Eenzijdig

Vakjargon is vaak vreselijk. Vreselijk saai. Of vreselijk onduidelijk. Of gewoon: vreselijk. Want hoe kan je een ongeval rationeel analyseren zonder het immense emotionele gewicht ervan te bruskeren? Met vakjargon dus. Eén van die vaktermen is “eenzijdig ongeval. Tweezijdige ongevallen kennen we uit de strips. Of uit de film. Of -dagelijks- uit de krant. Frontaal. Of zijdelings. Of langs achter. Camion op camion. Camion op auto. Auto op auto. Auto op fietser. Auto op voetganger. Af en toe – steeds meer- fiets op fiets. Voetganger op voetganger gebeurt regelmatig, zeker in treinstations, maar haalt bij mijn weten nooit de krant. Behalve in de sportpagina’s: loper tegen loper. Het is vrij helder dat de spreadsheets van de overheid niet voorbereid zijn op de snelle evolutie van nieuwe mobiliteitsdragers zoals elektrische steps, monowheels, elektrische skateboards,…

30jul18, Achilles Musschestraat
10jun20, John F. Kennedylaan

Een eenzijdig ongeval is meestal een ongeval zonder drama, dus zonder nieuwswaarde. Vaak ook zonder getuigen. Het vreselijke drama van afgelopen nacht aan de Sint-Jorisbrug was een eenzijdig ongeval. 2 jonge mensen stierven.

De framing van het nieuws op 11 juni over de studie van fietsongevallen was bizar, maar daar ga ik nu niet op in, want ik heb de studie zelf nog niet gelezen. In 2018 was er al deze insteek vanuit Fietsberaad:

Vandaag beperk ik me tot de beelden van drie ongevallen, waarvan één ongeval heel zeker éénzijdig was.

30 juli 2018. Lady M en ik hebben net beslist om een plooifiets te kopen. Op weg naar het werk vind ik een man liggend op het wegdek. Zijn fiets ligt naast hem, een electrische plooifiets. Hij heeft zijn valhelm nog op. Een dame is hem reeds aan het helpen. Ze is arts, en woont een paar huizen verder. De ziekenwagen is onderweg. Ik kan nog helpen met een paar details, en vraag daarna of het ok is dat ik foto’s neem. Nog een paar mensen stoppen om te helpen. De man herinnert zich de val niet meer. “Plots lag ik er” zegt hij verschillende keren.

30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat

Half september wordt onze plooifiets geleverd. Als ik eind september op de Kernvergadering van Fietsersbond Gent vertel over het ongeval leer ik bij. Met kleine wielen is er een grotere kans op vallen dan met klassieke fietswielen, vertelt Jan. Het effect van een fietsbult in het wegoppervlak is bij kleine wielen groter. Hoe kleiner de wieldiameter, hoe groter het effect van een oneffenheid in het vloervlak. Logisch. Die parate kennis zat niet in mijn brein, en heeft mijn rijgedrag op de plooifiets beïnvloed. Het doet me vermoeden (niet weten) dat de man in de Achilles Musschestraat gevallen is door de combinatie van snelheid, kleine wielen en uitstekende waterdeksels. In de perceptie van de kop op VRT NWS: “Fietsers schatten risico’s verkeerd in”. De stelling van Wies Callens van de Fietsersbond is even correct: “Nieuwe fietspaden aanleggen is één ding, ze goed onderhouden is ook des te belangrijker.” En ik denk dat hier ook een taak weggelegd is voor de fiets- en andere wielenhandel. En aan ons allen, om putten en bulten te blijven melden.

30jul18, Achilles Musschestraat

Twee weken later. Ik keer vanop mijn werk met een stadsfiets terug naar Gent. Het fietspad is een jaar oud, en in goede staat. In het midden van het fietspad ligt een dame languit op de grond. Een meisje dat haar dochter kan zijn knielt naast haar. Er zijn voldoende mensen om te helpen, dus ik rij verder, en dwars de ziekenwagen. Even verder stop ik, en keer terug om toch 2 foto’s te nemen.

12aug18, Oude Vaartstraat, Beernem
12aug18, Oude Vaartstraat, Beernem

Ik begrijp niet hoe je hier kan vallen. In mijn fantasie zijn het onervaren fietsers. De gevallen dame zag er niet zeer fit uit. Maar ook dat is fantasie. Mijn teerbeminde is op haar ongemak als ze op de fiets niet met haar voeten aan de grond kan. Dat is haar zekerheid. Haar techniek tegen het vallen. Als fietsers naast elkaar fietsen en samen vallen is het een tweezijdig ongeval. Wat is het als twee fietsers naast elkaar fietsen, en één van de twee valt?

29 mei 2020. Ik doe een ronde langs de vijf fietswinkels in Drongen, en ben even langs de kant gaan staan om de kaart te consulteren. Twee giecheldames passeren me op de fiets. Een paar seconden later hoor ik gegil, zie ik ze vallen en neem ik in een reflex één foto:

29mei20, Deinse Horsweg

Ik twijfel of ik nu gegil of gelach hoor. Als ik in hun richting fiets blijkt het gelach te zijn. Ze hebben de slappe lach, ook als ik vraag of alles ok is. Niks aan de hand dus. Als ik ze twee minuten later al zoekend nogmaals passeer zijn ze – nog steeds lachend en giechelend- foto’s aan het nemen van elkaars schaafwondes. Hier is geen twijfel mogelijk: dit was een licht tweezijdig fietsongeval, dat nooit in een statistiek zal of moet landen. Zo zijn er tientallen per dag.

Het deed me denken aan 18 juli 2018. In juni 2018 waren de Parkbosbruggen plechtig geopend. We hadden voor gouverneur Briers, schepen Watteeuw en minister Weyts een cadotje voorzien: het boek “De Fietsrepubliek” van Pete Jordan. Maar de minister kwam niet. Als de minister niet naar ons komt, gaan wij naar de minister, dacht ik. Met het cadotje. Ik had om 10 minuutjes spreektijd gevraagd, en het werd 30 à 40 minuten. De man leek oprecht geinteresseerd, maar had het – tot mijn verbazing- steeds weer over de verantwoordelijkheid van de fietser. De verantwoordelijkheid van de overheid, zijn verantwoordelijkheid, ontweek hij in dit gesprek. In mijn visie moet een minister vooral focussen op hoe hij de situatie kan remediëren / verbeteren. Maar objectief klopt het natuurlijk: elke weggebruiker is verantwoordelijk voor zijn gedrag op de weg. Aan de overheid om te zorgen dat dat ook kan, en de focus 100% kan liggen op de verkeersveiligheid in plaats van op de staat van de weg. Perfect zal het nooit zijn, dat kan niet. Maar er is nog een immens groeipad.

Ik weet niet of er lokaal of nationaal degelijke statistieken zijn van alle fietsers en voetgangers die op spoed belanden, en wat de oorzaak is. Ik denk van niet. Objectieve data helpen om oorzaken te bepalen. En degeljke ongevallenanalyses. Pas zo is een degelijk nationaal mobiliteitsbeleid mogelijk.

Overstijgen

Meestal duurt het schrijven van een Fietsbult 60 keer langer dan het verzinnen van de titel. Hier was het omgekeerd.

Titel 1 was “alles”.

Titel 2 was “veel”.

Het werd “Overstijgen”, kwestie van niet te overdrijven.

De inventiviteit van de mens blijft me verbazen.

07feb20, Station Brugge

Een plooifiets heeft beperkingen, maar sommigen overstijgen de beperking. Het is duidelijk: we stammen af van nomaden.

Gentbrugge (3)

Manman! Televisie is een sterk medium. Vergeef me deze open deur. Komt u binnen! Zet u, en kijk mee tv!

Wie Joris Hessels theater zag spelen bij Studio Orka, of plaatjes draaien in Radio Gaga wist al dat zijn stem en ogen -samen met bloedbroeder Dominiek Van Malderen- een rechtstreekse lijn hebben met de traanklieren van de modale medemens. En aangezien ik een modale medemens ben zorg ik ervoor om dan een zakdoek bij de hand te hebben.

Daarnet was het weer prijs, maar op een – pwiew!- onverwachts moment. Ongeveer hier:

Dat kwam binnen, zoveel loslaten in een paar seconden. En vooral: zo herkenbaar. Als ouder weet je teveel. Je wéét dat het gevaar begint aan de voordeur. Je weet in welk soort automaatschappij we leven. Het herinnerde me nogmaals aan de jaren dat mijn kinderen begonnen met alleen naar school fietsen. Mijn teerbeminde gebruikt het woord “voorzichtig” hoofdzakelijk aan de voordeur. Ook tegen mij. Veel draait om gedrag. En minstens evenveel draait om infrastructuur. Goede infrastructuur is bedacht door verkeersdeskundigen met diep inzicht in gedrag, en aangelegd door ingenieurs met diep inzicht in constructies.

“Gentbrugge” is strelende televisie. I loved it. Geen grammetje spanning of sensatie. Verhalen over modale medemensen. Gesprekken mèt modale medemensen. Eddy Wally, een lach. Liberia, een traan. Al ben ik over Gentbrugge 769% bevooroordeeld. Na 5 (of was het 6?) woonplekken in 9000 lokte de liefde me in 1989 naar het (toen) grauwste deeltje van Gentbrugge. Jarenlang had ik gefietst tussen de 3 torens van Gent, kop in de lucht, maar voor de liefde van Queen M trok ik volgaarne naar het grijze, lawaaierige rijk van de staalnetten: de Sas- en Bassijnwijk. Kleur was er taboe, want de staalverwerkende fabrieken gaven kleur prompt een grauwe tint. Lady L en Lady T groeiden op in dit “stedelijk herwaarderingsgebied”, en gingen in het hemelse Guldenmeersje naar de kleuterklassen van juf Marijke en juf Monique. Rechtover de kleuterschool stond het enige ècht mooie huis van de wijk. Op één van de heetste julinachten van 1994 werd lady S thuis in de Kerkstraat geboren. Maar we verkochten Queen M haar huis aan twee dames, staken de Schelde over, en gingen vijf straten verder wonen.

Anno 2019 gaat onze plooifiets voor onderhoud naar de fietswinkel waar tot begin deze eeuw een bankkantoor was. In dat kantoor tekenden we in 1995 onze hypothecaire lening. Op dat plein woont nu de Joris zie.

We hadden getwijfeld tussen de stad en het platteland. Het platteland zou betekenen: 2 auto’s, en véél kindertaxiritten. Het werd de stad. Lady S vroeg vorige week op fietstocht naar Bassevelde nog of we ooit overwogen hadden om op den buiten te gaan wonen. Ik vertelde het verleden. Zij vertelde hoe blij ze was dat ze in de stad was opgegroeid. Dat kwam prettig binnen. Even zalig is het dat steeds meer mensen bewust die stadskeuze maken. Elk op zijn/haar manier.

In “Gentbrugge” out Joris zich bijna nonstop als een fietser. Met de fiets naar de bakker. Met de fiets naar de crèche.

Daar is niks speciaals mee. Behalve dat dat in weinig tv-programma’s te zien is, want geen spanning of sensatie. Hier is het simpelweg: evident. Zoals bij steeds meer modale mensen. Benieuwd naar de komende weken “Gentbrugge”!

Meer lezen over Gentbrugge? Op Fietsbult verscheen in 2008: Gentbrugge (1), en in 2014 Gentbrugge (2).

Oh ja, nu we toch over Gentbrugge bezig zijn: deze namiddag zagen we dit Facebookbericht passeren:

Plooifiets (4)

Afgelopen week dwarste ik tweemaal een tandem, met jonge mensen erop. Eenmalige romantiek of dagelijks gebruik? Zit de tandem in de lift? Twee zwaluwen maken nog geen tandem.

Dit ziet eruit als een dure fiets, maar het zou me verbazen mochten dieven dit exemplaar durven stelen. Hij is plooibaar, dus het is een plooifiets.

20juli2019, Limburgstraat

Fietsherinneringen

Leen werd geboren in Lier, en woont al decennialang in Gent. Afgelopen zondag deed ze me haar “Kinderscènes Opus 1” cado. En jawel: er was een hoofdstuk “Fietsherinneringen”.

Anno 1963

Behalve rondjes trappen met een driewieler had ik als achtjarig meisje geen enkele ervaring met fietsen. Dat kwam omdat er gewoonweg geen fietsen waren bij ons thuis. Alleen vader had een fiets waarmee hij dagelijks naar zijn werk reed. Af en toe mocht er een van de kinderen vooraan op het extra gemonteerde zadel zitten. Je voeten stonden op ijzeren steuntjes en je hield het grote stuur in het midden vast. Achter je rug voelde je de nabijheid van vaders warme lichaam en je waande je veilig tussen zijn armen die langs je heen het stuur vasthielden. Heerlijk was het om als kind die snelheid te ervaren.

Ik wilde zo graag leren fietsen. Die gelegenheid kreeg ik tijdens de bezoeken aan nonkel Karel en tante Lina. Daar waren enkele fietsen op kindermaat waarmee mijn nichtjes Gerd en Hild fietsten in de rustige straten van hun villawijk. Ik herinner me nog hoe ik moest bedelen om ook eens op een fiets te mogen. Als ik er dan eindelijk een te pakken had, sloeg de schrik me om het hart want, hoe in godsnaam, kon je vertrekken met zo’n ding? Maar er kwam hulp. Mijn nichtjes hielden de fiets vast zodat ik op het zadel kon gaan zitten en mijn voeten op de trappers kon plaatsen. Ze duwden de fiets in gang terwijl ze luid riepen dat ik moest trappen. Mijn hart bonkte in mijn keel. Wat een vaart! Dan lieten ze de fiets los en reed ik, willen of niet, alleen verder. Van ’t verschieten keek ik naar mijn trappende voeten wat onmiddellijk een slingerbeweging veroorzaakte. “Voor je kijken, je moet voor je kijken!” hoorde ik ergens ver weg. Terwijl ik het stuur van links naar rechts draaide en op die manier krampachtig probeerde bij te sturen, vergaten mijn voeten hun werk te doen. Ik minderde vaart en nog voor het advies: ”Blijven trappen!” tot me doordrong, viel ik slagzij op de harde macadam. Mijn moeke had gelijk: ”Fietsen is gevaarlijk, manneke, daar kunt ge u lelijk mee zeer doen.” Maar toch, de sensatie won het van de schrik. Ik wilde niet opgeven.

Nadat mijn geschaafde knie en elleboog ontsmet en bewonderd waren, ging ik stilletjes terug naar buiten waar de begeerde fiets onbewaakt en uitdagend tegen de muur van het huis stond.

Dit was de kans van mijn leven! Ik nam de fiets aan de hand en stapte ermee naar het midden van de laan. Ik moest en zou dit kunnen! Ik zette één voet startklaar op de hoogste trapper en in mijn hoofd gonsden twee dwingende zinnetjes: naar voren kijken en blijven trappen! Ik zette me schrap, klaar om met kracht de trapper naar beneden te duwen. De rest zou dan vanzelf volgen. Na een inwendig startschot duwde ik de trapper naar beneden, probeerde dan vliegensvlug de tweede voet bij te zetten en bijna tegelijkertijd op het zadel te gaan zitten. Dit alles met mijn blik op een oneindige verte gericht. Het zag er zo simpel uit toen mijn nichtje het demonstreerde. Mijn voet miste de trapper echter en nog net op tijd kon ik hem terug op de grond plaatsen. Met de fiets tussen mijn benen stond ik met enkele schokjes stil. Oef, ik was toch niet gevallen! Dat gaf moed. Ik begon opnieuw.

Na de vijfde poging was het gelukt. Ik zat op het zadel en mijn twee voeten trapten in het rond. Mijn handen knepen heel hard in de rubberen handvaten van het stuur en ik staarde gespannen de verte in. Wow, ik fietste! Ik fietste helemaal alleen!

Behalve de wat wazige verte kwam het einde van de straat plots scherp in beeld. De straat maakte een scherpe bocht naar links.

De alarmbel in mijn hoofd klonk steeds luider en luider. Iets in mij gaf me het bevel te stoppen. STOPPEN NU! Ja, goed, maar hoe deed je dat? Het woord remmen flitste aan en uit ergens in mijn achterhoofd, maar mijn benen luisterden niet. Zonder het te willen, reed ik in de richting van de graskant en liet me er zijwaarts in vallen. Als een veer sprong ik weer op, klopte de grassprietjes van me af en keek vlug even rond. Niemand had me gezien! Ik oefende dapper verder. Ik was zo geconcentreerd bezig dat ik niets of niemand nog opmerkte. De wereld bestond uit die fiets en mezelf en de reusachtige drang deze vaardigheid onder de knie te krijgen.

Ik ging dan ook fier naar binnen met de woorden: ”Ik kan het moeke, ik kan het!” Vanaf dan werd het hebben van een fiets het meest begeerde ding op aarde.

Anno 1964-1965

Een tijd nadien kregen we van een buur een oude fiets. Hij had geen lichten en ook geen bel, maar rijden deed hij wel. Hij had een torpedorem zoals gebruikelijk was in die tijd.

Af en toe mochten we met die fiets naar ‘Den Oever’ gaan. Dat was een stuk grond langs de Nete waarop langs kronkelige zandweggetjes houten huisjes her en der verspreid stonden. Het was maar één straat ver van waar wij woonden. Samen vertrokken we met de fiets aan de hand naar dat begeerde stukje grond waar het volgens moeder veilig genoeg was om te fietsen. Er reden daar geen auto’s en dat was het voornaamste.

Om beurten fietsten we elk tien minuten kriskras door de zandweggetjes. Terwijl een van ons genoot van zijn verkenningstochtje, hielden de anderen de tijd goed in de gaten op het horloge dat moeder ons voor die gelegenheid meegaf.

Wie fietste probeerde de controlepost zoveel mogelijk te vermijden. Zo konden ze je niet verwittigen als je tijd om was en gaf het fietsen je een opperste gevoel van vrijheid. Het gebeurde dan ook geregeld dat je langer wegbleef dan afgesproken en dan kregen we ruzie.

Wie te lang fietste, mocht nadien minder lang rijden. Werd dat niet gerespecteerd, dan sloeg de anarchie toe: als gij langer rijdt, dan ik ook! Soms liep iemand naar huis om te gaan klikken dat er vals werd gespeeld. Wanneer we dan thuis kwamen, keef ons moeke en dreigde ze ermee de fiets weg te doen…

Anno 1966

Toen deed ik mijn Plechtige Communie! Mei 1966. Mijn peter, nonkel Adrien, bezorgde me de verrassing van mijn leven. Nog voor de feestelijke misviering begon, ging de bel. Nieuwsgierig liep ik naar de voordeur met moeder in mijn kielzog.

Wat ik toen zag, kon ik niet geloven: daar stond mijn peter met een spiksplinternieuwe fiets aan zijn hand! Een rode met een smal en ietwat naar beneden krommend stuur, een jongensstuur noemden we dat toen. Er zaten twee lichten vooraan in plaats van één. Ik stond perplex en hij lachte uitbundig naar mij. Zijn mond, zijn snor, zijn bruine ogen, alles lachte me toe. Ik kon mijn geluk niet op. Ik sprong de lucht in en nam de fiets gretig in ontvangst. Ik wilde er direct mee wegrijden maar daar stak moeder een stokje voor. “Geen sprake van”, zei ze gedecideerd, “zie dat ge iets tegen komt zo vlak voor de mis.” Maar het zou nonkel Adrien niet geweest zijn, moest hij het niet opgenomen hebben voor de verlangende kinderziel: “Allé, Maria, laat dat kind toch efkes één toerke doen.”

Ik voelde me gesteund en overtuigde moeder dat ik alleen eventjes op ‘Den Oever’ zou rijden. Moeder gaf toe en ik fietste weg. Ondanks de ja van mijn moeke was ik er zelf ook niet helemaal gerust in. Er mocht nu echt niks verkeerd lopen.

Op ‘Den Oever’ reed ik een smal weggetje in tussen twee huisjes. Het was smaller dan ik had ingeschat en ik nam een te wijde bocht. Met mijn knokkels van mijn rechterhand schuurde ik tegen de muur van een van de huisjes. Ik probeerde niet te vallen, hervond mijn evenwicht en stopte dan angstvallig om naar mijn hand te kijken. Mijn vier vingers bloedden. Wat een schrik! Wat zou moeke wel zeggen? Kwaad op mezelf omdat ik zo stom was geweest en nog banger voor moeders reactie, liep ik met de fiets aan mijn hand weer naar huis. Moeder had weer eens gelijk. Thuis gekomen durfde ik nauwelijks mijn vingers te tonen. Moeder zong haar zo gekende ‘ziet-ge-nu-wel-liedje’ en ik geloofde haar.

Nonkel Adrien lachte echter alle spanningen weg en maakte van mijn opgelopen schaafwonden een heldendaad. De plakkertjes rond mijn vingers maakten het moeilijk om mijn witte handschoentjes aan te krijgen.

In de mis kon ik nauwelijks opletten. Ik was zo vol van die fiets. Ik popelde om ermee te kunnen rijden en hem trots te tonen aan al mijn vriendinnetjes. Ik kon niet langer zwijgen. Ik fluisterde mijn blijheid in het oor van het meisje naast me en werd meteen met een vingerknip en strenge blik van de juf tot de orde geroepen.

Mijn gedachten dwaalden echter voortdurend af en gaven me kopzorgen: was dat stuur niet voor jongens eigenlijk? En die twee lichten, zo opvallend! Zouden ze mij niet uitlachen? Het was toch heel speciaal en ongewoon? En ik voelde me speciaal, want wie kreeg er nu een gloednieuwe fiets op zijn communie? Mijn peter wist perfect wat ik nodig had.

Toen we te communie mochten gaan en ik mijn handen samenvouwde, merkte ik de kleine rode verkleuringen op de witte vingers van mijn handschoen. Ik schaamde me en voelde me stil vallen van binnen. Ik kende dit gevoel, uitbundigheid kon je maar beter in toom houden. Met gebogen hoofd stapte ik samen met de andere communicanten nederig naar voren. Netjes zoals het hoorde.

De laatste week van dat schooljaar mocht ik voor het eerst alleen met de fiets naar school. Wat voelde ik me groot! Triomfantelijk reed ik door de straten van Lier en wist dat de hele wereld naar me keek, naar mijn prachtige rode fiets met twee lichten én een jongensstuur!

Transportmiddel

Ik schat dat ik toch wekelijks op vriendelijke of iets minder vriendelijke manier te horen krijg – open de aanhalingstekens: “dat niet iederééééééén kan fietsen.” – sluit de aanhalingstekens.

Dat wil vooral zeggen dat mensen door hebben dat the times are a changing, en dat wil vaak ook zeggen ze het daar lastig mee hebben, met dat beest dat verandering heet. Dat begrijp ik 100%, en respecteer ik. Wat iemand voelt, dat voelt hij. Of dat voelt zij.

Naast al die mensen zijn er ook een massa mensen die vinden dat de verandering niet snel genoeg gaat, en dat ook laten horen. Zoals die -ik noem hem makkelijkheidshalve- opa op het familiefeest afgelopen zondag in de verre Westhoek, die zijn planten zoveel méér water moet geven als vroeger. En dat dat zal moeten veranderen.

14 juli 2019

Er zijn mensen voor wie verandering simpelweg géén probleem is. En héél misschien is deze man met de zetel op de fiets één van hen. Héél misschien.

17 juli 2019, Koophandelsplein

Of heel misschien vond hij zijn fiets voor dit doel gewoon een handig transportmiddel. Zo rijk en verschillend is de mens.

17 juli 2019, Koophandelsplein

Gent trapt een nieuw fietsdeelsysteem af

Op 13/6 heeft Gent een nieuw fietsdeelsysteem afgetrapt : Donkey Republic.

Gent zet volop in op duurzaamheid en wil de wildgroei van “strooifietsen” vermijden. Deze veroorzaken immers te dikwijls problemen met slecht onderhouden of hinderlijk gestalde fietsen en een onnodig hoge fietsparkeerdruk. Daarom koos onze stad er voor in zee te gaan met twee aanbieders van ‘freefloating’ deelfietsen. Deze zijn een aanvulling op het reeds bestaande aanbod (oa. de Blue Bikes bij de stations en Trapido bij de P&R, waarbij je telkens de fietsen moet terugbrengen naar de uitleenplaats, de Fietsambassade voor langere termijn verhuur, oa. voor studenten, enz ….). Door de flexibiliteit en gebruiksvriendelijkheid van het ‘freefloating’deelsysteem, hoopt Gent zo nog meer mensen op de fiets te krijgen en tegelijkertijd de fietsparkeerdruk te verminderen. Fietsersbond Gent juicht dit nieuw duurzaam en klimaatvriendelijk initiatief natuurlijk toe. We zullen het de komende jaren ook kritisch opvolgen. Help ons door uw ervaringen met ons te delen.

15jun19, Reep

Donkey Republic start met 200 deelfietsen. Dit aantal zal geleidelijk aan worden verhoogd tot een 750-tal fietsen, verspreid over een 400-tal uitleen- en terugbrengplaatsen die meestal niet verder dan 200m van elkaar verwijderd zijn (https://www.donkey.bike/nl/steden/fietsverhuur-gent/). De tweede operator (Billy Bike) volgt later dit jaar met een vergelijkbaar aantal fietsen.

15jun19, Reep

Je gebruikt de Donkey Republic on-line app (zowel beschikbaar voor Android als voor IOS) om de dichtstbijzijnde beschikbare fiets te vinden, hem te ontgrendelen, waarbij je uitleenperiode automatisch wordt gestart, de dichtstbijzijnde terugbrenglocatie te vinden, je fiets terug te stallen en vergrendelen in een willekeurige terugbrenglocatie en je uitleenperiode te stoppen.

15jun19, Reep

Ophaal- en terugbrenglocaties zijn standaard fietsrekken waar je ook andere fietsen kwijt kunt. De locaties zijn zo gekozen dat er meestal voldoende fietsparkeergelegenheid is. Staan er reeds te veel Donkey Republic fietsen op één terugbrenglocatie dan leidt de app je naar een andere locatie in de buurt. Je kan de fietsen gemakkelijk herkennen via hun oranje kleur en logo. Het zijn degelijke fietsen met lage instap, naafdynamo en drie versnellingen. De fietsen worden hersteld door de eigen hersteldienst (de zogenaamde ‘shepherds’) die natuurlijk per fiets ter plaatse komen. Zij herverdelen indien nodig de fietsen over de verschillende ophaalpunten.

15jun19, Reep

Donkey Republic is gestart in Denemarken en heeft zijn sporen verdiend in heel wat andere (groot)steden in Europa. Gent is de eerste stad in België waar ze aanwezig zijn.

Als occasioneel gebruiker betaal je tussen de 1,5€ (voor 15min) en 10€ (voor 12 uur). Gebruik je de deelfietsen regelmatig, dan neem je beter een maandelijks abonnement van 9€ (voor een onbeperkt aantal ritten van 1 uur) of 18€ (voor een onbeperkt aantal ritten van 12 uur). Deze abonnementen zijn ook geldig in de andere steden waar Donkey Republic actief is. Laat je de deelfiets achter buiten één van de voorziene terugbrengpunten, dan wordt je aan administratieve kost van 10€ aangerekend.

16jun19, Kasteellaan

Wil je deze nieuwe dienst eens gratis gedurende een uurtje uitproberen? Gebruik dan de coupon : GENTONABIKE in de online-app.

Eerste Schepen Filip Watteeuw trapt het nieuwe fietsdeelsysteem af

Op Wielekes

Bizar. Ik dacht dat we u ooit al de blijde boodschap van Op Wielekes gebracht hadden: “fiets en vermenigvuldig u!” Het is een grandioos idee. Veilig fietsen doe je op een passende, goed onderhouden fiets. Dat telt ook voor kinderen. Op Wiekekes geeft die kans. Het is een fietsdeelsysteem voor kinderen. Kinderen groeien, hun fiets dus ook.

02jun19, Toekomststraat 38

Op Wielekes begon in 2014 in Ledeberg, en groeit rustig verder. Momenteel zijn er 10 depots, waarvan 3 in Gent. De Brugse Poort en De Muide volgen komende maanden.

02jun19, Toekomststraat 38

Hier links lees je meer over Op Wielekes:

02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38

Op Wielekes is een vrijwilligersproject van Netwerk Bewust Verbruiken. Jammer dat ik geen kleine kinderen meer heb. 🙂

02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38

Alle info lees je hier.

02jun19, Toekomststraat 38

Aprilgrap

Het had een aprilgrap kunnen zijn.

Sinds de dochters elders hun nest vonden probeer ik mijn teerbeminde zo rond haar verjaardag te ontvoeren naar een stad op treinafstand.
Vorig jaar was het Nantes, dit jaar London.
Dan doen we dagenlang wat we in Gent amper doen: wandelen.
Slenteren, maar vooral: stappen.
Urenlang stappen, of beter: zwerven.
En het openbaar vervoer “testen”.
In Nantes zagen we verkeerslichten van de 21e eeuw.
De bus had een eigen busbaan, en kreeg op èlk kruispunt een veilig groen licht.
Technische perfectie, en bijgevolg een succesvol openbaar vervoer.
Zo haal je mensen uit de file.
Het kan dus, de techniek bestaat.
Wat wil zeggen dat het ook bij ons moet kunnen.

London is nog absoluut geen fietsstad.
Het is een stad zonder kinderen en bejaarden op de fiets.
Er zijn amper fietspaden, dus louter assertieve fietsers.
Je ziet kiemen van fietscultuur, te vergelijken met Gent in de jaren 90.
Zo zijn er fietsroutes uitgetekend, en is er een stallingbeleid.
Misschien later meer hierover.
Je ziet wèl fietscultuur alom.
Bijvoorbeeld in deze kledingwinkel in Portobello Road:

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Dàt had ik nu nog nooit gezien!
Die Britten toch!
Waar had de winkelier dàt gevonden?
“Well, I had and old bike and an old camera, so this is my particular interpretation of a GoPro”.
Het had een aprilgrap kunnen zijn.

Fietskeuken Ledeberg (2)

In juni 2014 toonden we je hier Fietskeuken Ledeberg.
Vier jaar later is dit de prettige nieuwe realiteit op de Standaertsite:

13feb18, Standaertsite Ledeberg

13feb18, Standaertsite Ledeberg

Alle info over Fietskeuken Ledeberg staat hier.

Fietsverlichtingsactie 2018

Gent had een zéér lange traditie om fietssloten te promoten.
De intense campagnes zijn voorbij, want een degelijk slot is ingeburgerd.
En het is ingeburgerd om je fiets aan een vast voorwerp vast te maken.
Gelukkig heeft Gent veel waterlopen, en zijn fietsers blij met de ballustrades:

05okt18, Fransevaart

De samenvatting van de traditie lees je hier bij de fietsambassade.
Al die maatregelen helpen tegen de occasionele fietsdiefstallen.
Tegen de professionals met slijpschijven en camionettes helpt geen enkel fietslot.
De Gentse politie heeft zijn traditioneel advies “Steel er je zelf één” achter zich gelaten, en werkt sinds twee jaar actief op dit thema.
Helaas -lezen we op Facebook- werkt het parket niet mee: fietsdieven zijn er geen prioriteit.
Zo blijft het dweilen met de kraan open.

De tweede – later opgestarte- traditie, de fietsverlichtingscampagne, loopt nog steeds.
De resultaten zijn merkbaar, maar het kan zeker nog beter.
Op nationaal (of Europees) niveau is een verplichting van naafdynamo’s bij alle nieuwe fietsen een must.
Van de spiksplinternieuwe nieuwe brolfietsen uit warenhuizen, verlos ons heer!
Op lokaal niveau blijft sensibilisering en handhaving een must, zeker in een studentenstad.
Woensdag 4 oktober ging op het Sint-Pietersplein de fietverlichtingsactie 2018 van de Gentse Politie van start.

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

04okt18, Sint-Pietersplein

Misschien ook tijd voor een campagne om fietspaden en fietsroutes autovrij te houden?
Het liep afgelopen dagen weer de spuigaten uit:

05okt18, Fransevaart

07 okt18, Achilles Heyndrickxlaan (ingezonden foto)