Home

Conflictpresentatie

5 april 2019

Kristof is een nieuwe stem op Fietsbult.
Veel leesgenot!

Vorig jaar ging ik naar een infoavond waarop de voorontwerpplannen werden getoond voor de heraanleg van de Alfons Braeckmanlaan. Ik hoorde daar voor het eerst de term “conflictpresentatie”. Afgaande op de naam en op de plannen die ik zag leidde ik af dat men kruisende weggebruikers (bijvoorbeeld fietsers die een weg met auto’s kruisen) via de weginrichting doet vertragen of stoppen, en wel op zo’n manier dat men elkaar makkelijk in het blikveld krijgt. Met andere woorden: het ‘conflict’ (de kruising) wordt duidelijk gepresenteerd aan de ‘conflicterende’ weggebruikers.

Ik moet steeds terugdenken aan deze term wanneer ik ter hoogte van het UZ de Zwijnaardsesteenweg kruis om de De Pintelaan in te rijden.

20190326_084937.jpg

Na het oversteken van de Zwijnaardsesteenweg volgt er een paar luttele meters fietspad waarna je de rijweg moet kruisen om op het hobbelige klinkerfietspad tussen de bomen te komen. De voorrangssituatie is mij hier niet volledig duidelijk; ik vermoed dat het autoverkeer voorrang heeft, tenzij hier de voorrang van rechts geldt. In ieder geval, als fietser moet je quasi achterom  kijken om te zien of er een auto aankomt. Dat lijkt me een conflictpresentatie voor mensen met een soepele nek. Er zijn dan ook wel wat fietsers (die misschien net als ik een wat stijvere nek hebben) die de vlucht vooruit nemen, een paar meters op de rijweg rijden en links het fietspad oprijden.

20190326_085059.jpg

Dat is ook niet geheel onlogisch. Als je aan de Zwijnaardsesteenweg voor het rood stond is de kans groot dat, wanneer het licht op groen springt, zich ook een rij auto’s op gang trekt die je eerst moet laten passeren vooraleer je kunt oversteken.

Misschien was het beter geweest die eerste paar meters om te vormen tot een stukje fietsstraat?

Een nog moeilijker geval van conflictpresentatie doet zich voor op een eerder stuk van mijn woon-werktraject, namelijk waar de Nijverheidskaai uitkomt op de Waterkluiskaai, ter hoogte van Gentbrugge-brug.

20190212_083543.jpg

20190212_083239.jpg

Komende van Gentbrugge-brug is het soms een huzarenstuk om het fietspad langs de Schelde op te rijden. Hier ontbreekt zelfs een visuele oversteekstrook. Achteropkomende auto’s proberen je soms nog in te halen in de bocht en het is uitkijken voor tegenliggend verkeer dat van achter de bocht komt (en soms nog eens de bocht afsnijdt). Ook hier kiezen vele fietsers voor de assertieve aanpak: rijden in het midden van de rijstrook zodat achterliggende wagens hen tenminste al niet kunnen inhalen.

20190212_083553.jpg

20190212_083243.jpg

Al helemaal te gek vind ik de oversteek voor wie al op de Waterkluiskaai rijdt, komende van Gentbrugge-brug en de oversteek wil wagen naar het fietspad.

20190212_083428.jpg

Daar trotseert de dappere fietser immers 3 autostromen: de achterliggende, de tegenkomende, alsook auto’s die vanuit de Nijverheidskaai linksaf draaien (en jou de voorrang soms afsnijden). Qua conflictpresentatie had dat beter gekund.

Onderstaande tekst van Eva Van Eenoo verscheen in Frontaal, het driemaandelijks tijdschrift van Gents Milieufront, jaargang 22, nummer 1.

Vandaag zijn fietspaden één van de belangrijkste eisen van de fiets- en milieubeweging. Ook ministers pakken er graag mee uit: we investeren jaarlijks 100 miljoen euro in fietspaden! De achterliggende gedachte: fietspaden zorgen voor veiligheid en dat overtuigt mensen om te fietsen. Wat ik in dit artikel wil beargumenteren is dat fietspaden niet noodzakelijk zo’n neutrale infrastructuur zijn waar we altijd voor moeten applaudiseren.

Mocht je begin 20ste eeuw aan de gemiddelde stedeling gevraagd hebben wat de functie was van een straat, had je waarschijnlijk erg uiteenlopende antwoorden gekregen: speelplek, ruimte om handel te drijven, keuvelen, zien en gezien worden, fietsen, wandelen. Maar, er zou weinig discussie geweest zijn over het feit dat straten hoegenaamd niet werden aangelegd met de bedoeling auto’s aan hoge snelheid door te laten rijden. De auto werd lange tijd beschouwd als onwelkome gast, als indringer. In 1930 waren er in Europa voor elke auto zeven fietsen. De dominantie van de fiets onmiskenbaar. Maar op het moment dat de rijke middenklasse zich stelselmatig begon te verplaatsen met de auto en de democratisering van de auto zich doorzette, werden fietsers meer en meer beschouwd als een probleem, als obstakels die de vlotte doorgang van het “serieuze” of het moderne verkeer belemmerden. Fietsers lagen aan de basis van verkeersopstoppingen en ze brachten zichzelf in gevaarlijke situaties. Dergelijk blaming-the-victim discours horen we vandaag ook nog regelmatig.

Autodominantie
We zijn de autodominantie van vandaag zo gewoon, maar er werd in de loop van de 20ste eeuw een felle strijd geleverd om de straat, en de auto trok uiteindelijk aan het langste eind. De andere gebruikers dienden zich te houden strikte regels, opgelegd in wat we vandaag kennen als de Wegcode. Straten moesten in de eerste plaats het “verkeer” doorlaten, waarbij verkeer gereduceerd werd (en wordt) tot autoverkeer. Fietspaden werden aangelegd om fietsers letterlijk langs de kant te duwen. Soms werd het fietsers zelfs verboden om met twee naast elkaar te rijden. Die marginalisering kreeg ook een culturele vertaling. Eén waar we vandaag nog steeds niet van verlost zijn. Het is niet toevallig dat de Critical Mass slogans gebruikt à la “Wij rijden niet in de weg van het verkeer, wij zijn het verkeer”.

Fietspaden
Vanaf de jaren ’70 is er een duidelijke verschuiving merkbaar in het discours over het fietspad. Milieubewegingen vroegen in hun acties en campagnes om fietspaden. Fietspaden werden zo een symbool van duurzame mobiliteit en een milieubewuste levensstijl, en dat zijn ze vandaag nog steeds. Het scheiden van fietsers en automobilisten ontstaat uiteraard vanuit een bekommernis voor veiligheid en comfort. Maar, het aanleggen van fietspaden kan onbewuste beelden en normen in stand houden en verhullen dat we op die manier de fietser nog steeds als afwijkend beschouwen. Ze hebben immers aparte infrastructuur nodig, weg van het “normale” verkeer. Zo functioneren fietspaden als middel om auto’s vrij baan te geven en stellen ze de dominantie van het autoverkeer niet in vraag maar bevestigen ze die veeleer. Dat is de reden waarom ik zo’n pleitbezorger ben van het ciruclatieplan: het zorgt voor meer veiligheid én het trekt de scheefgetrokken verhoudingen tussen weggebruikers weer recht. Het haalt fietsers en voetgangers uit de marge en laat hen weer volop gebruik maken van de straat. Het laat toe om de straat opnieuw te beschouwen als een plek die meer mogelijk maakt dan enkel het faciliteren van het autoverkeer.

17apr18, Muinkkaai

Fietsstraten of fietszones
Laat ons nog even stilstaan bij fietsstraten. Daar krijgen fietsers de volledige straat ter beschikking, en worden ze niet langs de kant geduwd. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van het Gentse fietsstratenbeleid. Desondanks denk ik dat ze ook kunnen bijdragen aan het beeld van de fietser als afwijkende weggebruiker. Zo kreeg ik van automobilist ooit “dat is hier geen fietsstraat hé” naar het hoofd geslingerd toen mijn kinderen ik blijkbaar wat te veel in zijn weg reden. Fietsstraten creëren een veilig reservaat voor fietsers maar beperken op die manier onbedoeld hun bewegingsvrijheid. Ik denk dat de hele stad een veilig reservaat moet zijn, en dat we moeten denken in termen van fietszones. Zoals de hele binnenstad van Gent nu zone 30 is, zo zouden we ook kunnen beslissen om heel dat gebied fietszone te maken. Nergens fietsers inhalen, punt andere lijn. We zouden dit ook kunnen doen in grote delen van de 19de eeuwse gordel en de centra van de 20ste eeuwse gordel.
Het is nooit verstandig om het kind met het badwater weg te gooien, en ik denk dat een gezonde dosis pragmatisme zeker aan de orde is. Toch moeten we ons zeer goed afvragen waar en waarom we pleiten voor fietspaden of fietsstraten, en moeten we telkens grondig evalueren of we met dat pleidooi bijdragen aan een status quo of aan een duurzame samenleving.
[Voor dit artikel haalde ik inspiratie uit artikels en boeken van Ruth Oldenziel en Donald Weber, warm aan te bevelen!]

Eva Van Eenoo werkte jaren voor de Fietsersbond, en koos daarna voor een studie. Eva studeerde af in 2018 als stedenbouwkundige en ruimtelijke planner met een thesis over Bicycle Oriented Development. Ze werkt bij de onderzoeksgroep Cosmopolis Centre for Urban Research (VUB) aan een doctoraat over de verschillende dimensies van autoafhankelijkheid, en de relatie tussen de kenmerken van de bebouwde omgeving en autoafhankelijkheid. In haar vrije tijd denkt ze graag na over stadsontwikkeling, mobiliteit, fietsen en het discours dat we hanteren wanneer we het hebben over mobiliteit, en welke hierbij mogelijk achterliggende ideeën zijn.

De Saskes (6)

25 maart 2019

De Saskes vormen een belangrijke fietsverbinding. Sinds mensenheugenis zijn ze ook een probleem. (Mensenheugenis vangt officieel aan met de eerste Fietsbult van 23 maart 2008. Die allereerste fietsbult ging dan ook over de Saskes.)

Nu is er in de loop der jaren toch al heel wat verbeterd. In 2008 moest je als fietser niet alleen de verhoogde sluisdeuren trotseren, maar ook nog twee hekken, een hindernis die als enig doel had fietsers het leven zuur te maken. De hekken zijn al lang geschiedenis en in 2015 zijn de sluisdeuren aangepast: de oversteek is verbreed en er kwamen schuine oprijvlakken. Nog altijd niet ideaal, maar toch een hele verbetering.

Meer en meer fietsers gebruiken ze dan ook. Vorig jaar telde het GMF er tijdens de ochtendspits tussen zeven en negen 463 fietsers stadsinwaarts. Ter vergelijking: de Gaardeniersbrug haalde toen 445 fietsers. Het wordt daar dus stilaan behoorlijk druk, met een piek van 7 fietsers per minuut.

Je kan je afvragen waarom er dan nog altijd geen echte fietsbrug ligt. Dat is een lang verhaal over bevoegdheidsverdelingen en langetermijnplannen en weet ik wat: geen stof voor vandaag. De huidige toestand is een tijdelijke oplossing, maar dan wel een die nog jaren dienst zal moeten doen.

In elk geval, omdat het er steeds drukker wordt krijg je meer en meer momenten dat er heen en weer moet gewacht worden. Dat gaat dan zo: een paar mensen wachten aan de ene kant terwijl men vanop de andere kant oversteekt.

20mrt19, 9u56, Saskes

Tegen dat de wachtenden oversteken vormt zich aan de overkant een wachtrij.

20mrt19, 9u57, Saskes

Zo gaat het heen en weer. Ik heb daar nog nooit meegemaakt dat de afwisseling tussen de twee richtingen niet vlot verliep. De etiquette zorgt ervoor dat er, ook bij grote drukte, altijd wel iemand is stopt als er een groep wachtenden aan de overkant staat.

Al bij al duurt het soms toch wel een tijdje. Per slot van rekening is het traject op de sluisdeuren 17 meter lang. Een voetganger doet daar pakweg 13 seconden over, een fietsende fietser minder dan de helft. Dus, als ik daar aankom vlak na een fietser die van de andere kant komt, dan hoop ik dat hij niet afstapt maar doorfietst: dan moet ik maar half zo lang wachten. Ben ik er net eerder dan iemand aan de andere kant, dan vind ik het onbeleefd om af te stappen, want dan moet hij dubbel zo lang wachten.

Alleen: je moet afstappen. Er staan borden die je verbieden om door te rijden. Vreemd is dat het ene bord er al stond voor de doorgang verbreed werd (toen het diende om te voorkomen dat fietsers hun nek braken door het 15 centimeter hoger gelegen brugdek op te rijden),

20mrt19, 9u52, Saskes.

maar dat het bord aan de overkant er pas gekomen is toen de nieuwe doorgang al een hele tijd open was (want het oude bord was met het hek verdwenen). In de tussentijd mocht je dus van de ene kant naar de andere rijden, maar je moest wel te voet terug.

20mrt19, 9u47, Saskes.

Blijkbaar –ik heb het ook maar uit derde hand– is de redenering dat je moet afstappen omdat de doorgang te smal is om mekaar te kruisen. Of men erover heeft nagedacht dat een afgestapte fietser veel meer plaats inneemt en dat je mekaar dus nog altijd zeker niet kan kruisen (twee voetgangers kunnen naast mekaar langs, een afgestapte fietser en een voetganger al niet meer) valt te betwijfelen. Dat het verbod het verkeer in toenemende mate belemmert speelt al helemaal geen rol.

Is dit nu een oproep om beleefdheid en vlot verkeer te laten primeren op het verkeersreglement?

Neen, zo zijn we niet. Ten eerste gaan we nooit aanbevelen om het verkeersreglement te overtreden, zelfs niet waar het absurd is, en ten tweede blijkt dat de politie er wel degelijk boetes uitdeelt. Maar het is wel de hoogste tijd om het verbod op te heffen. Toestanden zoals deze hinderen niet alleen het verkeer, ze zorgen ook voor normvervaging. Erger-dan-zinloze verboden leiden tot een mentaliteit van ‘waarom zou ik me iets van de regels aantrekken?’

Als je dan toch absoluut bordjes wil zetten dan moet je maar in het verkeersreglement “smalle doorgang” opzoeken. Dan vind je dit bordenpaar:

Dat is de signalisatie die bij een smalle doorgang voor auto’s gebruikt wordt (en niet, zoals je zou verwachten, een verplichting voor chauffeurs om uit te stappen en hun wagen voort te duwen). Niet dat het hier echt nuttig is: één kant altijd voorrang geven is niet goed voor de vlotte afwisseling. Maar het zou toch al minder erg zijn dan de huidige combinatie.

  1. Minder dan een jaar geleden was er in Oostakker de dodenwake voor Nikita Everaert. Zij kwam om in een ongeval met een rechtsafslaande vrachtwagen. Een paar dagen geleden werd een fietsster zeer zwaar gewond bij een ongeval aan de Grondwetlaan waar ze werd aangereden door een rechtsafslaande vrachtwagen. Op datzelfde kruispunt kwam in juni 2014 een fietser om bij een ongeval met een rechtsafslaande vrachtwagen.
  2. De zelfrijdende auto is nog niet voor morgen. Wel is het zo dat meer en meer van de technologie die daarvoor ontwikkeld is doorsijpelt naar gewone auto’s. Zelfs ik heb al gereden met een auto met achteruitrijcamera’s. Parkeersensoren die waarschuwingen geven als je te dicht in de buurt van een obstakel komt worden meer en meer de standaard, camera’s capteren en analyseren beelden van verkeersborden en geven de info door aan de chauffeur. Naarmate meer en meer auto’s uitgerust zijn met intelligente camera’s worden deze en goedkoper en betrouwbaarder.
  3. Moest een van de drie vrachtwagens vermeld in (1) een waarschuwingssysteem gehad hebben dat de aanwezigheid van de fietser duidelijk doorgaf aan de bestuurder dan zou het ongeval gewoon niet gebeurd zijn, of het nu een dodehoekongeval betreft of niet.
  4. De verplichting om vrachtwagens uit te rusten met een dodehoekspiegel dateert uit 2003. In het licht van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zijn dat de middeleeuwen.


Als je het allemaal op een rijtje zet dan is de conclusie duidelijk. De huidige systemen –dan bedoel ik de systemen die nu gebruikt worden– voldoen absoluut niet. Het kan ondertussen anders en veel beter en dus is het de allerhoogste tijd om de normen aan te passen.

Ondertussen (bedankt voor de tip, Yves) blijkt dat er in dat opzicht een en ander beweegt, en wel op het niveau waar het thuishoort: namelijk bij de Europese Unie. Ook daar is men er zich van bewust dat het een probleem is, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de brief van een aantal regeringen, waaronder de Belgische, aan de bevoegde Europese commissaris.

Van de 26000 verkeersdoden in de EU per jaar zijn er 1000 die als fietser/voetganger omkomen bij een ongeval met een vrachtwagen; bij de meeste daarvan speelt het beperkte zicht van de chauffeur een rol.

Vanaf 14 maart begint het Europese Parlement aan onderhandelingen om een regeling op Europees niveau, die de huidige normen op nationaal niveau, zoals die van België en Nederland sinds 2003, te vervangen. Ook dan nog zal het jaren duren voor we het resultaat op onze wegen zullen zien. Maar toch: er beweegt wat.

Vandaag verschijnt in De Standaard onderstaand opiniestuk, mede geschreven en ondertekend door Fietsersbond Gent.
We kijken uit naar uw reacties.
Deze tekst wordt deze week bezorgd aan politiek verkozenen van stedelijk, gewestelijk en nationaal niveau.

Wie? Iris Verschaeve (Gents MilieuFront), Luc Desmedt (Reizigersbond), Rudy De Ceunynck (Trein Tram Bus). Mee ondertekend door de Fietsersbond Gent, Buurtcomité Buitensporig, Natuurpunt Werkgroep Sint-Pieters-Buiten, FOS Open Scouting, vzw Trage Wegen, Greenpeace Gent.

Wat? Ondergrondse ruimtes in een station die je vandaag niet bouwt, ben je voor eeuwig en altijd kwijt.

16feb18, Station Gent Sint-Pieters

De klimaatzaak beroert onze harten. We willen bouwen aan een andere toekomst, weg van files en vervuiling. Zonder goed uitgeruste, bijdetijdse treinstations lukt dat niet. In september vorig jaar deelde NMBS mee dat de renovatieplannen voor Gent Sint-Pieters drastisch worden aangepast. Besparingen zullen leiden tot kleinere overkappingen, een beperkte afwerking, minder ruimte en onvoldoende fietsenstallingen zonder een helder beheersplan. Treinreizigers zullen nog tien jaar moeten wachten op de afwerking. Er is sprake van 2030, waardoor de werken aan de twaalf perrons meer dan twintig jaar zullen hebben geduurd. Dat is een hele generatie! Wij Gentenaars en pendelaars zijn het beu en uiten ons ongenoegen over die gang van zaken. We eisen op korte termijn aanpassingen aan dit voorstel en vragen maatregelen voor de verdere afwerking van het station.

Treinstations zijn de spil van onze verplaatsingen tussen steden. Een goed uitgebouwd spoornet met goede op- en afstapplaatsen is cruciaal. Reizigers hebben nood aan moderne, complete stations: robuust en comfortabel, vlot te onderhouden, met een toekomstgericht volume en de armen wijd open voor alle type reizigers en afgestemd op trams, bussen en taxi’s.

28feb18, Station Gent Sint-Pieters

NMBS-gekibbel

In acht jaar tijd (2009-2017) groeide het aantal reizigers in Gent Sint-Pieters op een gemiddelde werkdag van 44.000 naar 57.000. Die evolutie zal niet stoppen. Ondanks die opmerkelijke cijfers zette NMBS-ceo Sophie Dutordoir het mes in fase 2 van het station. De begroting, tien jaar geleden opgesteld, moet rigoureus worden gevolgd. Het kostenplaatje won aan belang, de ontwerpkwaliteit en de toekomstvisie op openbaar vervoer verloren. Was die begroting wel realistisch? Zijn de prijzen van staal en beton vandaag zoveel duurder dan toen de begroting van fase 2 werd opgemaakt? Of mikken bouwfirma’s door een verhitte bouwmarkt op een veel grotere winstmarge? Offert Dutordoir een toekomstgericht Gents station op om bij haar personeel een zuiniger bedrijfscultuur te implementeren? Of wil ze NMBS-dochter Eurogare, het zusje van Eurostation zaliger, ‘manieren leren’? Wie zal het zeggen? In elk geval heeft de treinreiziger vandaag en morgen geen boodschap aan het gekibbel in de NMBS-keuken, hij wil een toekomst.

Waar komen de bakfietsen, de lange buitenmaatse fietsen, de fietsen met dikke banden, de bewaakte oplaadpunten voor elektrische fietsen?

Het half uitgevoerde ontwerp van Eurostation, de vroegere Vlaamse vastgoedpoot van de NMBS, dateert alweer van bijna 25 jaar geleden. Het eerste overleg zelfs al van 1996, tien jaar later is aan de verbouwing begonnen en vandaag ligt de werf stil. Een ontwerp anno 2019 moet niet voldoen aan de noden van 2020 maar aan die van 2080. De visie op mobiliteit, toegangswegen, bijbehorende infrastructuur zoals fietsenstalling en geplande winkels is op 25 jaar sterk geëvolueerd. Dit station moet nog een eeuw meegaan en nu al uitgaan van 90.000 reizigers per dag in 2049. Dat is binnen dertig jaar.

29maa18, Station Gent Sint-Pieters

Niveau 0

We willen een functioneel station: een visionair mobiliteitsproject, geen duur architecturaal paleis à la Luik-Guillemins. Gent Sint-Pieters moet snel de ‘comfortconcurrentie’ met de auto aankunnen. Daarom moet het ontwerp rekening houden met het snel groeiende fietsgebruik van pendelaars en reizigers. Komen de Blue-bikes op een prominente plaats? Maakt men een verschil tussen kort en lang stallen? Tussen gratis en betalend stallen? Waar komen de bakfietsen, de lange buitenmaatse fietsen, de fietsen met dikke banden, de bewaakte oplaadpunten voor elektrische fietsen? En vooral: geeft men fietsers en voetgangers elk hun ruimte? We willen niet alleen véél stallingen, maar ook een professioneel beheer ervan.

07feb18, Station Gent Sint-Pieters


Het nieuwe station moet hyperfunctioneel zijn, met stevige vloeren die niet verzakken onder het gewicht van poetsmachines. Op- en afstappen moet voor alle reizigers comfortabel en doordacht georganiseerd zijn, met bijzondere aandacht voor personen met een handicap. Daarom willen we gelijkgrondse oversteekmogelijkheden voor de reizigers van De Lijn, ook aan de toekomstige tramhalten onder het station. Voorbeelden zijn te vinden in Göteborg, Brussel-Zuid en Köln-Neumarkt. Het grondplan van het niveau 0 moet doordacht zijn, zonder conflicten tussen voetgangers, fietsers, bussen en trams. Het station moet groot zijn, zodat het reizigersaantal vlot kan groeien. Het alternatief is om onder de perrons meer ruimte te creëren. We vragen ook meer creativiteit en comfort op de huidige werf. Gladde wiebelende werftrappen in stellingbouw zijn antireclame. Waarom geen tijdelijke trappen met slipvaste houten treden zoals de stationswerf van Rotterdam Centraal?

05okt18, Station Gent Sint-Pieters

En het allerbelangrijkst: de ondergrondse ruimtes die je vandaag niet bouwt, kun je later niet bijbouwen. Die ben je voor eeuwig en altijd kwijt. Laat de NMBS op korte termijn samen met creatieve ontwerpers en mobiliteitsexperts bekijken hoe we ons station, het drukste station van Vlaanderen, een nieuw elan kunnen geven met een hoger, realistischer budget dan vandaag. Zo’n belangrijk station en transportspil is een centrale bouwsteen van de klimaatzaak. Wie kan daar nu tegen zijn?

Plooizones

22 januari 2019

Vlaanderen heeft qua fietsinfrastructuur een historische achterstand.
Tot nu toe is de ambitie om die achterstand bij te benen bedroevend laag.
De budgetten zijn laag, en de beschikbare mankracht beperkt.
Op deze manier duurt de inhaalbeweging nog minstens 50 jaar.
Het lijstje investeringen dat de minister zondag lanceerde is een kosmetisch samenraapsel, bekijk het onheldere cijferdocument hier.
Afgelopen 6 jaar toonde de Stad Gent een duidelijk hogere ambitie dan de twaalf jaar daarvoor, zowel qua daden, qua budget als qua mankracht.
De resultaten hiervan zijn vooral zichtbaar binnen de stadsring R40.
Op het einde van deze bestuursperiode, november 2018, lanceerde Gent een spinnenwebvormig stadsregionaal fietsroutenetwerk, dat Gent verbindt met de buurgemeenten.
Het is een plan met ambities tot 2030.
We vroegen met de Fietsersbond om hier nog een ambitielaag tot 2050 bovenop te leggen, zodat grondreservatie mogelijk is, en zodat kunstwerken (bruggen en viaducten) met fietsgebruik anno 2050 in gedachten brééd ontworpen worden.

Bij de Stad Gent zijn ze er in hun plan van overtuigd dat de NMBS-stations draaischijven van mobiliteit zijn.
Vanuit de stations horen fietsassen te vertrekken in alle windrichtingen .
Groot was onze verbazing om vast te stellen dat bevoegde ambtenaren van het Vlaams Gewest dit geen noodzaak vinden.
Hun ambitieniveau gaat terug tot begin deze eeuw.
In hun woorden: tot de huidige beschikbare budgetten.
Dat verschil in ambitie tussen Stad en Gewest is een spanningsveld.

Wie pendelt ziet met eigen ogen het aantal treingebruikers toenemen.
Idem voor het aantal plooifietsers.
Uiteraard zijn zij een fractie van het totale aantal trein/fietspendelaars.
Maar de plooifietsmarkt groeit snel:

28feb18, Sint-Pietersstation

Binnen een paar jaar zullen er op perrons misschien plooizones zijn: afgebakende zones waar de massa plooifietsers hun stalen plooiros kan in- of uitplooien.

16 januari 2019, Dampoortstation


In essentie trekken de trein/fietspendelaars op Belgische manier hun plan.
Wat zou dat geven mocht de infrastructuur state of the art zijn?

Wenslijst Fietsersbond Gent

14 oktober 2018

Fietsersbond Gent lanceerde bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 een tienpuntenplan.
Ditmaal formuleren we naar het volgend stadsbestuur een wenslijst met drie topprioriteiten, waarin nog een aantal zaken uit het tienpuntenplan.
Mocht u het gemist hebben: hier is de evaluatie van het afgelopen beleid.

Drie topprioriteiten:
– De mogelijkheid voor èlke Gentenaar om veilig en comfortabel van en naar huis te fietsen, ook zij die op de R40 wonen.
Fietsvriendelijke circulatieplannen buiten de R40, waarbij doorgaand autoverkeer terecht komt op de doorgangswegen in plaats van de smallere woonstraten.
– De snelle realisatie van minstens één veilige bewegwijzerde fietsverbinding met èlke buurgemeente. Daar wonen de autopendelaars die niet durven fietsen.

Fietsroutes
– De drie topprioriteiten.
– Hoge inzet op de uitrol van het spinvormig fietsroutenetwerk.
– Opofferen van autoparkeerplaatsen in functie van veilige fietsroutes. Hoe méér mensen er fietsen, hoe sneller de parkeerdruk daalt.
– Tweerichtingsfietsverkeer in àlle straten binnen de R40 (Rozemarijnstraat, Hector Van Wittenbergestraat, Kortrijksepoortstraat, Dampoortstraat, Kuiperskaai,…) . Fietsers laten omrijden via de R40 is niet gepast. Eenvormige regelgeving cfr. zone 30 binnen de R40 werkt.
– Responsabiliseren van SOGent om fietsrampen als The Loop vanaf nu correct aan te pakken.
– Een veilige fietsverbinding van Koopvaardijlaan naar Antwerpsesteenweg.
– Verdere uitrol van fietsstraten.

Fietsparkeren
– Hoge inzet op inpandige gesloten fietsstallingen in alle dichtbevolkte wijken met kleine huizen.
– De ombouw van delen van ondergrondse parkeergarages (Vrijdagsmarkt, Kouter, Sint-Pietersplein) tot (bewaakte) fietsstalling. (cfr Brugge). Daar is plaats voor kortparkeren, betalend langparkeren, lockers voor batterijen van electrische fietsen, aansluiting met ondergrondse deelauto’s of bovengronds Openbaar Vervoer.

10okt18, ’t Zand, Brugge

10okt18, ’t Zand, Brugge

10okt18, ’t Zand, Brugge

10okt18, ’t Zand, Brugge


– Een weesfietsenbeleid naar Amsterdams model: een grote centrale opslagruimte, digitale verwerking van de fietsen, en levering tegen betaling aan huis.
– Een meldingsapp voor weesfietsen of brolfietsen cfr de app voor sluikstorten van IVAGO.
– Een forse uitbouw van fietsstallingen in scholen en àlle openbare gebouwen.
– Handelaars de kans geven om stedelijke fietsstallingen aan te vragen.
– Beter onderhoud van de bestaande stallingen.

09sep18, Gustaaf Callierlaan

09sep18, Gustaaf Callierlaan

Fietsveiligheid
– Trajectcontrole en afdwingen “uitgezonderd plaatselijk autoverkeer” in fietsstraten. Zo kan men fietsassen naar deelgemeenten direct 24u/24u aantrekkelijker maken.
– De inzet van een grotere fietsbrigade op drukke fietsroutes, minstens tijdens de spitsuren. De norm is: aangepast gedrag en aangepaste snelheid ten opzichte van de trage fietsers en voetgangers.
– Ondersteuning door de politie van het fietsbeleid, naar Brussels model.

13okt18, Bisdomkaai


– Nog slechts 2 dominante snelheidsregimes: 30km/u in woonstraten en smalle straten, 50km/u elders (uitzonderingen: woonerven, autostrades en R4)
– Een pioniersrol vervullen met intelligente verkeerslichten.
– Conflictvrije kruispunten zelf uitbouwen en bepleiten bij hogere overheid.
– Heldere belijning van alle tweerichtingsfietspaden. (middenstrepen)
– Voetgangers zo vaak als mogelijk eigen ruimte geven.
– Uitdiepen van het werfcharter naar àlle vrachtwagens, zodat vrachtwagens in spitsuren wegblijven van fietsroutes en schoolomgevingen.
– Een digitaal meldsysteem (via smartphone) met foto’s en lokatiebepaling, waarbij ook politie en ambtenarij als ogen en oren van het beleid input geven over putten, bulten, onveilige situaties.
– Een actieplan met de Lijn voor een conflictvrij samengaan van tram en fiets. In 2019 pakken we uit met cijfers van ongevallen in Gentse tramporen.

13okt18, Koophandelsplein

Fietscomfort
– Consequente uitvoering van de vlakheidsnorm, plus een actieplan om bestaande fietspaden hieraan aan te passen. Voor kinderen, bejaarde fietsers en het groeiend aantal plooifietsers is dat ook een veiligheidsmaatregel.
– Een doordacht kasseienbeleid: geen kasseien op fietsroutes, rond scholen en andere belangrijke publiekstrekkers. Voor kinderen, bejaarde fietsers en het groeiend aantal plooifietsers is dat ook een veiligheidsmaatregel.
– Meer uitvoerend personeel Wegendienst.
– Nieuwe fietsinfrastructuur toekomstgericht brééd ontwerpen, naar Nederlands model.

Fietsbeleid
– Invoering van de Fietstoets binnen alle stadsadministraties.
– Financiële Ondersteuning van de Fietsersbond, naar Amsterdams model.
– Mee opstarten van betere data van (fiets)ongevallen, in combinatie met up to date ongevallenanalyses.

%d bloggers liken dit: