Home

Ik fietste daarnet twee minuten op de Sint-Denijslaan en kwam 1) een geblokkeerd fietspad tegen, 2) zag een fietser net niet aangereden worden door een rechtsafslaande onoplettende camionettechauffeur en 3) werd vervolgens door diezelfde chauffeur klem gereden – ik fietste noodgedwongen bijna in het midden van de rijbaan omdat er op de fietssuggestiestrook een vrachtwagen stond te lossen naast een werf. De camionettechauffeur vond het niet nodig om te wachten tot ik gepasseerd was waardoor ik gekneld zat tussen camionette en vrachtwagen. Een nogal benauwd gevoel dus. Toen ik aangaf dat ik dat niet zo prettig vond riep hij dat mijn plaats op het fietspad was (het was niet eens een fietspad, en bovendien was de suggestiestrook geblokkeerd) en ook nog iets à la “fucking kutwijf”. Altijd leuk om te horen, op vrijdagochtend. Gelukkig scheen de zon.

Ik ben zeker dat elke fietser gelijkaardige dingen heeft meegemaakt, meer dan hem of haar lief is.

09mei17, Sint-Lievenslaan

Veilig en wel op mijn bestemming aangekomen, installeerde ik me met een uitstekende kop koffie en bladerde ik eerder achteloos door de krant. Mijn oog viel op een klein artikel met als kop “Termont vraagt politie op te treden tegen roekeloze fietsers” (DS, 26/05/2017). Nog maar net bekomen van mijn ochtendlijk fietsavontuur voelde ik me door die kop miskend als fietser, een beetje verwaarloosd zelfs. Wat met mijn veiligheid?! Ik begrijp dat als “steeds meer burgers klagen over roekeloze fietsers” de burgemeester hier, als hoofd van de politie, wil tegen optreden. Bovendien, laat er geen misverstanden over bestaan: ja, fietsers moeten zich aanpassen aan voetgangers. Stapvoets rijden in het centrum, afstappen in de voetgangersstraten of de parallelle routes nemen, dat is wat mij betreft niet eens een discussie waard. Maar, ik begin het er stilaan wel lastig mee te krijgen dat fietsers in Gent het imago krijgen van cowboys die zich van niets of niemand aantrekken. Sinds de start van het circulatieplan is het struikelen over kranten die berichten over fietsers die zich van niets of niemand aantrekken en denken dat de stad van hen is, terwijl het hier om een kleine minderheid fietsers gaat die de boel voor de grote meerderheid verpest.

Ik heb hier moeite mee niet alleen door hetgeen ik deze ochtend meemaakte – ik voelde me erg kwetsbaar op mijn fiets. Dergelijke krantenartikelen wekken ook de indruk dat Gent een fietsparadijs is en fietsers ondankbaar en verwend. Al deze verwijten zijn ook een slag in het gezicht van de groeiende groep ouders die zich elke dag met hun kinderen in de Gentse stadsjungle begeven (want ja, dat is het buiten de R40 op veel plekken nog steeds), van de aarzelende senioren die de (elektrische) fiets opnieuw ontdekken of de beginnende woon-werkfietser die zich zeer keurig gedraagt. Om nog maar te zwijgen over het onrustwekkend hoge aantal fietsslachtoffers in het verkeer.

Bovendien, fietsers blijven stigmatiseren bevestigt de veronderstelling dat het hier om een “apart ras” gaat, een rariteit, terwijl we het hier gewoon hebben over doorsnee Gentenaars die simpelweg de fiets kiezen om zich te verplaatsen van punt a naar punt b. Fietsen is geen uitzondering meer in Gent, geen subcultuur, maar gewoon erg mainstream. Fietsers zijn geen exotische diersoort waar een speciale behandeling voor nodig is. Daarom dit voorstel: willen we voortaan enkel nog weggebruikers op hun verantwoordelijkheid wijzen, en stoppen met vingerwijzen naar één groep bijzonder kwetsbare weggebruikers? En als het nodig blijft om fietsers aan te spreken op hun gedrag in de voetgangerszone, we met evenveel ijver automobilisten aanmanen om de zone 30 te respecteren?

(En o ja, mocht je je afvragen waarom die fietsers in Kopenhagen zich zo goed gedragen: it’s all about infrastructure.)

Onder de sporen

29 april 2017

Afgelopen decennia heb ik geleerd om een project pas ècht te geloven als de schop in de grond gaat.
Krantenpapier is zeer verdraagzaam.
Een timing voor een werf is geen exacte wetenschap.
Het doolhof van de procedures staat niet in de Efteling, maar in het Stadhuis, of eerder in het Parlement / de Parlementen.
Maar kijk, als de Stad vorige week een dergelijk bord plaatst lijkt het menens:

26apr17, Bijgaardepark

Oh wat kijk ik hiernaar uit.
Ook al had ik op dit tunneltje gehoopt/gewenst/ gewild toen Lady L 13 jaar was en naar de grote school stadinwaarts trok.
We zullen het tunneltje met onze armen wijd open onthalen, luid een Gloria Halleluja zingend.
Het zal ons traject naar het Dampoortstation zoveel korter en veiliger maken.
Het zal mijn laatste gram chagrijn over een gebroken verkiezingsbelofte in 1994 helemaal wegspoelen.
Misschien vertelde ik dit verhaal ooit al op Fietsbultige manier.
We kochten ons huis in 1995.
Hat jaar daarvoor hadden we in verkiezingspropaganda gelezen dat er onder de sporen een veilige fietsverbinding richting stadscentrum ging komen.
En we geloofden dat.
Lady L ging in 1996 naar de lagere school in onze buurt, dus 6 jaar later (2002) zou die puberveilige fietsroute er zeker liggen.
Dachten we.
Zo werd ik een boze, angstige vader.
En werd ik een paar jaar later actief lid van Fietsersbond Gent.
Lady L, T & S fietsten naar de grote school & de nog grotere school langs het mottige kruispunt Forelstraat / Heernislaan.
Lady L is binnen 1 maand en 2 dagen 27 jaar.

Het wordt dus hopelijk / vermoedelijk 2018 à 2019, met dank aan het huidige stadsbestuur, en de schepen die het meent.
Een wandeling naar het stadscentrum via de Sint-Baafsabdij en Portus Ganda wordt zo een evidentie.
Ik hoop/verlang op een concept naar Nederlands model, waar fietsers en voetgangers niet gemengd worden, maar elk hun ruimte krijgen:

21apr17, Amsterdam Centraal

21apr17, Amsterdam Centraal

22apr17, Den Haag Holland Sppor

Humooooooooor.
Gentenaars lachen met alles.
Het editoriaal van HLN van 4 april begon ermee:

Om daarna het Circulatieplan 100% te steunen.
U leest het goed.
De hoofdredactie van Het Laatste Nieuws.
Jan Segers heeft het onder andere hierover:
Afgelopen weken hoorde ik nog die verhalen.
Hoe mensen uit de Ham met de auto op café gingen naar het Damberd, en als ze geen parkeerplaats vonden op de Korenmarkt doorreden naar Studio Scoop of de Vooruit.
Ook mijn teerbeminde ging zo uit.
Met de auto van de Willem Wenemaerstraat naar de Vlasmarkt.
Ik ben een deel van die autogeneratie, ik ken die romantiek.
Bij terugkeer van vakantie reden we soms met de auto eerst nog eens langs de drie torens.
Of eerst frieten eten bij Helga in de Zuidstationstraat, en dan pas naar huis in Gentbrugge.
Romantiek kan soms onnozel zijn.
In de Gentenaar van 30 maart beschreef Karel Van Keymeulen zijn eigen mobiliteitsverleden, een schitterend statement:

Een groot contrast met de onderbuikfabels van Zaki:

Elk zijn waarheid.
Ook op Facebook, de toog van het internetcafé.
Aan de toog valt veel positiefs of humor te horen/lezen:

Schoolomgevingen halen het nieuws pas na een dodelijk ongeval. Dan lees je commentaren zoals deze. Deze column van David De Pue verscheen afgelopen winter in Frontaal, het driemaandelijks magazine van het Gents Milieufront.

Tussen mijn Gentbrugse huis en mijn Ekkergemse werkplek ligt een fietstraject van vijf kilometer, dwars door het stadscentrum. Geen verkeerslichten onderweg, maar wel een aantal kruispunten waar ik moet opletten niet van de straat te worden gemaaid door zwaardere jongens op de weg. Het Sint-Annaplein is zo’n plaats. Gelukkig hebben fietsende forensen het voor het zeggen in andere straten, zoals aan de Visserij, waar de rode loper voor hen is uitgerold. Daar blijven de wagens netjes achter de rijwielen.

Onderweg naar het werk kom ik voorbij een aantal scholen. De basisschool van Nieuwen Bosch, in de Tweebruggenstraat, is er één van. De school waar niet alleen de Gentse Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck, maar ook ondergetekende, hun eerste jaren onderwijs genoten. Een respectabele instelling die teruggaat op een nonnenklooster, waar de barokke kapel met haar sierlijk torentje nog van getuigt. Toen ik er in mijn grijs uniformpje rondliep stonden de laatste stokoude nonnetjes op het punt met Onze-Lieve-Heer te worden verenigd. Het was rond die tijd, midden jaren negentig, dat het schoolbestuur de onbezonnen beslissing nam een ‘drive-in’ aan te leggen. Sindsdien rijden auto’s af en aan op het schoolterrein, waarbij de mooie abdijtuin steevast wordt ontwijd. Het zorgt voor wat extra fijn stof in kinderlongetjes. Verrassend veel ouders komen er hun kroost met een luxewagen afzetten. Sommigen zelfs met een 4×4, alsof het Gentse stratennet er zo slecht aan toe is dat er rally’s op georganiseerd kunnen worden. Elke auto die van de drive-in gebruik maakt kruist het tweevaksfietspad van de Tweebruggenstraat tweemaal. Aangezien dit één van de drukste fietsassen van de stad is laat het gevolg zich raden: pure verkeerschaos. De website van de school vermeldt het volgende: ‘Voor de veiligheid en om alle parkeerproblemen te vermijden beschikt de school over een uniek drive-in systeem voor het afzetten en ophalen van de kinderen’. Uniek in zijn stupiditeit.

02dec16, Tweebruggenstraat

02dec16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat

01feb17, Tweebruggenstraat

01feb17, Tweebruggenstraat

Dat er anno 2016 wijzer over mobiliteit wordt gedacht bewijst de Montesorrischool Klimop in de Theresianenstraat, waar ik langskom net voor ik de steilste fietsersbrug van Gent, over de Coupure, moet bedwingen. De Theresianenstraat is een zogenaamde schoolstraat: rond het begin en het einde van elke schooldag wordt de straat afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Een vrijwillige ouder of leerkracht van dienst houdt het verkeer op de Coupure Rechts tegen als er fietsers of voetgangers de straat kruisen en de schoolstraat inslaan. Het is er niet enkel veiliger, maar ook beduidend gezelliger dan aan de schoolpoort van Nieuwen Bosch. Nadat de kindjes uitbundig de speelplaats zijn opgerend kunnen de ouders er gezellig bijpraten. Ik kijk uit naar het moment dat ook Nieuwen Bosch voor een ambitieus en bijdetijds mobiliteitsplan kiest.

Verjaardagscado

31 oktober 2016

Vraag me niet waarom, maar soms krijg ik verjaardagscadotjes die iets te maken hebben met de fiets.
Deze zomer was het iets met poëzie:

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Weerloos

14 juli 2016

Een mens die sterft in het verkeer… ik ben er steeds niet goed van.
Gisteren nog…
De site van de Gentenaar sprak over een fietster.
De politie ter plaatse sprak over een voetgangster.
Wat telt is dat een mens ten opzichte van een vrachtwagen weerloos is.
Ik wil geen uitspraken doen over dat ongeval.
De statistieken over personenongevallen zijn nog steeds huiveringwekkend hoog, dat weten we.
De manier waarop een massa mensen hiervoor de schouders ophaalt… ik snap het niet.
En het versplinterde beleid durft niet écht beleid voeren.
Bang voor de schouderophalers.
Anno 2016 vinden sommige partijen dat de evolutie traag moet gaan.
Liever trage evolutie dan traag verkeer?

Er is iets eigenaardigs aan de hand.
De onmeetbare kost van menselijk leed maskeert de meetbare kost van gemotoriseerd verkeer.
Het valt me -als intensieve verkeersobservator- op dat auto’s, vrachtwagens etcetera nonstop schade aanrichten aan het publiek domein.
In mijn hoofd spookt al een jaar het idee om een nieuwe blog te starten: autobult.
Elke dag één beschadigde lokatie.
Detailfoto.
Locatiefoto.
Stadsplan met pin.
Méér niet.
Elke dag.
Wie wil: start ermee.
Ik vraag niet liever.
Go.
Het vraagt een beetje tijd.
En een sterk hart.
Hieronder mijn oogst van 13 juli:

13jul06, Rooigemlaan

13jul06, Rooigemlaan

13jul06, Fransevaart

13jul06, Fransevaart

13jul16, Visserij

13jul16, Visserij

Voor alle duidelijkheid: ik heb persoonlijk niks tegen auto’s.
Ik rijd af en toe zelf met een rood werkpaardje.
Een auto kan een (zéér) handig werkinstrument zijn.
Er waren zelfs jaren dat ik genoot van autorijden.
Of beter: van de neveneffecten, zoals landschappen zien.
Muziek keihard beluisteren.
Meezingen.
Alleen zijn.
Nadenken.
En plots immens schrikken dat mijn handen een stuur van een camionette vast hebben.
Het prototype van verstrooidheid.

Een auto is een machine.
Net als een zaagmachine, of een boormachine.
Een auto is een rijmachine.
Een lift is een stijgmachine.
Ik ken méér mensen met angst voor een lift dan angst voor een auto.
Maar ze bestaan.
Onlangs nog: iemand die geslaagd was voor zijn theoretische proeven, die had leren autorijden, maar dan niet meer durfde autorijden.
Net zoals die goede vriend met fysieke angst voor een zaagmachine.
Wie geen grammetje angst heeft voor een zaagmachine doet domme dingen.
Idem met een auto.
=> Er zijn de èchte ongelukken.
Een kleine verstrooidheid met een groot effect.
– Ik ken twee professionals met een afgezaagde vinger.
Gelukkig ken ik niemand met een autowonde. –

=> En er zijn de dommigheden.
Snelheid is zo’n dommigheid.
In het vakjargon: onaangepaste snelheid.
Wie te snel een trap afloopt heeft een grotere kans op vallen.
Wie door een station loopt om een trein te halen heeft…
Wie aan 35 per uur over de Korenmarkt fietst heeft…
Dat zijn van die evidenties, en af en toe hoor je daar een anekdote over.
Bij ongevallen met auto’s zijn er geen anekdotes, maar drama’s.
De overlevingskansen bij frontale botsingen tussen voetgangers en auto’s zijn statistisch berekend op basis van de snelheid van het voertuig.
De kennis wordt verspreid.
En toch…
Laat die trajectcontroles maar komen.
Dit is een voorbeeld van de toekomst.

Tot slot: in Mol plaatsten ze deze paaltjes.
Soms kan je als wegbeheerder niet duidelijk genoeg zijn.

06jul16, Mol

06jul16, Mol


Of maak je een paal die niet weerloos is.
06jul16, Mol

06jul16, Mol

Laurens De Keyzer

15 april 2016

Laurens De Keyzer is dood.
Wat een verlies.
De man ademde én beminde de stad Gent.
Als jongeling las ik de kranten in de bankkluizen op de Kouter.
Af en toe kocht ik de Gentenaar, en knipte menig artikel uit.
Interviews over 2 pagina’s, waw!
Zijn liefde voor deze stad sloeg over.
En zijn liefde voor kunst.

160414 (1)

Zijn bruisende schrijfstijl, in combinatie met de zwartwitfoto’s van Michiel Hendryckx, gaven me het gevoel in een wereldstad te leven.

Maar de man was allesbehalve blind.
Gent was en is een provinciestad, waar ook de Middenstand…
De man had als musicoloog een scherp oor, en als journalist een scherp oog voor medemens en zijn creaturen.
Tussen de lijnen door las je vaak mededogen met het fenomeen “mens”.
Ik sla het fotoboek “Over Gent” (1982) open, en lees “… De transithal van het Sint-Pietersstation is smal in verhouding tot de stroom uit sommige treinen. Daar hebben we vijf sekonden, of tien misschien, geluisterd naar de stappen van de forenzen. Naar scherpe klakken en lome stappen en haastige voeten en hoge hakken en geschuifel van rubber over steen, alles in één oogwenk verzameld en gekruist door echo’s van stemmen. …”

In november mocht ik op de koffie bij hem, op de Antwerpsesteenweg.
De man oogde licht vermoeid, maar niets deed me vermoeden dat het vreselijke K-monster in zijn lijf zat.
De gentleman in hem zweeg erover.
Ik was benieuwd naar zijn “gedacht” over het huidige Mobiliteits- annex Circulatieplan.
Hij noemde zichzelf ondeskundig, wat ik met de tekst hieronder in de hand tegensprak.
Maar hij bedoelde dat hij er niet genoeg mee bezig was om iets zinvols te zeggen.
Hij had een tegenvoorstel: hij wilde GMF en Fietsersbond interviewen.
Dat kwam er niet van.
Daarom -als eerbetoon aan zijn scherpe blik- hieronder het eerste deel van zijn commentaar uit oktober 1987 op het afschaffen van het Lussenplan, de eerste poging om het stijgende autoverkeer in Gent te “beheersen”.

151123 (26)

De lussen dood,
leve de lussen!
_____________
KOMMENTAAR

“De” handelaars hebben het dus gehaald. Het stadsbestuur krabbelt achteruit en heeft het lussensysteem simpelweg afgeschaft. Voorlopig, zo heet het. Opnieuw heeft de schrik voor de stembus en straat het gehaald op rationele motieven en politieke moed.

Opnieuw kunnen we dus met z’n allen staan stinken vanaf het Sint-Michielsplein tot Sint-Baafs, onze uitlaatgassen kwistig strooiend over de hoofden van de dagdagelijkse voetgangers, schoolgaande kinderen en toeristen. Opnieuw kunnen we aanschuiven tussen de honderden auto’s die iedere dag de binnenstad van Gent als doorgangsroute gebruiken. Opnieuw kan het openbaar vervoer zich met een slakkegang door Gent wringen.

Voetgangers, gebruikers van het openbaar vervoer, buschauffeurs, centrumbewoners, schoolgaande jeugd, ze hebben mondjesmaat hun gedacht gezegd, ze waren in de wolken over de frisse rust van hun stad, maar ze waren niet georganizeerd, niet gestruktureerd in een of andere dekenij. Dus kwam hun stem niet in aanmerking.

Al jaren droomt men in Gent van een mentaliteitsverandering.

Gent zou geen doorrijstad meer mogen zijn, de automobilisten zou men desnoods dwingen om honderd meter verder te parkeren dan aan de voordeur van hun bestemming. Het openbaar vervoer zou geherwaardeerd worden, de luchtvervuiling zou aan banden worden gelegd en de lussen zouden die mooie droom in stroomversnelling zetten. Het is een droom gebleven.

De vraag is: wat verandert deze “voorlopige” afschaffing aan de zaak? Kan men nu makkelijker naar de Veldstraat, de Langemunt, de Brabantdam, enzovoort? Ja, want nu kunnen we weer rechtdoor. Daarmee is over de toegankelijkheid alles gezegd.

Was het met de lussen ineens zoveel moeilijker om naar de Korenmarkt te rijden? Was het moeilijker geworden op of rond het Sint-Michielsplein te parkeren om naar de Veldstraat te wandelen? Was het zoveel moeilijker om naar de Hoogpoort te rijden? Was het moeilijker om vanuit het noorden van de stad het Justitiepaleis of de Kouter te bereiken?

Ja, want de auto moest een ommetje maken.

Maar woog dat ongemak op tegen de goede argumenten: de leefbaarheid van de stad, vlot openbaar vervoer, vrijwaring van een eeuwenoud historisch centrum, vermindering van stank, rem op het lawaai, veiligheid voor kinderen, noem maar op, goede argumenten om het princiep van het lussenplan te behouden, hooguit te verfijnen en vooral beter en strenger te organizeren.

*

De stem van de luidste roeper heeft het gehaald. Nochtans, het was een volstrekt demagogische redenering te stellen dat de lussen en zij alleen de schuld van een lagere handelsomzet droegen.

Een paar honderd mensen – waarvan niet weinigen zich bij ons fluisterend verontschuldigden omdat ze door enkelen “al te zeer onder druk werden gezet” – hebben niet alleen de politici maar ook een goed deel van de pers de stuipen op het lijf gejaagd, de schrik voor de kliënt, de kiezer, de lezer, de adverteerder.

“De” handelaars waren niet tegen de lussen, als er maar meer parkeerplaats kwam. Met de invoering van de lussen viel er echter geen enkele parkeerplaats weg (integendeel, de stad zorgde ervoor dat er links en rechts parkeerplaatsen bijkwamen). Het verband tussen lussen en parkeerplaatsen is dus niet zo duidelijk.

Hoe zou Gent eruit gezien hebben had Laurens De Keyzer deze kommentaar niet moeten schrijven?
Deze vraag kunnen we hem niet meer stellen.

%d bloggers liken dit: