Home

20170323-NIEUWS-20 from AVS on Vimeo.

Gents MilieuFront (GMF) en Fietsersbond Gent vragen dat wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt en doen voorstellen voor een veilige en vlotte doorstroming over de R40

De Gentse stadsring (R40) deelt de stad op in twee delen – het gebied binnen de ring, en het gebied buiten de ring. Veel fietsers moeten de stadsring dagelijks oversteken en dat is niet altijd eenvoudig. De R40 is immers de belangrijkste auto-as in de stad, met de fiets geraak je daar niet zo gemakkelijk voorbij. GMF en Fietsersbond Gent merken op dat, naar aanleiding van de invoering van het circulatieplan, de stad Gent en het Vlaams Gewest er alles aan doen om een vlotte doorstroming van het autoverkeer te stimuleren. We hopen dat dit niet in het nadeel van het fietsverkeer uitdraait. De R40 is al op veel plekken moeilijk oversteekbaar. De invoering van het circulatieplan mag er niet toe leiden dat de R40 een stadsmuur voor fietsers wordt.

GMF en Fietsersbond Gent onderzochten daarom meer dan 25 kruispunten en gingen onder andere volgende zaken na: de oversteektijd aan de kruispunten, de wachttijd voor het rode licht, de werking van drukknoppen en het aantal voorbijgaande fietsers op elk kruispunt/fietsbrug/fietsonderdoorgangen in kaart gebracht. Die kaart kan je hier raadplegen.

Onze inventarisatie toont aan dat de R40 nu al als barrière voor fietsers werkt. “Op sommige plaatsen moeten fietsers meer dan anderhalve minuut wachten om groen te krijgen, zoals bijvoorbeeld ter hoogte van de Rozemarijnstraat”, zegt GMF-woordvoerder Steven Geirnaert. “GMF en de Fietsersbond vragen dat de wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt, zo wordt de doorstroming van fietsers gegarandeerd. Ook een te korte oversteektijd is een probleem. Op sommige plaatsen krijgen fietsers maar 15 seconden om over te steken. Als er grote groepen fietsers zijn leidt dat tot gevaarlijke situaties. Omdat de opstelruimte voor fietsers niet ruim genoeg is, staan sommige fietsers dan noodgedwongen een stukje op de rijbaan, zoals dagelijks gebeurt ter hoogte van de Bijloke. Dat kan toch echt niet.”

GMF en de Fietsersbond Gent willen dat het stadsbestuur en het Vlaams Gewest elke oversteekplaats screenen op veiligheid en doorstroming voor het fietsverkeer. Op een meerderheid van de kruispunten is er ruimte voor verbetering. We stellen voor dat de kruispunten waar de meeste fietsers en voetgangers passeren en waar de ongevalscijfers het hoogste zijn, als eerste worden aangepakt. De drukste gelijkgrondse kruispunten zijn volgens onze tellingen Dampoort(straat), Sint-Lievenspoort, Heuvelpoort en Bijlokehof. Onze tellingen vind je hier.

De overheid moet ook verder werk maken van het doorbreken van de ring als stadsmuur, zoals ze in het verleden al deed door de aanleg van fietsbruggen en -onderdoorgangen die fietsers veilig en snel onder of over de ring loodsen, zoals ter hoogte van de Stropkaai. Maar ook de gelijkgrondse oplossing aan de Gandastraat kan ons – qua afmetingen en infrastructuur – bekoren.

GMF en de Fietsersbond doen graag verdere suggesties om de infrastructuur veiliger te maken en de doorstroming te verbeteren. Hieronder vind je enkele van onze voorstellen.

Infrastructuur

  • Oversteekplaatsen
    • Oversteekplaatsen voor fietsers zijn dikwijls te smal. Voetgangers krijgen terecht een breed zebrapad. Fietsersoversteekplaatsen verdienen – gezien hun aantal en de snelheid waarmee ze zich bewegen – ook meer ruimte. (Klik hier voor een voorbeeld – Beneluxplein)
    • In aanloop naar sommige oversteekplaatsen ontbreekt fietsinfrastructuur (geen fietspad bv in aanloop Wondelgembrug). Fietsers gebruiken hier vaak – bij druk autoverkeer – noodgedwongen het voetpad. Daardoor kunnen fietsers niet op veilige of legale manier het kruispunt bereiken.
    • Om van aan de Brusselsesteenweg vlot de Ferdinand Lousbergskaai te kunnen bereiken zou een tweerichtingsverkeer voor fietsers toegestaan worden (zie hier). Zo hoeven fietsers de R40 niet nodeloos te kruisen.
    • Op het kruispunt Ham-Fievestraat-R40 ontbreken verkeerslichten en oversteekinfrastructuur als je uit de Ham richting Bataviabrug rijdt. Meer info vind je hier.
  • Bruggen en tunnels
    • Bij nieuw aan te leggen kruispunten (bv Heuvelpoort, Dampoort en het toekomstige kruispunt aan de Verapazbrug) op de R40 willen we dat de stad en het Vlaams Gewest investeren in tunnels zodat fietsers en auto’s gescheiden worden.
    • Een ontbrekende mogelijke fietsbrug over de R40 zou er kunnen komen van de Ijskelderstraat naar de Magnoliastraat. Zo kunnen fietsers de drukke Wondelgembrug vermijden.
    • De fietsonderdoorgang tussen Leiekaai en Malem moet opgewaardeerd worden. Hij is te smal en de aanloophellingen zijn niet logisch. Met het nieuw aangelegde Westerringspoor langs Malem is dit een ontbrekende schakel in een grote fietsas van Brugse Poort- Rabot richting Sint-Pietersstation.

Oversteekbaarheid (ifv werking lichten)

  • Algemeen kunnen we zeggen dat de oversteekbaarheid van de kruispunten voor fietsers nog altijd samenhangt met autoverkeer. Als de auto ook het kruispunt over moet is er meestal geen probleem qua oversteektijd, wachttijd en zichtbaarheid. Soms ontbreken er wel fietsopstelstroken (bv op het kruispunt Brugsesteenweg).
  • Men plaatst momenteel verkeerslichten aan de oversteekplaats aan het rondpunt van de Dampoort. Dit kruispunt is volgens onze fietstelling van 12 mei 2016 de drukste stadspoort in de ochtendspits. Verkeerslichten zijn misschien een goede ingreep om de veiligheid te verhogen, maar het kan niet dat de doorstroming van het fietsverkeer op één van de belangrijkste fietsassen van de stad wordt gestremd.
  • Aan Bijlokehof staan ‘s morgens per roodlichtcyclus tientallen fietsers te wachten. Het smalle fietspad, het feit dat er ook tegenliggers (fietsers) toegelaten zijn en de korte oversteektijd (21 seconden) maakt dat de fietsers nooit veilig in één tijd over kunnen.
  • Aan vele kruispunten, zoals bv aan de Eendrachtstraat, heb je een verwarrende situatie. In de Eendrachtstraat heb je een drukknop voor fietsers. Het is voor automobilisten niet zichtbaar dat fietsers groen hebben (want het voetgangerslicht blijft op rood). Daardoor zijn automobilisten niet geneigd om rekening te houden met overstekende fietsers. Meer info hier.
  • Leesbaarheid: op elke oversteekplaats willen we dezelfde infrastructuur: soms is er een okergele coating, soms pijlen of soms zelfs niets. Bovendien lijkt het ons logisch dat fietsers standaard fietslichten op ooghoogte krijgen (zoals bv hier)
  • .

Toelichting bij de metingen/vaststellingen op de kaart.
De metingen werden uitgevoerd in december 2016. Alle oversteekpunten zijn tussen 15u30 en 19u gemeten, dus tijdens de “grote avondspits”. Soms werden er verschillen gemeten in de oversteektijd of wachttijd. De boven- en ondergrens zijn dan aangegeven. Het was ons niet altijd duidelijk wat de verschillen veroorzaakt.
De kaart toont de belangrijkste kruispunten en heeft niet de pretentie volledig te zijn.

Compact

24 maart 2017

Als je dit ziet vraag je je af, hoe deden ze dat vroeger?

21maa17, Visserij / Brusselsepoortstraat

Met een grote camionet fout parkeren?
Met twee man voor één waterslang?
Ik weet het niet, en overdrijf waarschijnlijk in de andere richting.
Wat ik vooral wil zeggen: in een compacte stedelijke omgeving lijkt me zo’n compact vervoermiddel een slimme manier van werken.

21maa17, Visserij / Brusselsepoortstraat

Begrip

23 maart 2017

Onze wervencultuur is duidelijk anders dan in Nederland, Denemarken of Duitsland.
Niet dat àlles daar feilloos verloopt, dàt nu ook weer niet.
Maar het respect voor voetgangers en fietsers is er overduidelijk groter dan bij ons.
Vandaag zag ik weer een staaltje van “onze” cultuur:

22maa17, Martelaarslaan

Niks van aanduiding dat je in een put rijdt.
Ook niks van afgebakende zone om veilig verder te fietsen.
Ik nam foto’s, vervolgde mijn weg naar het station, en besloot aan de Albertbrug om terug te keren.
Op de Martelaarslaan had ik in de verte een gele auto van Wegen en Verkeer gezien, en hoopte hun hierover aan te spreken.

22maa17, Martelaarslaan

Dat was een dom idee.
Ik zag niemand van Wegen en Verkeer, en toonde de foto hieronder dan maar aan mensen met een witte helm van wegenbouwfirma ASWEBO.

22maa17, Martelaarslaan


Daarbij de vraag: “Zou u uw kinderen hier laten fietsen?”
Veel begrip viel er niet te rapen.
Eén van de mannen reageerde: “Wat is het probleem?”
Maar misschien lag dat gebrek aan begrip ook wel aan mezelf.
Ik denk dat ik weinig rust uitstraalde, eerder boosheid.
Boze mensen krijgen hoogstzelden begrip van mensen die zich aangevallen voelen.
Heren van ASWEBO, mocht ik u onbeschoft toegesproken hebben: mijn excuses.
Wie deze blog volgt weet dat mijn respect voor het zware werk van bouwvakkers groot is.
Niet voor hun werfmethodes.

De komende 10, 20, 30 jaar zal Gent nog massààl veel wegenwerven meemaken.
Er is nog een hoop “achterstallig onderhoud”.
Servosturen helpen wegen sneller om zeep.
En sommige wegen verslijten wel verdacht snel.
Ik kan zo uit mijn hoofd een paar zeer noodzakelijke en / of al jarenlang aangekondigde werven opsommen.
Daar gaan we.
De N9 Brugsevaart tussen Palinghuizen en R4.
De Antoon Cantriestraat.
De Zonnestraat.
De as Kortrijksepoortstraat- Nederkouter.
De Serafijnstraat.
Het Tolhuis.
De Parklaan.
De Henegouwenstraat.
De R4 in de haven van Gent.
De Langerbruggestraat.
De Groenebriel.
De Bagattenstraat.
Een stuk Dendermondsesteenweg.
Het kruispunt Forelstraat – Heernislaan.
De Lourdesstraat.
De Vera Pazbrug met aansluitingen op de Afrikalaan en Muidelaan.
Vul maar aan met honderd andere straten.
Een stad in evolutie heeft in feite altijd wegenwerven.

Het aspect “veiligheid” is één van de allergrootste redenen waarom mensen niet willen fietsen.
Als we de wegenbouwers op hun klassieke (voetgangers- en) fietsonvriendelijke manier laten verder werken zullen ze nog jàààrenlang mensen afschrikken om de fiets te nemen.
Wie wil zijn kinderen door zo’n chaos sturen?

22maa17, Martelaarslaan

22maa17, Martelaarslaan

22maa17, Martelaarslaan

Hoe krijg je die mentaliteit verandert?
Een individu kan niks.
Eén werfopzichter kan niks.
Eén ploegbaas kan niks.
De groepsdruk van de bedrijfscultuur bepaalt alles.
Of is het het gebrek aan degelijke controle door de overheid?
Zolang de wegbeheerders deze toestanden door de vingers zien zullen bedrijven hun werfcultuur niet aanpassen.
Vraag is: menen de werfbeheerders het ècht met het beleid om méér mensen op de fiets te krijgen?
Dus bij deze: dames en heren wegbeheerders, als je het ècht meent met het beleid om méér mensen op de fiets te krijgen, start met een doortastend en efficiënt werfbeleid en werftoezicht.
Jullie weten ongetwijfeld zelf wat de beste manier is: de strenge manier, de beloningsmanier, of de creatieve manier.
Maar maak alsjeblieft dat ook jullie kinderen of kleinkinderen er veilig kunnen fietsen.

——– Doorgestuurd bericht ——–
Onderwerp: Persbericht: Meer dan 1000 Gentenaars wandelen en fietsen voor een gezonde en leefbare stad
Datum: Sun, 19 Mar 2017 16:47:22 +0100
Van: Iris Verschaeve | Gents MilieuFront

Beste,
Vandaag kwamen meer dan 1000 Gentenaars samen om een positief signaal te geven voor een gezonde en leefbare stad.
Hieronder vindt u ons persbericht.
Mvg,
Iris Verschaeve, GMF
Perscontact Eva Van Eenoo

Meer dan 1000 Gentenaars wandelen en fietsen voor een gezonde en leefbare stad

Vandaag verzamelden meer dan 1000 fietsers en voetgangers in het Baudelopark om te rinkelen voor een leefbare en gezonde stad. Samen fietsten en wandelden ze door de Gentse binnenstad om hun steun te tonen aan het Gentse Mobiliteitsplan. Oost-Vlaams gouverneur Jan Briers gaf het startschot van de tocht.

De tocht eindigde onder de Stadshal. Daar overhandigden de organisatoren de fractieleiders van de Gentse gemeenteraad een bijzonder cadeau. Voor elk een glazen pot, gevuld met de properste lucht van Europa, opgehaald in Finland (Lapland). “Zo blijven we er de gemeenteraadsleden aan herinneren wat er echt belangrijk is: gezondheid en levenskwaliteit. We rekenen er dan ook op dat de volledige gemeenteraad alles op alles zal zetten om die levensbelangrijke thema’s in de aandacht te houden.”

“We willen allemaal een gezonde en leefbare stad, voor onszelf, maar nog veel meer voor onze kinderen en andere kwetsbare Gentenaars. We maken ons zorgen over de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers, en ook de slechte luchtkwaliteit in de stad maakt ons ongerust”, zegt Eva Van Eenoo, moeder van een zoon van 5 en een dochter van 3. “We steunen het Mobiliteitsplan omdat dit een eerste cruciale stap is richting meer levenskwaliteit en gezondheid.”

Het Mobiliteitsplan is een essentiële stap, maar de organisatoren drukken erop dat er nog veel werk aan de winkel is. De grootste vooruitgang is nu voorbehouden voor Gent Centrum, terwijl ook de buurten buiten de kleine ring en de deelgemeenten snakken naar meer en veiligere ruimte voor fietsers en voetgangers en propere lucht. “We vragen dan ook dat de buurten buiten de kleine ring (R40) een gelijke behandeling krijgen als de buurten binnen de R40. Wijkcirculatieplannen zijn dringend nodig om het sluipverkeer en de parkeeroverlast uit de woonwijken te halen.” In 2020 komt er binnen de R40 een lage emissiezone. We vrezen dat de Gentenaars die buiten het centrum wonen alweer uit de boot zullen vallen. De luchtkwaliteit moet beter over àlle wijken van Gent, ook buiten de R40. “En, als we het autogebruik verder willen doen dalen, dan is het nodig dat er niet alleen ingezet wordt op fiets- en voetgangersvriendelijke omgevingen, maar dat ook het aanbod aan openbaar vervoer snel groeit.”

Contact: Eva Van Eenoo, 0479 575 171

Een burgerinitiatief in samenwerking met Fietsersbond Gent, Trage Wegen, Autodelen.net, Gents MilieuFront (GMF), Critical Mass Gent, Ledeberg breekt uit, Natuurpunt Gent, Greenpeace Gent, Gezinsbond Afdeling Gent, Werkgroep SintPietersBuiten, Buitensporig, Netwerk Duurzame Mobiliteit, Velo-droom, Partago, Op Wielekes, JNM vzw, Dégage, Scouts en Gidsen Gouw Gent, Chirojeugd Vlaanderen en allerlei fietsende en wandelende Gentenaars en bezorgde wijkorganisaties.


***
Iris Verschaeve | Stafmedewerker | 09 242 87 51

Terug naar Oosterweel

16 maart 2017

Officieel is het nog winter, maar vandaag is het lenteweer.
De zon schijnt.
En dan vergeten we graag even de zorgen.
De trauma’s van gisteren.
De realiteit van vandaag.
De angsten voor de toekomst.
Genieten maar.

Wat gisteren in Antwerpen op mobiliteitsvlak gebeurde is zéér belangrijk.
Na jarenlang armworstelen kwamen het Antwerpse stadsbestuur, de Vlaamse regering en drie beresterke actiegroepen tot een vergelijk over de toekomst van de Antwerpse mobiliteit.
Wie de persconferentie live op internet beluisterde hoorde zowel vreugde als opluchting.
Vergeleken met de vroegere plannen moet koning auto er fors inbinden.
De leefbaarheid van de stad staat vanaf nu voorop, met dank aan Straten-Generaal.
De recent opgebouwde inzichten over fijnstof kregen in de nieuwe plannen hun plaats, met dank aan Ademloos en Ringland.
Dat zijn drie trendbreuken in het Belgisch lapje van de wereldbol, waar sinds Wereldoorlog 2 automobiliteit als spil van de maatschappij uitgebouwd werd.

Hoe kwam dit akkoord tot stand?
Niet door “de politiek”, toch niet rechtstreeks.
Het is (vermoed ik toch) de verdienste van de politiek dat ze een neutrale bemiddelaar vonden èn aanstelden.
Iemand met kennis van zaken op technisch vlak, met ervaring en kennis over dergelijke projectschaal, en met een diplomatiek talent.
Een algemeen belanger, en een partijloze specialist en generalist in één.
Maar de allergrootste verdienste ligt bij de drie actiegroepen Straten-Generaal, Ademloos en Ringland, die elk op een uiterst professionele manier een brede expertise èn een breed draagvlak opbouwden.
Ze doorbraken via juridische weg (de Raad van State) het monopolie van politiek en administraties.
Dat “doorbreken” op zich is niet het belangrijkste.
Wèl het doorbreken van oude denkpatronen.
Ook het feit dat de Vlaamse politieke meerderheid èn oppositie hier -even toch- het klassieke politieke spel achter zit lieten is hoopgevend.
We kennen dit verhaal van oude denkpatronen ook van grote Gentse dossiers, zoals de Loop en het project Gent Sint-Pieters.
De realiteit is meestal de volgende: complexe bouwkundige dossiers kunnen pas tot stand komen als meerdere administraties hun zegen en middelen geven.
Vaak zijn daar meerdere bestuursniveau’s (stad, gewest, staat) bij betrokken.
Dat op zich is al een immense oefening in “overeenkomen”.
Daarbovenop is de regelgeving op menig beleidsdomein babylonisch complex geworden.
Al dan niet tezelfdertijd moeten ook de verantwoordelijke politici hun zegen geven, of willen zij koerscorrecties.
Dat is een complex en langzaam beslissingsproces, en leidt vaak tot compromissen.
An sich is daar niks mis mee.
Het is wel de reden dat van zodra zo’n dossier in de openbaarheid komt er door wakkere burgers met moeite nog een halve letter kan gewijzigd worden.
Het vooraf bereikte akkoord / compromis wordt belangrijker dan de kwaliteit of de inbreng van burgers.
Het NIMBY-fenomeen is daar het excuus voor.
En toegegeven, ik kan me inbeelden dat het soms moeilijk inschatten is wanneer contra-argumenten ingegeven zijn door eigenbelang of algemeen belang.
Feit is dat politieke partijen het algemeen belang vaak verwarren met hun partijbelang: het aan de macht blijven.
Dat is hun goed recht.
Maar wat is nog het nut van een openbaar onderzoek als een overeenkomst tussen administraties, politiek en andere (private) partners onwrikbaar beslist is?
Wat is de functie van een openbaar onderzoek als enkel de Raad van State een bereidheid tot gemeend overleg tussen overheid en burgers oplevert?
Lees dit boeiende standpunt in de Standaard.
Lees ook de artikels in de Morgen van vandaag, waar de spelers een beetje het achterste van hun tong tonen, onder andere over onze vergadercultuur.

Mobiliteit is voor individuen vaak iets emotioneels.
Mobiliteit is in de praktijk de optelsom van individuele keuzes op vlak van verplaatsingswijze en tijdstip.
Maar door zijn complexiteit, impact èn kostprijs vraagt mobiliteit van de overheid een uiterst rationele aanpak èn een realistisch toekomstbeeld.
Een paar jaar geleden hield Mikael Colville-Andersen voor Fietsersbondleden een fenomenale lezing over de geschiedenis van mobiliteitsorganisatie en wegenbouw.
Kort samengevat: na Wereldoorlog 2 gaven politici all over Europa aan ingenieurs de opdracht om structuur te brengen in onze mobiliteit, want door de forse groei van het autogebruik vielen er véél tevéél doden.
Ingenieurs verzonnen / ontwikkelden -ahum- tijdloze oplossingen.
De Kennedytunnel is er zo een.
Grandioos op technisch vlak.
Kortzichtig als “oplossing”.
Helemaal in de tijdsgeest, tot het vastliep.
Want de basiswet van mobiliteit is en blijft: infrastructuur trekt gebruikers aan.
Ingenieurs zijn steengoed in beton gieten, in techniek, in kortetermijnoplossingen.
Maar mobiliteit organiseren vraagt een andere blik, die van gedragswetenschappers.
Of van mobiliteitsdeskundigen en stedebouwkundigen.
in ieder geval: een blik op lange termijn, wat ook haaks staat op het gros van het politiek denken.
Ik lig hier met kranten en weekbladen uit vorige eeuw waar specialisten de huidige autostilstand, maar vooral ook de impact op steden, haarfijn voorspelden.
Laat me concluderen.
Ik smeek de Vlaamse regering: laat ingenieurs niet meer solo slim beslissen over onze mobiliteitskeuzes.
Misschien was dat in Antwerpen wel het grootste gevecht.
Groter dan het gevecht tegen de behoudsgezinde “macht der gewoonte”, het boze spook van èlke mens.
Politici van àlle partijen, ook van de oppositie, weten vaak zéér goed wat de toekomst brengt.
Antwerpen toonde gisteren dat vooral een open dialoog nodig is tussen onmisbare en geniale ingenieurs en visionaire niet-technische gesprekspartners.
Techniek hoort in functie te staan van…
En we hopen samen met u dat Vlaanderen nu nog geld over heeft voor de leefbaarheid van àndere steden.

De grootste verdienste van het komende Gentse circulatieplan is dat er beslissingen genomen zijn, goed wetende dat niet àlle Gentenaars bereid zijn om zijn dagelijkse gewoontes aan te passen.
Dat waren de harde lessen van 1987 en 1997.
Het huidige plan is grondig onderbouwd, véél grondiger dan de vorige.
De lobben zijn een veelvuldig en beproefd model, dat in andere historische steden goed werkt.
Uit wat ik hoor zijn de gesprekken over het plan breed gevoerd.
Het plan is maximaal gescreend om autobereikbaarheid garant te stellen.
U kan het raar vinden dat de Fietsersbond zo’n autovriendelijk plan steunt.
Dat komt omdat het deuren opent naar andere mobiliteitsgewoontes.
Voor sommigen zal het niet ver genoeg gaan.
En omdat uit gesprekken met vele ambtenaren op meerder bestuursniveaus blijkt dat er open en zonder dogma’s naar de toekomst gekeken wordt.
Het verandert de spelregels voor autogebruik.
Het aantal fietsers steeg afgelopen vier jaar al fenomenaal.
Benieuwd wat dit wordt nà 3 april.
Want dat hangt toch altijd weer af van de individuele keuzes van honderduizenden.
En ja, we lezen tussen de regels toch één dogma: de grote veranderingen in deze bestuursperiode liggen niet buiten de R40.
De drie trendbreuken die we in Antwerpen zien lezen we ook in het komende Circulatieplan.
Maar in in concreto zijn ze voorbehouden aan Gent Centrum.

Het allergrootste nadeel van het plan is dat het niet in de vorige besturen bedacht en/of ingevoerd werd, toen de perceptie leefde dat we met z’n allen elke dag rijker werden.
In tijden dat mensen dat gevoel niet meer hebben ligt dat moeilijker.
De wijken buiten de kleine ring R40 hebben ook behoefte aan zo’n plan, maar moeten wachten.
Koning auto is nog steeds oppermachtig, het centrum van alle denken, en bepalend in het debat.
Maar iedereen weet dat zijn rijk eindig is, want het razendsnel groeiend inzicht in de effecten van fijnstof op onze gezondheid verlegt het emotioneel debat van “mijn auto, mijn vrijheid” naar “mijn longen, mijn leven”.
En de zon schijnt.
En alle kranten staan vol met artikels over fietsen, fietgebruik en fietsmobiliteit.
Nu nog een degelijk èn ambitieus èn toekomstgericht stadsgewestelijk fietsrouteplan.
Zolang dat niet op tafel ligt worden kostbare vierkante meters ingenomen voor andere doeleinden.
En dan is er nog het monster van de versnippering.

Zondag aanstaande willen honderden mensen vrolijk, vriendelijk en rinkelend hun bezorgdheid over het fijnstof uitdrukken.
Op het einde van de wandel- en fietstocht krijgen de fractieleiders van de zes partijen die momenteel in de gemeenteraad zitten een zak met een attentie voor “hun” gemeenteraadsleden.
Eén van de initiatiefnemers van de Rinkeltocht ging die attenties ergens in Europa ophalen.
Ook zo benieuwd?

Leren uit het verleden.
Wie wil dat niet?
Laat ons eens kijken hoe een hèt studentenblad Schamper 20 jaar geleden schreef over het Gentse fietsbeleid.
Voor sommigen onder u zijn dit verre herinneringen.
Voor anderen is het geschiedenisles.
Een tip: bedragen zijn in Belgische frank

GENT HEEFT EEN FIETSPLAN…
14 maart 1997 — editie 348 – door KL

Sinds 1993 bestaat er in Gent een fietsplan waarvoor jaarlijks vijftig miljoen wordt uitgetrokken. Hiermee worden vier fietsroutes aangelegd tussen de deelgemeenten en het centrum van Gent. Dit allemaal om Gent wat fietsvriendelijker te maken. En er is werk aan de winkel. Denken we maar aan de verraderlijke tramsporen voor fietsers, de grote kruispunten waar het autoverkeer van alle kanten komt, en de kasseien.

De essentie van het Fietsplan is de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad verhogen. Elke ingreep in de verkeersinfrastructuur moet overzichtelijk, veilig en aantrekkelijk zijn en het comfort van de fietser in het verkeer verbeteren. De schoolomgeving moet veiliger en er wordt gezocht naar een goede wisselwerking tussen het openbaar vervoer en de fiets (Zodat arme fietsers zich niet meer voor trams of bussen op het trottoir moeten reppen als hun leven hun lief is?).

Om Gent wat fietsvriendelijker te maken wordt er ook gedacht aan trager autoverkeer door het invoeren van een zone 30 binnen de bestemmingsring. Het stadsbestuur is nu ook van mening dat fietsen langs de hoofdwegen moet kunnen. Voordien werden fietsroutes zoveel mogelijk weggehaald van de hoofdwegen. Zo staat te lezen in de brochure van het fietsplan: ‘’ Fietsroutes worden vaak aangelegd langs minder drukke straten, door woonwijken of langs jaagpaden om de gevaarlijke hoofdwegen te vermijden. (…) Hoofdwegen zijn meestal de kortste route om een eindbestemming te bereiken. Vandaar dat ook zij fietsvriendelijk moeten ingericht worden. Langs deze wegen (…) bevinden zich bovendien heel wat winkels, scholen, kantoren en diensten. deze voorzieningen moeten voor de fietser goed bereikbaar zijn.’‘ (Hoera!, nvdr) Tot slot kan iedereen ook nog zijn fiets gratis laten registreren om fietsdiefstal te voorkomen. ‘‘Registratie zorgt ervoor dat de politie gestolen fietsen sneller kan opsporen.’‘ (?) Ook de nieuwe fietsenstallingen moeten hiertoe bijdragen.

De voorbije drie jaar werden al een aantal zaken van het Fietsplan gerealiseerd. Ongeveer 300 éénrichtingsstraten staan in twee richtingen open voor fietsers, langs acht straten werden fietsvoorzieningen aangelegd, op diverse kruispunten werden fietssluizen voorzien en de realisatie van de Oost-Westroute in de binnenstad is binnenkort klaar.

Tegen 2000 zou Gent een fietsparadijs moeten worden. In 2000 zouden de vier fietsroutes afgewerkt moeten zijn. Eind dit jaar wordt voorzien dat de Oost-Westroute van Mariakerke naar Sint-Amandsberg afgewerkt is. Deze is al grotendeels klaar dus met een ‘Op de koop toe’ kritische instelling besteeg deze jongen zijn stalen ros om een stuk van de route door het centrum eens te testen.
Op een zonnige dinsdagmiddag omstreeks 15 uur begeef ik me naar het dichtst bijgelegen deel van de Oost-Westroute, namelijk de Ketelvest. Daar is geen autoverkeer en het is er goed vertoeven met de fiets. Dan peddel ik m’n tweewieler richting Justitiepaleis (Koophandelsplein). Dààr de fietsroute volgen is je reinste zelfmoord dus rij ik tussen de auto’s mee naar de Kouter. Anders kan niet omdat het autoverkeer zowel linksaf gaat als rechtdoor. Na wat wachten bereik ik de Zonnestraat en baan me een weg tussen de tramsporen en lossende vrachtwagens. Eens over de brug ben ik het spoor van de fietsroute kwijt. Na raadpleging van de kaart blijkt dat de route wel degelijk daar loopt langs de Ajuinlei. Bizar, het is nochtans een éénrichtingsstraat. Zou de Oost-Westroute misschien een éénrichtingsroute zijn? Ik besluit me volledig te verlaten op de kaart en rij over het trottoir en de rijweg langs de Ajuinlei en bereik het kruispunt aan de Zwarte Zustersstraat. In die straat wordt ik aangenaam verrast door een richtingaanwijzer van de Oost-Westroute met de vermelding Mariakerke. Dus toch geen éénrichtingsroute. De pijlen volgen dan maar. Dit leidt me langs kleine straatjes tot aan de Holstraat waar ik al verheugd ben door het zien van een fietstrook. Wanneer ik deze dan wil uittesten blijkt dat een aantal autobestuurders er een ideale parkeerplaats in ziet. In de Theresianenstraat kom ik bij het kruispunt tot een verrassende vaststelling. De route loopt rechtdoor en er staat een bord dat me vertelt dat fietsverkeer er in twee richtingen mag. Maar dan zie ik enkel aan de linkerkant een fietstrook. Wordt hier verwacht dat ik nu ineens links ga rijden? Ik probeer het maar het bevalt toch niet echt. Aan het einde wordt me duidelijk wat er aan de hand is. Juist op de laatste pakweg acht meter bevindt zich een stukje fietstrook om het oversteken naar de Coupure te bevorderen. Aan de andere kant van de Theresianenstraat is ook zo’n fietstrook. Die staat echter vol met wagens van ouders die hun kinderen komen ophalen. Aan de overkant van de Coupure tref ik een waar fietsnirvana aan. Zo waar een twee meter breed fietsvak afgescheiden van de autoweg. Ik veronderstel dat dit zo verdergaat tot in Mariakerke en doe de route eens in tegenovergestelde richting. Dit gaat vlotter, ik ken de weg nu al en de éénrichtingsstukken baren me nu geen zorgen. (Aan het Justitiepaleis probeer ik de nieuwe fietstallingen eens waar Stad Gent er 300 van geplaatst heeft. Wat ik vreesde kwam uit. Mijn beugelsslot (U-slot) is te smal voor de dikke buizen. in de brochure staat: ‘‘De Stad Gent ontwierp hiervoor een nieuw type fietsenstalling die voor alle soorten fietsen vlot te gebruiken is.’‘ Misschien wel voor alle soorten fietsen maar niet voor alle soorten sloten.) Wie naar de Ketelvest wil oversteken, hangt af van het goed humeur van autobestuurders want er is geen oversteekplaats voor fietsers. Ik besluit de rit met de volkswijsheid: ‘‘Oost, West, thuis best.’‘

Fietsdienst
Schamper ging eens langs bij de Fietsdienst Stad Gent en had een gesprek met Yves De Baets, promotor van het fietsplan.
Schamper: In hoeverre is de Oost-Westroute eigenlijk af?
De Baets: ‘‘Die zal bijna af zijn dit jaar. Zo is er nog een probleem bij de oversteek van de Rooigemlaan nabij de Palingshuizen. Het is daar nog steeds gevaarijk en daarom wordt er een fietstunnel gepland onder de weg. Voor de wijk Kolegem is er het probleem dat die wijk tussen grote wegen in geprangd zit. Daar zal een oude spoorwegbedding heringericht worden en ter hoogte van de Kempstraat komt er een brug voor fietsers en voetgangers over de vaart. Aan de Nieuwe Wandeling is de situatie wel al verbeterd maar het blijft nog redelijk gevaarlijk. Er zijn wel al markeringen aangebracht voor fietsers maar daar voorzien we in 1997 nog accentverlichting om de oversteekplaatsen aan te duiden als het donker is. Aan de Verloren Kost is de situatie ook nogal problematisch omdat er weinig plaats is door het parkeren aan beide kanten van de weg. In het Mobiliteitsplan wordt daar in de toekomst enkel nog éénrichtingsverkeer toegelaten en voor fietsers in beide richtingen. Het gedeelte vanaf het Zuid tot aan Twee Bruggen is klaar maar vanaf daar tot aan de Forelstraat kan er niet gewerkt worden omdat Aquafin daar nu werken uitvoert.’‘

Schamper: De Oost-Westroute loopt voorbij het Justitiepaleis. Daar kan een fietser toch onmogelijk voorbij raken als hij uit de richting van de Nederkouter komt. Fietsverkeer moet zich daar over de kasseien en tussen tramsporen en auto’s een weg banen langs de Kouter. Is het niet gedeeltelijk een éénrichtingsroute?
De Baets: ‘‘De combinatie van tramsporen met kasseien is inderdaad gevaarlijk. De tramsporen kunnen niet weg en wat de historische stadskern betreft is beslist dat de kasseien daar ook blijven. Maar op andere plaatsen worden kasseien wel vervangen door een ander wegdek. In het Mobiliteitsplan zitten ook wel enkele verbeteringen. Met de bestemmingsring voor auto’s wordt doorgaand verkeer verminderd. In het centrum mogen fietsers dan overal in twee richtingen rijden behalve waar het te gevaarlijk is. Rond de Drie torens komt een verkeersvrije zone. Minder autoverkeer betekent minder gevaar voor fietsers. Wat nu juist de Kouter betreft, die wordt een heel stuk fietsvriendelijker. Het wordt één groot plein waar fietspaden en trottoirs op één niveau liggen en onder de Kouter komt een parkeergarage.’‘

Schamper: Het stuk van de route langs de Ajuinlei is een éénrichtingsstraat. Kan daar iets aan veranderd worden?
De Baets: “Neen, het is daar te gevaarlijk. De Ajuinlei blijft een éénrichtingsstraat staduitwaarts. Maar binnenkort zal de Veldstraat wel open staan voor fietsers en dat is maar dertig meter verder.”

Reglementering
Schamper: Wordt er niet gedacht aan verkeersreglementering die het fietsen wat bevordert?

De Baets: ‘‘Ja, zo is het nu nog verboden in winkelwandelstraten te rijden maar daar komt binnenkort verandering in. Het wordt nu toch al gedaan en het is in de praktijk toch geen probleem. Dat staat in een document van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid. … Zo zal het van 18 uur tot 11 uur toegestaan zijn daar te fietsen omdat de winkels tijdens die periode toch grotendeels gesloten zijn. In winkelstraten waar een aparte bedding is voor de tram bijvoorbeeld zal het ook toegelaten worden op die bedding.’‘

Schamper: Wanneer wordt dat ingevoerd?
De Baets: “Dat is voorzien vanaf half augustus op voorwaarde dat het parkeergeleidingssysteem en de openbare werken daarvoor klaar zijn. Anders zal het vanaf begin november zijn.”

Schamper: En wat met bijvoorbeeld fietssluizen die niet bereikbaar zijn omdat de autobestuurders geen plaats laten?
De Baets: ‘‘In principe mag een fietssluis enkel als er minstens 25 meter fietspad aan voorafgaat. Reglementering bestaat wel maar er is niet genoeg naleving. Het gebeurt nog dat er auto’s op dat fietspad staan’‘

Schamper: Wat wordt bedoeld met een betere wisselwerking tussen openbaar vervoer en fietsers, dat fietsers zich moeten reppen om uit de weg te zijn voor trams en bussen?
De Baets: (lacht) Ik ben zelf ook al achterna gezeten door een tram. Er is daar inderdaad geen wisselwerking. Er heerst nog altijd een automentaliteit. Die bestuurders zouden inderdaad wat geduldiger mogen zijn. Zij denken waarschijnlijk in de eerste plaats aan hun passagiers. Maar dat is een zaak voor De Lijn. Wat nu die wisselwerking betreft is vooral de trein belangrijk en dan minstens veilige fietsstallingen. Brussel vindt dat niet belangrijk genoeg. Ze zien daar geen winst in. Maar elke service moet toch niet opbrengen.’‘

Op de witte fiets door Gent
Schamper: Hoe denkt u over het initiatief van Cyclorent dat in Gent witte fietsen wil verhuren om afstanden van de ene fietsstalling naar de andere te overbruggen?

De Baets: ‘‘Ik denk dat het wel concurrentieel kan zijn met het openbaar vervoer. De prijs ligt lager (20 frank) en het openbaar vervoer stopt na 23 uur. Er is echter wel een probleem met de veiligheid van die fietsen. Zo heeft het model maar één rem en dan nog een achteruittraprem/torpedorem en geen bel. De fietsen zijn dus wettelijk niet in orde. Verder hebben de fietsen een klein voorwiel wat op de kasseien een probleem kan geven. Er moet wel eerst nog aan de veiligheid en de baanvastheid gesleuteld worden. Een andere voorwaarde is dat het de stad in het begin geen geld mag kosten. Als er ongevallen mee gebeuren, willen wij daar niet voor opdraaien.’‘

Verlagen

13 maart 2017

Comfort is het toverwoord van de autoindustrie.
Vaak belangrijker dan veiligheid.
Comfort is evenzeer het toverwoord van fietsinfrastructuur.
Maar veiligheid blijft even belangrijk.
Boordstenen zodanig verlagen totdat de vlakheidsnorm tevreden gromt, dat is voor beide criteria goed.
Wie het Graaf Van Vlaanderen kent weet wat ik bedoel.
En er zijn er zo honderden, vaak in verkavelingswijken, even vaak op drukke fietsroutes zoals aan de Bisdomkaai
Maar er is beterschap.
Na de hoek af kwam aan de Gandastraat ook de verlaagde boordsteen:

08maa17, Gandastraat

En kijk, vorige week waren de boordstenen op het kruispunt van de Lange Violettestraat en Tweebruggenstraat aan de beurt:

12maa17, Tweebruggenstraat / Lange Violettestraat

12maa17, Tweebruggenstraat / Lange Violettestraat

12maa17, Tweebruggenstraat / Lange Violettestraat

Zonder bulten kan een fietsende mens probleemloos de bloemaarde in de bloempot houden:

12maa17, Tweebruggenstraat / Lange Violettestraat

%d bloggers liken dit: