Home

Tour de France 2017

1 juli 2017

Mijn dochters weten meer van de koers dan ik.
Mannen/vrouwen in strakke koerspakjes op racefietsen zijn voor mij geen fietsers.
Het zijn meestal sporters op openbaar domein.
Maar dat is een puur individuele emotie en analyse.
Want ik weet wel: sommigen combineren sporten met woon/werkverkeer. 🙂
Ik weet ook dat sommige Fietsbultharten sneller slaan van uitmuntende fietstechniek.
En van koers- en fietsgeschiedenis.
Daarom, speciaal voor hen, ook al heeft dit niks met Gent te maken, omdat het 1 juli is:

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

30jun17, Milaan

Winterfietsen (bis)

6 januari 2017

Fietsbult trekt deze bijdrage van Jan G uit december 2013 uit de diepvries.
Van harte aanbevolen met warme wijn of hete soep!

Winterfietsen
… of fietsen in winterse omstandigheden: lage temperaturen, glad wegdek, sneeuw, …

Dergelijke omstandigheden vormen een hele uitdaging voor de vele fietsers. Wat doe je ertegen? Hoe bescherm je jezelf en rij je veilig in de winter?

Wat de fiets betreft, en dan vooral de wegligging, moet je vooral naar één onderdeel kijken: de banden. Ooit al eens geprobeerd om met slicks of racebandjes door de sneeuw te rijden?

Ideaal voor in de zomer, maar daarbuiten: levensgevaarlijk! Neen, het minste wat je kunt doen, is zorgen voor banden met een uitgesproken profiel. (Fiets-)banden moeten grip hebben op die gladde ondergrond. Daarvoor dient het profiel in de banden, zeker in modder of sneeuw. Mocht je denken aan geschikte banden voor dit doel, neem ze dan meteen zo breed mogelijk. Bredere banden zorgen voor een ander contactoppervlak en meer grip (kijk maar naar banden die op mountainbikes liggen). En om de grip te verbeteren op sneeuw, modder en dergelijke, kan je de druk wat verlagen. De rolweerstand verhoogt dan wel wat, maar je blijft tenminste rechtop. Dit is DE GOEDKOOPSTE AANPASSING die je kunt doen om door sneeuw te rijden

Vredestein Perfect Tour 37-622

Nu bestaan al een poos ook voor de fiets echte winterbanden. Die heb je in twee smaken: spijkerbanden en banden met een speciale samenstelling en profiel. Met die eerste soort kun je in Vlaanderen niet veel aanvangen: hier wordt algauw gestrooid en voor je het weet, rijd je de spijkers stuk op het asfalt. Dat worden dus erg dure banden, waarbij de kans groot is dat je spijkers weg zijn op het moment dat je ze echt nodig hebt.

Dan ben je beter af met wat o.a. Continental vrij recent uitbracht: banden met een andere rubbersamenstelling en een speciaal ontwikkeld profiel, gebaseerd op de technologie voor autobanden. Op ijs ben je beter af met spijkers, maar in alle andere gevallen zullen de Conti’s het er beter vanaf brengen.

Continental TopContact Winter

Continental TopContact Winter 37-622

Wat is het voordeel: je banden glijden niet meer weg, waardoor het een pak veiliger wordt op de fiets. Het belangrijkste is om vooraan zo’n band te gebruiken, waardoor stuurcorrecties onmiddellijk resultaat geven. Met een gewone band is de kans groot dat je geconfronteerd wordt met een wegglijdend voorwiel. Wil je wat meer investeren – zo’n band kost ongeveer € 50 -, dan leg je er ook achteraan zo eentje op. Dan gaat alle vermogen dat je op de trappers zet je fiets ook vooruit helpen.

Past dit op je fiets? Ze zijn te krijgen in 26 en 28″ en telkens in twee breedtes. Ook andere fabrikanten zijn op de trein gesprongen en brachten ondertussen gelijkaardige banden uit.

Duur? Ja en neen: als je met je mooie fiets op de stenen belandt, kan de totale schade algauw meer kosten dan zo’n band (schade aan de fiets, gat in de jas, …). Daarbij komt dat je die in maart/april weer vervangt door (een) andere band(en) en je dure winterband kan op die manier vele winters meedraaien.

Om je fiets verder voor te bereiden op de kou, kun je nog enkele zaken doen. Zorg ervoor dat je ketting goed gesmeerd is en blijft: zodra er gestrooid wordt, zal die anders roesten terwijl je erop staat te kijken. Als je door pekel gereden hebt, spoel je de ketting best ook goed af, anders vreet het zout in. Een geroeste ketting piept en kraakt; de kans is groot dat ze plots breekt en ze geeft veel weerstand. Als goede, luie fietser moet je die weerstand zo laag mogelijk maken.

Moet je nog een smeermiddel aankopen, kijk dan maar voor iets wat geschikt is voor natte omstandigheden. Olie voor het mountainbikewereldje moet hier zeker goed voor zijn.

Joes wet lubeHeb je een derailleur, zorg er dan maar voor dat die ook gesmeerd is (vooral de scharnierpunten), want anders kan die vastvriezen. Als dat je overkomt terwijl je in de kleinste versnelling staat, dan kan de rit lang duren! Ook de remkabels verdienen een druppel olie voor de winter. Is die kabel niet gesmeerd, dan kan er water tussen de binnen- en buitenkabel komen. Als het vriest, verandert dat water in ijs. Indien je dat constateert op het moment dat je van de Charles De Kerchovelaan naar beneden raast, kan dat erg vervelend worden. Idem dito voor de versnellingskabels, dat spreekt voor zich.
Als de mantel van de buitenkabel (gaine) doorgesleten is, vervang je die best ook. Ook langs daar kan het water erin.

Kijk ook je verlichting goed na. In winterse omstandigheden en zeker als het sneeuwt, ben je moeilijker zichtbaar. Degelijk werkende verlichting zorgt ervoor dat je beter opvalt. Op een fiets moeten ook reflectoren zitten (of een reflecterende strook op de banden). Probeer die in de mate van het mogelijke ook netjes te houden: onder een laag aangekoekt zout en andere smurrie zal er niet veel meer reflecteren en zo gaat je zichtbaarheid sterk achteruit.

Op die manier is je fiets optimaal geprepareerd om de gure winter te overleven.

Speed Pedelec

28 november 2016

Op de ledendag van de fietsersbond (26 november) gaf Jan Cappelle (KU Leuven – Elektrotechniek ESAT) een workshop over de Speed Pedelec. Wij kregen de kans deze Speed Pedelecs uit te testen met een rit vanuit Gent naar Deinze, waar de ledendag doorging.

Voor ons als dagelijkse fietsers op een ‘gewone’ fiets is de overstap naar een Speed Pedelec geen probleem. Maar voor iemand die een hele tijd niet meer gefietst heeft, om gelijk welke reden dan ook, is een inrijperiode aan te raden. De fiets heeft vlug wat snelheid, al hoef je bijna niet te trappen. Je kan dan ergens tegenaan rijden omdat je de controle over de fiets nog niet meester bent. Oefening baart kunst.

Een Speed Pedelec is super voor woon/werkverkeer als je hem kan gebruiken van dorp naar stad waar de fietsinfrastructuur optimaal is. In de stad zelf heb je er geen voordeel mee, integendeel.

Jan Capelle rijdt iedere dag van Waregem naar Gent op nog geen uur. Hij rijdt wel ongestoord lang het jaagpad van de Schelde. Verkeerslichten komt hij amper tegen op zijn weg. Ideaal dus.

dscn3357

Jan Capelle (links) en onderzoeksmedewerker Guylian Stevens.

Wij reden een half uur van het Rabot te Gent naar de ledendag te Deinze met de Speed Pedelecs. Via de Drongensesteenweg, Baarle, Bachte-Maria-Leerne zo naar Deinze. Afstand 19km. Voor een eerste kennismaking niet slecht.

De terugweg was aangenaam fietsen langs de kanalen. We legden 26 km af. Via Nevele, Lovendegem, Vinderhoute, de Trekweg en Gérard Willemotlaan (langs de Brugse vaart) reden we aan een gemiddelde van 40km/uur door de duisternis naar Gent. Concentratie was wel vereist.

Dichter bij Gent reden we een aantal “gewone” fietsers tegemoet en dan merk je dat het verdomd gevaarlijk is met hogere snelheid voorrijdende fietsers vergezeld van een kinderfietsje in te halen. Dan besef je dat dit levensgevaarlijk kan zijn. Deze Speed Pedelecs horen op de openbare weg, vind ik persoonlijk.

Conclusie. Speed Pedelec is niet aan te raden aan om het even wie. Ideaal voor een goede fietser die deze wil gebruiken voor woon/werkverkeer, in combinatie met goede fietsinfrastructuur. Vergeet niet dat je een rijbewijs B en een nummerplaat moet hebben.

Meer info? Raadpleeg http://www.fietsersbond.be/de-nieuwe-wetgeving-rond-de-snelle-elektrische-fiets-een-notendop

En

http://mobilit.belgium.be/nl/wegverkeer/inschrijving_van_voertuigen/kentekenplaten/elektrische_fietsen

Voor wie de presentatie van KU Leuven wil doornemen: http://iiw.kuleuven.be/onderzoek/eena/evenementen/evenementen-van-e-a

Een elektrische fiets met een begrenzing tot 25km/uur is een betere keuze voor de doorsnee fietser die boodschappen doet en geen al te grote afstanden moet afleggen. Deze fiets mag wel nog op het fietspad en door eenrichtingsstraten rijden. Speed Pedelec niet.

Breuk

10 november 2016

Ik wist het niet.
Plots bestaat het.
De breuk.

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

08nov16, station Gent Sint-Pieters

Het blijkt een oud fenomeen.
De breukfiets.
Een antiek model van Sparta.
En of ik de foto’s op internet mocht plaatsen?
Zelden zoveel fietstrots gezien.
Dat heb je met alle koesteraars van oldtimers.

Fietsverlichtingsbult XXL

25 oktober 2016

Vanavond start de Gentse politie zijn jaarlijkse actie rond fietsverlichting.
En vrijdag zet de Critical Mass fietsverlichting centraal.
Fietsverlichting is minstens even belangrijk als je fietszadel.
Daarom halen we JanG zijn knappe reeks over dit thema uit november 2013 nog eens uit de kast.
Plus een nagerecht uit de winter van 2016.
Zeven afleveringen in één Fietsverlichtingsbult XXL!

________________________________________________________________________________

5 november 2013, Fietsverlichting – technisch (1)

Elk najaar houdt de Gentse politie een preventieactie rond fietsverlichting.

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

04nov13, 19u13, Woodrow Wilsonplein

Meestal zijn veel fietsers in orde. In orde, zoals in: een wit licht vooraan (op fiets of fietser) en een rood achteraan. Of die verlichting degelijk is, dat is een andere kwestie. Da’s mee afhankelijk van het gebruik van de fiets. Een “stationsfiets” of de doorsnee studentenfiets moet zo diefstalveilig mogelijk zijn en dat betekent doorgaans: met het absolute minimum uitgerust, waar mogelijk met snel te verwijderen onderdelen zoals lichtjes en met een degelijk slot. Een boodschappenfiets of een woonwerkfiets zit meestal anders in elkaar.

Naar aanleiding daarvan volgt een reeks artikelen over wat voor mij goede, functionele fietsverlichting is. In die reeks worden enkele thema’s behandeld:

  • een poging tot definitie van wat goede fietsverlichting betekent
  • de stroombron hiervoor
  • de verlichting zelf
  • andere mogelijkheden om de fiets te doen opvallen op de weg

Vooreerst: waarom heb je eigenlijk fietsverlichting nodig (en waarom heeft de wet het hierover) ? Die dient voornamelijk twee doelen. Heel evident: zien en gezien worden bij duister. Wie zichtbaar is, rijdt veilig(er) dan wie niet zichtbaar is. Je moet er maar eens op letten hoe moeilijk een onverlichte fietser te zien is op een duistere weg. Vanuit de comfortabele autozetel is dit dan nog eens veel moeilijker dan vanop je eigen fiets. Of zet een degelijk verlichte fietser naast een andere zonder licht en merk hoeveel sneller de verlichte fietser gezien wordt.

131104_Fietsverlichtingsactie 009
Het andere aspect – zien – is ook van belang. Het is altijd handig om tijdig te zien dat er een put of een andere hindernis in de weg zit op jouw traject. Bij duister lukt dat maar indien je de weg voor je verlicht, zeker als de straatverlichting nog maar eens niet functioneert.

De wegcode is nogal mager op dat vlak: vooraan moet je over een niet verblindend wit of geel licht beschikken. Achteraan moet dat rood zijn en vanaf 100m zichtbaar bij helder weer (de zichtbaarheid van het voorlicht is niet gedefinieerd). Dat licht mag een constante bron zijn of een knipperend licht en het mag zowel op de fiets (vast of verwijderbaar) als op de fietser bevestigd zijn. De rest van de technische voorschriften vind je hier.

Zelfs tegen deze basisregels wordt gezondigd. Ofwel door zonder licht te rijden (frequent) ofwel door bijvoorbeeld vooraan een rood licht te gebruiken. Moet ook kunnen: zo zaai je weer eens verwarring op de weg.

In de volgende artikelen wordt het technischer, dat moet ook maar eens kunnen.

 


6 november 2013, fietsverlichting – technisch (2): de energiebron

In dit deel bekijken we de energiebron voor een woonwerk- of boodschappenfiets. De lat ligt dus hoog.

Laat ik eerst dit stellen: als het enigszins te vermijden valt, heb ik een afkeer van batterijverlichting. Waarom ? Batterijen laten het meestal afweten op het moment dat je dat het minst kunt gebruiken en wie rijdt er nu met reservebatterijen rond ? Daarnaast is er het ecologische aspect: batterijen zijn consumptiegoederen. Als ze leeg zijn, gooi je ze weg. Herlaadbaar is al beter, maar je blijft met de beperking in capaciteit en het probleem dat ze leeg zullen raken.
Het alternatief hiervoor is nogal evident: je maakt je eigen elektriciteit door middel van een dynamo. Dat wordt nog heel dikwijls geassocieerd met de “goeie oude” zijlopers met alle bijhorende nadelen: doorslippen, veel lawaai, veel weerstand. De ene doet het wel beter dan de andere, maar de combinatie dynamo/band is geregeld problematisch.
Die tijd is wel al lang voorbij: een beetje een degelijke werkfiets wordt uitgerust met een naafdynamo. Die werkt gewoon altijd – regen, sneeuw, modder, maakt niet uit -, maakt geen geluid en voel je amper of niet. Geen miserie met lege batterijen of lampjes die weer eens thuis liggen te blinken. Het aanbod in dergelijke dynamo’s is ondertussen vrij groot geworden.

Shutter Precision SV-8 naafdynamoShutter Precision SV-8 naafdynamo

Waarom heb je dat nodig ? Omdat vele batterijlichtjes net voldoen om gezien te worden. Rij je door alweer een straat waar de verlichting uitgevallen is, dan moet je op die manier bijna op de tast rijden. Een goede fietslamp zorgt er ook voor dat je zelf kunt zien waar je rijdt en dat betekent dat die meer en beter gericht licht moet geven (daarover meer in deel 3). Meer licht betekent meer vermogen, dus ofwel een flinke batterij (eventueel oplaadbaar) ofwel een (naaf-)dynamo. En dan kies ik dus voor die laatste.

Naafdynamo in vouwfiets (Birdy)

Naafdynamo in vouwfiets (Birdy)

“Ja, maar dat is duur”. Ja en neen: in aanschaf kost het wel wat meer, maar zo’n ding gaat dan ook jaren mee en blijft altijd evenveel energie leveren. Je hebt er ook niet meer onderhoud aan dan aan een andere naaf: zo goed als geen. Daar bovenop hoef je ook nooit batterijen te kopen. Het blijft dus beperkt tot de aankoop. That’s it ! Ook in een bestaande fiets kan het: je koopt een voorwiel met naafdynamo, koppelt daar een goede koplamp (en liefst ook achterlicht) aan en je bent voor jaren zeker. Het alternatief – batterijverlichting – betekent ofwel geregeld nieuwe batterijtjes kopen ofwel batterijen opladen (elektriciteit kost ook en moet opgewekt worden, wat niet altijd milieuvriendelijk is).

Nog een argument: als je verlichting niet werkt en de politie houdt je staande, dan betaal je een boete van € 55. Een wiel met naafdynamo koop je vanaf een goede € 60. Hier bijvoorbeeld, maar wellicht ook bij een goede fietsenhandelaar voor een redelijke prijs te vinden. Een ledkoplamp, die bijna eeuwig meegaat, heb je vanaf ongeveer € 20. Wil je helemaal autonoom verlicht zijn, dan installeer je (laat je installeren) ook een achterlicht dat op diezelfde dynamo aangesloten wordt.

Een mogelijk alternatief komt uit Taiwan: een spaakdynamo met hoog rendement en voldoende vermogen. Het nadeel is dat die niet heel erg goedkoop is (€ 95), maar daar staat tegenover dat het ding volgens de fabrikant onfeilbaar is (nog geen gemelde defecten) en dat het eenvoudig gemonteerd kan worden. Deze wordt op het achterwiel gemonteerd, met dien verstande dat het enkel kan voor fietsen met derailleur en zonder schijfrem achteraan.

sunup

In principe is dit het ideaal dat geldt voor alle fietscomponenten: opstappen en wegwezen. Werkt altijd, je hebt er geen omkijken naar.

Het systeem heeft één nadeel: je energiebron en de lichten zijn via draden verbonden en die vormen een kwetsbare verbinding. In vele hedendaagse fietsen is wel een mogelijkheid om de bedrading door de vork of het frame te laten lopen en dan valt dat bezwaar meteen ook weg.

Voor wie streeft naar het lichtste is dit natuurlijk niet het ideaal. Hoewel: de installatie van de SP dynamo in de Birdy maakte de fiets exact 250g zwaarder. Een flesje water zal meer verschil maken.

 

________________________________________________________________________________

7 november 2013, fietsverlichting – technisch (3): de lichtbronnen – koplamp

Aansluitend op deel 2, blijven we bij verlichting op basis van een (naaf-)dynamo. “Lichtbronnen”, dat zijn er twee: koplamp en achterlicht, allebei met specifieke eisen.

Een koplamp dient zowel om te zien als om gezien te worden, terwijl het achterlicht enkel dient voor dat laatste. Eerst de wettelijke kant. De Belgische wegcode schrijft het volgende voor: “fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren.”

Een degelijke koplamp moet meerdere dingen doen: voldoende licht geven, dat licht laten schijnen waar je het nodig hebt en niet verblindend zijn. In de veronderstelling dat onze ideale fiets al met een naafdynamo uitgerust is (deel 2), hebben we alvast de perfecte energiecentrale aan boord.

Het aanbod aan dynamogestuurde koplampen is zeer uitgebreid. De belangrijkste verschillen tussen die lampen zijn onder andere de volgende:

  • de soort lichtbron (vergeet gloeilampjes en halogeen; kies voor led)
  • de lichtopbrengst
  • de vorm van de lichtbundel
  • manueel of met sensor
  • en natuurlijk de degelijkheid en het gebruiksgemak

Een dynamokoplamp wordt doorgaans vast op de voorvork (kroonplaat) bevestigd. Dat heeft als grote voordeel dat je de lamp nooit kunt vergeten en dat diefstal ook niet zo evident is. Dat is belangrijk voor een opstappen-en-wegwezen fiets. De plaatsing zorgt er ook voor dat de kans op schade minimaal is.

Op mijn stadsfiets zat tot voor kort een Busch und Müller Lumotec Oval Senso. Tien jaar geleden ging deze lamp door voor één van de beste op de markt: halogeenlamp en met sensor, waardoor die automatisch in- en uitschakelt naargelang het omgevingslicht. Nu, zoveel jaren later, geeft de lamp nog steeds evenveel licht, maar vergeleken met wat er nu te krijgen is, is het maar een pover lampje. Vandaar: vergeet gloeilampjes en halogeen. Kies voor een ledlamp: deze is veel betrouwbaarder en heeft een veel hoger rendement (veel meer licht met hetzelfde vermogen). Het nadeel: indien de led er ooit eens de brui aan geeft, moet je een nieuwe koplamp kopen, want de onderdelen zijn niet te vervangen (behalve voor de uitzonderingen die thuis zijn in elektronica). De Lumotec maakt nu deel uit van de reservestukken en is vervangen door een Philips SafeRide lamp. De 17 lux is vervangen door 60 lux en een zeer brede en sterke lichtbundel is het logische gevolg.

Philips SaferideOm het in lichtwaarden (de lichtopbrengst) uit te drukken: de oude Oval Senso levert 17 lux, terwijl de hedendaagse opvolgers minstens 40 lux en tot 90 lux en meer opbrengen. Dat betekent véél licht! Hoeveel licht je nodig hebt, hangt af van waar je voornamelijk fietst. Voor elk doel bestaat wel een geschikte koplamp. Omdat een hogere opbrengst meestal direct samenhangt met de kostprijs, heeft het weinig zin om een extra krachtige lamp te monteren om in een stadscentrum te rijden (maar het mag wel). Zoiets zal enkel meer kosten, maar geen voordeel opleveren.

Even tussendoor (dit kun je overslaan als het je niet boeit): sommige fabrikanten geven de lichtstroom op (lumen), terwijl andere een indicatie geven van de lichtsterkte (lux). De eerste waarde duidt op de hoeveelheid licht die de bron geeft; de andere vertelt je hoeveel licht gemeten wordt op een bepaald oppervlak op een gegeven afstand. In de categorie “veredelde zaklampen” wordt meestal met lumen gewerkt: 1200 lumen klinkt veel beter dan 40 lux, niet? De reden hiervoor is dat zo”n “veredelde zaklamp” over een heel andere optiek beschikt en het licht niet stuurt naar de weg, maar naar zowat overal voor je. Er is dus veel meer licht nodig om tot eenzelfde verlichting van de weg te komen. Dit type verlichting is ideaal voor onverlichte bospaden en dergelijke (voor terreinfietsen in afgelegen gebieden), maar niet zo nuttig in een verstedelijkt gebied zoals Vlaanderen. Veel meer hierover kun je hier lezen.

Al dat licht dat de led produceert, moet dienen om de weg voor je te verlichten. Het heeft weinig zin om de helft van dat licht het zwerk in te sturen en tegenliggers te verblinden. Je hebt er niets aan, het wekt irritatie op en het kan je zelf ook verblinden (reflecties). Daar bovenop mag het ook niet volgens de wegcode. In die zin is “hoe groter de lichtopbrengst, hoe beter” ook niet correct.
Beter gericht betekent dat de lichtbundel zoals het heet “afgekapt” moet zijn. In het kort: de lichtbundel van een zaklamp vormt een cirkel. Er worden dikwijls zaklampen met een stuurhouder verkocht en dat betekent dat je een symmetrische lichtbundel projecteert, waarmee enerzijds een boel licht verloren gaat (verlicht de lucht, niet de weg) en anderzijds tegenliggers verblind kunnen worden. Handig voor mountainbikers in de bergen, maar niet geschikt voor stadsverkeer. Een fietskoplamp, ontwikkeld hiervoor, heeft een andere optiek, waardoor de lichtbundel neerwaarts gericht wordt en het licht stuurt naar waar het nodig is.

lichtpatroon koplamp

lichtpatroon koplamp

Hoe die bundel gericht moet worden, hangt mee af van je fietsgewoonten. Wie (bijna) altijd in de bebouwde kom rijdt aan 15 tot 20 km/u, heeft andere behoeften dan de forens die aan hogere snelheden over onverlichte wegen rijdt. De eerste heeft vooral licht op ongeveer 10 m voor de fiets nodig, de andere moet een gebied ruim verder vooruit kunnen zien. En jawel: ook daarvoor zijn varianten te krijgen.
Blijven we bij ons voorbeeld – Busch und Müller – en we nemen daar één lijn uit, de Cyo T, dan heb je daar optisch twee versies in: eentje voor de stad en eentje voor daarbuiten. De eerste heeft een spiegel die een lichtvlek kort voor de fiets projecteert en zwakker licht in een ruimer veld, een witte reflector in het frontglas ingebouwd en een lichtopbrengst van 40 lux. De “sport”-versie projecteert het licht veel verder en geeft minder licht kort voor de fiets, heeft geen ingebouwde reflector en – omdat een groter veld belicht moet worden – levert 60 lux. Je ziet: voor wie in de stad rijdt, is die laatste een minder goed idee, want de putten voor je voorwiel worden minder goed verlicht.
Om het ingewikkelder te maken, kun je ook nog kiezen tussen versies met of zonder sensor (gaat automatisch aan en uit, dus daar hoef je al niet meer aan te denken) en versies met of zonder standlicht (blijft nog enkele minuten licht geven als je stopt).
Het kan ook veel eenvoudiger: omdat een led zo’n lange levensduur heeft, kan die lamp eigenlijk continu blijven werken. Geen aan/uit-schakelaar of sensor meer nodig dus en dat maakt de lamp goedkoper en betrouwbaarder (weer een component minder die stuk kan gaan). Let bij de onderstaande lamp op het “kapje” bovenaan: dat zorgt ervoor dat je zelf niet verblind wordt door de lamp.

Shutter Precision LS003

Shutter Precision LS003

Theoretisch zal zo’n lamp altijd wat meer weerstand geven, want de energie moet ergens vandaan komen en met een dynamo is de fietser uiteindelijk de energiebron. Praktisch merk je daar echter niets van: de dynamo vergt ongeveer 1W vermogen, terwijl een fietser makkelijk 75 W produceert. Een beetje wind of een lichte helling voel je veel meer dan de energie die je dynamo en licht opsouperen.

 

________________________________________________________________________________

8 november 2013, fietsverlichting – technisch (4): de lichtbronnen – achterlicht

En jawel: ook het achterlicht kan door de naafdynamo van stroom voorzien worden. Dit is minder evident: je zal ver moeten zoeken om een fiets te vinden die met zo’n licht geleverd wordt. Wellicht is dat omdat hiervoor een draad moet getrokken worden van voor naar achter en dat kost geld. Een klusje om zelf uit te voeren of aan de fietshandelaar te vragen dus.

Het voordeel is weer duidelijk: geen batterijen meer en dus geen risico om zonder licht te vallen en dus onzichtbaar te worden bij duister. Je hoeft je onderweg ook niet af te vragen of de batterijen het nog wel doen. Achterlichten op batterijen zijn in mijn ervaring erg vatbaar voor slechte contacten. Ze zijn meestal ook niet te herstellen en gaan dus niet lang mee. Duur…

In aanschaf kost een dynamo-achterlicht ongeveer hetzelfde als eentje op batterijen, maar ook hier geldt dat er nadien geen kosten meer aan zijn.

Waar moet je op letten ? Om te beginnen zijn er twee normen voor de “gatafstand” voor de twee schroeven waarmee zo’n achterlicht vastgezet wordt: 50 en 80 mm. Bij sommige lichten kun je de boutjes op beide posities gebruiken, bij andere moet je bij de aankoop je keuze maken.Bij de meeste goedkopere achterlichten wordt één led gebruikt die vanachter een stukje transparant plastic zijn werk doet. Dit heeft een belangrijk nadeel en wie een poosje achter iemand met zo’n licht rijdt, zal het wel merken: dit is een geconcentreerde lichtbron en bijgevolg verblindend en irritant. Bij de betere lampen wordt het licht optisch verspreid, worden meer leds gebruikt of worden beide systemen gecombineerd.
Op dit moment ongetwijfeld zowat het beste achterlicht (zowel voor dynamo als op batterij mogelijk): de Philips Lumiring.

Philips saferide

Hier zie je een aantal vereisten gecombineerd: een groot oppervlak verbetert de zichtbaarheid; een grote reflector benadrukt dat nog eens en het licht vormt een opvallende, maar niet verblindende ellips aan de rand van de behuizing.

Een zowat even degelijke tegenhanger van de lichtspecialist Busch und Müller is de Toplight Line Plus (brake). Een andere vormgeving, eventueel zelfs met een remlicht dat reageert op een spanningsval van de naafdynamo (die levert minder spanning als je vertraagt) en hetzelfde principe: een lichtvlak in plaats van een lichtpunt.

montage achterlicht 5

Ondanks het nadeel – dit zal specifiek moeten gevraagd worden, want er zijn amper of geen fietsen op de markt die af-fabriek van zo’n achterlicht voorzien zijn – heeft een dynamogevoed achterlicht vele voordelen. Het werkt gewoon altijd en je hoeft je geen zorgen meer te maken over je zichtbaarheid. In een ideale combinatie sluit je dit aan op de koplamp. Indien dat een altijd werkende versie is, regelt die de spanning voor het achterlicht (overspanningsbeveiliging zit in de koplamp) en indien de koplamp met een sensor werkt (schakelt in en uit naargelang het omgevingslicht), bedient die het achterlicht mee.

Een bijkomende complicatie voor om het even welk achterlicht is de zichtbaarheid of mogelijke afscherming ervan. Je licht moet bij voorkeur ook van schuin achter of van opzij gezien kunnen worden. Het moet dus ver genoeg naar achter gemonteerd zijn, zodat het niet verstopt raakt achter/onder fietstassen of een kinderstoeltje. Zit het te ver, dan is het weer kwetsbaar. Meestal heb je daar weinig keuze in, want het wordt bijna altijd op de bagagedrager gemonteerd. Je kan, als je toch bezig bent, meteen uitkijken voor een bagagedrager die lang genoeg is en die het achterlicht beschermt.

Eigenlijk gaan we hiermee helemaal terug naar de “communiefiets” van de jaren ’70, met dat verschil dat alles nu met leds werkt (en dus betrouwbaarder is) en dat de zijloper vervangen is door een naafdynamo. Wat blijft, is de eenvoud van het systeem, dat permanent op de fiets zit. Het kan niet vergeten worden, niet verloren gaan. Rust je de schoolfiets van je lieverds hiermee uit, dan hebben ze ook geen excuus om onverlicht rond te rijden, want het geheel werkt autonoom.

 


9 november 2013, fietsverlichting – technisch (5): toch batterijen?

Niet elke fiets is zo’n werkpaard dat dagelijks gebruikt wordt voor het transport van kinderen, om de boodschappen mee te doen, om te forenzen,… Er zijn ook de trendy fixies – waarvan je de pure lijn niet wil verknoeien met dynamo, bedrading en verlichting -, studentenfietsen, stationsfietsen, … Zo zijn er nog wel categorieën te bedenken waarbij een naafdynamo en vaste verlichting geen optie is, hoewel het wel op vele vlakken de aangewezen route blijft.

Wat doe je dan?

Een tussenoplossing wordt geboden door bijvoorbeeld Reelight: in essentie is dit ook een dynamosysteem, maar tot het minimum herleid: magneten op de spaken en daarop aangesloten een lamp met spoel ingebouwd. Door de eenvoud geeft het niet veel licht, maar het is wel betrouwbaar. De grootste nadelen van het systeem zijn dat het in de meeste gevallen direct op de assen (voor en achter) gemonteerd zit en dus erg laag, wat de zichtbaarheid er niet beter op maakt, en dat het erg kwetsbaar is in fietsenrekken, want het steekt zijwaarts uit.

De grootste groep bestaat dan uit verlichting op batterijen. Ook die heb je in meer vormen. Je hebt de “noodlichtjes”, zoals de populaire compacte en spotgoedkope lampjes van Hema.

set-mini-led-lampjesLaten we duidelijk zijn: dit is noodverlichting. Iets wat je bij je hebt voor als het echt niet anders kan. Dat is om twee redenen: ten eerste geven ze heel weinig licht – het zijn eerder lichtaccessoires dan volwaardige verlichting – en ten tweede is er een ecologisch probleem, want als de batterijtjes leeg zijn, koop je beter een set nieuwe lichtjes dan batterijtjes. Je bent dan goedkoper af, maar zorgt ondertussen wel voor meer afval.

Bij diezelfde winkelketen – maar evengoed bij een fietshandelaar – kun je dan beter oplaadbare fietslichtsetjes kopen, zoals wat hieronder staat.

Hemalampjes oplaadbaarJe hebt evengoed gesofisticeerde en krachtige mountainbikeverlichting op batterijen (in een mountainbike zit nu eenmaal geen naafdynamo) en alles wat tussen beide uitersten zit. Enkele voorbeelden:

  • bij Busch und Müller vind je de prima Ixon IQ (speed), die dezelfde optiek gebruikt als de Cyo’s (voor dynamo).
    IXON_IQ
  • Bij onze Chinese vrienden vind je voor relatief weinig geld koplampen die fenomenaal veel licht geven. 900 lumen, 1000 lumen, 1200 lumen en meer. Geen probleem. Wel komen we dan weer in het domein van de terreinfietsverlichting: niet gebundeld, minder geschikt voor de openbare weg en snel verblindend.Small Sun T013

Voor wie het absoluut niet ziet zitten om de pure lijn van zijn of haar fiets te verknoeien met dergelijke accessoires, is de wet bijzonder toegeeflijk. Je mag de verlichting ook op je lichaam, je rugzak, … dragen. Dat opent andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de veelzijdige Fibre Flare lampen: flexibel, een groot verlicht oppervlak en zowat overal te bevestigen.

Fibre Flare

Hier zit zo’n Fibre Flare op de zadelpen van een vouwfiets. Je bevestigt die evengoed op de staande buis van de achtervork, op je rugzak, … Met twee AA’tjes haalt zo’n staaf tot 24u bij continu branden en tot 75u al knipperend.

Of je schaft helmverlichting aan (moet je natuurlijk wel een fietshelm voor dragen). Dat heeft het voordeel dat het licht schijnt waar je kijkt. Meer en meer fietshelmen worden trouwens al geleverd met een rood lichtje achterin. Ook hier kun je weer kiezen: helmverlichting om gezien te worden of om zelf ook mee te zien.

Sigma op helmEn dan komen we stilaan op het terrein van wat eerder gadgets zijn: ventiellichtjes, spaaklichten, …

Monkey Light

Of bijvoorbeeld Blinkergrips

Blinkergrips

Een belangrijk nadeel van batterijverlichting: aangezien die zo goed als altijd opklikbaar is, moet je er ook goed op letten om bij aankomst je verlichting mee te nemen. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je onverlicht mag terugrijden, want voor een ander is het al even makkelijk om je lampen van de fiets te halen…

________________________________________________________________________________

concept, fietsverlichting – technisch (6): links

De technologie gaat met sprongen vooruit. Jaren geleden was de introductie van halogeen zo’n sprong voor de fietsverlichting. Sinds ongeveer het begin van deze eeuw is de opkomst van de ledverlichting een feit. Zo blijft het maar voortduren, zeker op het vlak van elektronica. Wie op de hoogte wil blijven, moet bijleren en bijlezen.

Een aantal sites is op dit vlak zeker de moeite waard. Hieronder een kort overzicht van dergelijke sites.

Een mooie introductie vind je bij onze collega’s van de Nederlandse Fietsersbond.

Erg diepgaand en grondig is deze Nederlandse site. Mocht dat nog niet genoeg zijn, dan is Enhydralutris (Duitstalig) voer voor techneuten.

_______________________________________________________________________________

5 februari 2016,  Fietslichtetiquette

Nog een duit in het zakje, nu we toch bezig zijn. Als dagelijkse, functionele fietsers het over fietstechniek hebben in de winter, dan komen onvermijdelijk altijd dezelfde twee onderwerpen aan bod: banden en verlichting.

Hoe uitgebreid we het ook over banden kunnen hebben, dat zullen we deze keer niet doen. Fietsverlichting, dat is het onderwerp vandaag.

Eerst even droogweg een citaat uit onze Belgische wegcode (art 82.1.1 1ste):

Fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.

Het rode achterlicht moet ‘s nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum.

Straf en totaal onverantwoord. Dat vind ik van die (Belgische) technische voorschriften. Waarom? De enige technische vereiste qua lichtsterkte die vermeld wordt, gaat over het achterlicht. Dus, helaas, indien je voorlicht niets meer is dan een kaarsvlam, ben je wettelijk in orde. Dat betekent niet dat het verstandig is om met zo’n kaarsvlammetje te fietsen. Kunnen we meteen even pleiten voor normen naar Duitse stijl (StVZO), liefst voor heel Europa gelijk.

Zoals Yves in een ander Bultje ook al schreef, heeft de koplamp twee functies: zien en gezien worden. Het achterlicht dient enkel om gezien te worden, dat spreekt voor zich.

Rij in gedachten even mee door Gent op een willekeurige winteravond.  Bekijk de verlichting van de fietsers die je kruist. Gelukkig lijkt het aantal ‘fietsninja’s’ af te nemen. Op dat vlak nam de wetgever wel een verstandige beslissing, door toe te laten dat de verlichting niet noodzakelijk op de fiets moet zitten, maar ook op de fietser mag. De mogelijkheden om verlicht te fietsen werden daardoor sterk uitgebreid. Meer en meer zie je mensen met hoofdlampen rijden.

En dan heb je het brede gamma aan fietslampen. Een oud kraam met de alomtegenwoordige Hemalampjes; een terreinfiets met een opgeklikte batterijlamp; een degelijke stadsfiets met naafdynamo en prima led-koplamp …

Waar zit nu die etiquette? Wel, dat je zorgt dat je gezien wordt, is al het eerste element ervan. Het tweede element – dat steeds belangrijker lijkt te worden – is dat je ervoor zorgt dat je de anderen niet verblindt. Nu de aankoop via internet zo makkelijk gaat, is het erg verleidelijk om in China in te gaan op het superaanbod voor een ‘lichtkanon’ voor een onwaarschijnlijk lage prijs.

Zoiets

Trustfire TR-D013

Enfin, dit exemplaar is niet meer zo spotgoedkoop, maar voor 25 euro koop je een ‘Chinees lichtkanon’ van minstens 3000 (Chinese) lumen. Als je bij de fietshandelaar leert dat je voor een degelijke koplamp toch gauw 50 euro neertelt, wordt het erg verleidelijk.

Dan sta je er niet bij stil dat zo’n lamp absoluut niet geschikt is voor de openbare weg. Jazeker, je ziet er het kleinste detail mee. Jazeker, je kunt er je vrienden mee imponeren: ‘schijnt zeker een halve kilometer ver’ (deze hierboven volgens de fabrikant anderhalve kilometer). Wijs! Jep. Vind ik ook, maar niet voor op de openbare weg. En, helaas, jazeker: je verblindt er alle tegenliggers mee. Nie zo wijs…

verblindend licht

Ongeveer het effect van zo’n lamp als hierboven

Ik kom ze helaas dagelijks tegen. Niet in het centrum, want mijn woon-werk route leidt me langs jaagpaden. Als er zo’n schijnwerper op je afkomt, zie je geen steek meer. Dan rij je ‘op de tast’. Als automobilist zie je enkel nog een lichtvlek, als fietser of voetganger ook. Als je konijnen wil vangen, kun je een lichtbak gebruiken. In het verkeer is dat geen zo’n goed idee.

Goede fietsverlichting… .

 

 

 

Fietslichtetiquette

5 februari 2016

Nog een duit in het zakje, nu we toch bezig zijn. Als dagelijkse, functionele fietsers het over fietstechniek hebben in de winter, dan komen onvermijdelijk altijd dezelfde twee onderwerpen aan bod: banden en verlichting.

Hoe uitgebreid we het ook over banden kunnen hebben, dat zullen we deze keer niet doen. Fietsverlichting, dat is het onderwerp vandaag.

Eerst even droogweg een citaat uit onze Belgische wegcode (art 82.1.1 1ste):

Fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.

Het rode achterlicht moet ‘s nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 meter minimum.

Straf en totaal onverantwoord. Dat vind ik van die (Belgische) technische voorschriften. Waarom? De enige technische vereiste qua lichtsterkte die vermeld wordt, gaat over het achterlicht. Dus, helaas, indien je voorlicht niets meer is dan een kaarsvlam, ben je wettelijk in orde. Dat betekent niet dat het verstandig is om met zo’n kaarsvlammetje te fietsen. Kunnen we meteen even pleiten voor normen naar Duitse stijl (StVZO), liefst voor heel Europa gelijk.

 

Zoals Yves in een ander Bultje ook al schreef, heeft de koplamp twee functies: zien en gezien worden. Het achterlicht dient enkel om gezien te worden, dat spreekt voor zich.

Rij in gedachten even mee door Gent op een willekeurige winteravond.  Bekijk de verlichting van de fietsers die je kruist. Gelukkig lijkt het aantal ‘fietsninja’s’ af te nemen. Op dat vlak nam de wetgever wel een verstandige beslissing, door toe te laten dat de verlichting niet noodzakelijk op de fiets moet zitten, maar ook op de fietser mag. De mogelijkheden om verlicht te fietsen werden daardoor sterk uitgebreid. Meer en meer zie je mensen met hoofdlampen rijden.

En dan heb je het brede gamma aan fietslampen. Een oud kraam met de alomtegenwoordige Hemalampjes; een terreinfiets met een opgeklikte batterijlamp; een degelijke stadsfiets met naafdynamo en prima led-koplamp …

Waar zit nu die etiquette? Wel, dat je zorgt dat je gezien wordt, is al het eerste element ervan. Het tweede element – dat steeds belangrijker lijkt te worden – is dat je ervoor zorgt dat je de anderen niet verblindt. Nu de aankoop via internet zo makkelijk gaat, is het erg verleidelijk om in China in te gaan op het superaanbod voor een ‘lichtkanon’ voor een onwaarschijnlijk lage prijs.

Zoiets

Trustfire TR-D013

Enfin, dit exemplaar is niet meer zo spotgoedkoop, maar voor 25 euro koop je een ‘Chinees lichtkanon’ van minstens 3000 (Chinese) lumen. Als je bij de fietshandelaar leert dat je voor een degelijke koplamp toch gauw 50 euro neertelt, wordt het erg verleidelijk.

Dan sta je er niet bij stil dat zo’n lamp absoluut niet geschikt is voor de openbare weg. Jazeker, je ziet er het kleinste detail mee. Jazeker, je kunt er je vrienden mee imponeren: ‘schijnt zeker een halve kilometer ver’ (deze hierboven volgens de fabrikant anderhalve kilometer). Wijs! Jep. Vind ik ook, maar niet voor op de openbare weg. En, helaas, jazeker: je verblindt er alle tegenliggers mee. Nie zo wijs…

verblindend licht

Ongeveer het effect van zo’n lamp als hierboven

Ik kom ze helaas dagelijks tegen. Niet in het centrum, want mijn woon-werk route leidt me langs jaagpaden. Als er zo’n schijnwerper op je afkomt, zie je geen steek meer. Dan rij je ‘op de tast’. Als automobilist zie je enkel nog een lichtvlek, als fietser of voetganger ook. Als je konijnen wil vangen, kun je een lichtbak gebruiken. In het verkeer is dat geen zo’n goed idee.

Goede fietsverlichting. Er staat een reeksje over op Fietsbult, onder techniek.

 

Vamos a Ghelamcoooo

22 januari 2016

Ik werk in Brugge.
Deze week is het een lange werkweek.
Als een radertje in het geheel zijn het dagen vol plezier, en het eindresultaat is altijd de max: een weekend lang het ene concert na het andere, met Johann Sebastian Bach als centraal thema.
“Oude” muziek in 21e eeuws gebouw, nu al voor de zesde keer.

Vanavond was ik vroeg thuis, aankomst uit Brugge in Gent Sint-Pieters om 19u50.
De fietstocht van het station naar huis voelde een beetje vreemd.
Anders dan de vorige avonden met weinig traffiek.
Het begon onder de spoorwegtunnel van de Uilkensstraat.
Vier volwassen mannen in zwarte jas, achter elkaar fietsend?
Op dit uur?
Voorbeeldig hun arm uitstekend om linksaf te slaan?
Whaw!
De wereld verandert.
Ok, ik was wat vroeger dan anders, maar toch… .
Pas aan de Stropbrug werd het ècht druk.
Mannen, véél mannen op de fiets.
Meestal toch mannen.
Meestal in donkere kleuren.
Af en toe een piepende sjaal of muts met veel blauw en een beetje wit.
Mijn frank viel: bekermatch.
Velo Buffalo on the road.

Maar véél!
Véél fietsers.
Op dit uur.
In deze temperatuur.
En wat zou het.
Straks staan al die fietsers warm gefietst in de tribunes.
En ze zijn slim.
Met de fiets moeten ze zich niet haasten.
Geen files.
Geen gedoe.

De stroom fietsers bleef langs me heen flaneren.
Bellevue.
Bisschopstraat.
Fransevaart.
Op naar de Ghelamco.
Ter hoogte van de werf aan de Brusselsestenweg meende ik deze Buffalo te herkennen:
1560384_232518500253339_466785173_n
Ik kan me vergissen.
Er fietsen veel kinderen met een Nutcase en blauwwitte strepen op de wang.
En het was er donker.
De stem van zijn vader klonk bezorgd.
Een doorgang voor fietsers en voetgangers in een werfzone, en verlichtingspalen die niet branden…
Verderop is het nog erger, en géén werfzone, maar een kruispunt van drukke fietsroutes.
Die waar we het dinsdag over hadden.
Ik probeerde daar al een paar avonden foto’s te nemen.
Whaa!
Bewogen foto’s.
Slechte foto’s.
Foute techniek.
Vermoeide prutser aan het werk.
Whaa!
De korte samenvatting: wie licht en donker objectief wil tonen moet een vaste sluitertijd instellen.

Aan de fietsersbrug stond hij te wachten op zijn voetbalvriend(en).
Een blauwe muts.
De blauwwitte sjaal piepte uit de donkere jas.
Altijd beleefd zijn: Of ik wat foto’s mocht nemen?
Tuurlijk.
Kijk goed: je ziet veel kwaliteitsverschil in de fietslichten.

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

Je ziet duidelijk de twee functies.
Functie één: gezien worden.
Functie twee is in een donker hol als dit nog belangrijker: zien.

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

21jan15, Scheldekaai

21jan16, Scheldekaai

Mooi hoor, zo’n proefterrein voor fietsverlichting.
Maar hoeveel jaar gaat het nog duren voor er hier deftig straatlicht komt?
Homogeen straatlicht, zoals het hoort middenin een stad.
We gaan toch niet wachten op nog een ongeval?

Eenmaal thuis gooide ik de laptop open.
Het leven kan blauwwit uit de hoek komen.
Lady T, onze “middelste”, schreef op haar Facebook: Vamos a Ghelamcoooo.
Die blauwwitte mannen hebben er een live supporter bij.
Een vrouw.
Ik ken haar.
Ze ging zeker met de fiets.
En niet in een donkere jas.
Met haar als supporter kunnen die van Gent alleen maar winnen.

Meer Fietsbulten lezen over de Ghelamco?
Tik “Ghelamco” in de zoekfunctie.
Veel leesplezier!

 

 

%d bloggers liken dit: