De eindeloze quiz

Politiek is een eigenaardig bedrijf. De kloof tussen het interne verhaal en de externe communicatie is er vaak groot. Deze onwezenlijke coronatijden geven meer inzicht in het politieke bedrijf. De specialisten geven de input, soms met verschillende mogelijke scenario’s. De politici maken hieruit de keuzes. En ze “leggen accenten“. Een goede politicus is in de eerste tweede plaats vooral een goede communicator. Het voordeel van deze coronacrisis is dat we nu ook nonstop de specialisten hun kennis kunnen horen. Dat is nieuw. En dat helpt om te objectiveren.

Politiek is een hard bedrijf. Als een politievakbond op de frontpagina van een populaire krant om duidelijker regels mag vragen is het aan “de politiek” om hierop te reageren. Het Nieuwsblad focuste vandaag met haar kop op de fietsers: “ZELFS POLITIE WEET NIET HIE VER WE MOGEN FIETSEN”.

Applaus op de redactie van deze krant, want ze scoren! In medialandschap wil dat zeggen: hun voorpagina domineert het nieuws de rest van de dag. Het VRT-middagnieuws haakt hierop in, en legt de minister het vuur aan de schenen. De minister uit Aalter pareert met “De speeltijd is voorbij” en zet individuele lange fietstochten gelijk aan privéfeesten. Communicatief is dat een flater.

Alle (àlle) partijen te lande schoven vorig jaar op in de richting van fietsvriendelijk beleid. Sommigen met woorden, anderen met woorden èn daden. CD&V, de partij van de minister, profileert zich als een èchte fietsvriendelijke partij. Dat zegt niet àlles. De meeste weerstand om te evolueren zit altijd in de eigen partij. Sommige CD&V-burgemeesters leveren grandioos pionierswerk. Anderen doen het omgekeerde. Wie Aalter kent weet dat het één van minst fietsvriendelijke gemeentes te lande is. De empathie en kennis over wat een stad of gemeente nodig heeft om uit te groeien tot ander mobiliteitsgedrag is er ver te zoeken.

Marc Van Ranst moet ik u niet meer voorstellen. Afgelopen twee weken zat ik in isolatie, en had daardoor tijd met hopen om via hem urenlang bij te leren over de do’s en don’ts van virussen groot en klein. Maar ik keek met evenveel interesse naar hoe Van Ranst meesterlijk in staat was om zijn mening te geven zònder de verantwoordelijke politici in de wind te zetten. De topprioriteit van nationale politici is om gezichtverlies te vermijden. De perceptie is het belangrijkste. Een frontale aanval op een nationale politicus werkt meestal contraproductief. Wie bij politici gehoor wil krijgen moet zijn boodschap vriendelijk doen landen. Van Ranst heeft op dat vlak een andere reputatie. Maar hij maakt afgelopen maanden duidelijk een verschil tussen de zéér vrij sprekende mens en de verantwoordelijkheidslievende viroloog. Zo ook vanavond in De Afspraak. Geen frontale aanval op de minister. Wel een helder betoog: “In deze crisis moeten we de ware virologische leer volgen. … Het aantal kilometers dat je fietst haalt niks uit.”

26maa20, Stropkaai

Gisteren maakte ik na een halve dag thuiswerk mijn eerste virusvrije wandeling met de teerbeminde. De zon scheen. Het advies na twee weken uitzieken was: bewegen. Vanavond maakte ik mijn eerste fietstocht doorheen de stad. Het viel telkens op hoeveel mensen er stappend of fietsend op straat waren. Het viel me nog méér op hoe àl die verplaatsingen te voet of per fiets per twee of per gezinnetje gebeurden. Ik zag geen enkele, maar dan ook geen enkele groep.

25maa20, Scheldekaai

Wat wel opviel: je kon het verschil zien tussen fietsers en wielertoeristen. Fietsers genoten van het weer, en van bewegen. Wielertoeristen genoten van het weer, en van snelheid. Soms ongepast (te) snel laverend tussen fietsers, wandelaars en joggers. Wat is het verschil tussen een sportieve loper en een sportieve fietser?

26maa20, Verlorenkost

Een sportieve loper verplaatst zich traag. Of heb jij al veel lopers vollen bak door de stad zien lopen? Daar kunnen wielertoeristen iets van leren. In een stad is trààààg de norm. Professor dr. Peter Adriaenssens hield in De Afspraak een grandioos pleidooi: “Wees wijs! En beweeg mee!” Fysiek èn mentaal bewegen is het belangrijkste. Alléén al dààrom herhaal ik zijn vraag om “de eindeloze quiz” – mag het 25 of 50 kilometer?- te stoppen. Geef de mensen die liever sportief fietsen de buiten. Laat ze niet rond de stedelijke kerktorens draaien. Bij sommigen is de afstand belangrijker dan de snelheid. En de specialisten zeggen: het is virusvrij gezond.

Bahamontes is een wielertijdschrift. Ze dropten vandaag een brief aan de minister op Facebook. Net als Van Ranst kennen ze hun wereld. Ze hebben – afgaande op onderstaande tekst- de kennis en empathie om te weten wat een politicus nodig heeft:

Beste meneer De Crem, liefste Pieter (ja, we blijven vriendelijk),

Laten we het eens over je recente woorden hebben. ‘Fietstochten van 50 kilometer kunnen niet meer.’ Eerst en vooral: neen, wij zijn geen virologen. En eigenlijk zijn zij het die over dit soort belangrijke, specifieke dingen moeten beslissen. Dus als zij ons straks zullen tegenspreken, leggen we ons daar meteen bij neer. (En eigenlijk nemen wij met Bahamontes sowieso niet graag standpunten in, zeker niet als er politiek mee gemoeid is, maar soms moet het dus een keertje.)

Maar toch al even een paar bedenkingen. Waarom zou een fietstocht van 50 km niet meer mogen? Verspreidt het virus zich sneller eenmaal het weet dat de houder zich buiten een bepaalde perimeter van zijn huis bevindt? En houdt het virus zich koest als je onder je eigen kerktoren blijft? Dat dachten we dus niet. Is het niet veel verstandiger gewoon strenger te zijn inzake het fietsen in gezelschap? Dat kan de politie ook makkelijk(er) controleren, want daar draait het, begrijpelijkerwijs, om. En dus: enkel nog ‘alleen gaan fietsen’ is toegestaan, of met iemand die onder hetzelfde dak woont (dat gaat de Corona-verspreiding wel degelijk tegen).

Maar alstublieft: laat ons blijven bewegen, laat ons blijven fietsen (en niet enkel rondjes onder onze kerktoren). En straf niet zij die zich aan de regels (willen) houden, maar zij die er hun voeten aan vegen.

Waarvoor dank! #ridealone #ridesolo #beatcorona #fuckcorona

Sportieve Groet,

De steeds alleen fietsende Adelaar

11dec19, Lady T

Lady T is een straffe madam. Om 14u19 stuurde ze ons dit bericht, gevolgd door “Nu ween ik echt“. 47 Whatsappberichtjes later stuurde ze om 20u20 deze tekst:

Volledig eens met Bahamontes. Als reactie op de uitspraken van Pieter De Crem vandaag, mijn persoonlijke beleving.
Outside is free. Fietsen is mijn vrijheid. Fietsen is momenteel nog meer dan anders mijn mentale en fysieke uitlaatklep, mijn manier om op te laden. Ja, voor mij is fietsen essentieel. Al is het gewichtig dat woord in de mond te nemen dezer dagen.
Als maatschappelijk werker binnen ouderenzorg is het de voorbije weken heel hectisch geweest. Corona is continu aanwezig en beheerst de volledige werking in het LDC en ons team. We doen alles om de meest kwetsbaren te blijven ondersteunen, in moeilijke omstandigheden.
Ik besef zeker dat ik niet de enige ben die hectiek ervaren heeft. Corona beperkt momenteel ieders vrijheid en geeft vele mensen zorgen. De fiets gaf me steeds de nodige zuurstof.
Na de oproep om te blijven bewegen en sporten vrees ik nu helaas een andere boodschap. Een strikte maatregel: fietsen in een bepaalde perimeter van de woonplaats. Maar zeg nu zelf, dit laat ons nog dichter op elkaar zitten? In ons volgebouwde Vlaanderen is er al weinig open ruimte. Vanuit de stad zal het moeilijker zijn om rustige wegen op te zoeken. Nog meer mensen op een kleinere oppervlakte.
Laat ons uitzwermen op onbevolkte wegen. Laat ons zuurstof en immuniteit tanken. En drive om verder te doen met deze strikte manier van leven. Ik ben de eerste om richtlijnen van social distancing te volgen, mijn sociale cirkel tot het minimum te beperken (mijn lief en mijn collega’s) en zoveel mogelijk in mijn kot te blijven. Het sociale aspect van het fietsen (met mijn geliefde Vitesse peleton) berg ik met pijn in het hart, maar evenveel inzicht in de noodzaak ervan, op. Maar deze uitspraken begrijp ik niet.
De beslissing moet uiteraard nog vallen, ik hoop op gezond verstand. Dit is mijn kleine persoonlijke boodschap in coronaland.

Straf, en helder. Daar word deze vader stil van.

Het wordt uitkijken naar de wetenschappelijke adviezen die minister De Crem opvolgt, en daarna helder en wetenschappelijk communiceert.

Gentbrugge (3)

Manman! Televisie is een sterk medium. Vergeef me deze open deur. Komt u binnen! Zet u, en kijk mee tv!

Wie Joris Hessels theater zag spelen bij Studio Orka, of plaatjes draaien in Radio Gaga wist al dat zijn stem en ogen -samen met bloedbroeder Dominiek Van Malderen- een rechtstreekse lijn hebben met de traanklieren van de modale medemens. En aangezien ik een modale medemens ben zorg ik ervoor om dan een zakdoek bij de hand te hebben.

Daarnet was het weer prijs, maar op een – pwiew!- onverwachts moment. Ongeveer hier:

Dat kwam binnen, zoveel loslaten in een paar seconden. En vooral: zo herkenbaar. Als ouder weet je teveel. Je wéét dat het gevaar begint aan de voordeur. Je weet in welk soort automaatschappij we leven. Het herinnerde me nogmaals aan de jaren dat mijn kinderen begonnen met alleen naar school fietsen. Mijn teerbeminde gebruikt het woord “voorzichtig” hoofdzakelijk aan de voordeur. Ook tegen mij. Veel draait om gedrag. En minstens evenveel draait om infrastructuur. Goede infrastructuur is bedacht door verkeersdeskundigen met diep inzicht in gedrag, en aangelegd door ingenieurs met diep inzicht in constructies.

“Gentbrugge” is strelende televisie. I loved it. Geen grammetje spanning of sensatie. Verhalen over modale medemensen. Gesprekken mèt modale medemensen. Eddy Wally, een lach. Liberia, een traan. Al ben ik over Gentbrugge 769% bevooroordeeld. Na 5 (of was het 6?) woonplekken in 9000 lokte de liefde me in 1989 naar het (toen) grauwste deeltje van Gentbrugge. Jarenlang had ik gefietst tussen de 3 torens van Gent, kop in de lucht, maar voor de liefde van Queen M trok ik volgaarne naar het grijze, lawaaierige rijk van de staalnetten: de Sas- en Bassijnwijk. Kleur was er taboe, want de staalverwerkende fabrieken gaven kleur prompt een grauwe tint. Lady L en Lady T groeiden op in dit “stedelijk herwaarderingsgebied”, en gingen in het hemelse Guldenmeersje naar de kleuterklassen van juf Marijke en juf Monique. Rechtover de kleuterschool stond het enige ècht mooie huis van de wijk. Op één van de heetste julinachten van 1994 werd lady S thuis in de Kerkstraat geboren. Maar we verkochten Queen M haar huis aan twee dames, staken de Schelde over, en gingen vijf straten verder wonen.

Anno 2019 gaat onze plooifiets voor onderhoud naar de fietswinkel waar tot begin deze eeuw een bankkantoor was. In dat kantoor tekenden we in 1995 onze hypothecaire lening. Op dat plein woont nu de Joris zie.

We hadden getwijfeld tussen de stad en het platteland. Het platteland zou betekenen: 2 auto’s, en véél kindertaxiritten. Het werd de stad. Lady S vroeg vorige week op fietstocht naar Bassevelde nog of we ooit overwogen hadden om op den buiten te gaan wonen. Ik vertelde het verleden. Zij vertelde hoe blij ze was dat ze in de stad was opgegroeid. Dat kwam prettig binnen. Even zalig is het dat steeds meer mensen bewust die stadskeuze maken. Elk op zijn/haar manier.

In “Gentbrugge” out Joris zich bijna nonstop als een fietser. Met de fiets naar de bakker. Met de fiets naar de crèche.

Daar is niks speciaals mee. Behalve dat dat in weinig tv-programma’s te zien is, want geen spanning of sensatie. Hier is het simpelweg: evident. Zoals bij steeds meer modale mensen. Benieuwd naar de komende weken “Gentbrugge”!

Meer lezen over Gentbrugge? Op Fietsbult verscheen in 2008: Gentbrugge (1), en in 2014 Gentbrugge (2).

Oh ja, nu we toch over Gentbrugge bezig zijn: deze namiddag zagen we dit Facebookbericht passeren:

Verse fietspaden (10): Hagelandkaai

De Hagelandkaai was voor fietsers altijd een “raar geval”, vaak ook een “gevaarlijk geval”. Het is een staduitwaartseweg die véél fietsers, véél auto’s en véél stadsbussen delen. Er staan prachtige knoerten van bomen. Er is de prachtige steltloper van Roa. Het zware verkeer deed en doet de kaaimuren geen goed. En het is er niet zo erg breed.

Als fietser zat je er op het einde vaak in de tang.

Bij de herasfalteringen van de bestaande verkeersassen denkt de Stad duidelijk na over hoe de algemene situatie kan verbeteren. De Rodetorenkaai en Hagelandkaai kregen vers asfalt, en daarna verse verf. De fietssuggestiestrook op Rodetorenkaai en Hagelandkaai bleef zoals voorheen, maar iets breder denk ik (ik moet toch vaker die lintmeter uithalen…):

06sep19, Rodetorenkaai

Jaja, u heeft gelijk… wat is hier nu “vers fietspad” aan? Niks natuurlijk.

06sep19, Hagelandkaai

De grote verandering zit in het tweede deel van de Hagelandkaai. De plaats van bus en auto werd omgewisseld, waardoor er voor fietsers letterlijk meer ruimte ontstaat:

06sep19, Hagelandkaai
06sep19, Hagelandkaai

Op het laatste stuk ga je als fietser mee inde flow van de bus.

06sep19, Hagelandkaai

Hoe fietsvriendelijk is dit nu? Het is nog steeds geen situatie om onervaren fietsers doorheen te sturen. Voor de huidige ervaren fietsers is het een grote verbetering. Auto’s moeten voorrang geven aan de bussen en de fietsers.

10okt19, Hagelandkaai

Enkel jammer dat de fietssuggestiestrook niet (zoals voorheen) doorgetrokken is tot aan het fietspad van de vooropstelstrook. Alles staat of valt met het rijgedrag van de buschauffeurs, die het niet àltijd makkelijk hebben met het STOPprincipe. Ik heb me lang het hoofd gebroken over de vraag hoe het komt dat dit niet vanzelfsprekend is. Waarom worden buschauffeurs sneller opgewonden / boos over (soms fout) gedrag van fietsers, en minder over (soms fout) gedrag van automobilisten? Is het omdat de bussen in de logica van de ganzen zitten, niet in die van de spreeuwen? Blijft het feit dat de “slotstrook” om de Dampoortrotonde te bereiken vlotter te bereiken is dan voorheen. Winst voor de dagelijkse fietser dus.

Blijft ook nog het zéér foute gedrag van een piepkleine minderheid van de automobilisten. Recent had ik op zo’n gedeelde rijstrook voor bussen en fietsers een bijna-doodervaring, en dat was làng làng geleden. Een auto vlamde me op zo’n rij en fietsstrook voorbij aan (ruwe schatting) 80 km per uur. Totaal onverwachts uiteraard, en op (naar mijn zéér subjectieve gevoel) een paar centimeter van mijn linkerarm.

10okt19, Koopvaardijlaan
10okt19, Koopvaardijlaan

Tja. Van deze zotten, verlos ons heer. Daar is zelfs geen ISA tegen opgewassen, hij zou enkel trager gereden hebben. Ik ben de man gepasseerd terwijl hij dan toch in de file aanschoof. Meestal durf ik dan het langzaamaan gebaar maken, maar met deze persoon die rijp leek voor professionele hulp hield ik me wijselijk in. De man schudde over gans zijn lichaam. Was hij ziek? Had hij wel een rijbewijs? Hoe lost een maatschappij dàt op? En nog 7.000 andere vragen, met daarbovenop het besef dat ik blij mocht zijn dat ik het kon navertellen.

10okt19, Koopvaardijlaan

Drie riksjas

Ik vond het een mooi beeld. Onverwachts links opduikend: drie riksjas op een rij. Klik. Klik. Klik. Klik. Klik. Vijf foto’s.

13sep19, Dendermondsesteenweg
13sep19, Dendermondsesteenweg
13sep19, Dendermondsesteenweg
13sep19, Dendermondsesteenweg
13sep19, Dendermondsesteenweg

De eerste foto’s voelen vriendelijk en luchtig. Drie riksjas kruisen mijn pad. Ze roepen herinneringen op aan TV-beelden van bejaarde mensen die de natuur weer kunnen voelen. De haren en de neus nog eens in de wind. Dankzij vrijwilligers. In een flits herken ik het logo van de Fietsambassade. Twee fietsers dragen een fietshelm, de derde niet. Op de achtergrond is vanalles te zien, waaronder een vrachtwagen. Niks aan de hand. Bij de derde foto trekken de kuiten van de fietsers de aandacht. De vierde foto voelt bizar anders, bijna documentair. De vrachtwagen is maar deels in beeld, maar domineert. Je ziet het onevenwicht tussen de zware vrachtwagen en de lichte riksjas. Je voelt het bijna fysiek. De wielen van de vrachtwagen trekken evenveel aandacht als de riksjas. De vrachtwagenchauffeur reed professioneel rustig. Op de laatste foto zie je dat de vrachtwagen ze dan toch ingehaald heeft, ver voorbij de bocht van het winkelcentrum. Een paar auto’s zijn aan het inhaalmaneuvre bezig. Ze houden afstand. Die vrijdagmiddag, 11u52, had ik nergens een gevoel van gevaar. Maar bij sommige foto’s wordt dat anders. Dan komen oude spoken langszij. Zo werken beelden over mobiliteit. Elke mens heeft zijn waarheid, en zijn demonen. En elke mens wil overleven. Ook bij het bekijken van foto’s.

Valtroost

Onlangs was het hier het jaarlijkse straatfeest. Ik besloot om niet nogmaals dezelfde foto’s te nemen. Niet nogmaals de uitgelaten vreugde van spelende kinderen. Niet nogmaals de verbazing dat een straat méér kan zijn dan een verzameling rijdende en geparkeerde auto’s. Niet nogmaals die kleine en zeer kleine kinderen hun plezier van het slalomfietsen. Niet nogmaals. Behalve die ene op haar loopfietsje. Wat een evidente souplesse:

31aug19, Toekomststraat

Het evenwicht houden op twee wielen is geen evidentie. Je moet het leren. Naast het kirrende plezier en de zoevende souplesse is er op elk straatfeest ook wel waterputdiep kindergekrijs te horen, annex bloederig geschaafde knieën. Lopers en fietsers vallen wel eens. Dat is een evidentie. Ook volwassenen. En op asfalt of beton komen daar piepkleine steentjes in de knie bij. Ergens in de fotokast zit een foto waarop ik als kind poseer op een pony. Eén knie is onzichtbaar. Alle aandacht wordt -willen of niet- naar de knoert van een rode vlek op de zichtbare knie getrokken. Asfalt op speelplaatsen is ongenadig. En maar lachen op de foto.

Soms zie je mensen vallen. Zomaar, denk je. Dan ga je helpen. “Gaat het?” is de meest gestelde vraag. “Ca Va?” is de onderkoelde versie daarvan.

16aug19, Kattepad

Als de mama net bezig is met valtroost zijn woorden overbodig. Mama is er. Lachen moet niet. Luid wenen màg. En mamas valtroost is de beste troost.

16aug19, Kattepad

T-shirtmens

Zou ik het durven bekennen?
Drie.
Twee.
Eén.
Ik ben een T-shirtmens.
De laatste 10 jaar heb hemden leren beminnen, maar versleten hemden worden vodden.
T-shirts met een glorieus verleden als vod gebruiken kan ik niet.
Er zijn er die ik amper draag, zodat ze niet verslijten.

Afgelopen week kocht ik 4 (vier) stuks.
Mijn teerbeminde zegt dan: “Wanneer ga de gij da allemaal dragen?”
Maar op mijn werk merken ze feilloos de nieuwe T-shirts op.
En wat blijkt?
Sommigen koppelen dat aan zelfstandigheid.
Want – zo beweren die T-shirtobservators (v) – niet alle mannen kiezen / kopen hun eigen kledij.
Ik dus wel.
En aangezien ik ook de was doe (èn de droog aan de draad, maar nièt de strijk!) zie ik de T-shirts langzaam maar zeker verslijten.
Tijdens de Gentse Feesten probeer ik een T-shirt te kopen bij Drukte.
Hij was een pionier.
Vraag me niet waarom: dit T-shirt heb ik twee maal.
En jawel, ik krijg soms T-shirts als cadeau.
En vraag me -nogmaals- niet waarom: vààk met een fiets op de borstkant, soms op de schouder of op de rug.
Er was ook het Volkswagenbusje op oranje achtergrond, made in Barcelona.
Gekregen op een verjaardag in het Zuiden van Frankrijk.
En: een scooter, al heb ik nog nooit met zo’n tweewieler rondgereden.
Die doe ik aan omdat mijn teerbeminde hem mooi vindt.
Daarnet nog vroeg ze of ik die dit weekend zéker wil dragen.
Want: a T-shirt of beauty is a joy forever.
Neem nu de T-shirts van Sfeerbeheer op Fly-Over:

16sep18, B401

Pure klasse!
Aan T-shirts merk je dat je -misschien!- een gelijkdenkende passeert.
Of zou de concentratie van fiets-T-shirts op en rond de verkeersvrije B401 toeval zijn?
16sep18, B401

16sep18, B401

16sep18, B401

16sep18, B401

16sep18, B401

Voor fietsfilosofie moest je op de Zeswijkse in Gentbrugge zijn:

16sep18, Arbedpark

16sep18, Arbedpark

Ter gedachtenis – Anita Foesters (1961 – 2017)

Anita Foesters (1961 – 2017)

Deze week heeft Anita ons bedroefd achtergelaten. Samen met haar partner Harrie Mol behoorde ze in de beginjaren tot de vaste kern van Perpetuum Mobile. Anita bleef liever op de achtergrond, maar leverde op originele manier -strijdbaar en verrassend- een niet te verwaarlozen bijdrage. Er was toen geen internet, geen sociale media en alles ging op papier. Anita zorgde voor de interne post tussen de leden van het zootje ongeregeld dat toen Fietsersbond speelde…

Zo hadden we ook een ledenblad, maar geld voor postzegels spaarden we liever uit. De oplossing kwam van Anita. Ze werkte in een autorijschool en met haar leerlingen reed ze naar alle adressen waar het boekje in de bus moest vallen. Wij vonden dat fantastisch. Zo was er in de strijd voor een betere fietscultuur in Gent tenminste één auto voor een nuttige reden aan het rondrijden.

Dat paste ook perfect bij het rebelse karakter van Anita. Ex-vrachtwagenchauffeur, nergens bang voor. Niet voor fascisten, niet voor kwade automobilisten. We missen haar enthousiasme en optimisme.

Anita Foesters (1961 – 2017)

Cycle Chic (2)

Onze drie dochters zijn mijn smaakpolitie.
Met grote regelmaat leggen ze een colleke van mijn hemd in de enige echte corrècte plooi.
Af en toe sturen ze me naar de kapper.
“Het wordt wel tijd hé, pappa?”
Daar hoort een kritische blik bij.
Schoenen worden gekeurd op hun hipheid.
Meestal afgekeurd.
Elk nieuw kledingstuk wordt uitbundig geevalueerd.
Streng maar rechtvaardig.
Ik heb leren hemden kopen.
Fashion!
Je merkt het.
Ik zou het nooit, maar dan ook nooit in mijn hoofd halen om blauwe schoenen te kopen.
Gelukkig is er het scherpe oog van mijn teerbeminde.
Deze zomer op verkenning in Freiburg (wat is mythe? wat is werkelijkheid?) belandden we in een grote schoenenwinkel.
Ik kocht er degelijke slippers in afprijzing.
My most beloved – die een hekel heeft aan verjaardagscado’s kopen- greep haar kans.
Een paar weken voor de Happy Birthday kreeg ik een paar hippe blauwe sneakers. (zeg ik dat correct?)
Uiteraard niet in afprijzing.
Hip is zelden een afdankertje.
Het was onze laatste vakantiedag… dus leve de extra bagage… .
En jawel: terug in Gent klonk uit drie jonge damesmonden bewonderend gefluit / “goed zo papa” / “amai papa, zo hip”, …
Mission accomplished.
De smaakpolitie kan weer een jaartje de boom in.

Dit alles om uit te leggen hoe weinig affectiviteit ik heb met Cycle Chic.
Bij de lancering een paar jaar geleden snapte ik er niks, helemààl niks van.
Ok, het was een kind van het grandioze Copenhagenize.
Maar moet onze fietsersbeweging hier nu mankracht en middelen in stoppen?
Ondertussen denk ik: Het antwoord is ja.
Pas na het lezen van (een deel van 🙂 ) TERRA REVERSA, De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid van Peter Tom Jones & Vicky De Meyere begreep ik hoeveel irrationele factoren hun invloed hebben op ons mobiliteitsgedrag.
Onhippe slonzigaards zoals ik hebben zo’n theorie nodig om de hipheidsfactor van fietsen te apprecieren.
Pas daarna begreep ik hoe groot de impact is van winkeletalages met hippe fietsen als decor.
Of modebladen met modellen op of rond glanzend blinkende fietsen.

Even blinkend als de retro racewagen uit de volgende -ahum- reportage/fotoshoot.
Modebladen verhogen de acceptatiegraad van gelijk wat.
Net als soaps zoals Thuis.
Tiens, wordt er in soaps gefietst?

Terug naar mijn blauwe schoenen.
Gisteren deed ik ze aan om te gaan werken.
Ik ben er zuinig op.
Zo mag het niet regenen.
Of mag ik geen werkdag hebben met veel stapkilometers.
En jawel, ook op het werk hadden twee female collega’s de schoenen prompt /onmiddellijk / tout de suite gespot.
Mèt loftrompetten.

De Fietsersbond doet tijdens de Week van de Mobiliteit een fotoronde van Vlaanderen om fietsers te fotograferen op hun cycle chicst.

21sep17, station Brugge

Donderdagmorgen was het station van Brugge hun decor.
Ook de fotografe van Cycle Chic had prompt mijn blauwe stappers in de lens.

21sep17, station Brugge

Dat paste zo mooi bij de Blue Bike.
Tja, dan kon ik toch niet achter blijven?

21sep17, Brugge

(G)een exotische diersoort

Ik fietste daarnet twee minuten op de Sint-Denijslaan en kwam 1) een geblokkeerd fietspad tegen, 2) zag een fietser net niet aangereden worden door een rechtsafslaande onoplettende camionettechauffeur en 3) werd vervolgens door diezelfde chauffeur klem gereden – ik fietste noodgedwongen bijna in het midden van de rijbaan omdat er op de fietssuggestiestrook een vrachtwagen stond te lossen naast een werf. De camionettechauffeur vond het niet nodig om te wachten tot ik gepasseerd was waardoor ik gekneld zat tussen camionette en vrachtwagen. Een nogal benauwd gevoel dus. Toen ik aangaf dat ik dat niet zo prettig vond riep hij dat mijn plaats op het fietspad was (het was niet eens een fietspad, en bovendien was de suggestiestrook geblokkeerd) en ook nog iets à la “fucking kutwijf”. Altijd leuk om te horen, op vrijdagochtend. Gelukkig scheen de zon.

Ik ben zeker dat elke fietser gelijkaardige dingen heeft meegemaakt, meer dan hem of haar lief is.

09mei17, Sint-Lievenslaan

Veilig en wel op mijn bestemming aangekomen, installeerde ik me met een uitstekende kop koffie en bladerde ik eerder achteloos door de krant. Mijn oog viel op een klein artikel met als kop “Termont vraagt politie op te treden tegen roekeloze fietsers” (DS, 26/05/2017). Nog maar net bekomen van mijn ochtendlijk fietsavontuur voelde ik me door die kop miskend als fietser, een beetje verwaarloosd zelfs. Wat met mijn veiligheid?! Ik begrijp dat als “steeds meer burgers klagen over roekeloze fietsers” de burgemeester hier, als hoofd van de politie, wil tegen optreden. Bovendien, laat er geen misverstanden over bestaan: ja, fietsers moeten zich aanpassen aan voetgangers. Stapvoets rijden in het centrum, afstappen in de voetgangersstraten of de parallelle routes nemen, dat is wat mij betreft niet eens een discussie waard. Maar, ik begin het er stilaan wel lastig mee te krijgen dat fietsers in Gent het imago krijgen van cowboys die zich van niets of niemand aantrekken. Sinds de start van het circulatieplan is het struikelen over kranten die berichten over fietsers die zich van niets of niemand aantrekken en denken dat de stad van hen is, terwijl het hier om een kleine minderheid fietsers gaat die de boel voor de grote meerderheid verpest.

Ik heb hier moeite mee niet alleen door hetgeen ik deze ochtend meemaakte – ik voelde me erg kwetsbaar op mijn fiets. Dergelijke krantenartikelen wekken ook de indruk dat Gent een fietsparadijs is en fietsers ondankbaar en verwend. Al deze verwijten zijn ook een slag in het gezicht van de groeiende groep ouders die zich elke dag met hun kinderen in de Gentse stadsjungle begeven (want ja, dat is het buiten de R40 op veel plekken nog steeds), van de aarzelende senioren die de (elektrische) fiets opnieuw ontdekken of de beginnende woon-werkfietser die zich zeer keurig gedraagt. Om nog maar te zwijgen over het onrustwekkend hoge aantal fietsslachtoffers in het verkeer.

Bovendien, fietsers blijven stigmatiseren bevestigt de veronderstelling dat het hier om een “apart ras” gaat, een rariteit, terwijl we het hier gewoon hebben over doorsnee Gentenaars die simpelweg de fiets kiezen om zich te verplaatsen van punt a naar punt b. Fietsen is geen uitzondering meer in Gent, geen subcultuur, maar gewoon erg mainstream. Fietsers zijn geen exotische diersoort waar een speciale behandeling voor nodig is. Daarom dit voorstel: willen we voortaan enkel nog weggebruikers op hun verantwoordelijkheid wijzen, en stoppen met vingerwijzen naar één groep bijzonder kwetsbare weggebruikers? En als het nodig blijft om fietsers aan te spreken op hun gedrag in de voetgangerszone, we met evenveel ijver automobilisten aanmanen om de zone 30 te respecteren?

(En o ja, mocht je je afvragen waarom die fietsers in Kopenhagen zich zo goed gedragen: it’s all about infrastructure.)

Onder de sporen

Afgelopen decennia heb ik geleerd om een project pas ècht te geloven als de schop in de grond gaat.
Krantenpapier is zeer verdraagzaam.
Een timing voor een werf is geen exacte wetenschap.
Het doolhof van de procedures staat niet in de Efteling, maar in het Stadhuis, of eerder in het Parlement / de Parlementen.
Maar kijk, als de Stad vorige week een dergelijk bord plaatst lijkt het menens:

26apr17, Bijgaardepark

Oh wat kijk ik hiernaar uit.
Ook al had ik op dit tunneltje gehoopt/gewenst/ gewild toen Lady L 13 jaar was en naar de grote school stadinwaarts trok.
We zullen het tunneltje met onze armen wijd open onthalen, luid een Gloria Halleluja zingend.
Het zal ons traject naar het Dampoortstation zoveel korter en veiliger maken.
Het zal mijn laatste gram chagrijn over een gebroken verkiezingsbelofte in 1994 helemaal wegspoelen.
Misschien vertelde ik dit verhaal ooit al op Fietsbultige manier.
We kochten ons huis in 1995.
Hat jaar daarvoor hadden we in verkiezingspropaganda gelezen dat er onder de sporen een veilige fietsverbinding richting stadscentrum ging komen.
En we geloofden dat.
Lady L ging in 1996 naar de lagere school in onze buurt, dus 6 jaar later (2002) zou die puberveilige fietsroute er zeker liggen.
Dachten we.
Zo werd ik een boze, angstige vader.
En werd ik een paar jaar later actief lid van Fietsersbond Gent.
Lady L, T & S fietsten naar de grote school & de nog grotere school langs het mottige kruispunt Forelstraat / Heernislaan.
Lady L is binnen 1 maand en 2 dagen 27 jaar.

Het wordt dus hopelijk / vermoedelijk 2018 à 2019, met dank aan het huidige stadsbestuur, en de schepen die het meent.
Een wandeling naar het stadscentrum via de Sint-Baafsabdij en Portus Ganda wordt zo een evidentie.
Ik hoop/verlang op een concept naar Nederlands model, waar fietsers en voetgangers niet gemengd worden, maar elk hun ruimte krijgen:

21apr17, Amsterdam Centraal

21apr17, Amsterdam Centraal

22apr17, Den Haag Holland Spoor

De toog van het internetcafé.

Humooooooooor.
Gentenaars lachen met alles.
Het editoriaal van HLN van 4 april begon ermee:

Om daarna het Circulatieplan 100% te steunen.
U leest het goed.
De hoofdredactie van Het Laatste Nieuws.
Jan Segers heeft het onder andere hierover:
Afgelopen weken hoorde ik nog die verhalen.
Hoe mensen uit de Ham met de auto op café gingen naar het Damberd, en als ze geen parkeerplaats vonden op de Korenmarkt doorreden naar Studio Scoop of de Vooruit.
Ook mijn teerbeminde ging zo uit.
Met de auto van de Willem Wenemaerstraat naar de Vlasmarkt.
Ik ben een deel van die autogeneratie, ik ken die romantiek.
Bij terugkeer van vakantie reden we soms met de auto eerst nog eens langs de drie torens.
Of eerst frieten eten bij Helga in de Zuidstationstraat, en dan pas naar huis in Gentbrugge.
Romantiek kan soms onnozel zijn.
In de Gentenaar van 30 maart beschreef Karel Van Keymeulen zijn eigen mobiliteitsverleden, een schitterend statement:

Een groot contrast met de onderbuikfabels van Zaki:

Elk zijn waarheid.
Ook op Facebook, de toog van het internetcafé.
Aan de toog valt veel positiefs of humor te horen/lezen:

Drive-in of schoolstraat

Schoolomgevingen halen het nieuws pas na een dodelijk ongeval. Dan lees je commentaren zoals deze. Deze column van David De Pue verscheen afgelopen winter in Frontaal, het driemaandelijks magazine van het Gents Milieufront.

Tussen mijn Gentbrugse huis en mijn Ekkergemse werkplek ligt een fietstraject van vijf kilometer, dwars door het stadscentrum. Geen verkeerslichten onderweg, maar wel een aantal kruispunten waar ik moet opletten niet van de straat te worden gemaaid door zwaardere jongens op de weg. Het Sint-Annaplein is zo’n plaats. Gelukkig hebben fietsende forensen het voor het zeggen in andere straten, zoals aan de Visserij, waar de rode loper voor hen is uitgerold. Daar blijven de wagens netjes achter de rijwielen.

Onderweg naar het werk kom ik voorbij een aantal scholen. De basisschool van Nieuwen Bosch, in de Tweebruggenstraat, is er één van. De school waar niet alleen de Gentse Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck, maar ook ondergetekende, hun eerste jaren onderwijs genoten. Een respectabele instelling die teruggaat op een nonnenklooster, waar de barokke kapel met haar sierlijk torentje nog van getuigt. Toen ik er in mijn grijs uniformpje rondliep stonden de laatste stokoude nonnetjes op het punt met Onze-Lieve-Heer te worden verenigd. Het was rond die tijd, midden jaren negentig, dat het schoolbestuur de onbezonnen beslissing nam een ‘drive-in’ aan te leggen. Sindsdien rijden auto’s af en aan op het schoolterrein, waarbij de mooie abdijtuin steevast wordt ontwijd. Het zorgt voor wat extra fijn stof in kinderlongetjes. Verrassend veel ouders komen er hun kroost met een luxewagen afzetten. Sommigen zelfs met een 4×4, alsof het Gentse stratennet er zo slecht aan toe is dat er rally’s op georganiseerd kunnen worden. Elke auto die van de drive-in gebruik maakt kruist het tweevaksfietspad van de Tweebruggenstraat tweemaal. Aangezien dit één van de drukste fietsassen van de stad is laat het gevolg zich raden: pure verkeerschaos. De website van de school vermeldt het volgende: ‘Voor de veiligheid en om alle parkeerproblemen te vermijden beschikt de school over een uniek drive-in systeem voor het afzetten en ophalen van de kinderen’. Uniek in zijn stupiditeit.

02dec16, Tweebruggenstraat
02dec16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat
21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat
21okt16, Tweebruggenstraat

21okt16, Tweebruggenstraat
21okt16, Tweebruggenstraat

01feb17, Tweebruggenstraat
01feb17, Tweebruggenstraat

Dat er anno 2016 wijzer over mobiliteit wordt gedacht bewijst de Montesorrischool Klimop in de Theresianenstraat, waar ik langskom net voor ik de steilste fietsersbrug van Gent, over de Coupure, moet bedwingen. De Theresianenstraat is een zogenaamde schoolstraat: rond het begin en het einde van elke schooldag wordt de straat afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Een vrijwillige ouder of leerkracht van dienst houdt het verkeer op de Coupure Rechts tegen als er fietsers of voetgangers de straat kruisen en de schoolstraat inslaan. Het is er niet enkel veiliger, maar ook beduidend gezelliger dan aan de schoolpoort van Nieuwen Bosch. Nadat de kindjes uitbundig de speelplaats zijn opgerend kunnen de ouders er gezellig bijpraten. Ik kijk uit naar het moment dat ook Nieuwen Bosch voor een ambitieus en bijdetijds mobiliteitsplan kiest.

Weerloos

Een mens die sterft in het verkeer… ik ben er steeds niet goed van.
Gisteren nog…
De site van de Gentenaar sprak over een fietster.
De politie ter plaatse sprak over een voetgangster.
Wat telt is dat een mens ten opzichte van een vrachtwagen weerloos is.
Ik wil geen uitspraken doen over dat ongeval.
De statistieken over personenongevallen zijn nog steeds huiveringwekkend hoog, dat weten we.
De manier waarop een massa mensen hiervoor de schouders ophaalt… ik snap het niet.
En het versplinterde beleid durft niet écht beleid voeren.
Bang voor de schouderophalers.
Anno 2016 vinden sommige partijen dat de evolutie traag moet gaan.
Liever trage evolutie dan traag verkeer?

Er is iets eigenaardigs aan de hand.
De onmeetbare kost van menselijk leed maskeert de meetbare kost van gemotoriseerd verkeer.
Het valt me -als intensieve verkeersobservator- op dat auto’s, vrachtwagens etcetera nonstop schade aanrichten aan het publiek domein.
In mijn hoofd spookt al een jaar het idee om een nieuwe blog te starten: autobult.
Elke dag één beschadigde lokatie.
Detailfoto.
Locatiefoto.
Stadsplan met pin.
Méér niet.
Elke dag.
Wie wil: start ermee.
Ik vraag niet liever.
Go.
Het vraagt een beetje tijd.
En een sterk hart.
Hieronder mijn oogst van 13 juli:

13jul06, Rooigemlaan
13jul06, Rooigemlaan

13jul06, Fransevaart
13jul06, Fransevaart

13jul16, Visserij
13jul16, Visserij

Voor alle duidelijkheid: ik heb persoonlijk niks tegen auto’s.
Ik rijd af en toe zelf met een rood werkpaardje.
Een auto kan een (zéér) handig werkinstrument zijn.
Er waren zelfs jaren dat ik genoot van autorijden.
Of beter: van de neveneffecten, zoals landschappen zien.
Muziek keihard beluisteren.
Meezingen.
Alleen zijn.
Nadenken.
En plots immens schrikken dat mijn handen een stuur van een camionette vast hebben.
Het prototype van verstrooidheid.

Een auto is een machine.
Net als een zaagmachine, of een boormachine.
Een auto is een rijmachine.
Een lift is een stijgmachine.
Ik ken méér mensen met angst voor een lift dan angst voor een auto.
Maar ze bestaan.
Onlangs nog: iemand die geslaagd was voor zijn theoretische proeven, die had leren autorijden, maar dan niet meer durfde autorijden.
Net zoals die goede vriend met fysieke angst voor een zaagmachine.
Wie geen grammetje angst heeft voor een zaagmachine doet domme dingen.
Idem met een auto.
=> Er zijn de èchte ongelukken.
Een kleine verstrooidheid met een groot effect.
– Ik ken twee professionals met een afgezaagde vinger.
Gelukkig ken ik niemand met een autowonde. –

=> En er zijn de dommigheden.
Snelheid is zo’n dommigheid.
In het vakjargon: onaangepaste snelheid.
Wie te snel een trap afloopt heeft een grotere kans op vallen.
Wie door een station loopt om een trein te halen heeft…
Wie aan 35 per uur over de Korenmarkt fietst heeft…
Dat zijn van die evidenties, en af en toe hoor je daar een anekdote over.
Bij ongevallen met auto’s zijn er geen anekdotes, maar drama’s.
De overlevingskansen bij frontale botsingen tussen voetgangers en auto’s zijn statistisch berekend op basis van de snelheid van het voertuig.
De kennis wordt verspreid.
En toch…
Laat die trajectcontroles maar komen.
Dit is een voorbeeld van de toekomst.

Tot slot: in Mol plaatsten ze deze paaltjes.
Soms kan je als wegbeheerder niet duidelijk genoeg zijn.

06jul16, Mol
06jul16, Mol

Of maak je een paal die niet weerloos is.
06jul16, Mol
06jul16, Mol

Laurens De Keyzer

Laurens De Keyzer is dood.
Wat een verlies.
De man ademde én beminde de stad Gent.
Als jongeling las ik de kranten in de bankkluizen op de Kouter.
Af en toe kocht ik de Gentenaar, en knipte menig artikel uit.
Interviews over 2 pagina’s, waw!
Zijn liefde voor deze stad sloeg over.
En zijn liefde voor kunst.

160414 (1)

Zijn bruisende schrijfstijl, in combinatie met de zwartwitfoto’s van Michiel Hendryckx, gaven me het gevoel in een wereldstad te leven.

Maar de man was allesbehalve blind.
Gent was en is een provinciestad, waar ook de Middenstand…
De man had als musicoloog een scherp oor, en als journalist een scherp oog voor medemens en zijn creaturen.
Tussen de lijnen door las je vaak mededogen met het fenomeen “mens”.
Ik sla het fotoboek “Over Gent” (1982) open, en lees “… De transithal van het Sint-Pietersstation is smal in verhouding tot de stroom uit sommige treinen. Daar hebben we vijf sekonden, of tien misschien, geluisterd naar de stappen van de forenzen. Naar scherpe klakken en lome stappen en haastige voeten en hoge hakken en geschuifel van rubber over steen, alles in één oogwenk verzameld en gekruist door echo’s van stemmen. …”

In november mocht ik op de koffie bij hem, op de Antwerpsesteenweg.
De man oogde licht vermoeid, maar niets deed me vermoeden dat het vreselijke K-monster in zijn lijf zat.
De gentleman in hem zweeg erover.
Ik was benieuwd naar zijn “gedacht” over het huidige Mobiliteits- annex Circulatieplan.
Hij noemde zichzelf ondeskundig, wat ik met de tekst hieronder in de hand tegensprak.
Maar hij bedoelde dat hij er niet genoeg mee bezig was om iets zinvols te zeggen.
Hij had een tegenvoorstel: hij wilde GMF en Fietsersbond interviewen.
Dat kwam er niet van.
Daarom -als eerbetoon aan zijn scherpe blik- hieronder het eerste deel van zijn commentaar uit oktober 1987 op het afschaffen van het Lussenplan, de eerste poging om het stijgende autoverkeer in Gent te “beheersen”.

151123 (26)

De lussen dood,
leve de lussen!
_____________
KOMMENTAAR

“De” handelaars hebben het dus gehaald. Het stadsbestuur krabbelt achteruit en heeft het lussensysteem simpelweg afgeschaft. Voorlopig, zo heet het. Opnieuw heeft de schrik voor de stembus en straat het gehaald op rationele motieven en politieke moed.

Opnieuw kunnen we dus met z’n allen staan stinken vanaf het Sint-Michielsplein tot Sint-Baafs, onze uitlaatgassen kwistig strooiend over de hoofden van de dagdagelijkse voetgangers, schoolgaande kinderen en toeristen. Opnieuw kunnen we aanschuiven tussen de honderden auto’s die iedere dag de binnenstad van Gent als doorgangsroute gebruiken. Opnieuw kan het openbaar vervoer zich met een slakkegang door Gent wringen.

Voetgangers, gebruikers van het openbaar vervoer, buschauffeurs, centrumbewoners, schoolgaande jeugd, ze hebben mondjesmaat hun gedacht gezegd, ze waren in de wolken over de frisse rust van hun stad, maar ze waren niet georganizeerd, niet gestruktureerd in een of andere dekenij. Dus kwam hun stem niet in aanmerking.

Al jaren droomt men in Gent van een mentaliteitsverandering.

Gent zou geen doorrijstad meer mogen zijn, de automobilisten zou men desnoods dwingen om honderd meter verder te parkeren dan aan de voordeur van hun bestemming. Het openbaar vervoer zou geherwaardeerd worden, de luchtvervuiling zou aan banden worden gelegd en de lussen zouden die mooie droom in stroomversnelling zetten. Het is een droom gebleven.

De vraag is: wat verandert deze “voorlopige” afschaffing aan de zaak? Kan men nu makkelijker naar de Veldstraat, de Langemunt, de Brabantdam, enzovoort? Ja, want nu kunnen we weer rechtdoor. Daarmee is over de toegankelijkheid alles gezegd.

Was het met de lussen ineens zoveel moeilijker om naar de Korenmarkt te rijden? Was het moeilijker geworden op of rond het Sint-Michielsplein te parkeren om naar de Veldstraat te wandelen? Was het zoveel moeilijker om naar de Hoogpoort te rijden? Was het moeilijker om vanuit het noorden van de stad het Justitiepaleis of de Kouter te bereiken?

Ja, want de auto moest een ommetje maken.

Maar woog dat ongemak op tegen de goede argumenten: de leefbaarheid van de stad, vlot openbaar vervoer, vrijwaring van een eeuwenoud historisch centrum, vermindering van stank, rem op het lawaai, veiligheid voor kinderen, noem maar op, goede argumenten om het princiep van het lussenplan te behouden, hooguit te verfijnen en vooral beter en strenger te organizeren.

*

De stem van de luidste roeper heeft het gehaald. Nochtans, het was een volstrekt demagogische redenering te stellen dat de lussen en zij alleen de schuld van een lagere handelsomzet droegen.

Een paar honderd mensen – waarvan niet weinigen zich bij ons fluisterend verontschuldigden omdat ze door enkelen “al te zeer onder druk werden gezet” – hebben niet alleen de politici maar ook een goed deel van de pers de stuipen op het lijf gejaagd, de schrik voor de kliënt, de kiezer, de lezer, de adverteerder.

“De” handelaars waren niet tegen de lussen, als er maar meer parkeerplaats kwam. Met de invoering van de lussen viel er echter geen enkele parkeerplaats weg (integendeel, de stad zorgde ervoor dat er links en rechts parkeerplaatsen bijkwamen). Het verband tussen lussen en parkeerplaatsen is dus niet zo duidelijk.

Hoe zou Gent eruit gezien hebben had Laurens De Keyzer deze kommentaar niet moeten schrijven?
Deze vraag kunnen we hem niet meer stellen.