Home

Het ongeval in Retie op maandag 15 mei met twee fietsdoden als droevige balans zindert nog na.
Hoe groot is de slagkracht van ons mobiliteitsbeleid?
Minister Ben Weyts en zijn Agentschap Wegen en Verkeer gaan over de tongen, en oogsten alwéér onvrede.
Kris Peeters fileerde “onze” mentaliteit vlijmscherp en 100% correct.
“Geen ongeval in Kasterlee, wel doden en zwaargewonden.”
De reactie van Agentschap Wegen en Verkeer in De Standaard van woensdag 17 mei gooide alleen maar olie op het vuur.
‘Al in januari 2016 hebben wij een dossier ingediend bij de Provinciale Commissie Verkeersveiligheid (PCV) om een verkeerslicht te laten plaatsen’, zegt burgemeester Meeus. ‘Ze zeiden dat we de uitslag van een fietstelling moesten afwachten. Die zou uitmaken of een verkeerslicht wel een meerwaarde zou zijn op die locatie.’
‘Mochten daar amper drie fietsers per dag voorbijrijden, kunnen we moeilijk zo’n grote investering verantwoorden’, verduidelijkt Jef Schoemaekers van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Van zo’n reactie kan ik alleen maar boos worden.
Het is een paraplu, maar vol gaten.
Wie de kranten leest weét dat ook op kruispunten met véél fietsers deze techniek toegepast wordt.
Ik leerde: een onderzoek bestellen is de meest efficiënte manier om iets tegen te houden, of om niets te moeten doen.
Dat telt zowel voor politici als voor ambtenaren.
Lees het aantal artikels waarin ook nà dodelijke ongevallen AWV een korte termijnoplossing, het plaatverkeerslichten, afwijst.
Op sommige plaatsen komt er pas na zééér lang aandringen van bewoners en lokale overheden dan toch lichten.
De oversteekplaats op het kruispunt Gandastraat / Kasteellaan is zo’n frappant voorbeeld, de perfecte illustratie van wat Kris Peeters in DS verwoordde:
‘Lokale politici weten goed genoeg waar de gevaarlijkste locaties liggen, maar hun vragen en besognes dringen niet door in Brussel’, zegt Peeters. ‘Als de burgemeester aangeeft dat het ongeval gebeurde op een “voor het fietsroutenetwerk cruciale oversteekplaats”, waarom moet de administratie dan eerst ellenlange tellingen uitvoeren? De gevolgen zijn bekend. Je moet geen verkeerskundige zijn om te zien dat zich in dit geval veiligheidsproblemen stellen.’
Ondanks een paar dodelijke ongevallen en een intense voetgangers- en fietstraffiek duurde het op de Kasteellaan méér dan vijf jaar voor er verkeerslichten kwamen.
En ik weet het.
Enkel op politici mag je boos worden.
Boos worden op ambtenaren is contraproductief.

Mijn secce analyse is kort en droog.
AWV (Agentschap Wegen en Verkeer) heeft drie topprioriteiten: maximale autodoorstroming, minder verkeersdoden en minder verkeersongevallen.
Dit is het resultaat:

16mei17, HLN


Het aantal fietsdoden blijft zo goed als stabiel.
Het wordt niet beter.
BIVV, die andere autoverdedigersclub remmende administratie sust hierin nog wat:
“Maar dat betekent niet dat er niet goed gewerkt wordt rond een veiliger verkeer voor fietsers.”
In deze redenering klopt iets niet.
Het aantal autokilometers blijft stijgen, en die statistieken evolueren wèl positief.
Nee, niet boos worden, het zijn ambtenaren.

De enige echte vraag is: wat doet minister Ben Weyts en zijn Agentschap om fietsen fors te stimuleren, en om het aantal autokilometers naar beneden te krijgen?
Maken ze moedige keuzes?
Neen.
Staan ze op de rem van een snelle omslag naar véél méér fietsers?
Zo lijkt het in de daden.
Zolang AWV (en het BIVV) geen topprioriteit maken van een andere modal split, van méér mensen op de fiets te krijgen zal de droeve statistiek van fietsdoden niet dalen.
Het lijken administraties vol goed bedoelende technisch denkende mensen met een autobril.
Zolang deze administraties louter technici zijn en er geen gedragswetenschappers naast zitten blijf ik pessimistisch.
Ik hoor uit hun monden te weinig geloof dat het anders kan.
Een soort van berusting.
De eindverantwoordelijkheid ligt bij de minister.
De man doet zijn best qua woorden, maar niet qua daden.
Het budget voor fietsinfrastructuur is vergeleken met de vorige bestuursperiode niet gestegen, dat blijft steken op 100 miljoen Euro per jaar.
Het budget voor autowegen blijft ontiegelijk hoog.
De autowegenwerven draaien volle bak.
In Merelbeke wordt een brug van de E40 vervangen.
In één beweging wordt er toekomstgericht
Wanneer zien we die toekomstgerichtheid in de en passant meegenomen fietsinfrastructuur?
Krijgen fietsbruggen ook een toekomstgerichte breedte?
Wat zou zo’n extra rijbreedte van een E40-brug kosten?
Is dat de budgettaire schaarste?
Terwijl 20% méér fietsers, en 20% minder automobilisten het economisch autoverkeer op een goedkope manier vlot zou trekken.
Nog eens de basiswet herhalen: “Infrastructuur trekt gebruikers aan”.
Hoe méér geld je pompt in extra autowegen, hoe méér autoverkeer je genereert.
Idem voor fietswegen.

Wat hebben we afgelopen decennia in Gent geleerd?
Er was een tijd dat de politie het verkeersbeleid bepaalde.
Eén probleem: -ik citeer hen- ze waren alleen opgeleid in autoverkeer.
Dus/en hield een kleine cel agenten zo lang ze konden fietvriendelijke maatregelen tegen.
Zo verdedigden ze in vergaderingen over het ontwerp van nieuwe fietspaden vooral de autoparkeerplaatsen.
Terwijl een correcte objectieve analyse van ongevallen net noodzakelijk en waardevol is om mobiliteitsbeleid te steunen.
Dat is nog steeds niet aan de orde, hopelijk is het ergens in ontwikkeling.
Het Gentse mobiliteitsbeleid kreeg na de laatste verkiezingen slagkracht door een stijging van het budget én door een stijging van het aantal ambtenaren.
Er was een tijd dat als de fietsambtenaar met zwangerschapsverlof ging er niemand was om de fietsdossiers op te volgen.
Nu heeft Gent een fietscel van 6 mensen.
De fusie eind vorige bestuursperiode tussen de Mobiliteitsdienst en het Stedelijk Parkeerbedrijf is een ander positief element: alweer wat minder ambtelijke versplintering.
De combinatie met politieke moed resulteerde in het Circulatieplan.
Ook bij de provincie Oost-Vlaanderen gaat het sinds de laatste verkiezingen de goede kant op.
We hopen ook in het Gentse snel resultaten te zien.
Ik vermoed dat het aantal ambtenaren bij AWV de afgelopen jaren niet gestegen is.
Dat is een manco, want fietsinfrastuctuur is een arbeidsintensieve zaak, waar detailwerk belangrijk is.
Is er bij AWV een specialistencel voor fietsinfrastructuur actief?
I’m afraid so.

De minister weet wat er nog schort aan zijn Agentschap: een “verkokering” noemt hij het.

Lokaal, ledenblad van VVSG, lente 2016

En ook:

Lokaal, ledenblad van VVSG, lente 2016

Lokaal, ledenblad van VVSG, lente 2016

Ik hoor van ambtenaren uit verschillende provincies dat de minister en de top van AWV “mee zijn in het fietsverhaal”‘maar dat het probleem daaronder zit: daar gaat de vinger op de knip.
Zit daar de reden dat nieuwe verkeerslichten nog steeds niet standaard een fietslicht op ooghoogte krijgt?
Is dat de reden dat bij nieuwe fietspaden de vlakheidsnorm nog steeds niet correct uitgevoerd wordt?
Is dat de reden dat de lagere overheden jàààren moeten aandringen op verkeerslichten?
Of schort er toch iets aan de beschikbare budgetten?

Sommige mensen noemen De Tijd de beste krant van het land.
En soms lijkt dat zo, bijvoorbeeld over mobiliteit.
Lees nu dit citaat in DT van 4 april:
“Mobiliteit is geen eenvoudig onderwerp, daar ben ik me van bewust. Met 11 miljoen verkeersdeskundigen in ons land vind je voor ieder voorstel altijd wel een tegenstem. Maar als we zelfs voor een afstand van 600 meter in de wagen stappen, is het tijd voor drastische keuzes. Als ik lees dat minister Weyts ‘denkt’ dat een kilometerheffing werkt en binnenkort een onderzoeksbureau zal aanstellen om dat te onderzoeken, begint het te kriebelen. In juli is onze minister van Mobiliteit drie jaar op post. De tijd van denken en onderzoeken zou nu toch voorbij mogen zijn.”

Ik kan gaan slapen.
Mijn boosheid kreeg een uitlaatklep.
Mijn ongeduld niet.
Volgende week toont Fietsbult een frappant voorbeeld van Vlaams uitstelgedrag bij verkeerslichten.

Build that wall

28 april 2017

Is Donald Trump actief op de John F. Kennedylaan?
Je zou het bijna denken.

—-

Akkoord, ik wist dat ik een risicotje liep.

26apr17, John F. Kennedylaan

De reputatie van onze wegenbouwers op vlak van signalisatie is op Siberisch niveau, dat wist ik.
Maar bon, ik was op weg naar Oostakker dorp om een infotentoonstelling over de R4 te zien, en had voor dit omwegje gekozen om de AWV-werf van de nieuwe Langerbruggestraat te zien.

26apr17, John F. Kennedylaan

Dit leek me geen vandalisme, dus en route.

26apr17, John F. Kennedylaan

26apr17, John F. Kennedylaan

26apr17, John F. Kennedylaan

De werf leek perfect befietsbaar.
Dacht ik.
En toen zag ik in de verte iemand via de oprit afdalen, en over de betonmuur klimmen.
Hij passeerde me lachend, en ik realiseerde me dat de beton van de muur naast me nat stond.
Dat wil zeggen: gisteren was er geen muur, vandaag wel.

26apr17, John F. Kennedylaan

Verder dan maar.

26apr17, John F. Kennedylaan

En jawel: daar verderop stond de betongietmachine glijbekistingmachine.

26apr17, John F. Kennedylaan


Daar was de volgende fietser al.

26apr17, John F. Kennedylaan


Op zijn fiets het logo van een Japans automerk met vestiging iets verderop.
Dit waren dus werknemers uit de haven, op weg naar huis.
Als naar Vlaamse gewoonte trokken ze hun plan.
Dat noemen ze dus: assertieve fietsers.
Je kan ook zeggen: onverschrokken fietsers.
Of: avontuurlijke fietsers.
Geen comfort of veiligheid?
No problem.
Blijven lachen.

Flandriens.
Bereid om te vallen.
Bereid om te klimmen.
Geen Trump, geen muur houdt hen tegen:

26apr17, John F. Kennedylaan

26apr17, John F. Kennedylaan

26apr17, Langerbruggestraat

Deze nieuwe brug van de Langerbruggestraat over de Kennedylaan is de voorlaatse werf van AWV op en rond de grote ring rond Gent, de R4.
De laatste werf loopt in Rieme.
Daarna gaan alle nieuwe werven op in een PPS, een Publiek Private Samenwerking.
Een conglomeraat van banken en aannemers bouwt dan verder.
Bedoeling is om de R4 in het Havengebied om te bouwen tot een autostrade.

26apr17, infotentoonstelling R4


X aantal tunnels en bruggen vervangen de huidige kruispunten met verkeerslichten.
Dit immense project is een onderdeel van het regeerakkoord, en in essentie een onderdeel van het Westerscheldeverdrag.
Nederland ging akkoord met de verdieping van de Westerschelde op voorwaarde dat Rotterdam via Gent een autoweg kreeg richting “het hinterland” – lees: Calais, en verder.
Ik denk: als alternatief voor de ring van Antwerpen.
De Westerscheldetunnel ligt er al een poos (2003).
De tunnel in Sluiskil ligt er bijna 2 jaar.
Ook op Walcheren zijn de wegenbouwers druk bezig.
Het zal niet lang duren voor Nederland klaar is.
In 2021 gaat – volgens de huidige planning – de Belgische, excuus: Vlaamse schop in de grond.

26apr17, infotentoonstelling R4

Eerst wordt er een nagelnieuwe autostrade aangelegd tussen Brugge en Zeebrugge, de A11, ook een PPS.
Die werf loopt nu volop.
De Vlaamse overheid betaalt dan 30 jaar lang voor deze realisatie.
De PPS-constrtructie voorziet ook 30 jaar lang in het onderhoud van het project.
Het is een wortel om wegenbouwers tot méér kwaliteit te verleiden dan wat ze de afgelopen jaren ervan bakten.
Hoe degelijker de aanleg, hoe minder onderhoud, hoe beter voor de winst van de banken en de aannemers, zo’n soort logica.
We zijn maatschappelijk ondertussen zover dat een dergelijk project ook een fietsluik heeft.
Ook al zijn dit in essentie autoprojecten, het aandeel fietsinfrastructuur oogt niet gering.
Dat kan ook niet anders: een autostrade is helemààl een Trumpiaanse muur.
Het volume / de schaal deed me lichtjes duizelen.
Ik ben grote complexe operadecors gewend, maar dergelijk wegenproject is helemààl mega.

26apr17, infotentoonstelling R4

Vanavond slaat deze tentoonstelling zijn tenten op in Wondelgem.
Voor hen is het boeiender dan voor de mensen van Oostakker.
Ga kijken!

26apr17, infotentoonstelling R4

26apr17, infotentoonstelling R4

Het brengt me bij een eerste spontane commentaar.
Liever zag ik dat een paar fietsbruggen in Wondelgem sneller gerealiseerd werden.
Waarom niet: buiten de PPS, voor 2021?
Eén: die bruggen zijn allang nodig om dat industrieterrein tussen R4 en Ringvaart (met onder andere het opleidingscentrum van de VDAB!) veilig met de fiets te bereiken.
Twee: als de fietsbruggen er liggen voordat de grote autowerven starten in 2012 zijn ze prompt ook een alternatieve route.
Een route voor een alternatief vervoermiddel.
Anders komt die winst er pas tegen pakweg 2026. (of later, want autoinfrastructuur gaat vaak voor)

26apr17, infotentoonstelling R4

26apr17, infotentoonstelling R4

Je kan er ook zien hoe dit PPS-project het Ovaal van Wippelgem voor fietsers afwerkt:

26apr17, infotentoonstelling R4


Of hoe een PPS een (relatief) recent klassiek project van AWV fietsvriendelijk maakt?
In tegenstelling tot de Antwerpse haven was de Gentse haven decennialang een fietswoestijn.
Dit gebied was zelfs in het eerste Vlaamse fietsplan, het Bovenfunctioneel Fietsroutenetwerk, een blinde vlek.
Too hard to handle.
Afgelopen jaren veranderde dat mondjesmaat.
Dit autoplan wordt – enfin, oef en bravo -ook een plan in functie van fietswoon-werkverkeer.
Hopelijk vergeet men de aantakkingen met de bedrijven niet.
Daarnaast blijft de behoefte bestaan aan een degelijk fietsplan voor woon-schoolverkeer van en naar de kanaaldorpen.
Hopelijk komt dat nu niet in de verdrukking.

Meer weten?
Dit is de website.
Of vrijdag 28 april in Wondelgem: zaal De Zulle, Botestraat 98.

20170323-NIEUWS-20 from AVS on Vimeo.

Gents MilieuFront (GMF) en Fietsersbond Gent vragen dat wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt en doen voorstellen voor een veilige en vlotte doorstroming over de R40

De Gentse stadsring (R40) deelt de stad op in twee delen – het gebied binnen de ring, en het gebied buiten de ring. Veel fietsers moeten de stadsring dagelijks oversteken en dat is niet altijd eenvoudig. De R40 is immers de belangrijkste auto-as in de stad, met de fiets geraak je daar niet zo gemakkelijk voorbij. GMF en Fietsersbond Gent merken op dat, naar aanleiding van de invoering van het circulatieplan, de stad Gent en het Vlaams Gewest er alles aan doen om een vlotte doorstroming van het autoverkeer te stimuleren. We hopen dat dit niet in het nadeel van het fietsverkeer uitdraait. De R40 is al op veel plekken moeilijk oversteekbaar. De invoering van het circulatieplan mag er niet toe leiden dat de R40 een stadsmuur voor fietsers wordt.

GMF en Fietsersbond Gent onderzochten daarom meer dan 25 kruispunten en gingen onder andere volgende zaken na: de oversteektijd aan de kruispunten, de wachttijd voor het rode licht, de werking van drukknoppen en het aantal voorbijgaande fietsers op elk kruispunt/fietsbrug/fietsonderdoorgangen in kaart gebracht. Die kaart kan je hier raadplegen.

Onze inventarisatie toont aan dat de R40 nu al als barrière voor fietsers werkt. “Op sommige plaatsen moeten fietsers meer dan anderhalve minuut wachten om groen te krijgen, zoals bijvoorbeeld ter hoogte van de Rozemarijnstraat”, zegt GMF-woordvoerder Steven Geirnaert. “GMF en de Fietsersbond vragen dat de wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt, zo wordt de doorstroming van fietsers gegarandeerd. Ook een te korte oversteektijd is een probleem. Op sommige plaatsen krijgen fietsers maar 15 seconden om over te steken. Als er grote groepen fietsers zijn leidt dat tot gevaarlijke situaties. Omdat de opstelruimte voor fietsers niet ruim genoeg is, staan sommige fietsers dan noodgedwongen een stukje op de rijbaan, zoals dagelijks gebeurt ter hoogte van de Bijloke. Dat kan toch echt niet.”

GMF en de Fietsersbond Gent willen dat het stadsbestuur en het Vlaams Gewest elke oversteekplaats screenen op veiligheid en doorstroming voor het fietsverkeer. Op een meerderheid van de kruispunten is er ruimte voor verbetering. We stellen voor dat de kruispunten waar de meeste fietsers en voetgangers passeren en waar de ongevalscijfers het hoogste zijn, als eerste worden aangepakt. De drukste gelijkgrondse kruispunten zijn volgens onze tellingen Dampoort(straat), Sint-Lievenspoort, Heuvelpoort en Bijlokehof. Onze tellingen vind je hier.

De overheid moet ook verder werk maken van het doorbreken van de ring als stadsmuur, zoals ze in het verleden al deed door de aanleg van fietsbruggen en -onderdoorgangen die fietsers veilig en snel onder of over de ring loodsen, zoals ter hoogte van de Stropkaai. Maar ook de gelijkgrondse oplossing aan de Gandastraat kan ons – qua afmetingen en infrastructuur – bekoren.

GMF en de Fietsersbond doen graag verdere suggesties om de infrastructuur veiliger te maken en de doorstroming te verbeteren. Hieronder vind je enkele van onze voorstellen.

Infrastructuur

  • Oversteekplaatsen
    • Oversteekplaatsen voor fietsers zijn dikwijls te smal. Voetgangers krijgen terecht een breed zebrapad. Fietsersoversteekplaatsen verdienen – gezien hun aantal en de snelheid waarmee ze zich bewegen – ook meer ruimte. (Klik hier voor een voorbeeld – Beneluxplein)
    • In aanloop naar sommige oversteekplaatsen ontbreekt fietsinfrastructuur (geen fietspad bv in aanloop Wondelgembrug). Fietsers gebruiken hier vaak – bij druk autoverkeer – noodgedwongen het voetpad. Daardoor kunnen fietsers niet op veilige of legale manier het kruispunt bereiken.
    • Om van aan de Brusselsesteenweg vlot de Ferdinand Lousbergskaai te kunnen bereiken zou een tweerichtingsverkeer voor fietsers toegestaan worden (zie hier). Zo hoeven fietsers de R40 niet nodeloos te kruisen.
    • Op het kruispunt Ham-Fievestraat-R40 ontbreken verkeerslichten en oversteekinfrastructuur als je uit de Ham richting Bataviabrug rijdt. Meer info vind je hier.
  • Bruggen en tunnels
    • Bij nieuw aan te leggen kruispunten (bv Heuvelpoort, Dampoort en het toekomstige kruispunt aan de Verapazbrug) op de R40 willen we dat de stad en het Vlaams Gewest investeren in tunnels zodat fietsers en auto’s gescheiden worden.
    • Een ontbrekende mogelijke fietsbrug over de R40 zou er kunnen komen van de Ijskelderstraat naar de Magnoliastraat. Zo kunnen fietsers de drukke Wondelgembrug vermijden.
    • De fietsonderdoorgang tussen Leiekaai en Malem moet opgewaardeerd worden. Hij is te smal en de aanloophellingen zijn niet logisch. Met het nieuw aangelegde Westerringspoor langs Malem is dit een ontbrekende schakel in een grote fietsas van Brugse Poort- Rabot richting Sint-Pietersstation.

Oversteekbaarheid (ifv werking lichten)

  • Algemeen kunnen we zeggen dat de oversteekbaarheid van de kruispunten voor fietsers nog altijd samenhangt met autoverkeer. Als de auto ook het kruispunt over moet is er meestal geen probleem qua oversteektijd, wachttijd en zichtbaarheid. Soms ontbreken er wel fietsopstelstroken (bv op het kruispunt Brugsesteenweg).
  • Men plaatst momenteel verkeerslichten aan de oversteekplaats aan het rondpunt van de Dampoort. Dit kruispunt is volgens onze fietstelling van 12 mei 2016 de drukste stadspoort in de ochtendspits. Verkeerslichten zijn misschien een goede ingreep om de veiligheid te verhogen, maar het kan niet dat de doorstroming van het fietsverkeer op één van de belangrijkste fietsassen van de stad wordt gestremd.
  • Aan Bijlokehof staan ‘s morgens per roodlichtcyclus tientallen fietsers te wachten. Het smalle fietspad, het feit dat er ook tegenliggers (fietsers) toegelaten zijn en de korte oversteektijd (21 seconden) maakt dat de fietsers nooit veilig in één tijd over kunnen.
  • Aan vele kruispunten, zoals bv aan de Eendrachtstraat, heb je een verwarrende situatie. In de Eendrachtstraat heb je een drukknop voor fietsers. Het is voor automobilisten niet zichtbaar dat fietsers groen hebben (want het voetgangerslicht blijft op rood). Daardoor zijn automobilisten niet geneigd om rekening te houden met overstekende fietsers. Meer info hier.
  • Leesbaarheid: op elke oversteekplaats willen we dezelfde infrastructuur: soms is er een okergele coating, soms pijlen of soms zelfs niets. Bovendien lijkt het ons logisch dat fietsers standaard fietslichten op ooghoogte krijgen (zoals bv hier)
  • .

Toelichting bij de metingen/vaststellingen op de kaart.
De metingen werden uitgevoerd in december 2016. Alle oversteekpunten zijn tussen 15u30 en 19u gemeten, dus tijdens de “grote avondspits”. Soms werden er verschillen gemeten in de oversteektijd of wachttijd. De boven- en ondergrens zijn dan aangegeven. Het was ons niet altijd duidelijk wat de verschillen veroorzaakt.
De kaart toont de belangrijkste kruispunten en heeft niet de pretentie volledig te zijn.

Begrip

23 maart 2017

Onze wervencultuur is duidelijk anders dan in Nederland, Denemarken of Duitsland.
Niet dat àlles daar feilloos verloopt, dàt nu ook weer niet.
Maar het respect voor voetgangers en fietsers is er overduidelijk groter dan bij ons.
Vandaag zag ik weer een staaltje van “onze” cultuur:

22maa17, Martelaarslaan

Niks van aanduiding dat je in een put rijdt.
Ook niks van afgebakende zone om veilig verder te fietsen.
Ik nam foto’s, vervolgde mijn weg naar het station, en besloot aan de Albertbrug om terug te keren.
Op de Martelaarslaan had ik in de verte een gele auto van Wegen en Verkeer gezien, en hoopte hun hierover aan te spreken.

22maa17, Martelaarslaan

Dat was een dom idee.
Ik zag niemand van Wegen en Verkeer, en toonde de foto hieronder dan maar aan mensen met een witte helm van wegenbouwfirma ASWEBO.

22maa17, Martelaarslaan


Daarbij de vraag: “Zou u uw kinderen hier laten fietsen?”
Veel begrip viel er niet te rapen.
Eén van de mannen reageerde: “Wat is het probleem?”
Maar misschien lag dat gebrek aan begrip ook wel aan mezelf.
Ik denk dat ik weinig rust uitstraalde, eerder boosheid.
Boze mensen krijgen hoogstzelden begrip van mensen die zich aangevallen voelen.
Heren van ASWEBO, mocht ik u onbeschoft toegesproken hebben: mijn excuses.
Wie deze blog volgt weet dat mijn respect voor het zware werk van bouwvakkers groot is.
Niet voor hun werfmethodes.

De komende 10, 20, 30 jaar zal Gent nog massààl veel wegenwerven meemaken.
Er is nog een hoop “achterstallig onderhoud”.
Servosturen helpen wegen sneller om zeep.
En sommige wegen verslijten wel verdacht snel.
Ik kan zo uit mijn hoofd een paar zeer noodzakelijke en / of al jarenlang aangekondigde werven opsommen.
Daar gaan we.
De N9 Brugsevaart tussen Palinghuizen en R4.
De Antoon Cantriestraat.
De Zonnestraat.
De as Kortrijksepoortstraat- Nederkouter.
De Serafijnstraat.
Het Tolhuis.
De Parklaan.
De Henegouwenstraat.
De R4 in de haven van Gent.
De Langerbruggestraat.
De Groenebriel.
De Bagattenstraat.
Een stuk Dendermondsesteenweg.
Het kruispunt Forelstraat – Heernislaan.
De Lourdesstraat.
De Vera Pazbrug met aansluitingen op de Afrikalaan en Muidelaan.
Vul maar aan met honderd andere straten.
Een stad in evolutie heeft in feite altijd wegenwerven.

Het aspect “veiligheid” is één van de allergrootste redenen waarom mensen niet willen fietsen.
Als we de wegenbouwers op hun klassieke (voetgangers- en) fietsonvriendelijke manier laten verder werken zullen ze nog jàààrenlang mensen afschrikken om de fiets te nemen.
Wie wil zijn kinderen door zo’n chaos sturen?

22maa17, Martelaarslaan

22maa17, Martelaarslaan

22maa17, Martelaarslaan

Hoe krijg je die mentaliteit verandert?
Een individu kan niks.
Eén werfopzichter kan niks.
Eén ploegbaas kan niks.
De groepsdruk van de bedrijfscultuur bepaalt alles.
Of is het het gebrek aan degelijke controle door de overheid?
Zolang de wegbeheerders deze toestanden door de vingers zien zullen bedrijven hun werfcultuur niet aanpassen.
Vraag is: menen de werfbeheerders het ècht met het beleid om méér mensen op de fiets te krijgen?
Dus bij deze: dames en heren wegbeheerders, als je het ècht meent met het beleid om méér mensen op de fiets te krijgen, start met een doortastend en efficiënt werfbeleid en werftoezicht.
Jullie weten ongetwijfeld zelf wat de beste manier is: de strenge manier, de beloningsmanier, of de creatieve manier.
Maar maak alsjeblieft dat ook jullie kinderen of kleinkinderen er veilig kunnen fietsen.

Terug naar Oosterweel

16 maart 2017

Officieel is het nog winter, maar vandaag is het lenteweer.
De zon schijnt.
En dan vergeten we graag even de zorgen.
De trauma’s van gisteren.
De realiteit van vandaag.
De angsten voor de toekomst.
Genieten maar.

Wat gisteren in Antwerpen op mobiliteitsvlak gebeurde is zéér belangrijk.
Na jarenlang armworstelen kwamen het Antwerpse stadsbestuur, de Vlaamse regering en drie beresterke actiegroepen tot een vergelijk over de toekomst van de Antwerpse mobiliteit.
Wie de persconferentie live op internet beluisterde hoorde zowel vreugde als opluchting.
Vergeleken met de vroegere plannen moet koning auto er fors inbinden.
De leefbaarheid van de stad staat vanaf nu voorop, met dank aan Straten-Generaal.
De recent opgebouwde inzichten over fijnstof kregen in de nieuwe plannen hun plaats, met dank aan Ademloos en Ringland.
Dat zijn drie trendbreuken in het Belgisch lapje van de wereldbol, waar sinds Wereldoorlog 2 automobiliteit als spil van de maatschappij uitgebouwd werd.

Hoe kwam dit akkoord tot stand?
Niet door “de politiek”, toch niet rechtstreeks.
Het is (vermoed ik toch) de verdienste van de politiek dat ze een neutrale bemiddelaar vonden èn aanstelden.
Iemand met kennis van zaken op technisch vlak, met ervaring en kennis over dergelijke projectschaal, en met een diplomatiek talent.
Een algemeen belanger, en een partijloze specialist en generalist in één.
Maar de allergrootste verdienste ligt bij de drie actiegroepen Straten-Generaal, Ademloos en Ringland, die elk op een uiterst professionele manier een brede expertise èn een breed draagvlak opbouwden.
Ze doorbraken via juridische weg (de Raad van State) het monopolie van politiek en administraties.
Dat “doorbreken” op zich is niet het belangrijkste.
Wèl het doorbreken van oude denkpatronen.
Ook het feit dat de Vlaamse politieke meerderheid èn oppositie hier -even toch- het klassieke politieke spel achter zit lieten is hoopgevend.
We kennen dit verhaal van oude denkpatronen ook van grote Gentse dossiers, zoals de Loop en het project Gent Sint-Pieters.
De realiteit is meestal de volgende: complexe bouwkundige dossiers kunnen pas tot stand komen als meerdere administraties hun zegen en middelen geven.
Vaak zijn daar meerdere bestuursniveau’s (stad, gewest, staat) bij betrokken.
Dat op zich is al een immense oefening in “overeenkomen”.
Daarbovenop is de regelgeving op menig beleidsdomein babylonisch complex geworden.
Al dan niet tezelfdertijd moeten ook de verantwoordelijke politici hun zegen geven, of willen zij koerscorrecties.
Dat is een complex en langzaam beslissingsproces, en leidt vaak tot compromissen.
An sich is daar niks mis mee.
Het is wel de reden dat van zodra zo’n dossier in de openbaarheid komt er door wakkere burgers met moeite nog een halve letter kan gewijzigd worden.
Het vooraf bereikte akkoord / compromis wordt belangrijker dan de kwaliteit of de inbreng van burgers.
Het NIMBY-fenomeen is daar het excuus voor.
En toegegeven, ik kan me inbeelden dat het soms moeilijk inschatten is wanneer contra-argumenten ingegeven zijn door eigenbelang of algemeen belang.
Feit is dat politieke partijen het algemeen belang vaak verwarren met hun partijbelang: het aan de macht blijven.
Dat is hun goed recht.
Maar wat is nog het nut van een openbaar onderzoek als een overeenkomst tussen administraties, politiek en andere (private) partners onwrikbaar beslist is?
Wat is de functie van een openbaar onderzoek als enkel de Raad van State een bereidheid tot gemeend overleg tussen overheid en burgers oplevert?
Lees dit boeiende standpunt in de Standaard.
Lees ook de artikels in de Morgen van vandaag, waar de spelers een beetje het achterste van hun tong tonen, onder andere over onze vergadercultuur.

Mobiliteit is voor individuen vaak iets emotioneels.
Mobiliteit is in de praktijk de optelsom van individuele keuzes op vlak van verplaatsingswijze en tijdstip.
Maar door zijn complexiteit, impact èn kostprijs vraagt mobiliteit van de overheid een uiterst rationele aanpak èn een realistisch toekomstbeeld.
Een paar jaar geleden hield Mikael Colville-Andersen voor Fietsersbondleden een fenomenale lezing over de geschiedenis van mobiliteitsorganisatie en wegenbouw.
Kort samengevat: na Wereldoorlog 2 gaven politici all over Europa aan ingenieurs de opdracht om structuur te brengen in onze mobiliteit, want door de forse groei van het autogebruik vielen er véél tevéél doden.
Ingenieurs verzonnen / ontwikkelden -ahum- tijdloze oplossingen.
De Kennedytunnel is er zo een.
Grandioos op technisch vlak.
Kortzichtig als “oplossing”.
Helemaal in de tijdsgeest, tot het vastliep.
Want de basiswet van mobiliteit is en blijft: infrastructuur trekt gebruikers aan.
Ingenieurs zijn steengoed in beton gieten, in techniek, in kortetermijnoplossingen.
Maar mobiliteit organiseren vraagt een andere blik, die van gedragswetenschappers.
Of van mobiliteitsdeskundigen en stedebouwkundigen.
in ieder geval: een blik op lange termijn, wat ook haaks staat op het gros van het politiek denken.
Ik lig hier met kranten en weekbladen uit vorige eeuw waar specialisten de huidige autostilstand, maar vooral ook de impact op steden, haarfijn voorspelden.
Laat me concluderen.
Ik smeek de Vlaamse regering: laat ingenieurs niet meer solo slim beslissen over onze mobiliteitskeuzes.
Misschien was dat in Antwerpen wel het grootste gevecht.
Groter dan het gevecht tegen de behoudsgezinde “macht der gewoonte”, het boze spook van èlke mens.
Politici van àlle partijen, ook van de oppositie, weten vaak zéér goed wat de toekomst brengt.
Antwerpen toonde gisteren dat vooral een open dialoog nodig is tussen onmisbare en geniale ingenieurs en visionaire niet-technische gesprekspartners.
Techniek hoort in functie te staan van…
En we hopen samen met u dat Vlaanderen nu nog geld over heeft voor de leefbaarheid van àndere steden.

De grootste verdienste van het komende Gentse circulatieplan is dat er beslissingen genomen zijn, goed wetende dat niet àlle Gentenaars bereid zijn om zijn dagelijkse gewoontes aan te passen.
Dat waren de harde lessen van 1987 en 1997.
Het huidige plan is grondig onderbouwd, véél grondiger dan de vorige.
De lobben zijn een veelvuldig en beproefd model, dat in andere historische steden goed werkt.
Uit wat ik hoor zijn de gesprekken over het plan breed gevoerd.
Het plan is maximaal gescreend om autobereikbaarheid garant te stellen.
U kan het raar vinden dat de Fietsersbond zo’n autovriendelijk plan steunt.
Dat komt omdat het deuren opent naar andere mobiliteitsgewoontes.
Voor sommigen zal het niet ver genoeg gaan.
En omdat uit gesprekken met vele ambtenaren op meerder bestuursniveaus blijkt dat er open en zonder dogma’s naar de toekomst gekeken wordt.
Het verandert de spelregels voor autogebruik.
Het aantal fietsers steeg afgelopen vier jaar al fenomenaal.
Benieuwd wat dit wordt nà 3 april.
Want dat hangt toch altijd weer af van de individuele keuzes van honderduizenden.
En ja, we lezen tussen de regels toch één dogma: de grote veranderingen in deze bestuursperiode liggen niet buiten de R40.
De drie trendbreuken die we in Antwerpen zien lezen we ook in het komende Circulatieplan.
Maar in in concreto zijn ze voorbehouden aan Gent Centrum.

Het allergrootste nadeel van het plan is dat het niet in de vorige besturen bedacht en/of ingevoerd werd, toen de perceptie leefde dat we met z’n allen elke dag rijker werden.
In tijden dat mensen dat gevoel niet meer hebben ligt dat moeilijker.
De wijken buiten de kleine ring R40 hebben ook behoefte aan zo’n plan, maar moeten wachten.
Koning auto is nog steeds oppermachtig, het centrum van alle denken, en bepalend in het debat.
Maar iedereen weet dat zijn rijk eindig is, want het razendsnel groeiend inzicht in de effecten van fijnstof op onze gezondheid verlegt het emotioneel debat van “mijn auto, mijn vrijheid” naar “mijn longen, mijn leven”.
En de zon schijnt.
En alle kranten staan vol met artikels over fietsen, fietgebruik en fietsmobiliteit.
Nu nog een degelijk èn ambitieus èn toekomstgericht stadsgewestelijk fietsrouteplan.
Zolang dat niet op tafel ligt worden kostbare vierkante meters ingenomen voor andere doeleinden.
En dan is er nog het monster van de versnippering.

Zondag aanstaande willen honderden mensen vrolijk, vriendelijk en rinkelend hun bezorgdheid over het fijnstof uitdrukken.
Op het einde van de wandel- en fietstocht krijgen de fractieleiders van de zes partijen die momenteel in de gemeenteraad zitten een zak met een attentie voor “hun” gemeenteraadsleden.
Eén van de initiatiefnemers van de Rinkeltocht ging die attenties ergens in Europa ophalen.
Ook zo benieuwd?

Circulez! (2)

8 maart 2017

Niet iedereen volgt het nieuws.
Niet iedereen leest het stadsmagazine.
Velen weten het al.
U weet het zeker, u zit hier in de bubbel van mobiliteitsvolgers.
Velen weten het nog niet.
Op 3 april veranderen in Gent de mobiliteitsspelregels.
Changez!
Overheden kiezen steeds meer wèlke vervoersmiddelen wààr gestimuleerd worden.
Circulez!
Net zoals in Antwerpen nu reeds de spelregels veranderen door het invoeren van een LEZ (een Lage EmissieZone), zo veranderen in Gent met het komende Circulatieplan de spelregels voor het autoverkeer.
Binnen de kleine ring R40 wordt het onmogelijk om per auto dwars doorheen het centrum te rijden.
Waarom?
Onder andere omdat “mijn auto, mijn vrijheid” op meerdere vlakken in zijn eigen staart bijt.
Dat (groei)verhaal is eindig, dat weten de autoconstructeurs en leasefirma’s als de beste.
Maar vooral omdat we (lees: de overheden) sinds Wereldoorlog 2 de vierkante meters openbaar domein aan machines gaven, aan auto’s.
Nuttige machines hoor!
De vraag is of we die nuttige machines ook in hun commerciële verpakking van comfortmachine zoveel m² blijven geven.
Of willen we de ruimte / de straat deels teruggeven aan de gezonde verplaatsingswijzes, aan fietsers en voetgangers?
En hoeveel m² dan wel?

De Stad en het Gewest schuiven momenteel met wat vierkante meters.
Het gaat er 21e eeuws aan toe.
Koning auto krijgt een aangepaste en efficiëntere kleine ring.
Prins fiets krijgt ook zijn deeltje van de koek.
Anders gezegd: er wordt breed gekeken om het tezelfdertijd voor verschillende vervoersmodi beter te maken.
Voorbeeld één is simpel:

27feb17, Keizervest

De auto’s krijgen een langere afslagstrook.
Het fietspad wordt een beetje opgeschoven naar rechts, exit een paar struiken en wat gazon.
Positief neveneffect: een oncomfortabele overgang tussen asfalt en fietspad- een èchte oncomfortabele fietsbult die het Gewest jarenlang niet belangrijk vond om af te vlakken – verdwijnt eindelijk.

28feb17, Keizervest

Aan het Bijlokehof (kruispunt Godshuizenlaan – Louis Pasteurlaan – Martelaarslaan) is er een leukere verrassing.
Ook hier is een autoafslagstrook de trigger voor een verbetering van het fietspad:

03maa17, Godshuizenlaan / Louis Pasteurlaan

Ik hoop dat ik me niet vergis, maar dit ziet eruit als een aanzet om een fietspad stadinwaarts aan te leggen op deze véél te brede parkeerstrook:

03maa17, Louis Pasteurlaan

Indien zo, dan is het een zéér slimme optimalisatie van de vierkante meters, en een vreugdegilletje waard.
Een fietspad vlak naast het voetpad maakt het voor fietsers veiliger, en houdt fietsers van een stuk rotte kasseien.
De autoparkeerplaatsen in de hoefijzertegels moeten er niet sneuvelen.
Ze worden zo kort als een standaardauto.

03maa17, Louis Pasteurlaan

Je merkt dat dit plan niet vanachter een buro, maar ter plekke op het terrein verzonnen is.
Allez, dat vermoed/hoop ik toch.
Let ook op de materiaalkeuze.
Dit zijn alle ingrepen op de R40.
Circulez!

Na even googelen:
de plannen van het Bijlokehof.
de plannen van de Sint-Lievenspoort.

Op de buiten

22 februari 2017

Met de toenemende populariteit van de fiets als verplaatsingsmiddel en natuurlijk ook met het groeiend aantal elektrische fietsen zijn er ook buiten de steden meer en meer fietsers te zien. Nu, fietsen buiten de stad is niet altijd een pretje. Recreatieve fietsers kunnen altijd een rustig plekje zoeken om recreatief te fietsen, maar als je ergens naartoe wil bots je nogal eens op flinke barrièrres. Zoals deze hier:

Kaartdata: copyright OpenStreetMap

Kaartdata: copyright OpenStreetMap

Van Gijzenzele tot bijna in Zottegem, een afstand van ruim 9 kilometer, geraak je als fietser nergens veilig over de N42. Oké, er zijn twee kruispunten met verkeerslichten, maar om daar te geraken moet je langs een drukke baan zonder fietspaden en met veel, snel (70 km/uur) en zwaar verkeer. Op de andere kruisingen moet je maar zien dat je aan de overkant geraakt, zonder enige beveiliging. Er wordt daar meer dan behoorlijk snel gereden en het verkeer is druk, zodat je moeilijk een gaatje vindt.

Nemen we als voorbeeld de kruising met de Kwaadbeek, net ten noorden van Oosterzele. Deze kan alleen door fietsers en voetgangers gebruikt worden. Dat ziet er zo uit:

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

Zoals gemakkelijk te zien is: er is wel moeite gedaan om fietsers duidelijk te maken dat ze een weg moeten oversteken, maar niet om die oversteek ook te beveiligen. Wat zegt AWV, de wegbeheerder in dit geval, eigenlijk zelf over dit soort oversteken?

Ons buikgevoel zegt ons dat een zebrapad een goede oplossing is, maar dat is helaas niet altijd het geval. In verkeersomgevingen biedt een zebrapad vaak enkel een schijnveiligheid. De betere oplossing in dergelijke situaties is een middenberm zodat de voetganger en/of fietser de rijweg kan oversteken in 2 keer. De oversteeklengte is dan beperkt, meestal maar 3 ā 4 m, het verkeer komt maar uit 1 richting en ook de wachttijden zijn vrij kort. […] Deze aanpak biedt ook de beste keuze voor mindervalide voetgangers. Voor hen in het bijzonder is het essentieel om de oversteeklengte zo kort mogelijk te maken zodat ze op een veilige manier kunnen oversteken.

Oké, dat schreef AWV over de toestand aan de Ghelamco Arena, niet over de N42. Of ze wat ze zelf schrijven ook hier willen toepassen is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat ze hier niet veel mindervalide voetgangers verwachten (ik eigenlijk ook niet), gezien het lastige drempeltje.

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

De overkant lijkt wel erg ver weg en het enige rustpunt is een geschilderd verdrijvingsvak in het midden dat niet echt een veilig gevoel geeft.
Nochtans, men had hier gemakkelijk meer kunnen doen. Vroeger was er hier een afslagstrook en bovendien waren er fietspaden. Met de ruimte die vrijgekomen is had men gemakkelijk een comfortabel en veilig middeneiland kunnen inrichten.

Nu ik het toch over de fietspaden op de N42 heb: die zijn dus weg. Je mag niet meer op de N42 fietsen. Gedeeltelijk is dat een vooruitgang: het ging hier over fietspaden met streepjeslijnen: levensgevaarlijk dus. Maar er is een reden als zo’n weg dan toch door fietsers gebruikt wordt: dat betekent dat er geen alternatief is. Voor een goed alternatief is er nog altijd niet gezorgd: zo heeft de parallel lopende Geraardsbergsesteenweg (de ‘andere’ Geraardsbergsesteenweg: niet de N42 maar de N465a), ook geen rustig landweggetje, geen fietspaden, zelfs niet met streepjeslijnen. Dit maakt dat, als je in die streek met de fiets ergens naartoe wil, je altijd wel in de problemen komt. De fiets, zegt het Vlaams parlement, is een volwaardig vervoermiddel. Dat is duidelijk niet overal zo.

%d bloggers liken dit: