan de ene kant (centrum) geen oversteek aan de Doornzelestraat (of Ham) en aan de overkant een onberijdbare strook in de Koopvaardijlaan. Twee belangrijke knelpunten die ook al te zien waren in dit filmpje (maart 2014).

De suggestiestrook


Eén mening is maar één mening.
Daarom vijf dagen na elkaar een Fietsbult over fietssuggestiestroken, voor de kortewoordenliefhebbers: fss.
Zet de okerverf alvast klaar!
Verwacht u aan verschillende, botsende meningen.
Voelt u de pen kriebelen?
Stuur ons uw mening, al dan niet met foto’s. (fietsbult@fietsersbondgent.be)
Ivan Deboom opent de reeks.

Vorige week werd in de Gentse Muide wat verf bovengehaald voor suggestiestroken.
Voor wie niet weet wat een suggestiestrook is >> 2 minuten beeld:

Dit is de suggestie van een beleid, niet meer dan dat.

  • De straat wordt niet opnieuw aangelegd.
  • Het zware vrachtverkeer wordt niet omgeleid.
  • De dubbele rijrichting blijft, de tram uiteraard ook.
  • De geparkeerde auto’s? Die mogen op de openbare weg blijven staan.
    (bij deze vervalt elk argument waar de woorden “geen plaats” gebruikt worden)

Voor mij als assertieve sportieveling: no problemo!
(ik meen dat: ik fiets nog liever op een suggestiestrook dan op de scheefzakkende klinkertjes die men in Vlaanderen fietspad noemt)

  • Dat autobestuurders elkaar niet kunnen kruisen zonder op de suggestiestrook te rijden? Geen probleem, ik moet ’s morgens toch nog wakker worden. Dat helpt.
  • Dat de suggestiestrook gekneld zit tussen een drukke autoweg en een rij geparkeerde auto’s? Geen probleem, ik moet toch érgens mijn kicks gaan zoeken. (een openzwaaiend portier en je ligt misschien onder de wielen van een vrachtwagen, living on the edge)

Maar voor de minder assertieve fietser? Voor de kinderen? De senioren?
WEL een problemo. Je jaagt ze in de auto of in de bus en je maakt zo de straten nog onveiliger.

Maar ik ken heel wat fietsers die blij zijn met suggestiestroken. “Het is beter dan niets!” zeggen ze.

Niet akkoord. Suggestiestroken hebben niets vandoen met fietsbeleid of mobiliteit.

Zolang je op een drukke weg het verkeer niet wil scheiden van zwakke weggebruikers, neem je in mijn ogen altijd een foute beslissing. Een beslissing die ik niet kan verzoenen met de ambitie om “kindvriendelijkste” stad te worden. (zo staat het zwart op wit in het bestuursakkoord)

Ik wik mijn woorden: suggestiestroken = schuldig verzuim.

Het STOP-principe in het klad

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een mobiliteitsbeleid van een Vlaamse stad zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.
Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is toch niet te vergelijken met een stad?!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.