Home

Tingtingting

25 april 2017

20apr17, Vlaanderenstraat

Heel lang geleden zei het verkeersreglement:

Art. 15. Wanneer een spoor in de openbare weg aangelegd is, of deze gelijkgronds kruist, moet elke weggebruiker de doorgang vrijlaten voor het daarop rijdend spoorvoertuig; daartoe moet hij het spoor vrijmaken, er zich zodra mogelijk van verwijderen en, zonodig, stoppen.

Daarmee was het duidelijk: als er een tram aankwam moest je je uit de voeten maken. Daar zijn processen over gevoerd. Dat heeft tot een aantal vonnissen geleid die bevestigen dat de tekst wel degelijk zegt wat hij zegt. Als je, bijvoorbeeld, door de Nederkouter reed met de auto en er kwam een tram achter je aan dan mocht je niet voorbij een lege parkeerplaats rijden: neen, je moest daarin rijden en wachten tot de tram voorbij is. Kwam je aan een zijstraat moest je ook uitwijken naar die zijstraat, ook al wou je eigenlijk rechtdoor. Je moest uitwijken en desnoods stilstaan om voertuigen op rails door te laten, om maar eens een nog oudere versie van het reglement te citeren. Voor een fietser betekende dat dat je je desnoods op het voetpad moest begeven. Daarmee werd een tram eigenlijk behandeld zoals een prioritair voertuig, zoals een brandweerwagen, met werkende sirene. Immers, daarvoor moet je onmiddellijk de doorgang vrijmaken en voorrang verlenen; zo nodig moet [je] stoppen. Niet toevallig is de formulering voor prioritaire voertuigen bijna hetzelfde als die voor een tram.

20apr17, Vlaanderenstraat

Dat vond men toch wel een beetje overdreven. Een tram voorrang geven, oké, maar het was nu ook weer niet de bedoeling dat de passage van een tram het verkeer lamlegt, zoals bij een ambulance of een politiewagen met een dringende opdracht.

Dus heeft men in een latere versie van het verkeersreglement die verplichting ingeperkt. Nu staat er:

Art. 12.1. Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.

20apr17, Graaf Van Vlaanderenstraat

Voorrang geven betekent volgens Van Dale (editie 1984) een ander voertuig (dat uit een andere richting komt) het eerst [laten] passeren. Een tram die achter je komt, komt niet uit een andere richting. Alleen als je de sporen kruist heb je een andere richting en kan je voorrang geven: dat moet je dan ook. Om dat te doen moet je je ook van de sporen verwijderen. Stel dat je als automobilist of als fietser bijvoorbeeld linksaf wil in een straat met een tramspoor in het midden. Dan mag je niet op het tramspoor gaan staan om auto’s en fietsers uit tegenrichting voor te laten, want dan kan je een aankomende tram geen voorrang meer geven. Maar er is geen sprake meer dat je het spoor in de openbare weg aangelegd noet vrijmaken als er een tram achter je komt.

Waarom is het relevant om een wijziging van het verkeersreglement van heel lang geleden onder het stof uit te halen? Wel, er is iets eigenaardigs mee aan de hand. Om de ene of andere reden schijnen personeelsleden van De Lijn (en sommige, maar niet alle, leden van het politiecorps) ervan uit te gaan dat de nieuwe versie geldt voor automobilisten, maar de oude voor fietsers. Niemand eist nog dat autobestuurders in de Nederkouter halsoverkop de straat vrijmaken, maar er wordt nog wel van fietsers verwacht dat ze het trottoir op vluchten. Voor fietsers verwijst men naar de oude toestand, inclusief de oude rechterlijke uitspraken, voor automobilisten niet.

20apr17, Vlaanderenstraat

De menselijke geest is ondoorgrondelijk, maar het creëert echt wel een probleem. Zo nu en dan hoor je berichten over aggressieve tramschauffeurs. Je kan je het wel voorstellen: vlak achter een fietser gaan rijden en continu bellen. Dat is niet alleen enerverend, maar ook gevaarlijk. Fiets en tramsporen, het gaat al niet goed samen, zeker niet als er ook nog kasseien in het spel zijn. Als een fietser uit zenuwachtigheid, omdat hij wordt opgejaagd, een fout begaat dan kunnen de gevolgen niet te overzien zijn. Je wil je echt niet voorstellen wat er gebeurt als een fietser valt over de tramsporen terwijl er vlak achter hem een voertuig van 56 ton aankomt. Als de politie dan, zoals recent nog op de sociale media, flagrant verkeerde informatie verspreidt die aangeeft dat de fietser in fout is en zo olie op het vuur gooit, dan is het echt wel nodig dat ze die flaters (het was niet de eerste keer) goedmaakt. Niet door alleen maar te zwijgen, maar door de feiten duidelijk te stellen. Namelijk dat het verkeersreglement veranderd is. Lang geleden.

Schoolpoorten

27 februari 2017

Na het dodelijk ongeval vorige week in Brugge ligt de focus grotendeels op vrachtwagens.
Ik schaar me achter de mening van de specialisten: de Carfree hour is de enige veilige manier.
Even geen vrachtwagens en geen auto’s.

Ons land kent de vrijheid van schoolkeuze.
De schoolstrijd is een hevig politiek verhaal uit de tweede helft van vorige eeuw.
Ik heb hierover geen mening.
Maar ik stel vast dat we daar deze eeuw nog steeds de gevolgen van dragen.
De vrije schoolkeuze is een duur systeem.
En het is een systeem dat flink wat extra mobiliteit veroorzaakt.
Als ik het goed begrijp is die zotte verspilling in Gent deels voorbij.
Kinderen gaan in Gent zoveel als mogelijk naar een lagere school in de buurt.
Toen onze kinderen in de jaren 90 naar de lagere school gingen verbaasde het me hoeveel kinderen uit de buurt naar andere hoeken van Gent gereden werden.
Want “daar lag de beste school”.
En ook op de lagere school van onze dochters was het een moeizaam “gevecht” om de schoolpoort veilig te krijgen.
Al te veel ouders wilden persé hun schoonste kind met de auto voor de schoolpoort droppen.
Ondanks herhaalde oproepen van de schooldirectie om fietsende kinderen de ruimte te geven bleven sommigen kiezen voor de wet van de minste weerstand.
Uiteindelijk is de hulp ingeroepen van de politie.
Dàt hielp.
Eventjes.
Tot de politie terug kwam.
Maar ondertussen loopt het daar al jaren vlot.
Als ik het goed heb is zelfs de parking voor leerkrachten verdwenen.
Want ja, de voorbeeldfunctie is de meest efficiënte opvoedkundige tool.
Gent heeft ook de prima praktijk van schoolstraten.
Er zijn er nu 7.
Helaas zijn er ook scholen waar ik liever geen foto’s neem.
Die paar keren dat ik het toch deed had ik plaatsvervangende angst.
Een schoolomgeving hoort veilig te zijn voor àlle kinderen.
Behalve als de school dat niet vindt.

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

22maa16, Meersstraat

Een straat met parkeerverbod vol geparkeerde auto’s.
Iedereen weet het, al jaren.
Iedereen laat betijen.
De schooldirecties.
De politie.
De ouders.
Parkeerverbod?
Ach…
Het lijken verworven rechten.
Tot de dag dat deze straat het televisienieuws haalt.

Zou de Meersstraat geen perfecte schoolstraat zijn?
Wat denk je?

Wie een huis laat verbouwen wil dat de bouwvakkers veilig werken, zowel voor hun eigen veiligheid als voor de bewoners.
Een stadsbestuur die een straat laat verbouwen heeft diezelfde wens: veiligheid voor alles.
Maar aannemers gaan vaak over de onderbroken witte streep.
De Stad deed hier afgelopen decennia weinig aan.
En de politie liet betijen.
De kentering is merkbaar.
De stad stuurt nu controleurs op pad.
En kijk, ook de politie grijpt in:

14feb17, Visserij

14feb17, Visserij

Wil dat zeggen dat het daarmee op die werf koek en ei is?

16feb17, Visserij

16feb17, Visserij


Uiteraard niet:

16feb17, Visserij

16feb17, Visserij

Positief in dit verhaal: de politie patrouilleert tijdens de spitsuren op deze fietsstraat.

De manier waarop de Ghelamco Arena in 2013 opende zijn deuren opende is nog steeds een doodzonde.
Er was simpelweg geen degelijk onderbouwde mobiliteitsvisie.
Geen.
In Gentbrugge kwam één derde van de supporters met het openbaar vervoer.
En hier?
Match na match toont de realiteit hoe groot het fietserspotentieel is: immens.
Beeld je eens in hoe groot het succes van de fiets hier zou geweest zijn mochten er in 2013 vanuit àlle windrichtingen state of the art fietspaden gelegen hebben.
Ik vermoed dat we dan minstens (minstens!) dubbel zoveel Velo Buffaloërs zouden zien.

16feb17, Ghelamco

16feb17, Ghelamco

16feb17, Ghelamco

16feb17, Ghelamco


Hoe zou het ondertussen zijn met de ingenieur bij wie ik in 2012 de rondleiding van de PPS Ringvaart-Zwijnaarde volgde?
Zou hij nog naar de voetbal geweest zijn?
De man vond al die fietspaden rondom de Ghelamco -ik citeer- “weggesmeten geld”.
In realiteit zijn de paden te smal, en is er al ingegrepen om verdere ongevallen te vermijden:
16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

De ingreep met verf is hopelijk maar een eerste stap.
Er is voldoende plaats om het pad te verbreden.
En nee, ook een PPS (een publiek private samenwerking, kort samengevat: de privé als wegbeheerder) moet veilig zijn en blijven.
Zoals een fietspad ook een degelijke afwatering moet hebben, bleek na de aanleg:

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

Het autoparkeergedoe aan de andere kant van de ringvaart werd proper opgelost:

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

Al zal onderhoud nonstop nodig zijn:

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

08dec16, Buitenring Zwijnaarde

Wat kan er vandaag voor de massa Velo Buffaloërs nog snel beter worden?
Ik beperk me tot een paar simpele TO DO’s.

Eén
Maak dat het licht van de fietsstalling brandt:

16feb17, fietsstalling bij Ghelamco

16feb17, fietsstalling bij Ghelamco

Pas dan zullen de achterste rekken vol geraken.
Nu kunnen enkel fietsers met losse fietslichtjes hun fiets in het donker terugvinden:

16feb17, fietsstalling bij Ghelamco

16feb17, fietsstalling bij Ghelamco

Twéé.
Beste mensen van de politie, verzin aub een andere oplossing voor dit stukje slecht theater:

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

Bij elke match is fietsverkeer naar Oudenaarde in de praktijk afgesloten.
En dat als sinds 2013.
Een boulevardcomedie dus.
Is hier ergens een logica aanwezig?
Misschien is het zinvoller om de stallingen langs de Bricoplanet vanuit Merelbeke en de Hamerlandtragen vlot bereikbaar te maken?

Drie.
Anticipeer op de komst van het fietspad op de Hamerlandtragel, en verzin nu al een oplossing voor de autoparkeerders op deze fietsroute:

16dec17, Hamerlandtragel

16dec17, Hamerlandtragel


Ik weet het, dit zal samenwerking vragen, en een rondje “wie zal dat betalen?”
Maar het is de toekomst.

Vier.
Plaats verlichting op het fietspad langs de Binnenring.
Basisveiligheid voor honderden voetgangers en fietsers.

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

De zwartste vlek van dit verhaal is ondertussen al deels verlicht:

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde

16feb17, Binnenring Zwijnaarde


Een wereld van verschil, maar vooral: 200% veiliger.
Nu nog de rest van het fietspad tot aan de tramlijn op de Zwijnaardsesteenweg.

Vijf.
Ga eens praten met de mensen die in de kantoortorens werken.
Bevraag hen over hoe moeilijk het is om hier veilig met de fiets te raken.
En los dat op.
Mensen die voor een ziekenfonds werken kennen er alles van.
Behalve hun werkgever blijkbaar.
Al zegt deze foto àlles: vier rijstroken voor auto’s, en wie aan de fietsstalling wil geraken trekt zijn plan wel.

08dec16

08dec16


Er is plaats genoeg om het op te lossen.

Zes.
Blijf grapjes maken.

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

08dec16, Binnenring Zwijnaarde

Zeven.
Geniet van elke match.
Van elke club.
Van elke sport.

Fietsverlichtingsbult XXL

25 oktober 2016

Vanavond start de Gentse politie zijn jaarlijkse actie rond fietsverlichting.
En vrijdag zet de Critical Mass fietsverlichting centraal.
Fietsverlichting is minstens even belangrijk als je fietszadel.
Daarom halen we JanG zijn knappe reeks over dit thema uit november 2013 nog eens uit de kast.
Plus een nagerecht uit de winter van 2016.
Zeven afleveringen in één Fietsverlichtingsbult XXL!

________________________________________________________________________________

5 november 2013, Fietsverlichting – technisch (1)

Elk najaar houdt de Gentse politie een preventieactie rond fietsverlichting.

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

Meestal zijn veel fietsers in orde. In orde, zoals in: een wit licht vooraan (op fiets of fietser) en een rood achteraan. Of die verlichting degelijk is, dat is een andere kwestie. Da’s mee afhankelijk van het gebruik van de fiets. Een “stationsfiets” of de doorsnee studentenfiets moet zo diefstalveilig mogelijk zijn en dat betekent doorgaans: met het absolute minimum uitgerust, waar mogelijk met snel te verwijderen onderdelen zoals lichtjes en met een degelijk slot. Een boodschappenfiets of een woonwerkfiets zit meestal anders in elkaar.

Naar aanleiding daarvan volgt een reeks artikelen over wat voor mij goede, functionele fietsverlichting is. In die reeks worden enkele thema’s behandeld:

  • een poging tot definitie van wat goede fietsverlichting betekent
  • de stroombron hiervoor
  • de verlichting zelf
  • andere mogelijkheden om de fiets te doen opvallen op de weg

Vooreerst: waarom heb je eigenlijk fietsverlichting nodig (en waarom heeft de wet het hierover) ? Die dient voornamelijk twee doelen. Heel evident: zien en gezien worden bij duister. Wie zichtbaar is, rijdt veilig(er) dan wie niet zichtbaar is. Je moet er maar eens op letten hoe moeilijk een onverlichte fietser te zien is op een duistere weg. Vanuit de comfortabele autozetel is dit dan nog eens veel moeilijker dan vanop je eigen fiets. Of zet een degelijk verlichte fietser naast een andere zonder licht en merk hoeveel sneller de verlichte fietser gezien wordt.

131104_Fietsverlichtingsactie 009
Het andere aspect – zien – is ook van belang. Het is altijd handig om tijdig te zien dat er een put of een andere hindernis in de weg zit op jouw traject. Bij duister lukt dat maar indien je de weg voor je verlicht, zeker als de straatverlichting nog maar eens niet functioneert.

De wegcode is nogal mager op dat vlak: vooraan moet je over een niet verblindend wit of geel licht beschikken. Achteraan moet dat rood zijn en vanaf 100m zichtbaar bij helder weer (de zichtbaarheid van het voorlicht is niet gedefinieerd). Dat licht mag een constante bron zijn of een knipperend licht en het mag zowel op de fiets (vast of verwijderbaar) als op de fietser bevestigd zijn. De rest van de technische voorschriften vind je hier.

Zelfs tegen deze basisregels wordt gezondigd. Ofwel door zonder licht te rijden (frequent) ofwel door bijvoorbeeld vooraan een rood licht te gebruiken. Moet ook kunnen: zo zaai je weer eens verwarring op de weg.

In de volgende artikelen wordt het technischer, dat moet ook maar eens kunnen.

 


6 november 2013, fietsverlichting – technisch (2): de energiebron

In dit deel bekijken we de energiebron voor een woonwerk- of boodschappenfiets. De lat ligt dus hoog.

Laat ik eerst dit stellen: als het enigszins te vermijden valt, heb ik een afkeer van batterijverlichting. Waarom ? Batterijen laten het meestal afweten op het moment dat je dat het minst kunt gebruiken en wie rijdt er nu met reservebatterijen rond ? Daarnaast is er het ecologische aspect: batterijen zijn consumptiegoederen. Als ze leeg zijn, gooi je ze weg. Herlaadbaar is al beter, maar je blijft met de beperking in capaciteit en het probleem dat ze leeg zullen raken.
Het alternatief hiervoor is nogal evident: je maakt je eigen elektriciteit door middel van een dynamo. Dat wordt nog heel dikwijls geassocieerd met de “goeie oude” zijlopers met alle bijhorende nadelen: doorslippen, veel lawaai, veel weerstand. De ene doet het wel beter dan de andere, maar de combinatie dynamo/band is geregeld problematisch.
Die tijd is wel al lang voorbij: een beetje een degelijke werkfiets wordt uitgerust met een naafdynamo. Die werkt gewoon altijd – regen, sneeuw, modder, maakt niet uit -, maakt geen geluid en voel je amper of niet. Geen miserie met lege batterijen of lampjes die weer eens thuis liggen te blinken. Het aanbod in dergelijke dynamo’s is ondertussen vrij groot geworden.

Shutter Precision SV-8 naafdynamoShutter Precision SV-8 naafdynamo

Waarom heb je dat nodig ? Omdat vele batterijlichtjes net voldoen om gezien te worden. Rij je door alweer een straat waar de verlichting uitgevallen is, dan moet je op die manier bijna op de tast rijden. Een goede fietslamp zorgt er ook voor dat je zelf kunt zien waar je rijdt en dat betekent dat die meer en beter gericht licht moet geven (daarover meer in deel 3). Meer licht betekent meer vermogen, dus ofwel een flinke batterij (eventueel oplaadbaar) ofwel een (naaf-)dynamo. En dan kies ik dus voor die laatste.

Naafdynamo in vouwfiets (Birdy)

Naafdynamo in vouwfiets (Birdy)

“Ja, maar dat is duur”. Ja en neen: in aanschaf kost het wel wat meer, maar zo’n ding gaat dan ook jaren mee en blijft altijd evenveel energie leveren. Je hebt er ook niet meer onderhoud aan dan aan een andere naaf: zo goed als geen. Daar bovenop hoef je ook nooit batterijen te kopen. Het blijft dus beperkt tot de aankoop. That’s it ! Ook in een bestaande fiets kan het: je koopt een voorwiel met naafdynamo, koppelt daar een goede koplamp (en liefst ook achterlicht) aan en je bent voor jaren zeker. Het alternatief – batterijverlichting – betekent ofwel geregeld nieuwe batterijtjes kopen ofwel batterijen opladen (elektriciteit kost ook en moet opgewekt worden, wat niet altijd milieuvriendelijk is).

Nog een argument: als je verlichting niet werkt en de politie houdt je staande, dan betaal je een boete van € 55. Een wiel met naafdynamo koop je vanaf een goede € 60. Hier bijvoorbeeld, maar wellicht ook bij een goede fietsenhandelaar voor een redelijke prijs te vinden. Een ledkoplamp, die bijna eeuwig meegaat, heb je vanaf ongeveer € 20. Wil je helemaal autonoom verlicht zijn, dan installeer je (laat je installeren) ook een achterlicht dat op diezelfde dynamo aangesloten wordt.

Een mogelijk alternatief komt uit Taiwan: een spaakdynamo met hoog rendement en voldoende vermogen. Het nadeel is dat die niet heel erg goedkoop is (€ 95), maar daar staat tegenover dat het ding volgens de fabrikant onfeilbaar is (nog geen gemelde defecten) en dat het eenvoudig gemonteerd kan worden. Deze wordt op het achterwiel gemonteerd, met dien verstande dat het enkel kan voor fietsen met derailleur en zonder schijfrem achteraan.

sunup

In principe is dit het ideaal dat geldt voor alle fietscomponenten: opstappen en wegwezen. Werkt altijd, je hebt er geen omkijken naar.

Het systeem heeft één nadeel: je energiebron en de lichten zijn via draden verbonden en die vormen een kwetsbare verbinding. In vele hedendaagse fietsen is wel een mogelijkheid om de bedrading door de vork of het frame te laten lopen en dan valt dat bezwaar meteen ook weg.

Voor wie streeft naar het lichtste is dit natuurlijk niet het ideaal. Hoewel: de installatie van de SP dynamo in de Birdy maakte de fiets exact 250g zwaarder. Een flesje water zal meer verschil maken.

 

________________________________________________________________________________

7 november 2013, fietsverlichting – technisch (3): de lichtbronnen – koplamp

Aansluitend op deel 2, blijven we bij verlichting op basis van een (naaf-)dynamo. “Lichtbronnen”, dat zijn er twee: koplamp en achterlicht, allebei met specifieke eisen.

Een koplamp dient zowel om te zien als om gezien te worden, terwijl het achterlicht enkel dient voor dat laatste. Eerst de wettelijke kant. De Belgische wegcode schrijft het volgende voor: “fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren.”

Een degelijke koplamp moet meerdere dingen doen: voldoende licht geven, dat licht laten schijnen waar je het nodig hebt en niet verblindend zijn. In de veronderstelling dat onze ideale fiets al met een naafdynamo uitgerust is (deel 2), hebben we alvast de perfecte energiecentrale aan boord.

Het aanbod aan dynamogestuurde koplampen is zeer uitgebreid. De belangrijkste verschillen tussen die lampen zijn onder andere de volgende:

  • de soort lichtbron (vergeet gloeilampjes en halogeen; kies voor led)
  • de lichtopbrengst
  • de vorm van de lichtbundel
  • manueel of met sensor
  • en natuurlijk de degelijkheid en het gebruiksgemak

Een dynamokoplamp wordt doorgaans vast op de voorvork (kroonplaat) bevestigd. Dat heeft als grote voordeel dat je de lamp nooit kunt vergeten en dat diefstal ook niet zo evident is. Dat is belangrijk voor een opstappen-en-wegwezen fiets. De plaatsing zorgt er ook voor dat de kans op schade minimaal is.

Op mijn stadsfiets zat tot voor kort een Busch und Müller Lumotec Oval Senso. Tien jaar geleden ging deze lamp door voor één van de beste op de markt: halogeenlamp en met sensor, waardoor die automatisch in- en uitschakelt naargelang het omgevingslicht. Nu, zoveel jaren later, geeft de lamp nog steeds evenveel licht, maar vergeleken met wat er nu te krijgen is, is het maar een pover lampje. Vandaar: vergeet gloeilampjes en halogeen. Kies voor een ledlamp: deze is veel betrouwbaarder en heeft een veel hoger rendement (veel meer licht met hetzelfde vermogen). Het nadeel: indien de led er ooit eens de brui aan geeft, moet je een nieuwe koplamp kopen, want de onderdelen zijn niet te vervangen (behalve voor de uitzonderingen die thuis zijn in elektronica). De Lumotec maakt nu deel uit van de reservestukken en is vervangen door een Philips SafeRide lamp. De 17 lux is vervangen door 60 lux en een zeer brede en sterke lichtbundel is het logische gevolg.

Philips SaferideOm het in lichtwaarden (de lichtopbrengst) uit te drukken: de oude Oval Senso levert 17 lux, terwijl de hedendaagse opvolgers minstens 40 lux en tot 90 lux en meer opbrengen. Dat betekent véél licht! Hoeveel licht je nodig hebt, hangt af van waar je voornamelijk fietst. Voor elk doel bestaat wel een geschikte koplamp. Omdat een hogere opbrengst meestal direct samenhangt met de kostprijs, heeft het weinig zin om een extra krachtige lamp te monteren om in een stadscentrum te rijden (maar het mag wel). Zoiets zal enkel meer kosten, maar geen voordeel opleveren.

Even tussendoor (dit kun je overslaan als het je niet boeit): sommige fabrikanten geven de lichtstroom op (lumen), terwijl andere een indicatie geven van de lichtsterkte (lux). De eerste waarde duidt op de hoeveelheid licht die de bron geeft; de andere vertelt je hoeveel licht gemeten wordt op een bepaald oppervlak op een gegeven afstand. In de categorie “veredelde zaklampen” wordt meestal met lumen gewerkt: 1200 lumen klinkt veel beter dan 40 lux, niet? De reden hiervoor is dat zo”n “veredelde zaklamp” over een heel andere optiek beschikt en het licht niet stuurt naar de weg, maar naar zowat overal voor je. Er is dus veel meer licht nodig om tot eenzelfde verlichting van de weg te komen. Dit type verlichting is ideaal voor onverlichte bospaden en dergelijke (voor terreinfietsen in afgelegen gebieden), maar niet zo nuttig in een verstedelijkt gebied zoals Vlaanderen. Veel meer hierover kun je hier lezen.

Al dat licht dat de led produceert, moet dienen om de weg voor je te verlichten. Het heeft weinig zin om de helft van dat licht het zwerk in te sturen en tegenliggers te verblinden. Je hebt er niets aan, het wekt irritatie op en het kan je zelf ook verblinden (reflecties). Daar bovenop mag het ook niet volgens de wegcode. In die zin is “hoe groter de lichtopbrengst, hoe beter” ook niet correct.
Beter gericht betekent dat de lichtbundel zoals het heet “afgekapt” moet zijn. In het kort: de lichtbundel van een zaklamp vormt een cirkel. Er worden dikwijls zaklampen met een stuurhouder verkocht en dat betekent dat je een symmetrische lichtbundel projecteert, waarmee enerzijds een boel licht verloren gaat (verlicht de lucht, niet de weg) en anderzijds tegenliggers verblind kunnen worden. Handig voor mountainbikers in de bergen, maar niet geschikt voor stadsverkeer. Een fietskoplamp, ontwikkeld hiervoor, heeft een andere optiek, waardoor de lichtbundel neerwaarts gericht wordt en het licht stuurt naar waar het nodig is.

lichtpatroon koplamp

lichtpatroon koplamp

Hoe die bundel gericht moet worden, hangt mee af van je fietsgewoonten. Wie (bijna) altijd in de bebouwde kom rijdt aan 15 tot 20 km/u, heeft andere behoeften dan de forens die aan hogere snelheden over onverlichte wegen rijdt. De eerste heeft vooral licht op ongeveer 10 m voor de fiets nodig, de andere moet een gebied ruim verder vooruit kunnen zien. En jawel: ook daarvoor zijn varianten te krijgen.
Blijven we bij ons voorbeeld – Busch und Müller – en we nemen daar één lijn uit, de Cyo T, dan heb je daar optisch twee versies in: eentje voor de stad en eentje voor daarbuiten. De eerste heeft een spiegel die een lichtvlek kort voor de fiets projecteert en zwakker licht in een ruimer veld, een witte reflector in het frontglas ingebouwd en een lichtopbrengst van 40 lux. De “sport”-versie projecteert het licht veel verder en geeft minder licht kort voor de fiets, heeft geen ingebouwde reflector en – omdat een groter veld belicht moet worden – levert 60 lux. Je ziet: voor wie in de stad rijdt, is die laatste een minder goed idee, want de putten voor je voorwiel worden minder goed verlicht.
Om het ingewikkelder te maken, kun je ook nog kiezen tussen versies met of zonder sensor (gaat automatisch aan en uit, dus daar hoef je al niet meer aan te denken) en versies met of zonder standlicht (blijft nog enkele minuten licht geven als je stopt).
Het kan ook veel eenvoudiger: omdat een led zo’n lange levensduur heeft, kan die lamp eigenlijk continu blijven werken. Geen aan/uit-schakelaar of sensor meer nodig dus en dat maakt de lamp goedkoper en betrouwbaarder (weer een component minder die stuk kan gaan). Let bij de onderstaande lamp op het “kapje” bovenaan: dat zorgt ervoor dat je zelf niet verblind wordt door de lamp.

Shutter Precision LS003

Shutter Precision LS003

Theoretisch zal zo’n lamp altijd wat meer weerstand geven, want de energie moet ergens vandaan komen en met een dynamo is de fietser uiteindelijk de energiebron. Praktisch merk je daar echter niets van: de dynamo vergt ongeveer 1W vermogen, terwijl een fietser makkelijk 75 W produceert. Een beetje wind of een lichte helling voel je veel meer dan de energie die je dynamo en licht opsouperen.

 

________________________________________________________________________________

8 november 2013, fietsverlichting – technisch (4): de lichtbronnen – achterlicht

En jawel: ook het achterlicht kan door de naafdynamo van stroom voorzien worden. Dit is minder evident: je zal ver moeten zoeken om een fiets te vinden die met zo’n licht geleverd wordt. Wellicht is dat omdat hiervoor een draad moet getrokken worden van voor naar achter en dat kost geld. Een klusje om zelf uit te voeren of aan de fietshandelaar te vragen dus.

Het voordeel is weer duidelijk: geen batterijen meer en dus geen risico om zonder licht te vallen en dus onzichtbaar te worden bij duister. Je hoeft je onderweg ook niet af te vragen of de batterijen het nog wel doen. Achterlichten op batterijen zijn in mijn ervaring erg vatbaar voor slechte contacten. Ze zijn meestal ook niet te herstellen en gaan dus niet lang mee. Duur…

In aanschaf kost een dynamo-achterlicht ongeveer hetzelfde als eentje op batterijen, maar ook hier geldt dat er nadien geen kosten meer aan zijn.

Waar moet je op letten ? Om te beginnen zijn er twee normen voor de “gatafstand” voor de twee schroeven waarmee zo’n achterlicht vastgezet wordt: 50 en 80 mm. Bij sommige lichten kun je de boutjes op beide posities gebruiken, bij andere moet je bij de aankoop je keuze maken.Bij de meeste goedkopere achterlichten wordt één led gebruikt die vanachter een stukje transparant plastic zijn werk doet. Dit heeft een belangrijk nadeel en wie een poosje achter iemand met zo’n licht rijdt, zal het wel merken: dit is een geconcentreerde lichtbron en bijgevolg verblindend en irritant. Bij de betere lampen wordt het licht optisch verspreid, worden meer leds gebruikt of worden beide systemen gecombineerd.
Op dit moment ongetwijfeld zowat het beste achterlicht (zowel voor dynamo als op batterij mogelijk): de Philips Lumiring.

Philips saferide

Hier zie je een aantal vereisten gecombineerd: een groot oppervlak verbetert de zichtbaarheid; een grote reflector benadrukt dat nog eens en het licht vormt een opvallende, maar niet verblindende ellips aan de rand van de behuizing.

Een zowat even degelijke tegenhanger van de lichtspecialist Busch und Müller is de Toplight Line Plus (brake). Een andere vormgeving, eventueel zelfs met een remlicht dat reageert op een spanningsval van de naafdynamo (die levert minder spanning als je vertraagt) en hetzelfde principe: een lichtvlak in plaats van een lichtpunt.

montage achterlicht 5

Ondanks het nadeel – dit zal specifiek moeten gevraagd worden, want er zijn amper of geen fietsen op de markt die af-fabriek van zo’n achterlicht voorzien zijn – heeft een dynamogevoed achterlicht vele voordelen. Het werkt gewoon altijd en je hoeft je geen zorgen meer te maken over je zichtbaarheid. In een ideale combinatie sluit je dit aan op de koplamp. Indien dat een altijd werkende versie is, regelt die de spanning voor het achterlicht (overspanningsbeveiliging zit in de koplamp) en indien de koplamp met een sensor werkt (schakelt in en uit naargelang het omgevingslicht), bedient die het achterlicht mee.

Een bijkomende complicatie voor om het even welk achterlicht is de zichtbaarheid of mogelijke afscherming ervan. Je licht moet bij voorkeur ook van schuin achter of van opzij gezien kunnen worden. Het moet dus ver genoeg naar achter gemonteerd zijn, zodat het niet verstopt raakt achter/onder fietstassen of een kinderstoeltje. Zit het te ver, dan is het weer kwetsbaar. Meestal heb je daar weinig keuze in, want het wordt bijna altijd op de bagagedrager gemonteerd. Je kan, als je toch bezig bent, meteen uitkijken voor een bagagedrager die lang genoeg is en die het achterlicht beschermt.

Eigenlijk gaan we hiermee helemaal terug naar de “communiefiets” van de jaren ’70, met dat verschil dat alles nu met leds werkt (en dus betrouwbaarder is) en dat de zijloper vervangen is door een naafdynamo. Wat blijft, is de eenvoud van het systeem, dat permanent op de fiets zit. Het kan niet vergeten worden, niet verloren gaan. Rust je de schoolfiets van je lieverds hiermee uit, dan hebben ze ook geen excuus om onverlicht rond te rijden, want het geheel werkt autonoom.

 


9 november 2013, fietsverlichting – technisch (5): toch batterijen?

Niet elke fiets is zo’n werkpaard dat dagelijks gebruikt wordt voor het transport van kinderen, om de boodschappen mee te doen, om te forenzen,… Er zijn ook de trendy fixies – waarvan je de pure lijn niet wil verknoeien met dynamo, bedrading en verlichting -, studentenfietsen, stationsfietsen, … Zo zijn er nog wel categorieën te bedenken waarbij een naafdynamo en vaste verlichting geen optie is, hoewel het wel op vele vlakken de aangewezen route blijft.

Wat doe je dan?

Een tussenoplossing wordt geboden door bijvoorbeeld Reelight: in essentie is dit ook een dynamosysteem, maar tot het minimum herleid: magneten op de spaken en daarop aangesloten een lamp met spoel ingebouwd. Door de eenvoud geeft het niet veel licht, maar het is wel betrouwbaar. De grootste nadelen van het systeem zijn dat het in de meeste gevallen direct op de assen (voor en achter) gemonteerd zit en dus erg laag, wat de zichtbaarheid er niet beter op maakt, en dat het erg kwetsbaar is in fietsenrekken, want het steekt zijwaarts uit.

De grootste groep bestaat dan uit verlichting op batterijen. Ook die heb je in meer vormen. Je hebt de “noodlichtjes”, zoals de populaire compacte en spotgoedkope lampjes van Hema.

set-mini-led-lampjesLaten we duidelijk zijn: dit is noodverlichting. Iets wat je bij je hebt voor als het echt niet anders kan. Dat is om twee redenen: ten eerste geven ze heel weinig licht – het zijn eerder lichtaccessoires dan volwaardige verlichting – en ten tweede is er een ecologisch probleem, want als de batterijtjes leeg zijn, koop je beter een set nieuwe lichtjes dan batterijtjes. Je bent dan goedkoper af, maar zorgt ondertussen wel voor meer afval.

Bij diezelfde winkelketen – maar evengoed bij een fietshandelaar – kun je dan beter oplaadbare fietslichtsetjes kopen, zoals wat hieronder staat.

Hemalampjes oplaadbaarJe hebt evengoed gesofisticeerde en krachtige mountainbikeverlichting op batterijen (in een mountainbike zit nu eenmaal geen naafdynamo) en alles wat tussen beide uitersten zit. Enkele voorbeelden:

  • bij Busch und Müller vind je de prima Ixon IQ (speed), die dezelfde optiek gebruikt als de Cyo’s (voor dynamo).
    IXON_IQ
  • Bij onze Chinese vrienden vind je voor relatief weinig geld koplampen die fenomenaal veel licht geven. 900 lumen, 1000 lumen, 1200 lumen en meer. Geen probleem. Wel komen we dan weer in het domein van de terreinfietsverlichting: niet gebundeld, minder geschikt voor de openbare weg en snel verblindend.Small Sun T013

Voor wie het absoluut niet ziet zitten om de pure lijn van zijn of haar fiets te verknoeien met dergelijke accessoires, is de wet bijzonder toegeeflijk. Je mag de verlichting ook op je lichaam, je rugzak, … dragen. Dat opent andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de veelzijdige Fibre Flare lampen: flexibel, een groot verlicht oppervlak en zowat overal te bevestigen.

Fibre Flare

Hier zit zo’n Fibre Flare op de zadelpen van een vouwfiets. Je bevestigt die evengoed op de staande buis van de achtervork, op je rugzak, … Met twee AA’tjes haalt zo’n staaf tot 24u bij continu branden en tot 75u al knipperend.

Of je schaft helmverlichting aan (moet je natuurlijk wel een fietshelm voor dragen). Dat heeft het voordeel dat het licht schijnt waar je kijkt. Meer en meer fietshelmen worden trouwens al geleverd met een rood lichtje achterin. Ook hier kun je weer kiezen: helmverlichting om gezien te worden of om zelf ook mee te zien.

Sigma op helmEn dan komen we stilaan op het terrein van wat eerder gadgets zijn: ventiellichtjes, spaaklichten, …

Monkey Light

Of bijvoorbeeld Blinkergrips

Blinkergrips

Een belangrijk nadeel van batterijverlichting: aangezien die zo goed als altijd opklikbaar is, moet je er ook goed op letten om bij aankomst je verlichting mee te nemen. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je onverlicht mag terugrijden, want voor een ander is het al even makkelijk om je lampen van de fiets te halen…

________________________________________________________________________________

concept, fietsverlichting – technisch (6): links

De technologie gaat met sprongen vooruit. Jaren geleden was de introductie van halogeen zo’n sprong voor de fietsverlichting. Sinds ongeveer het begin van deze eeuw is de opkomst van de ledverlichting een feit. Zo blijft het maar voortduren, zeker op het vlak van elektronica. Wie op de hoogte wil blijven, moet bijleren en bijlezen.

Een aantal sites is op dit vlak zeker de moeite waard. Hieronder een kort overzicht van dergelijke sites.

Een mooie introductie vind je bij onze collega’s van de Nederlandse Fietsersbond.

Erg diepgaand en grondig is deze Nederlandse site. Mocht dat nog niet genoeg zijn, dan is Enhydralutris (Duitstalig) voer voor techneuten.

_______________________________________________________________________________

5 februari 2016,  Fietslichtetiquette

Nog een duit in het zakje, nu we toch bezig zijn. Als dagelijkse, functionele fietsers het over fietstechniek hebben in de winter, dan komen onvermijdelijk altijd dezelfde twee onderwerpen aan bod: banden en verlichting.

Hoe uitgebreid we het ook over banden kunnen hebben, dat zullen we deze keer niet doen. Fietsverlichting, dat is het onderwerp vandaag.

Eerst even droogweg een citaat uit onze Belgische wegcode (art 82.1.1 1ste):

Fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.

Het rode achterlicht moet ‘s nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum.

Straf en totaal onverantwoord. Dat vind ik van die (Belgische) technische voorschriften. Waarom? De enige technische vereiste qua lichtsterkte die vermeld wordt, gaat over het achterlicht. Dus, helaas, indien je voorlicht niets meer is dan een kaarsvlam, ben je wettelijk in orde. Dat betekent niet dat het verstandig is om met zo’n kaarsvlammetje te fietsen. Kunnen we meteen even pleiten voor normen naar Duitse stijl (StVZO), liefst voor heel Europa gelijk.

Zoals Yves in een ander Bultje ook al schreef, heeft de koplamp twee functies: zien en gezien worden. Het achterlicht dient enkel om gezien te worden, dat spreekt voor zich.

Rij in gedachten even mee door Gent op een willekeurige winteravond.  Bekijk de verlichting van de fietsers die je kruist. Gelukkig lijkt het aantal ‘fietsninja’s’ af te nemen. Op dat vlak nam de wetgever wel een verstandige beslissing, door toe te laten dat de verlichting niet noodzakelijk op de fiets moet zitten, maar ook op de fietser mag. De mogelijkheden om verlicht te fietsen werden daardoor sterk uitgebreid. Meer en meer zie je mensen met hoofdlampen rijden.

En dan heb je het brede gamma aan fietslampen. Een oud kraam met de alomtegenwoordige Hemalampjes; een terreinfiets met een opgeklikte batterijlamp; een degelijke stadsfiets met naafdynamo en prima led-koplamp …

Waar zit nu die etiquette? Wel, dat je zorgt dat je gezien wordt, is al het eerste element ervan. Het tweede element – dat steeds belangrijker lijkt te worden – is dat je ervoor zorgt dat je de anderen niet verblindt. Nu de aankoop via internet zo makkelijk gaat, is het erg verleidelijk om in China in te gaan op het superaanbod voor een ‘lichtkanon’ voor een onwaarschijnlijk lage prijs.

Zoiets

Trustfire TR-D013

Enfin, dit exemplaar is niet meer zo spotgoedkoop, maar voor 25 euro koop je een ‘Chinees lichtkanon’ van minstens 3000 (Chinese) lumen. Als je bij de fietshandelaar leert dat je voor een degelijke koplamp toch gauw 50 euro neertelt, wordt het erg verleidelijk.

Dan sta je er niet bij stil dat zo’n lamp absoluut niet geschikt is voor de openbare weg. Jazeker, je ziet er het kleinste detail mee. Jazeker, je kunt er je vrienden mee imponeren: ‘schijnt zeker een halve kilometer ver’ (deze hierboven volgens de fabrikant anderhalve kilometer). Wijs! Jep. Vind ik ook, maar niet voor op de openbare weg. En, helaas, jazeker: je verblindt er alle tegenliggers mee. Nie zo wijs…

verblindend licht

Ongeveer het effect van zo’n lamp als hierboven

Ik kom ze helaas dagelijks tegen. Niet in het centrum, want mijn woon-werk route leidt me langs jaagpaden. Als er zo’n schijnwerper op je afkomt, zie je geen steek meer. Dan rij je ‘op de tast’. Als automobilist zie je enkel nog een lichtvlek, als fietser of voetganger ook. Als je konijnen wil vangen, kun je een lichtbak gebruiken. In het verkeer is dat geen zo’n goed idee.

Goede fietsverlichting… .

 

 

 

Fietsbult krijgt steeds vaker mails over fietsproblemen, onder andere over de Begijnengracht en Groenstraat.
Vandaag: de N60.

Van: B
Verzonden: maandag 4 juli 2016 11:12
Aan: fietsbult@fietsersbondgent.be
Onderwerp: Knelpunt Ovonde Zwijnaarde

Beste fietsbult,

Ik heb lang gewacht om deze mail te schrijven. Ik houd er niet van dat sommige problemen direct worden online gezet, zonder iemand de kans te geven er iets aan te verbeteren. Daarnaast heb ik ook een gezond vertrouwen in de mens, het is te zeggen, in sommigen.

Ik zal de situatie snel proberen schetsen. T.h.v. de Ovonde (de ovale rotonde, jawel) in Zwijnaarde is er een fietsovergang waar enorm vaak wagens het fietspad blokkeren omdat ze blindelings hun voorganger volgen en niet letten op doorgang en/of verkeerslichten. De situatie verergerde nadat de lichten in functie van een werf verderop werden aangepast. Dat ziet er zo uit:

11-09-2014

11-09-2014

Maar terug naar de start. Zoals ik al zei heb ik lang gewacht om dit te schrijven. Ondertussen een jaar. Vlak voor de zomer van 2015 stuurde ik mijn eerste berichten naar meldpunt fietspaden. Na één negatief antwoord en één onbeantwoorde melding stuurde ik maar als laatste poging op 9/12/2015 een email naar de politie van Zwijnaarde.

Beste,
 
Graag wil ik even de aandacht brengen op een gevaarlijk punt in Zwijnaarde. Ter hoogte van de ovonde (Bollebergen) te Zwijnaarde zijn de verkeerslichten van fietsers vóór de stopstreep van auto’s geplaatst. Ter verduidelijking een afbeelding van het betreffende punt:
Ovonde

Ovonde

 

Doordat deze verkeerslichten voor de stopstreep van auto’s zijn geplaatst is het elke ochtend hetzelfde verhaal. Zigzaggend moeten fietsers, wanneer ze groen licht krijgen, trachten de overkant te halen. Wagens staan stil op het fietspad en blokkeren zowel voetgangers als fietsers. Om de situatie nog vervelender te maken wordt er ook vaak niet meer naar lichten gekeken. D.w.z. auto’s kijken gewoon naar hun voorganger i.p.v. naar de lichten en de situatie en rijden gewoon los door rood. Opmerkingen hierop worden steevast beantwoord door een handbeweging van ‘ja, maar mijn voorganger rijdt niet door’ of worden beantwoord door uitdaging zoals bv extra gas geven terwijl er voorlangs wordt gepasseerd.
 
Recentelijk (zomervakantie ’15) werden de lichten aangepast qua schema. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze situatie nog is verergerd.
 
Mails naar het meldpuntfietspaden.be werden verstuurd:
 
·         Mail 1 m.b.t. bovenstaande (geblokkeerd fietspad) werd beantwoord dat de lokale politie maar moet beboeten
·         Mail 2 m.b.t. aanpassing lichten werd gewoonweg genegeerd
 
Deze situatie sleept al geruime tijd aan (> 1 jaar). Ik had gehoopt dat na de zomervakantie van 2015 de situatie zou verbeteren maar helaas.
 
Of beboeten een oplossing is dat weet ik niet. Ik snap goed genoeg dat de plaatsing van de lichten niet anders kan en dat de situatie aan de ovonde alles behalve gemakkelijk is. Echter, dit mag geen reden zijn dat ik elke ochtend mijn leven moet riskeren aan dit kruispunt. Ik heb lang volgehouden dat de situatie wel zou beteren, maar nadat er deze ochtend opnieuw een wagen klakkeloos door rood reed terwijl ik aan het oversteken was, was dat de druppel voor mij.
 
Ik hoop oprecht dat u een oplossing kunt bieden aangezien dit lang genoeg heeft geduurd.
 
Alvast hartelijk bedankt”
 
Voor de mensen die de situatie niet kennen daar. Elke ochtend is dit het gevolg van auto’s die aan elkaar blijven plakken om toch maar niet één extra rood licht te moeten nemen.

12-01-2016

12-01-2016

 

18-01-2016

18-01-2016

 
 
22-01-2016

22-01-2016

De dag erna had ik al een begripvol antwoord terug van de politie. Samenvattend: ze kennen de situatie en zullen dit voorval ook doorsturen naar de wegbeheerder en ik zou hen zeker nog zien op dat knelpunt.
De Fietsersbond contacteerde mij toen al om een blogpost te schrijven, maar ik wou nog even afwachten. Uiteindelijk had ik een beloftevolle mail teruggekregen en was ik vol vertrouwen dat dit snel opgelost ging zijn. Daarnaast valt de gevaarlijke situatie ook weg tijdens schoolvakanties, als ze nu gingen controleren was er geen enkel probleem.

Even samenvatten, in de meldingen naar Meldpunt Fietspaden werd er verwezen naar de politie. De politie verwijst ondertussen naar de wegbeheerder. Bent u nog mee?

We zijn 26 januari, ik pols voorzichtig wat de plannen zijn om deze situatie te verbeteren. Ik krijg één reactie terug, van het Mobiliteitsbedrijf, dat ze niet kunnen helpen aangezien het onder bevoegdheid van AWV valt. 2 weken later een antwoord van de politie, ze hadden pas op dat moment antwoord gekregen van de wegbeheerder.

De wegbeheerder verklaarde dat de lichten waren aangepast in het kader van de tramverlenging. De situatie was daar niet optimaal en zij vragen de politie daar vaker te controleren.

“Binnenkort wordt de regeling terug aangepast naar voorheen.”

Voor mij is dit wegbeheerderstaal. ‘Binnenkort’, ‘spoedig’, ‘enkele aanpassingen’ zijn hier de ultieme voorbeelden van. Nietszeggende woorden met het doel de melder van het knelpunt tijdelijk te sussen.

Jammer, dit werkt niet bij mij. Een dag later mailde ik de politie dat dit weinig concreets bevat, dat er timings op gezet moeten worden en ook dat de aanpassing van de lichten de situatie enkel verergerd heeft, maar het probleem zich voorheen ook voordeed.

Stilzwijgen.

Tot 4 maart 2016. Ik vraag de politie en de wegbeheerder om een update. Het zwartepieten heeft naar mijn mening lang genoeg geduurd. De wegbeheerder verwijst naar de politie, de politie naar de wegbeheerder en weer terug. Ondertussen is er niets veranderd aan de situatie en heb ik de politie geen enkele keer gezien op locatie.

Niet dat ik nog antwoord verwacht had, maar toch kreeg ik dan op 13 april(!) respons van AWV. De aanpassingen aan de lichten waren al klaar. Het was nog wachten op de bijstand van politie aangezien de lichten tijdelijk moeten worden uitgeschakeld.

Jawel, er wordt weer doorgestuurd naar de politie.

Goed, het vertrouwen in de mens komt weer boven en op 4/5 stuur ik, nadat er nog altijd geen oplossing/aanpassing is gekomen, opnieuw een mail. Ondertussen is er een schoolvakantie voorbijgegaan en hadden de lichten perfect kunnen aangepast worden.

Na 6 dagen heb ik antwoord. Rond half juni (wegbeheerderstaal, weet u nog?) zou het euvel verholpen moeten zijn.

Voor mij is half juni, 15 juni en dat is ondertussen wel voorbij en het probleem is niet opgelost. Eerlijk gezegd verwacht ik ook niet dat er snel nog een oplossing komt. Ik vraag me af hoeveel klachten hierrond bestaan, het is al geregeld voorgekomen dat er mensen naast mij staan te wachten op de lichten en mij aanspreken: “Het is weer van dat”, “elke dag hetzelfde”.

De reden dat ik dit nu als mail doorstuur is omdat ik dit zie als laatste redmiddel. Ik ga niet wachten totdat er daar eens een fietser of voetganger omvergereden wordt en probeer dit al meer dan een jaar.

Begrijp mij heel goed, ik wil niet dat auto’s daar benadeeld worden. Iedereen heeft wel eens een moment voorgehad waar ze een situatie niet goed hadden ingeschat. Maar er zijn mensen die bewust mij zien en toch doorrijden of agressief reageren wanneer ze erop gewezen worden. De situatie klopt niet. Dat weet u, dat weet ik, dat weet de politie en dat weet AWV.

Laat ons zien wat dit teweegbrengt. Ik kan maar proberen.
Oh, past u vooral op als u ’s ochtends daar oversteekt, ik zou niet willen dat u iets overkomt.

Vlagjes

9 mei 2016

Op mijn stelling ben ik al wekenlang een anonieme getuige van mijn straat.
Op zondagmorgen hoor je de straat wakker worden.
Vogels.
Stemmen.
Rolluiken.
Stappen.
Fietsbanden.

Tot de auto’s de geluiden overnemen.
Op de stelling hoor je hoe chauffeurs rijden.
Er zijn de amateurs, die niet weten hoe te schakelen.
Er zijn de freaks, die niet weten willen weten hoe traag te rijden.
Zondag is -vergeleken met zaterdag- een stille dag.
Zaterdag is namelijk racedag.
Blingbling, boemboem en vroemvroem.
Dan rijden ze overdag even snel als ’s avonds en ’s nachts.
En dat in een zone 30straat.

Op mijn stelling wordt ik er soms pessimistisch van.
Als ik de kranten lees ook, bijvoorbeeld hier.
Gedrag is een moeilijk beest.
Rijgedrag is moeilijk monster.
De zalige rust van de flitspaal duurde exact één week.

5apr16, Toekomststraat

5apr16, Toekomststraat


Die week dat de paal er stond begreep onze straat dat traag verkeer niet alleen veiliger maar ook stiller is.
Nu staat de snelheidskraan weer open.
Het contrast met de flitsweek is groot.
Het zal dus nog x aantal jaar duren voor het gezond verstand het haalt op de zware voet.
Als de flitspaal op korte termijn het rijgedrag niet corrigeert, hij zet mensen toch aan het denken.
De vraag is: wil iedereen wel denken?
Promotie is dus welkom.
Ik heb het al geschreven: de stad Gent had ooit de perfecte zone 30 promotie met sleutelhangers en borden om aan ramen te bevestigen, maar hield het bij die ene campagne.
Onze straat hing vol.
Verschillende straten wilden het voorbeeld van onze straat volgen, maar helaas…

We zijn 10 jaar verder, en de stad lanceert een nieuwe poging, ditmaal met vlagjes.
Niet met een boodschap zoals hier, eerder neutraal “zone 30” en “GENT”.
Ik zag ze voor het eerst in de Krevelstraat:

22apr16, Krevelstraat

22apr16, Krevelstraat

22apr16, Krevelstraat

22apr16, Krevelstraat

In de Rijsenbergstraat ondersteunen de vlagjes een oversteekplaats van een school:

6mei16, Rijsenbergstraat

6mei16, Rijsenbergstraat

6mei16, Rijsenbergstraat

6mei16, Rijsenbergstraat

Leuke verrassing: vanavond hing de Eendrachtstraat gewoon vol.

8mei16, Eendrachtstraat

8mei16, Eendrachtstraat

8mei16, Eendrachtstraat

8mei16, Eendrachtstraat

Morgen eens zoeken waar die vlaggetjes te verkrijgen zijn.