Home

Fietsherinneringen

25 juli 2019

Leen werd geboren in Lier, en woont al decennialang in Gent. Afgelopen zondag deed ze me haar “Kinderscènes Opus 1” cado. En jawel: er was een hoofdstuk “Fietsherinneringen”.

Anno 1963

Behalve rondjes trappen met een driewieler had ik als achtjarig meisje geen enkele ervaring met fietsen. Dat kwam omdat er gewoonweg geen fietsen waren bij ons thuis. Alleen vader had een fiets waarmee hij dagelijks naar zijn werk reed. Af en toe mocht er een van de kinderen vooraan op het extra gemonteerde zadel zitten. Je voeten stonden op ijzeren steuntjes en je hield het grote stuur in het midden vast. Achter je rug voelde je de nabijheid van vaders warme lichaam en je waande je veilig tussen zijn armen die langs je heen het stuur vasthielden. Heerlijk was het om als kind die snelheid te ervaren.

Ik wilde zo graag leren fietsen. Die gelegenheid kreeg ik tijdens de bezoeken aan nonkel Karel en tante Lina. Daar waren enkele fietsen op kindermaat waarmee mijn nichtjes Gerd en Hild fietsten in de rustige straten van hun villawijk. Ik herinner me nog hoe ik moest bedelen om ook eens op een fiets te mogen. Als ik er dan eindelijk een te pakken had, sloeg de schrik me om het hart want, hoe in godsnaam, kon je vertrekken met zo’n ding? Maar er kwam hulp. Mijn nichtjes hielden de fiets vast zodat ik op het zadel kon gaan zitten en mijn voeten op de trappers kon plaatsen. Ze duwden de fiets in gang terwijl ze luid riepen dat ik moest trappen. Mijn hart bonkte in mijn keel. Wat een vaart! Dan lieten ze de fiets los en reed ik, willen of niet, alleen verder. Van ’t verschieten keek ik naar mijn trappende voeten wat onmiddellijk een slingerbeweging veroorzaakte. “Voor je kijken, je moet voor je kijken!” hoorde ik ergens ver weg. Terwijl ik het stuur van links naar rechts draaide en op die manier krampachtig probeerde bij te sturen, vergaten mijn voeten hun werk te doen. Ik minderde vaart en nog voor het advies: ”Blijven trappen!” tot me doordrong, viel ik slagzij op de harde macadam. Mijn moeke had gelijk: ”Fietsen is gevaarlijk, manneke, daar kunt ge u lelijk mee zeer doen.” Maar toch, de sensatie won het van de schrik. Ik wilde niet opgeven.

Nadat mijn geschaafde knie en elleboog ontsmet en bewonderd waren, ging ik stilletjes terug naar buiten waar de begeerde fiets onbewaakt en uitdagend tegen de muur van het huis stond.

Dit was de kans van mijn leven! Ik nam de fiets aan de hand en stapte ermee naar het midden van de laan. Ik moest en zou dit kunnen! Ik zette één voet startklaar op de hoogste trapper en in mijn hoofd gonsden twee dwingende zinnetjes: naar voren kijken en blijven trappen! Ik zette me schrap, klaar om met kracht de trapper naar beneden te duwen. De rest zou dan vanzelf volgen. Na een inwendig startschot duwde ik de trapper naar beneden, probeerde dan vliegensvlug de tweede voet bij te zetten en bijna tegelijkertijd op het zadel te gaan zitten. Dit alles met mijn blik op een oneindige verte gericht. Het zag er zo simpel uit toen mijn nichtje het demonstreerde. Mijn voet miste de trapper echter en nog net op tijd kon ik hem terug op de grond plaatsen. Met de fiets tussen mijn benen stond ik met enkele schokjes stil. Oef, ik was toch niet gevallen! Dat gaf moed. Ik begon opnieuw.

Na de vijfde poging was het gelukt. Ik zat op het zadel en mijn twee voeten trapten in het rond. Mijn handen knepen heel hard in de rubberen handvaten van het stuur en ik staarde gespannen de verte in. Wow, ik fietste! Ik fietste helemaal alleen!

Behalve de wat wazige verte kwam het einde van de straat plots scherp in beeld. De straat maakte een scherpe bocht naar links.

De alarmbel in mijn hoofd klonk steeds luider en luider. Iets in mij gaf me het bevel te stoppen. STOPPEN NU! Ja, goed, maar hoe deed je dat? Het woord remmen flitste aan en uit ergens in mijn achterhoofd, maar mijn benen luisterden niet. Zonder het te willen, reed ik in de richting van de graskant en liet me er zijwaarts in vallen. Als een veer sprong ik weer op, klopte de grassprietjes van me af en keek vlug even rond. Niemand had me gezien! Ik oefende dapper verder. Ik was zo geconcentreerd bezig dat ik niets of niemand nog opmerkte. De wereld bestond uit die fiets en mezelf en de reusachtige drang deze vaardigheid onder de knie te krijgen.

Ik ging dan ook fier naar binnen met de woorden: ”Ik kan het moeke, ik kan het!” Vanaf dan werd het hebben van een fiets het meest begeerde ding op aarde.

Anno 1964-1965

Een tijd nadien kregen we van een buur een oude fiets. Hij had geen lichten en ook geen bel, maar rijden deed hij wel. Hij had een torpedorem zoals gebruikelijk was in die tijd.

Af en toe mochten we met die fiets naar ‘Den Oever’ gaan. Dat was een stuk grond langs de Nete waarop langs kronkelige zandweggetjes houten huisjes her en der verspreid stonden. Het was maar één straat ver van waar wij woonden. Samen vertrokken we met de fiets aan de hand naar dat begeerde stukje grond waar het volgens moeder veilig genoeg was om te fietsen. Er reden daar geen auto’s en dat was het voornaamste.

Om beurten fietsten we elk tien minuten kriskras door de zandweggetjes. Terwijl een van ons genoot van zijn verkenningstochtje, hielden de anderen de tijd goed in de gaten op het horloge dat moeder ons voor die gelegenheid meegaf.

Wie fietste probeerde de controlepost zoveel mogelijk te vermijden. Zo konden ze je niet verwittigen als je tijd om was en gaf het fietsen je een opperste gevoel van vrijheid. Het gebeurde dan ook geregeld dat je langer wegbleef dan afgesproken en dan kregen we ruzie.

Wie te lang fietste, mocht nadien minder lang rijden. Werd dat niet gerespecteerd, dan sloeg de anarchie toe: als gij langer rijdt, dan ik ook! Soms liep iemand naar huis om te gaan klikken dat er vals werd gespeeld. Wanneer we dan thuis kwamen, keef ons moeke en dreigde ze ermee de fiets weg te doen…

Anno 1966

Toen deed ik mijn Plechtige Communie! Mei 1966. Mijn peter, nonkel Adrien, bezorgde me de verrassing van mijn leven. Nog voor de feestelijke misviering begon, ging de bel. Nieuwsgierig liep ik naar de voordeur met moeder in mijn kielzog.

Wat ik toen zag, kon ik niet geloven: daar stond mijn peter met een spiksplinternieuwe fiets aan zijn hand! Een rode met een smal en ietwat naar beneden krommend stuur, een jongensstuur noemden we dat toen. Er zaten twee lichten vooraan in plaats van één. Ik stond perplex en hij lachte uitbundig naar mij. Zijn mond, zijn snor, zijn bruine ogen, alles lachte me toe. Ik kon mijn geluk niet op. Ik sprong de lucht in en nam de fiets gretig in ontvangst. Ik wilde er direct mee wegrijden maar daar stak moeder een stokje voor. “Geen sprake van”, zei ze gedecideerd, “zie dat ge iets tegen komt zo vlak voor de mis.” Maar het zou nonkel Adrien niet geweest zijn, moest hij het niet opgenomen hebben voor de verlangende kinderziel: “Allé, Maria, laat dat kind toch efkes één toerke doen.”

Ik voelde me gesteund en overtuigde moeder dat ik alleen eventjes op ‘Den Oever’ zou rijden. Moeder gaf toe en ik fietste weg. Ondanks de ja van mijn moeke was ik er zelf ook niet helemaal gerust in. Er mocht nu echt niks verkeerd lopen.

Op ‘Den Oever’ reed ik een smal weggetje in tussen twee huisjes. Het was smaller dan ik had ingeschat en ik nam een te wijde bocht. Met mijn knokkels van mijn rechterhand schuurde ik tegen de muur van een van de huisjes. Ik probeerde niet te vallen, hervond mijn evenwicht en stopte dan angstvallig om naar mijn hand te kijken. Mijn vier vingers bloedden. Wat een schrik! Wat zou moeke wel zeggen? Kwaad op mezelf omdat ik zo stom was geweest en nog banger voor moeders reactie, liep ik met de fiets aan mijn hand weer naar huis. Moeder had weer eens gelijk. Thuis gekomen durfde ik nauwelijks mijn vingers te tonen. Moeder zong haar zo gekende ‘ziet-ge-nu-wel-liedje’ en ik geloofde haar.

Nonkel Adrien lachte echter alle spanningen weg en maakte van mijn opgelopen schaafwonden een heldendaad. De plakkertjes rond mijn vingers maakten het moeilijk om mijn witte handschoentjes aan te krijgen.

In de mis kon ik nauwelijks opletten. Ik was zo vol van die fiets. Ik popelde om ermee te kunnen rijden en hem trots te tonen aan al mijn vriendinnetjes. Ik kon niet langer zwijgen. Ik fluisterde mijn blijheid in het oor van het meisje naast me en werd meteen met een vingerknip en strenge blik van de juf tot de orde geroepen.

Mijn gedachten dwaalden echter voortdurend af en gaven me kopzorgen: was dat stuur niet voor jongens eigenlijk? En die twee lichten, zo opvallend! Zouden ze mij niet uitlachen? Het was toch heel speciaal en ongewoon? En ik voelde me speciaal, want wie kreeg er nu een gloednieuwe fiets op zijn communie? Mijn peter wist perfect wat ik nodig had.

Toen we te communie mochten gaan en ik mijn handen samenvouwde, merkte ik de kleine rode verkleuringen op de witte vingers van mijn handschoen. Ik schaamde me en voelde me stil vallen van binnen. Ik kende dit gevoel, uitbundigheid kon je maar beter in toom houden. Met gebogen hoofd stapte ik samen met de andere communicanten nederig naar voren. Netjes zoals het hoorde.

De laatste week van dat schooljaar mocht ik voor het eerst alleen met de fiets naar school. Wat voelde ik me groot! Triomfantelijk reed ik door de straten van Lier en wist dat de hele wereld naar me keek, naar mijn prachtige rode fiets met twee lichten én een jongensstuur!

Van: jan a
Verzonden: donderdag 18 juli 2019 18:50
Onderwerp: Transportmiddel (2)

deze sluit aan bij de fietsbultpost van vandaag…

Groeten Jan A

Transportmiddel

18 juli 2019

Ik schat dat ik toch wekelijks op vriendelijke of iets minder vriendelijke manier te horen krijg – open de aanhalingstekens: “dat niet iederééééééén kan fietsen.” – sluit de aanhalingstekens.

Dat wil vooral zeggen dat mensen door hebben dat the times are a changing, en dat wil vaak ook zeggen ze het daar lastig mee hebben, met dat beest dat verandering heet. Dat begrijp ik 100%, en respecteer ik. Wat iemand voelt, dat voelt hij. Of dat voelt zij.

Naast al die mensen zijn er ook een massa mensen die vinden dat de verandering niet snel genoeg gaat, en dat ook laten horen. Zoals die -ik noem hem makkelijkheidshalve- opa op het familiefeest afgelopen zondag in de verre Westhoek, die zijn planten zoveel méér water moet geven als vroeger. En dat dat zal moeten veranderen.

14 juli 2019

Er zijn mensen voor wie verandering simpelweg géén probleem is. En héél misschien is deze man met de zetel op de fiets één van hen. Héél misschien.

17 juli 2019, Koophandelsplein

Of heel misschien vond hij zijn fiets voor dit doel gewoon een handig transportmiddel. Zo rijk en verschillend is de mens.

17 juli 2019, Koophandelsplein

Op 13/6 heeft Gent een nieuw fietsdeelsysteem afgetrapt : Donkey Republic.

Gent zet volop in op duurzaamheid en wil de wildgroei van “strooifietsen” vermijden. Deze veroorzaken immers te dikwijls problemen met slecht onderhouden of hinderlijk gestalde fietsen en een onnodig hoge fietsparkeerdruk. Daarom koos onze stad er voor in zee te gaan met twee aanbieders van ‘freefloating’ deelfietsen. Deze zijn een aanvulling op het reeds bestaande aanbod (oa. de Blue Bikes bij de stations en Trapido bij de P&R, waarbij je telkens de fietsen moet terugbrengen naar de uitleenplaats, de Fietsambassade voor langere termijn verhuur, oa. voor studenten, enz ….). Door de flexibiliteit en gebruiksvriendelijkheid van het ‘freefloating’deelsysteem, hoopt Gent zo nog meer mensen op de fiets te krijgen en tegelijkertijd de fietsparkeerdruk te verminderen. Fietsersbond Gent juicht dit nieuw duurzaam en klimaatvriendelijk initiatief natuurlijk toe. We zullen het de komende jaren ook kritisch opvolgen. Help ons door uw ervaringen met ons te delen.

15jun19, Reep

Donkey Republic start met 200 deelfietsen. Dit aantal zal geleidelijk aan worden verhoogd tot een 750-tal fietsen, verspreid over een 400-tal uitleen- en terugbrengplaatsen die meestal niet verder dan 200m van elkaar verwijderd zijn (https://www.donkey.bike/nl/steden/fietsverhuur-gent/). De tweede operator (Billy Bike) volgt later dit jaar met een vergelijkbaar aantal fietsen.

15jun19, Reep

Je gebruikt de Donkey Republic on-line app (zowel beschikbaar voor Android als voor IOS) om de dichtstbijzijnde beschikbare fiets te vinden, hem te ontgrendelen, waarbij je uitleenperiode automatisch wordt gestart, de dichtstbijzijnde terugbrenglocatie te vinden, je fiets terug te stallen en vergrendelen in een willekeurige terugbrenglocatie en je uitleenperiode te stoppen.

15jun19, Reep

Ophaal- en terugbrenglocaties zijn standaard fietsrekken waar je ook andere fietsen kwijt kunt. De locaties zijn zo gekozen dat er meestal voldoende fietsparkeergelegenheid is. Staan er reeds te veel Donkey Republic fietsen op één terugbrenglocatie dan leidt de app je naar een andere locatie in de buurt. Je kan de fietsen gemakkelijk herkennen via hun oranje kleur en logo. Het zijn degelijke fietsen met lage instap, naafdynamo en drie versnellingen. De fietsen worden hersteld door de eigen hersteldienst (de zogenaamde ‘shepherds’) die natuurlijk per fiets ter plaatse komen. Zij herverdelen indien nodig de fietsen over de verschillende ophaalpunten.

15jun19, Reep

Donkey Republic is gestart in Denemarken en heeft zijn sporen verdiend in heel wat andere (groot)steden in Europa. Gent is de eerste stad in België waar ze aanwezig zijn.

Als occasioneel gebruiker betaal je tussen de 1,5€ (voor 15min) en 10€ (voor 12 uur). Gebruik je de deelfietsen regelmatig, dan neem je beter een maandelijks abonnement van 9€ (voor een onbeperkt aantal ritten van 1 uur) of 18€ (voor een onbeperkt aantal ritten van 12 uur). Deze abonnementen zijn ook geldig in de andere steden waar Donkey Republic actief is. Laat je de deelfiets achter buiten één van de voorziene terugbrengpunten, dan wordt je aan administratieve kost van 10€ aangerekend.

16jun19, Kasteellaan

Wil je deze nieuwe dienst eens gratis gedurende een uurtje uitproberen? Gebruik dan de coupon : GENTONABIKE in de online-app.

Eerste Schepen Filip Watteeuw trapt het nieuwe fietsdeelsysteem af

Kastfietskar

13 juni 2019

De mens is vaak een creatief wezen.

28mei19, Gentbruggestraat

Dat telt zeker voor fietsers.

Op Wielekes

5 juni 2019

Bizar. Ik dacht dat we u ooit al de blijde boodschap van Op Wielekes gebracht hadden: “fiets en vermenigvuldig u!” Het is een grandioos idee. Veilig fietsen doe je op een passende, goed onderhouden fiets. Dat telt ook voor kinderen. Op Wiekekes geeft die kans. Het is een fietsdeelsysteem voor kinderen. Kinderen groeien, hun fiets dus ook.

02jun19, Toekomststraat 38

Op Wielekes begon in 2014 in Ledeberg, en groeit rustig verder. Momenteel zijn er 10 depots, waarvan 3 in Gent. De Brugse Poort en De Muide volgen komende maanden.

02jun19, Toekomststraat 38

Hier links lees je meer over Op Wielekes:

02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38

Op Wielekes is een vrijwilligersproject van Netwerk Bewust Verbruiken. Jammer dat ik geen kleine kinderen meer heb. 🙂

02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38
02jun19, Toekomststraat 38

Alle info lees je hier.

02jun19, Toekomststraat 38

Aprilgrap

1 april 2019

Het had een aprilgrap kunnen zijn.

Sinds de dochters elders hun nest vonden probeer ik mijn teerbeminde zo rond haar verjaardag te ontvoeren naar een stad op treinafstand.
Vorig jaar was het Nantes, dit jaar London.
Dan doen we dagenlang wat we in Gent amper doen: wandelen.
Slenteren, maar vooral: stappen.
Urenlang stappen, of beter: zwerven.
En het openbaar vervoer “testen”.
In Nantes zagen we verkeerslichten van de 21e eeuw.
De bus had een eigen busbaan, en kreeg op èlk kruispunt een veilig groen licht.
Technische perfectie, en bijgevolg een succesvol openbaar vervoer.
Zo haal je mensen uit de file.
Het kan dus, de techniek bestaat.
Wat wil zeggen dat het ook bij ons moet kunnen.

London is nog absoluut geen fietsstad.
Het is een stad zonder kinderen en bejaarden op de fiets.
Er zijn amper fietspaden, dus louter assertieve fietsers.
Je ziet kiemen van fietscultuur, te vergelijken met Gent in de jaren 90.
Zo zijn er fietsroutes uitgetekend, en is er een stallingbeleid.
Misschien later meer hierover.
Je ziet wèl fietscultuur alom.
Bijvoorbeeld in deze kledingwinkel in Portobello Road:

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Stumper & Fielding, 107 Portobello Road, London

Dàt had ik nu nog nooit gezien!
Die Britten toch!
Waar had de winkelier dàt gevonden?
“Well, I had and old bike and an old camera, so this is my particular interpretation of a GoPro”.
Het had een aprilgrap kunnen zijn.

%d bloggers liken dit: