Home

Vijftig tinten zwart

9 april 2018

Zwarte punten voor fietsers: ze zijn de laatste tijd, helaas, veel in het nieuws geweest. De betekenis van de term lijkt duidelijk: het zijn plaatsen waar het voor de fietser gevaarlijk is.

Maar als je oplet dan blijkt niet iedereen hetzelfde idee te hebben over wat een zwart punt is. Zwart is duidelijk een kleur met vele tinten.

Zo konden we onlangs lezen dat een aantal punten van de zwartepuntenlijst werden gehaald omdat daar de laatste tijd –hoe moet ik het zeggen– niet genoeg ongevallen gebeurden. Tja. Wie een beetje statistiek kent verwacht dat het aantal ongevallen (of zware ongevallen) op een plaats overeenkomt met een Poissonverdeling. Wie nog iets meer kent van statistiek weet dat een Poissonverdeling een heel grote speling geeft: de variantie is gelijk aan het gemiddelde. Op die manier weet je dus dat een aantal van die geschrapte zwarte punten ooit nog wel eens terug op de lijst gaan komen. Gewoon omdat er terug ongevallen gaan gebeuren. Het maakt van de aanpak van zwarte punten een gokspelletje. Sommige zwarte punten worden heringericht. Andere verdwijnen van de lijst gewoon omdat men er niet aan toekomt ze veiliger te maken. Vermits AWV ondertussen zelf zegt dat veiligheid niet direct hun enige bekommernis is, zijn er natuurlijk ook nog zwarte punten die wel zijn aangepakt en toch ook terug op de zwartepuntenlijst mogen verwacht worden.

Oké. Dit is allemaal een beetje abstract en technisch. Laten we eens naar een concreet geval gaan kijken. Een case study.

Iedereen kent ze wel: de brede wegen met 2×2 baanvakken en een middenberm, maximumsnelheid meestal 90 km/uur, en aan elke kant een dubbele stippellijn op de pechstrook die een fietspad moet voorstellen. Naargelang de opvattingen van de spreker wordt zo’n streepjesstrook bestempeld als een fietspad, als een zelfmoordstrook of als een moordstrook. Die laatste twee namen hebben hun reden: ik wil niet eens proberen te schatten hoeveel fietsers de laatste dertig jaar al zijn doodgereden op zo’n fietspad. Veel, in elk geval.

Onlangs zat er een mailtje in de bus over zo’n weg met moordstrookjes, de Grotesteenweg-Zuid in Zwijnaarde.


Hierbij zend ik u een bericht over een zeer gevaarlijke situatie voor fietsers op de N60 op het grondgebied Gent.

Op deze gewestweg is de pechstrook tussen het kruispunt aan de Hutsepot in Zwijnaarde en het Nieuwgoed een toegelaten parking voor langparkeren voor vrachtwagens (zie bijgevoegde foto). Als vrachtwagens op deze strook parkeren en het fietspad vrijlaten is het al een hele opgave om er als fietser rechts lang te rijden tussen de vrachtwagen en de grachtkant. Geregeld zie ik ook vrachtwagens die ook het fietspad innemen als parkeerstrook (zie bijgevoegde foto). De fietsers moeten dan over de rijbaan waar aan 90 km mag worden gereden.

Deze weg wordt druk gebruikt door scholieren (Don Bosco, Sint Paulus, Voskenslaan) die naar De Pinte en naar Zevergem moeten. Ik neem zelf vaak dit traject en kan getuigen dat de moeilijkheden zich geregeld voordoen. Men kan stellen, gezien het drukke verkeer en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat hier vroeg of laat een fietser zal worden opgeschept door een wagen.

mrt18, Grotesteenweg-Zuid

Doordat geparkeerde vrachtwagens de weg soms versperren en door het feit dat de weg voor vrij veel mensen gebruikt wordt is dit dus een zwart punt met hoge prioriteit, zo zou je denken. Zeker als je even in de berm kijkt.

Grotesteenweg-Zuid (bron: Google Streetview)

Er ligt een gedenksteen voor een scholier, Lieven Van Meirhaeghe, die daar in 1999 is omgekomen. Het is niet eens de laatste dode op dat stuk weg: een paar jaar later kwam er ook nog een bromfietser om.

Welnu, deze plek staat niet op de nieuwe lijst van de zwarte punten in Vlaanderen. Gewoon omdat het laatste dodelijke ongeval al te lang geleden is. Meer nog, gewoon het wegnemen van het bordje “parkeerplaats voor vrachtwagens” is er te veel aan.

Grotesteenweg-Zuid (bron:Google Streetview)

(Dit is de tweede Google-foto in dit stukje. Ik heb echt geen zin om langs dit ‘veilige’ stuk weg te gaan rijden om foto’s te nemen.)

Met andere woorden: we hebben in Vlaanderen een hele reeks van dergelijke wegen. Die worden pas veiliger gemaakt als er eerst genoeg zware ongevallen gebeuren en dan nog alleen maar als de aanpassing toevallig lukt binnen een bepaald tijdvenster. Als de aanpassing lang op zich laat wachten dan is er geen probleem meer: het gevaarlijke punt wordt gewoon van de lijst gehaald tot het weer eens mis gaat. Opdracht volbracht.

Elke keer als je langs een dergelijke weg komt en ziet dat er iets aangepast is moet je je dus afvragen: hoeveel ongevallen zijn hier moeten gebeuren en hoe ernstig waren die voor men iets deed?

Bijvoorbeeld: hoeveel ongevallen op de Kennedylaan in Gent?

Bijvoorbeeld: hoeveel ongevallen op de Nieuwe Steenweg, het verlengde van de Grotesteenweg-Zuid?

Dat zijn allebei wegen waar al wel iets aan veranderd is, maar die zeker nog lang niet af zijn. Want als er eens gewerkt wordt aan veiligheid dan gaat het wel aan een slakkentempo.

Dat heet in Vlaanderen een beleid gericht op veiligheid.

De spadesteek

6 april 2018

Hoe komt het dat een mens beslist om vanuit een passief lidmaatschap van de Fietsersbond de stap te zetten naar een engagement als actieve vrijwilliger?
In mijn geval waren het emoties.
Daar schreef ik 10 jaar geleden dit over.
Het vervolg hierop las je in april 2017.
Het was dan ook met zéér gemengde gevoelens dat ik op 1 maart foto’s ging nemen van de eerste spadesteek van de fiets- en voetgangerstunnel aan Dampoortstation.
Droef tot onderin mijn maag omwille van het ongeval van Nikita Everaert.
Dit drama toonde de diepste angst uit mijn leven.
Ik ben een mens die leeft zonder geweld, maar sinds 2002 leefde ik in het volste besef dat mocht één van mijn kinderen in een verkeersongeval sterven, de kans reëel was dat àlle stoppen boven en onder mijn strottenhoofd zouden doorslaan.
Het ongeval met Nikita herinnerde me daar elke seconde aan.
En net in àl die emoties ging de symbolische spade in de grond voor de nieuwe spooronderdoorgang die een déél van Sint-Amandsberg -fietsers èn voetgangers- een veilige oversteek van de stadsmuur R40, èn een veiliger verbinding met het Dampoortstation bezorgt.

01maa18, Gandastraat

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Kasteellaan

Naast de droefheid was er dus ook blijheid.
En opluchting.
En nog wat tegenstrijdige gevoelens.
Waaronder respect voor schepen van Mobiliteit Watteeuw, zijn kabinet en administratie.
De meeste realisaties in beton, baksteen of staal die een schepen of minister opstart worden “geoogst” door zijn/haar opvolg(st)er.
De incrowd weet dat.
De administratieve molen is complexer dan ooit, en daardoor trager dan ooit.
Tenzij een project topprioriteit is, en geen tegenslag kent (zoals de fietsersbrug over de Watersportbaan).
Deze tunnel werd reeds lang verlangd, en in deze bestuursperiode eindelijk onderhandeld, beslist èn opgestart.
Naar Chinese normen ging het traag.
Naar Belgische normen bliksemsnel.
Een schepen/minister is dus meestal de uitvoerder en finale lintjesknipper van de projecten van de voorganger.

01maa18, Kasteellaan

01maa18, Dampoort

Naast de Aldi komt een tweerichtingsfietspad tot aan de Dendermondsesteenweg:

01maa18, Dampoort

Het was uitkijken hoe snel de werf van start ging.
Officiële plakkatenstartdatum was 5 maart:

01maa18, Kasteellaan

Naast het obligate werfcontainers plaatsen en wat klein kabelspeurwerk bleef het een maand stil op de werf.

21maa18, Dampoortstation

21maa18, Dampoortstation

En kijk, exact een maand na de officiële start ging ook de mechanische spade in de grond:

05apr18, Dampoortstation

05apr18, Dampoortstation

05apr18, Dampoortstation

05apr18, winkelcentrum Dendermondsesteenweg

Bijvijlen

26 maart 2018

Fietspaden ontwerpen is een vak apart.
Idem voor de uitvoering.
Het is méér dan een taart bakken (met alle respect voor bakkers en keukenprinsen en -prinsessen).
Bochtstralen.
Correcte breedtes.
Etcetera…
Het Keizerpark was een godsgeschenk voor fietsend Gent èn Gentbrugge èn Ledeberg.
Het is een autovrije as om de stadsmuur R40 te dwarsen.
De LF (lange afstands fietroutes) en de knooppuntroutes passeren er.
Maar on the spot waren er manco’s.
In 2013 werd aan de afwatering gewerkt.
Nu worden de bochten aangepast:

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

23maa18, Keizerpark

Helaas passeerden er ook de onnozelaars van dienst:

24maa18, Keizerpark

24maa18, Keizerpark

24maa18, Keizerpark

Duimen dat ook hier een verbreding komt:

23maa18, Keizerpark

12feb18, 12u42, The Loop

Wie echt een goed zicht wil krijgen op de totale minachting voor de fietser die men op The Loop koestert moet –al is het bovenstaande sfeerbeeld ook niet mis– maar eens gaan kijken naar de Pauline Van Pottelsberghelaan. Dat is de nieuwe straat helemaal in het westen van het project, met een paar spiksplinternieuwe kantoorgebouwen. Het heeft zelfs een fietspad. Maar voor u dat kan gaan bekijken moet u er wel geraken, natuurlijk. Dat kan niet echt moeilijk zijn: volgens het RUP –een bindend document dat bij de vergunningen van The Loop hoort– moesten er al in de eerste fase van het project, en die ligt al een paar jaar achter ons, minstens drie fietsverbindingen tot daar gerealiseerd worden. We hebben ze voor u bezocht.

Volgens het RUP moet er een verbinding zijn met een tunnel voor voetgangers en fietsers die de oost- en de westkant van de site verbindt. Voor wie die tunnel zoekt heb ik een foto genomen op de plaats waar je als fietser het dichtst bij de tunnel komt.

12feb18, 11u26, The Loop

Voor wie het begin van de tunnel niet ziet: die ligt in het midden van de foto. Achter het hotel. Als je braafjes afstapt en naar rechts over het voetweggetje gaat kom je aan de tunnel. In de tunnel krijg je het vermoeden dat je mag fietsen:

12feb18, 11u30, The Loop

Niet dat ik het echt aanraad: er zitten twee blinde hoeken in waar je riskeert tegen iemand die van de andere kant komt te botsen. Bij de minste drukte is het er ronduit onveilig. Misschien is het daarom dat het in de andere richting, van west naar oost, expliciet verboden is om te fietsen?

12feb18, 11u30, The Loop

Aan de uitgang kan je wat verder rode verf zien die een fietsweg moet voorstellen. Daarmee geraak je tot op een punt waarop je in de verte de gebouwen van de Pauline Van Pottelsberghelaan kan zien.

12feb18, 11u32, The Loop

Dat is het dan voor verbinding 1.

Wat zei u? Veel gortiger dan dat kan het niet meer worden?

Wel, euhm, … . Dat moet je echt niet te snel zeggen op The Loop.

Want we gaan naar de volgende toegang. Die verbinding moet er volgens het RUP al lang liggen. Ze verbindt de Poortakkerstraat met de binnenkant van The Loop. Handig voor wie van de kant van Sint-Denijs-Westrem komt: de Poortakkerstraat geeft uit op een tunneltje onder de spoorweg dat alleen door fietsers en voetgangers mag gebruikt worden. Overigens: het RUP had daarmee ook de bedoeling om een vlotte fietsroute van Sint-Denijs-Westrem, via deze toegang en de tunnel van daarnet, naar Flanders Expo en Ikea te realiseren. Het was daarom dat beide fietsverbindingen er al jaren moesten liggen. Over de toegang zelf kunnen we kort zijn. Die ziet er zo uit.

28jan18,11u35, Poortakkerstraat.

Aan de overkant zie je het einde van de Pauline Van Pottelsberghelaan.

Wat zei u? Veel gortiger dan dat kan het niet meer worden?

Wel, euhm, … . Dat moet je echt niet te snel zeggen op The Loop.

Want nu zijn we aangekomen bij het verhaal van de halve fietstunnel.

In het RUP was voorzien dat er een tunnel moest komen voor fietsers onder de aansluiting van de Louis Blériotlaan met de Adolphe Pégoudlaan. Die tunnel zou ervoor zorgen dat je met de fiets komend vanuit Gent vlot The Loop opkon. Die tunnel is ook ontworpen. Men is hem zelfs beginnen bouwen en aan de kant van de centrale parking ziet hij er zo uit:

28jan18, 11u30, Pauline Van Pottelsberghelaan

Alleen, in de ogen van The Loop was het enige nut van die tunnel het centrale stuk met de trappen. Dat moest namelijk de toenmalige parking naast de brug verbinden met het centrale deel en daarvoor had je alleen de trappen van het middenstuk nodig.

Vandaar dat fietsers kunnen fluiten naar het tweede stuk. Dat is gewoon vervangen door een betonnen muur met het opschrift ZASU. Even samenvatten: het stukje fietstunnel dat nuttig was voor automobilisten is gebouwd, het stuk dat alleen nut heeft voor fietsers niet.

28jan18, 11u30, Pauline Van Pottelsberghelaan

Om duidelijk te maken dat men niet van plan is ooit voor een serieuze verbinding te zorgen heeft men onlangs op de trap gootjes aangebracht. Om heel erg duidelijk te maken dat men niet van plan is ooit voor een serieuze verbinding te zorgen heeft men die gootjes korte tijd later vervangen door ‘betere’ gootjes.

28jan18, 11u25, Pauline Van Pottelsberghelaan

Voilà. Drie fietsverbindingen, door The Loop herleid tot een collectie onbruikbaar prutswerk. Is dat erg?
Als we balans opmaken moeten we rekening houden met het potentieel van fietsinfrastructuur hier. Twee punten.

Eén. Kan je hier eigenlijk veel fietsers verwachten? Laat ons even kijken naar een bedrijf met een gelijkaardige verkeerspositie: Stora Enso. Niet in een woonwijk gelegen, voor veel mensen aan de overkant van de Ringvaart. De vergelijking gaat niet helemaal op om twee redenen:

  1. Stora Enso ligt een eind verder van woongebieden dan dit stukje van The Loop.
  2. Bij Stora Enso is er geen echt goede treinaansluiting, alleen het station van Wondelgem op vier kilometer afstand. The Loop ligt vlakbij het Sint-Pietersstation. Dat geeft een uitstekende mogelijkheid om met een vouwfiets of een Blue Bike te gaan werken. Je zou vanuit het station met de fiets veel sneller tot in de Pauline Van Pottelsberghelaan geraken dan met de tram.

Volgens het mobiliteitsonderzoek van VOKA in de haven komt 37% van de personeelsleden van Stora Enso met de fiets. Door de betere ligging is hier het potentieel nog een pak groter dan dat. Het spreekt vanzelf dat met de behandeling van fietsers zoals ze hier is dat potentieel bij lange na niet zal gehaald worden.

Twee. Een tijd geleden las ik een interview met Filip Watteeuw over de toekomst van de mobiliteit in Gent. De juiste bewoordingen herinner ik me niet meer, maar deze kant van Gent kwam ter sprake als een van de grote probleemgebieden die door zijn oververzadiging heel gevoelig was voor files.

Dus zitten we hier met twee radicaal tegengestelde krachten:

  • Enerzijds is het in het openbaar belang nodig dat er hier zo weinig mogelijk werknemers en bezoekers de auto nemen.
  • Anderzijds voert The Loop een politiek die garandeert dat er hier zo veel mogelijk werknemers en bezoekers de auto nemen.

Iedereen heeft de mond vol over de problemen van overmatig autoverkeer. Van klimaatdoelstellingen tot fileproblemen: telkens is het motto om mensen aan te zetten de auto thuis te laten als dat kan. Je zou verwachten van een stad als Gent dat ze een simpele regel hanteren: bedrijfsgebouwen die niet met de fiets bereikbaar zijn worden gewoonweg niet in gebruik genomen. Als die regel zou gelden zouden de gebouwen hier de eerste jaren nog leegstaan. En uiteraard: als die regel één keer zou worden toegepast, zou The Loop zich nooit meer zo’n fratsen permitteren. Terwijl het nu gewoon de geschiedenis is die zich herhaalt: IKEA, het gebouw van VLM, de appartementen op de site: geen enkele was met de fiets bereikbaar toen ze opengingen. Probeer je dan maar te profileren als fietsstad.

Geachte minister Weyts,
CC aan uw voorgangers Crevits, Peeters en Van Brempt,

Men zegt: politiek is het georganiseerde meningsverschil.
Mobiliteit is anno 2018 nog steeds de Belgisch georganiseerde onveiligheid.
Het georganiseerde meningsverschil, waarvan u een hoofdrolspeler bent, maakt dat het aantal fietsdoden niet drastisch daalt.
2012: 58
2013: 56
2014: 58
2015: 56
2016: 54
2017: we vermoeden een gelijke trend.
Bron: Het Laatste Nieuws, mei 2017.

16mei17, HLN

Morgen, zaterdag 24 februari, wordt alweer een slachtoffer begraven.
Nikita Everaert is het zoveelste slacht-offer op het altaar van de autodoorstroming, de file-angst.

Het debat in Terzake donderdag 22 februari was helder.
De vraagstelling vanuit VIAS was eenvoudig: hoeveel zijn we als samenleving bereid om op te offeren om het verkeer veiliger te maken?
Daarop hoorden we geen ministrieel antwoord.
We loven uw oproep tot doortastenheid.
U heeft gelijk over de procedure-overkill.
Die opkuis is een taak voor het Vlaams Parlement.
De oppositie looft u -terecht- voor uw vaste en mobiele trajectcontroles, voor de verstrenging van rijopleidingen.
Dat zijn goede zaken voor de statistieken van verkeerslachtoffers.
Èlk leven telt.
Maar de daden om met evenvéél slagkracht de cijfers van fietsdoden naar beneden te krijgen ontbreken.
Het gaat al jarenlang véél te traag.
Zo is 70km per uur mogen rijden vlak naast een smal moordstrookje -vakjargon van ambtenaren voor de betonnen fietspadstrookjes op Gewestwegen- nog steeds te snel.

We willen u vragen om volgende week aan tafel te zitten met professor emiritus Miermans.
We willen u vragen te luisteren naar zijn argumenten (zie De Standaard 22 februari)
“Veiligheid ernstig nemen, betekent absolute snelheidsverlaging, geen afslagstroken, geen bypasses. En verkeerslichten zo regelen dat ze echt conflictvrij zijn. Dat een fietser nooit geconfronteerd wordt met afslaande wagens.”

Uw theorie is: je moet mensen verleiden om te fietsen.
Uw PR-budget kan nooit – nooit op tegen de verleidingsbudgetten van de auto-industrie.
We willen dat u vooral veiligheid creëert.
Dat is de enige valabele verleidingstruc.
Elke fietsdode jaagt honderden verleide mensen terug de auto in.
“Mijn kinderen mogen niet meer fietsen. Ik breng ze vanaf nu altijd met de auto.” lezen we in de kranten, en horen we rondom ons.
Politicus is een harde job.
U kan nooit voor iederéén goed doen.
Bagger is uw deel.
U kan kiezen tussen de woede van nabestaanden van slachtoffers, of de woede van de mijn-auto-mijn-vrijheid-strijders.
We verwachten van u als minister en van àlle beleidsmakers te lande twee zaken:
zorg voor fietsverkeersveiligheid
– zorg dat snel méér mensen durven fietsen.
Het Gentse Circulatieplan binnen de R40 toont dat moedige keuzes maken rendeert.
Hoe méér mensen er fietsen, hoe méér plaats er overblijft voor wie de auto ècht nodig heeft.

Én-én-beleid in mobiliteit creëert stinkende wonden, nieuwe onveilige situaties.
Het roer moet om, ook bij de steden en gemeentes.
Zo bouwde de stad Gent afgelopen decennia Oostakker uit tot een Amerikaanse slaapstad, met amper fietsinfrastructuur.
Als Gent het meent met zijn fietsbeleid, dan zijn er voor elke deelgemeente nog vele Circulatieplannen en keuzes nodig.
Minister Crevits beloofde dat na een grote inspanning in autowegen de gewestwegen aan de beurt zijn.
We zien dat de allergrootste financiële koek nog steeds naar autostrades gaat.
U klaagt dat u uw fietspadbudgetten niet uitgegeven krijgt.
Fietsersbond Gent overhandigde u op 17 juni 2016 een schaar en een lijst met mogelijke investeringen.
In de lijst staan flink wat zaken waarvoor enkel mankracht en middelen nodig zijn.
We willen bij deze lijst graag tekst en uitleg geven.
Want wachten op integrale (her)aanleg is wachten op het volgende dodelijke slachtoffer.

19feb18, Antwerpsesteenweg

De kennis om kruispunten 100% conflictvrij te maken bestaat.
Volgens sommigen is er binnen de Vlaamse administraties en studiebureaus onvoldoende mankracht aanwezig om snel overal slimmere verkeerslichten uit te rollen.
We nodigen u uit om Nederlandse studiebureau’s onder de arm te nemen.
Een nuchtere, frisse kijk op de zaken.
A is a, en b is b.
Veilig is veilig.
Onveilig is onveilig.
U heeft er budget voor zegt u.

We vragen om de plannen voor het vervloekte kruispunt in Oostakker aan een Nederlandse specialist voor te leggen.
We eisen garanties op de fietsveiligheid èn op de fietsvriendelijkheid van het ontwerp.
Met Fietsersbond Gent bouwden we de afgelopen jaren een traditie van dodenwakes, en ghostbikes.
We zijn de sussende woorden beu.
Afgelopen jaren bouwden we een oorlogskas.
Die is groot genoeg om op onze kosten een Nederlandse specialist te betalen.

Waarde minister,
doe alsjeblieft àlles – àlles wat kan om fietsdoden te vermijden.
Aan u de keuze: handelt u komende maanden als een minister, of als een staatsman?

Yves De Bruyckere
Penningmeester Fietsersbond Gent

Op deze blog lees je de naam Jan om de haverklap.
Er zijn véél Jannen in de wereld.
Deze Jan stuurde dinsdag een reactie op het persbericht omtrent het vreselijke ongeval met Nikita Everaert:
“Schuldig verzuim is toch wel straffe taal hoor.
Het kruispunt is namelijk 100% wettelijk in orde.
Is het dan een fout van de Vlaamse overheid (die de wet volgt) of van de Federale overheid (die de wet schrijft)?”

Dat is zéér straffe taal.
“Het kruispunt is 100% wettelijk in orde” is een hyperextreem legalistisch standpunt.
Legaal correct onveilig is dus verantwoord onveilig?
Natuurlijk niet: onveilig is onveilig.
Elke rechter kan je trouwens vertellen dat het recht levende materie is, die je van extreem breed tot extreem legalistisch kan interpreteren.

De bottomline die decennialang bij menig wegbeheerder groot en klein te horen was is: autodoorstroming op kruispunten is belangrijker dan 100% conflictvrije kruispunten.
Die zin hoorde je niet.
Je hoorde -na een akkoord over het belang van (fietsveiligheid)- relatief snel de “maar”…
De druk van de automobilisten is hoog.
Professor Miermans klaagt deze bottomline hier in De Standaard op perfecte wijze aan: “Veiligheid ernstig nemen, betekent absolute snelheidsverlaging, geen afslagstroken, geen bypasses. En verkeerslichten zo regelen dat ze echt conflictvrij zijn. Dat een fietser nooit geconfronteerd wordt met afslaande wagens.”
De Stad Antwerpen heeft maandag getoond dat verkeerslichten ànders kunnen georganiseerd worden dan afgelopen 50 jaar.
In no time kon er groen voor de 4 richtingen in testfase gaan.
Applaus daarvoor, we wachten rustig af of dit een goed idee op de correcte plaats is.
Helaas waren daarvoor 3 fietsdoden nodig.
Slacht-offers.
Ook in Gent zijn we op een paar maanden tijd aan de derde fietsdode toe.
Ook hier wisselt verdriet en woede elkaar af.
Het onbegrip is groot.
Het interesseert de mensen niet wié waarvóór bevoegd is.
Mensen willen dat Gent op korte termijn zowel binnen als buiten de R40 verkeersveilig en fietsbaar is.
Het model om dat waar te maken, Nederland, ligt op een 20 kilometer fietsen van de Orchideestraat.

 

In een andere reactie van Jan leren we bij.
“Pittig detail: Gent werkte niet echt mee bij de opstart van TV3V waardoor vele zwarte punten in Gent niet op de lijst van 800 punten gestaan hebben… (Maar dat is uiteraard Watteeuw zijn fout niet.)”

Dat laatste wil zeggen: er waren in 2002 in Gent méér zwarte punten dan er op de lijst staan.
Iedereen die Gent wat volgt weet dat.
Het “pittig detail” doet me begrijpen waarom x aantal punten niet op de lijst van 800 staan: Sint-Lievenspoort, Tolhuis,…
Maar in de pers lazen we dat er nu gewerkt wordt met een update van nieuwe zwarte punten.
Dat is een positieve evolutie.
Deze updatelijst zou door ons allen leesbaar moeten zijn, kostprijsberekeningen en afrekeningen incluis.
Zo kan de maatschappij, wij allen, het verkeersveiligheidsbeleid objectief opvolgen.
Nu oogt het eerder verwarrend.

Zou er ergens een optelsom zijn van het aantal fietsslachtoffers door dit soort lichtenregelingen?
Bestaat er in dit land een traditie van integrale ongevallenanalyse?
Anno 2018 is die er niet.
Er zijn data, maar die zijn versplinterd.
Afgelopen vrijdag organiseerde de Gentse politie een Fietsrondetafel.
Eén van de stellingen van de politie was: “statistieken van verkeersslachtoffers zijn slechts statistieken van de registraties van verkeersongevallen”. Anders geformuleerd: het aantal vaststellingen door de politie komt niet overeen met het aantal ongevallen.
Wie afgelopen dagen veel over dit ongeval las las ook over x aantal incidenten en aanrijdingen op dit kruispunt.
De Vlaamse lichtengeregelde kruispunten zijn Russische roulettekruispunten.
Wie als fietser met groen een kruispunt dwarst moet blijven rondkijken of er geen auto op je af komt.

Elke fietser heeft zijn ervaringen.
Dit zijn er twee uit mijn leven.
Dit kruispunt op de Brugse ring is voor wie als fietser de Westmeers dwarst gewoon gevaarlijk:

Sinds begin 2018 had ikzelf al 4 maal “bijna prijs”, en in de remmen gegaan voor een afslaande auto.
De oplossing?
De stad Brugge vraagt het Gewest een ondertunneling, zoiets als de Dampoort dus.
En ondertussen laten de overheden deze lichtenregeling zoals ze is.
Personeelstekort?
Ik vermoed het.
Gebrek aan middelen?
De minister beweert dat er geld is.
Schuldig verzuim?
Juridisch niet.
De facto wel.
Het probleem is gekend.
Zo ligt het in Vlaanderen / België vol (vol) met gevaarlijke lichtengeregelde kruispunten, wachtend op een voorspelbaar ongeval.
Kruispunten waar niet-assertieve fietsers liever wegblijven.
Bij zo’n ongeval zal de chauffeur die afslaat en de fietser geen voorrang geeft in fout zijn.
Legaal bekeken zijn dit veilige kruispunten.
In de realiteit zijn het onveilige kruispunten.
Hier sprong mijn teerbeminde net op tijd opzij:

04feb18, Zuidparklaan (Sint-Lievenspoort, kant Keizervest)

Aan alle steden en gemeentes en Gewest om alle (alle) kruispunten snel 100% veilig te maken.
Dames en heren politici en ambtenaren, ga de uitdaging aan.
Maak de kruispunten op een manier veilig dat je er uw eigen kinderen durft te laten fietsen.

De kindertoets.
Professor Miermans en zijn collega’s willen ongetwijfeld helpen.

 

————————————————————————————

legalistisch bijv.naamw.Uitspraak: [lexa’lɪstis] als je standpunt vooral wordt bepaald door de wet of de regels Voorbeeld: `Hun legalistische opstelling blokkeert een creatieve uitweg uit de impasse.` …

 

Lintetiquette

19 februari 2018

Het verhaal van collega E passeerde hier al in mei 2012.
Een bekkenbreuk door een wapperend signalisatielint is niet min.
Sindsdien stop ik af en toe om z’n rondwaaiend roodwit gevaar cowboygewijs op te rollen, en vast te knopen aan het starpunt van het lint.
Signalisatielinten zijn bedoeld voor korte interventies, maar tieren welig met àlle – maar dan ook àlle- mogelijke -ahum- “veiligheids”toepassingen.
Het gezond verstand is soms wel eens zoek, en dan blijkt het vriendje van het ongezond verstand – iets met gemak en zucht- op bezoek te zijn.

In voetgangersgebieden kan langdurig gebruik van zo’n linten geen slachtoffers maken:

14feb18, Sint-Pietersstation

Voor korte werven zijn het -gelijk waar- ideale hulpmiddelen:

14feb18, Sint-Pietersstation

14feb18, Koning Albertlaan


Werfje afgelopen, lintje opgeborgen.
Maar van dergelijke dagenlange lintendiaree op een fietsroute, verlos ons heer:

14feb18, Lammerstraat

14feb18, Lammerstraat

14feb18, Lammerstraat


Tijd voor wat lintetiquette?

%d bloggers liken dit: