Proefstalling

De Stad Gent probeert op het Wilsonplein een prototype van nieuwe stallingen uit. We hadden het er al over in de Fietsbult van 17 februari jongstleden: De Test. En ik beloofde om er nog eens te passeren met rolmeter en schuifmaat. Tja. Toen passeerde er een ingrijpend, dramatisch virusje. Hint: lees eerst de reacties onderaan die Fietsbult.

14feb20, Woodrow Wilsonplein

Op 21 mei trokken Winfried en ik anderhalvemetergewijs op onderzoek. Het nieuwe fietsrek stond er nog. We noemen het: Gent 2.0. Een toevallige toeschouwer – een voormalig architect die buisdiameters met het blote oog kon benoemen – vulde deskundig aan. Ons uitgangspunt: bij infrastructuur is de functie uiteindelijk zoveel belangrijker dan het design.

Winfried formuleerde het in de aanloop naar 21 mei als volgt:

De fietser wil naast veilige en comfortabele wegen ook deftige rekken bij bron en bestemming van de reis: Stabiel, dat de fiets niet omvalt of schuin komt te hangen en het wiel niet plooit. Breed genoeg om de buurfiets niet te ambeteren en diens kabels niet stuk te trekken en breed genoeg om de fiets te be- en ontladen. Met een plek om het slot flink vast te maken.

Gelukkig is er het Gentse Rek, niet het meest eenvoudige ontwerp, maar het voldoet redelijk goed aan de bovengenoemde eisen. Dat was niet van af het begin zo: het eerste ontwerp (GentseRek 1.0) had onderaan maar één buis in de lengte om het wiel te stabiliseren:

Dat bleek te weinig stabiel, het werden er twee buizen bij het GentseRek 1.1:

Kritiek is er maar één: Het rek is nog een de smalle kant, 57,5cm per fiets. Ook nu nog blijven fietsen met stuur en kabels in elkaar haken. Moderne stadsfietsen hebben vaak sturen met een breedte van 60 of meer cm all-in.

I totally agree. Ik daalde even de trappen af om een steekproefje te doen. De sturen van onze drie fietsen meten: 59,5 cm (een vlinderstuur), 63,5 cm (nieuwe elektrische citybike) en 63cm (oude klassieke Oxford-stadfiets).

Laat me hieronder herhalen wat ik in februari aan vormvereisten bij elkaar droomde, en hoe we het op 21 mei evalueerden:

– geschikt voor alle bandentypes, zonder dat de wielen plooien = vermoedelijk ok, net als bij model Gent 1.1 De wielbasis van model 1.1 is 30 cm, van het nieuwe model 2.0: 28 cm.

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

De maximale banddiktes zijn gelijk: tot 6,5cm.

– geschikt voor alle stuurtypes, zonder dat remmen of versnellingen schade oplopen = totaal niet ok. Model 1.1 is 247,5 cm lang. Model 2.0 is iets langer: 251,5, maar dat komt door de uitstekende buis van 3 cm lang. Dit probleem met de stuurbreedtes kan gefixt worden door een minder lange blok voor 4 fietsen te ontwerpen, of een langere blok voor de klassieke 5 fietsen. Op zoek naar breedtes van fietssturen lees ik hier:

Hoe breder het stuur, des te meer controle het stuur biedt –
maar het verlangt echter ook meer ondersteunende kracht.
Met name bij beladen reisfietsen of tandems is voor de
rijveiligheid een breder stuur zinvol. Natuurlijk is een breder
stuur ook minder aerodynamisch, bij snel rijden is er meer luchtweerstand.

Conclusie: brede sturen zijn veilige sturen. Degelijke fietsrekken maken dat de kabels hiervan niet stuk gaan, en veilige fietssturen veilig blijven. En het hoeft écht geen anderhalve meter per fiets te zijn. Minder dan de helft daarvan volstaat.

– geschikt voor fietsen met mandjes of bagagedragers voorop = ok, een verbetering! Model 1.1 is 88cm hoog. Model 2.0 is 81cm. 7 centimeter is een wéééreld van verschil. En zo is het meteen een beter turnrek 🙂

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

– diefstalvermijdend: fietsers moeten hun fiets vlot kunnen vastmaken met hun fietsslot. = ok. De beugelbuis van model 1.1 heeft een diameter van 4,3 cm. Bij de 2.0 is dat 3,3cm. Ook bejaarden of minder lenige mensen moeten dit vlot kunnen. = niet ok. Winfried vraagt terecht ook aandacht voor ruimte om te be- of ontladen. Daar had ik nog nooit aan gedacht.

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein
21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

– dè uitdaging voor het komende decennium: ook zware elektrische fietsen moeten vlot erin geplaatst en eruit gehaald kunnen worden. = niet getest. Alweer: ook door minder sterke / lenige mensen. Stupid me! Mijn teerbeminde is een ideale proefpersoon voor dit rek: ze kocht eind mei een elektrische fiets, met brede banden, en ze heeft rugklachten.

– Daarnaast zijn er natuurlijk ook de normen van de beheerder (de Stad dus): de look is belangrijk = over smaak spreken we ons niet uit. Het Gentse leeuwenkopje is schattig, en lijkt duur. Het kleur is het “Gentse stadsmeubilairkleur”.

14feb20, Woodrow Wilsonplein

… de robuustheid en weersbestendigheid (zeg maar: de duurzaamheid)= verf lijkt ons een fragiele factor, zeker voor mobiele elementen

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

Dat zag je ook bij de 1.1, maar het hoorde bij de robuuste look:

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

… het beheer lijkt het allerbelangrijkste criterium: handelbaarheid bij transport, stapelbaarheid, onderhoudsvriendelijkheid.

Het model 2.0 heeft nog een knappe verbetering. Tot nu toe werden “overburen” (twee identieke rekken kop aan kop) verbonden met een metaalband, wat vaak voor miserie zorgde. Eén slordige plaatsing, of één lompe fietsers die aan de rekken sleurde maakte het soms om zeep.

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

De mogelijkheid om een staaf tussen de rekken te plaatsen lost dat op:

21 mei 2020, Woodrow Wilsonplein

Zo blijven de rekken mooi op dezelfde plaats en afstand van elkaar… denken we toch.

Voor de buisdiameterfreaks: de onderbuis van de 1.1 is 4,3cm, van de 2.0 is dat 5,1cm. De “leeuwkespaal” is 8,1cm dik en 86,5cm hoog.

Er is duidelijk hard gewerkt aan dit ontwerp. Er zijn verbeteringen, maar helaas onvoldoende om state of the art te zijn. Op het einde van de evalutie concludeerden we: dit is nog teveel een model Gent 1.2, geen 2.0. Het is teveel compromis, zonder te gaan voor maximaal comfort van àlle fietsers, ook bejaarden / minder fitte fietsers.

We hebben alle begrip om een estetisch model historisch Gent te willen, maar voor ons is “het nietje” nog steeds het beste concept voor een vaste opstelling (mits voldoende afstand tussen de nietjes: eenvoudig, minder aanwezig, doorzichtig (dus geen afval- of bladerenverzamelaars), geschikt voor alle types fietsen, minder metaalverbruik, bejaardenproof, goedkoper. Kijk naar de honderden fietsen die op slot staan tegen een ballustrade langs Leie of Schelde. Dat zijn multi-inzetbare nietjes. 😉 Nadeel: een nietje is vlotter omver te rijden door, want minder zichtbaar voor een auto of vrachtwagen. De voordelen van model Gent zijn: robuustheid, multi-inzetbaar, ideaal voor grote volumes.

Een model Gent 2.1 met voldoende stuurbreedte voor 4 fietsen is een alternatief. Voor een fietsrek is de functie uiteindelijk zoveel belangrijker dan het design.

Eenzijdig

Vakjargon is vaak vreselijk. Vreselijk saai. Of vreselijk onduidelijk. Of gewoon: vreselijk. Want hoe kan je een ongeval rationeel analyseren zonder het immense emotionele gewicht ervan te bruskeren? Met vakjargon dus. Eén van die vaktermen is “eenzijdig ongeval. Tweezijdige ongevallen kennen we uit de strips. Of uit de film. Of -dagelijks- uit de krant. Frontaal. Of zijdelings. Of langs achter. Camion op camion. Camion op auto. Auto op auto. Auto op fietser. Auto op voetganger. Af en toe – steeds meer- fiets op fiets. Voetganger op voetganger gebeurt regelmatig, zeker in treinstations, maar haalt bij mijn weten nooit de krant. Behalve in de sportpagina’s: loper tegen loper. Het is vrij helder dat de spreadsheets van de overheid niet voorbereid zijn op de snelle evolutie van nieuwe mobiliteitsdragers zoals elektrische steps, monowheels, elektrische skateboards,…

30jul18, Achilles Musschestraat
10jun20, John F. Kennedylaan

Een eenzijdig ongeval is meestal een ongeval zonder drama, dus zonder nieuwswaarde. Vaak ook zonder getuigen. Het vreselijke drama van afgelopen nacht aan de Sint-Jorisbrug was een eenzijdig ongeval. 2 jonge mensen stierven.

De framing van het nieuws op 11 juni over de studie van fietsongevallen was bizar, maar daar ga ik nu niet op in, want ik heb de studie zelf nog niet gelezen. In 2018 was er al deze insteek vanuit Fietsberaad:

Vandaag beperk ik me tot de beelden van drie ongevallen, waarvan één ongeval heel zeker éénzijdig was.

30 juli 2018. Lady M en ik hebben net beslist om een plooifiets te kopen. Op weg naar het werk vind ik een man liggend op het wegdek. Zijn fiets ligt naast hem, een electrische plooifiets. Hij heeft zijn valhelm nog op. Een dame is hem reeds aan het helpen. Ze is arts, en woont een paar huizen verder. De ziekenwagen is onderweg. Ik kan nog helpen met een paar details, en vraag daarna of het ok is dat ik foto’s neem. Nog een paar mensen stoppen om te helpen. De man herinnert zich de val niet meer. “Plots lag ik er” zegt hij verschillende keren.

30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat
30jul18, Achilles Musschestraat

Half september wordt onze plooifiets geleverd. Als ik eind september op de Kernvergadering van Fietsersbond Gent vertel over het ongeval leer ik bij. Met kleine wielen is er een grotere kans op vallen dan met klassieke fietswielen, vertelt Jan. Het effect van een fietsbult in het wegoppervlak is bij kleine wielen groter. Hoe kleiner de wieldiameter, hoe groter het effect van een oneffenheid in het vloervlak. Logisch. Die parate kennis zat niet in mijn brein, en heeft mijn rijgedrag op de plooifiets beïnvloed. Het doet me vermoeden (niet weten) dat de man in de Achilles Musschestraat gevallen is door de combinatie van snelheid, kleine wielen en uitstekende waterdeksels. In de perceptie van de kop op VRT NWS: “Fietsers schatten risico’s verkeerd in”. De stelling van Wies Callens van de Fietsersbond is even correct: “Nieuwe fietspaden aanleggen is één ding, ze goed onderhouden is ook des te belangrijker.” En ik denk dat hier ook een taak weggelegd is voor de fiets- en andere wielenhandel. En aan ons allen, om putten en bulten te blijven melden.

30jul18, Achilles Musschestraat

Twee weken later. Ik keer vanop mijn werk met een stadsfiets terug naar Gent. Het fietspad is een jaar oud, en in goede staat. In het midden van het fietspad ligt een dame languit op de grond. Een meisje dat haar dochter kan zijn knielt naast haar. Er zijn voldoende mensen om te helpen, dus ik rij verder, en dwars de ziekenwagen. Even verder stop ik, en keer terug om toch 2 foto’s te nemen.

12aug18, Oude Vaartstraat, Beernem
12aug18, Oude Vaartstraat, Beernem

Ik begrijp niet hoe je hier kan vallen. In mijn fantasie zijn het onervaren fietsers. De gevallen dame zag er niet zeer fit uit. Maar ook dat is fantasie. Mijn teerbeminde is op haar ongemak als ze op de fiets niet met haar voeten aan de grond kan. Dat is haar zekerheid. Haar techniek tegen het vallen. Als fietsers naast elkaar fietsen en samen vallen is het een tweezijdig ongeval. Wat is het als twee fietsers naast elkaar fietsen, en één van de twee valt?

29 mei 2020. Ik doe een ronde langs de vijf fietswinkels in Drongen, en ben even langs de kant gaan staan om de kaart te consulteren. Twee giecheldames passeren me op de fiets. Een paar seconden later hoor ik gegil, zie ik ze vallen en neem ik in een reflex één foto:

29mei20, Deinse Horsweg

Ik twijfel of ik nu gegil of gelach hoor. Als ik in hun richting fiets blijkt het gelach te zijn. Ze hebben de slappe lach, ook als ik vraag of alles ok is. Niks aan de hand dus. Als ik ze twee minuten later al zoekend nogmaals passeer zijn ze – nog steeds lachend en giechelend- foto’s aan het nemen van elkaars schaafwondes. Hier is geen twijfel mogelijk: dit was een licht tweezijdig fietsongeval, dat nooit in een statistiek zal of moet landen. Zo zijn er tientallen per dag.

Het deed me denken aan 18 juli 2018. In juni 2018 waren de Parkbosbruggen plechtig geopend. We hadden voor gouverneur Briers, schepen Watteeuw en minister Weyts een cadotje voorzien: het boek “De Fietsrepubliek” van Pete Jordan. Maar de minister kwam niet. Als de minister niet naar ons komt, gaan wij naar de minister, dacht ik. Met het cadotje. Ik had om 10 minuutjes spreektijd gevraagd, en het werd 30 à 40 minuten. De man leek oprecht geinteresseerd, maar had het – tot mijn verbazing- steeds weer over de verantwoordelijkheid van de fietser. De verantwoordelijkheid van de overheid, zijn verantwoordelijkheid, ontweek hij in dit gesprek. In mijn visie moet een minister vooral focussen op hoe hij de situatie kan remediëren / verbeteren. Maar objectief klopt het natuurlijk: elke weggebruiker is verantwoordelijk voor zijn gedrag op de weg. Aan de overheid om te zorgen dat dat ook kan, en de focus 100% kan liggen op de verkeersveiligheid in plaats van op de staat van de weg. Perfect zal het nooit zijn, dat kan niet. Maar er is nog een immens groeipad.

Ik weet niet of er lokaal of nationaal degelijke statistieken zijn van alle fietsers en voetgangers die op spoed belanden, en wat de oorzaak is. Ik denk van niet. Objectieve data helpen om oorzaken te bepalen. En degeljke ongevallenanalyses. Pas zo is een degelijk nationaal mobiliteitsbeleid mogelijk.

6 dagen

We zitten met zijn allen in een maatschappelijk bad met als naam “fase 3”. Sinds maandag mogen we weer 100% reizen binnen de landsgrenzen. Toen ik deze bepakte en bezakte fietser aan de verkeerslichten inhaalde dacht ik prompt: “waarheen gaat ie?”

09jun20, Forelstraat

We kregen bij onze geboorte een tong, dus vroeg ik het hem. Zijn ogen blonken van plezier. “Ik kom juust thuis!” Hij zag het vraagteken op mijn gezicht, en vervolgde “De Ronde van België! 6 dagen! 600 kilometer!”

09jun20, Forelstraat

De fietsende joi de vivre sloeg rechtsaf, ik ging naar links.

5 minuutjes (2)

Covid-19 had veel effecten. Eén daarvan is dat wegenwerven stilvielen. Ambtenaren bleven aan het werk, maar de bouwfirma’s konden niet meer de weg op. Logisch gevolg: al die werven liepen vertraging op. Nog een logisch gevolg: ook de opstart van nieuwe wegenwerven liep vertraging op. Al die werven komen nu één voor één op gang. Daar bovenop is de Stad Gent druk bezig met een inhaalbeweging om het wegenpatrimonium te onderhouden en aan te passen aan de noden van vandaag. Tel daar ook de zéér zéér actieve putjesgravers van de nutsbedrijven bij, die voetpaden, fietspaden en wegen helaas vaak in minder goede staat achter laten… Plus de andere overheden die qua onderhoud ook flink wat achterstand hebben. Zo komen we aan een druk kluwen van wegenwerken, waar wij als gewoontebeesten soms verloren in rijden.

12mei20, Woodrow Wilsonplein / Lammerstraat

Toen begin mei de Lammerstraat dicht ging zonder een aankondiging op straat, en de wegenwerf rond de Sint-Lievenspoort een ongecoördineerde spaghetti van soms slecht aangeduide omleggingen werd sprong deze titel in mijn hoofd: 5 minuutjes. Als je ergens 100% zeker op tijd wil zijn: vertrek als fietser 5 minuutjes op voorhand. Dat volstaat. Het is de prijs die je als fietser moet betalen voor de vele fietsvriendelijke aanpassingen die er momenteel op komst zijn. Of om je niet als een zot op smalle voetpaden te smijten. Of om je niet te ergeren.

Ik weet het: momenteel heb ik makkelijk spreken. De kinderen zijn groot en zelfstandig. Na een periode van Covid-19thuiswerk en twee weken vakantie ben ik nu technisch werkloos. Geen dagelijkse tijdsdruk meer. Dat is voor velen onder u niet zo. En de fiets is voor velen hèt vervoermiddel waar je tamelijk perfect je reistijd kan mee timen. In een decennium van haperend openbaar vervoer en groeiende autofiles is dat een weldoende luxe. A propos: over dit thema kan je meer lezen in de Gentse blog Bike Gain – Fietswinst.

De afgelopen jaren groeide de praktijk om wegenwerven “op de crime scene” een week op voorhand aan te kondigen. Zo weten fietsers (die kunnen en willen lezen) bij voorbaat dat ze extra reistijd moeten inplannen. Soms verloopt dat schitterend, soms is het gewoon ok, soms is het -bewust of onbewust- vergeten. Een bloemlezing van signalisatie uit mei 2020.

De wegenwerf Sasstraat heeft aankondigingsborden:

01mei20, Sasstraat

—————————————————-

De werf Sint-Lievenspoort was en is een complex verhaal, met constant wijzigende situaties, dus ook moeilijk om goed te signaliseren. We kregen op 7 mei deze melding via messenger:

Dag Fietsbult. Ik ben vandaag, zoals steeds met de fiets gaan werken, van Merelbeke naar centrum Gent en terug. Ik reed via Ledeberg richting Zuid. Aan het kruispunt ter hoogte van het Keizersviaduct zijn ze al even aan het werken, er was een verandering/ omleiding voor fietsers. Echter vandaag zag ik tot mijn verbazing dat de hele overgang in de twee richtingen is afgesloten. Pats boem! De “omleiding” staat heel slecht aangeduid, ook mede -fietsers rondom mij raakten er niet aan uit. De “wegblokkade staat ook nergens op voorhand aangeduid zodat fietsers eerder voor een alternatieve route kunnen kiezen. Niet ok deze situatie. Ik had jammer genoeg vanochtend niet de reflex om foto’s te maken van de situatie. Ik stuur dit naar jullie omdat ik niet weet waar ik elders terecht kan met deze “klacht. vriendelijke groeten. Eva

Hier zouden simpele geplastifieerde plannen op A3 méér helderheid verschaffen, en kunnen mee-evolueren met de werf. Dit was een poging met de oranje borden:

16mei20, Jozef Horenbantweg

Het Nederlandse systeem (compacte rechthoekige gele borden met routes met een lettercode) zou hier helderheid kunnen brengen. “Onze” oranje wegomleggingspijlen zijn al te vaak meer symbolisch dan praktisch de weg wijzend. Helemààl 20e eeuws denken dus.

Het was duidelijk zoeken om het goed te doen:

07apr20, Sint-Lievenspoort

Terzijde: in tijden van social distancing wordt een mens zich méér dan ooit bewust hoe weinig ruimte er afgelopen decennia aan fietsers gegeven werd:

27apr20, middenberm Sint-Lievenspoort

Dat wordt op de Sint-Lievenspoort nu beter.

Wie als fietser komende vanuit de Zuid de verkeerslichten richting Sint-Lievenslaan wilde gebruiken moest aan de (noodzakelijk onderbroken) lichten rechtsomkeer maken…

01mei20, Hubert Frère-Orbanlaan

… om dan een omleiding te volgen die fietsers tweemaal de tramsporen liet dwarsen:

30apr20, Hubert Frère-Orbanlaan
30apr20, Hubert Frère-Orbanlaan

De praktijk om fietspaden waar er dagenlang niet gewerkt wordt af te sluiten is nog zo’n 20e eeuwse gewoonte die dringend op de schop moet:

01mei20, kruispunt Sint-Lievenspoort: Keizervest

In de praktijk is/was de Sint-Lievenspoort twee werven: de onderdoorgang kant Schelde, en de oversteekplaats kant Zuidpark. Wie weet: met twee verschillende werftoezichters? En wie weet: twee verschillende signalisatieplannen? Het lag er soms chaotisch bij:

11mei20, Sint-Lievenspoort

Het ergste leed lijkt geleden. Mei en april waren intense coronamaanden met honderden “nieuwe” fietsers en wandelaars. Het was dan ook best frustrerend om telkens weer verloren gereden fietsers op de Sint-Lievenspoort aan te treffen. In marketingtermen: het gebrek aan heldere signalisatie was pure antireclame voor het fietsen. De die-hards trekken hun plan, en zullen altijd verder blijven fietsen. De twijfelaars, de bijna-fietsers, krijgen soms de klop.

26apr20, Sint-Lievenspoort

De “ervaring” om vanuit social distancing de weg uit te leggen aan verloren gereden fietsers (zonder terreinkennis) zal ik niet snel vergeten. De ontreddering in hun verloren gelopen ogen veranderde steevast in een big smile.

(Ik probeer om je deze week het eindresultaat te tonen van de vernieuwde fietsverbinding Keizervest – Sint-Lievenspoort. Dat ziet er goed uit.)

—————————————————

Deze kortstondige werf op het kruispunt Burggravenlaan / Ottergemsesteenweg had bizarre signalisatie:

05mei20, Ottergemsesteenweg / Burggravenlaan

Positief: fietsers kregen er een doorgang.

05mei20, Ottergemsesteenweg / Burggravenlaan

Basisles voor àlle weggebruikers: enkel een verbodsbord rechts van jou heeft je iets juridisch te zeggen. De rest is decor, en kan -indien goed gedaan- helderheid verschaffen, maar heeft juridisch geen enkele waarde.

05mei20, Ottergemsesteenweg

————————————————————

Dit is nog een kortstondige werf zonder aankondiging vooraf, hier stadinwaarts:

07mei20, Forelstraat / Heernislaan

De fietsers staduitwaarts werden verzocht de wegomlegging te volgen langs het stuk R40 zonder fietspad, zo leek het toch:

07mei20, Heernislaan / Forelstraat
07mei20, Heernislaan / Forelstraat

————————————————————-

Deze werf op de Buitenring R4 kreeg een duidelijke aankondiging:

16mei20, Zwijnaardsesteenweg

Ik keek niet na of dit in alle fietsaanvoerrichtingen even helder is aangegeven. Is dit ok voor wie vanuit vanuit Zwijnaarde fietst?

————————————————————

Soms werd een werf keurig aangekondigd, en “passeerde” de werf pas een paar dagen later:

03mei20, Slachthuisbrug / Gebroeders Van Eyckbrug
05mei20, Gebroeders Van Eyckstraat

Dat is zoals het leven van ons allen is. Ook wegenwerkers kunnen onvoorziene omstandigheden meemaken. Of tijdsmarges nemen. Maar achteraf bekeken stond het bord op de foto van 3 mei in de verkeerde richting gedraaid. De werf zat tussen die twee borden in.

————————————————————-

Dit leek me een staaltje van “good practice” qua aankondigingen:

08mei20, Bunderweg / Wallebeekmeers

Een goede aankondiging, en ook een goede omleiding. Akkoord, dagelijkse Westerringspoorfietsers?

———————————————————–

Conclusie: niet alle werven verlopen op een heldere manier. Er is nood aan méér controle ter plaatse. De signalisatiefirma’s moeten ècht nog méér bij de les gehouden worden. Signalisatie is er niet om met verantwoordelijkheden te schuiven, maar – kan het meer basic?– om mensen de weg te wijzen. Pas als de signalisatie pico bello helder is zullen mensen ze ook gaan geloven. Het evolueert positief. Aan die geloofwaardigheid van signalisatie (waard om geloofd te worden...) is nog een paar jaar werk. Onze suggesties: méér geplastifieerde plannetjes op A3formaat, met daarop de wegomlegging. En meer gebruik van het Nederlandse systeem met gele borden. Want hoe vaak niet lopen omleidingen langs of door elkaar heen?

En: vijf minuutjes vroeger vertrekken maakt dat je zeker op tijd komt.

5 minuutjes (1)

Eerst het prioritaire nieuws: maandag 08 juni starten een paar wegenwerven die een aantal onder u 5 minuutjes (of meer!) zullen doen omrijden. Vertel het verder!

Het kruispunt Aaigemstraat / Rijsenbergstraat gaat dicht, wat voor sommige treinpendelaars of fietsers naar de Loop een omwegje betekent:

03jun20, Rijsenbergstraat

De jaagpaden langs de Bovenschelde gaan op verschillende plaatsen dicht:

01jun20, jaagpad Bovenschelde, Zwijnaarde

Het is bizar dat dit niet het Gentse regionale nieuws haalde. Deze (nodige) onderhoudswerken aan het jaagpad langs de Bovenschelde zullen een groot effect hebben op àlle soorten fietsgebruikers: sportieve, recreatieve èn de vele woon-werkfietsers. Volgens dit artikel is de werf (vermoedelijk) klaar tegen 21 juni. Twee weken omrijden dus, op verschillende locaties tussen Gent en Oudenaarde (en verder). Lees het persbericht van de Vlaamse Waterweg hier. Hetzelfde scenario – minder belangrijk voor de Gentse woonwerkfietsers- loopt op het jaagpad langs het Afleidingskanaal (tussen Landegembrug en de spoorbrug in Landegem).

De start van de onderbreking werd bij voorbaat ter plaatse gecommuniceerd. Zo hoort het! De dagdagelijkse pendelaars die kunnen/willen lezen weten het dus al.

01jun20, jaagpad Bovenschelde, Gavere

De persberichten / informatie op de website van de Vlaamse Waterweg zijn wat te beperkt. Detailkaarten van de omleggingen zijn welkom / nodig, daar pleiten we reeds een paar jaar voor. Dat telt trouwens voor alle werven te lande. Een eenvoudige geplastifieerde A3 op de plaats waar de omleidingen starten en waar de fietsstromen het drukst zijn volstaat. Zo kunnen vele fietsers zich beter oriënteren en organiseren (want denk vooral niet dat alle fietsers kaarten op smartphone gebruiken).

Lees ook 5 minuutjes (2) over de aankondigingen en signalisatie van wegenwerven.

Wereldfietsdag 2020 (2)

Wat zou de mensheid zonder taart zijn? Taart is iets om mee te vieren, of om mee te bedanken. Fietsersbond Gent deed mee aan de Wereldfietsdag 2020, 3 juni. Omwille van COVID19 kon de jaarlijkse fietsapplausactie rond 21 maart niet doorgaan. Fietsersbond Genk lanceerde daarom het idee om op de Wereldfietsdag fietsers met stoepkrijt een visueel applaus te bezorgen, bijvoorbeeld door korte berichtjes op het fietspad. Wij deden dit vanuit Fietsersbond Gent in Wondelgem (zie gisteren) en rondom Flanders Expo, om zo de honderden fietsende studenten een fietshart onder de examenriem te steken. En ze aan te moedigen om te blijven kiezen voor de fiets.

Maar we wilden op deze dag ook onze blijdschap tonen over de vele fietswerven die in Gent lopen. Daarom gaven we op 3 juni taart aan de aannemers van twee fietswerven: de herinrichting van het zwarte punt Sint-Lievenspoort (met een onderdoorgang en andere oversteekplaatsen) en de Louisa D’Havébrug over de Schelde. Het zijn werven waar Fietsersbond Gent samen met “Ledeberg Breekt Uit” (en anderen) jarenlang voor gepleit heeft. Door COVID19 liepen de werven (zoals àlle werven) vertraging op, maar van zodra het mogelijk was werden ze weer opgestart.

“Er wordt veel werk verzet om Ledeberg te laten uitbreken, en er zitten nog fietsprojecten in de pijplijn. Daar zijn we blij mee, zeker als het meteen ook veiliger wordt voor voetgangers.”

03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan
03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan
03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan
03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan

03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan

Dit deeltje van de werf Sint-Lievenspoort willen de werkmannen graag vrijdag klaar hebben:

03jun20, Dierentuinlaan / Sint-Lievenslaan

Streefdoel voor opening van de onderdoorgang van de B401 is 10 juli, de start van het bouwverlof:

03jun20, Sint-Lievenslaan
03jun20, Sint-Lievenslaan

De werf aan de Louisa D’Havébrug zal rond zijn tegen 1 september:

03jun20, Stropkaai
03jun20, Stropkaai

“Ons doel is: fietsen voor kinderen, volwassenen èn bejaarden comfortabel en veilig krijgen. Dat vraagt veel detailwerk.”

Meer hierover op AVS, HLN en De Gentenaar

Fietsrapport 2020

In oktober 2019 hield de Fietsersbond in samenwerking met Het Nieuwsblad en VSV (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) een bevraging over het lokale fietsbeleid. Velen onder u hebben ze ingevuld. Voor Gent waren dat 637 personen. De sterkte van zo’n bevraging is dat ze ingevuld wordt door mensen met fietservaring. De zwakte is dat je de beoordeling van de honderdduizenden die niet durven fietsen onmogelijk kan vangen.

We bekeken en vergeleken de uitslagen van de grote 12, de centrumsteden met meer dan 50.000 inwoners. Gent scoort daarin -als naar verwachting- goed, en dat verdient een applaus en dankjewel. Op de 15 vragen scoort Gent geen enkele buis. Dit is zo voor de 6 steden van de kopgroep: Kortrijk, Genk, Mechelen, Gent, Sint-Niklaas en Brugge. Daardoor weten we vooral wie er in deze categrorie zeker niet Fietsstad 2020 wordt: Leuven (1 buis) , Roeselare (2 buizen), Oostende (6 buizen), Hasselt (7 buizen), Antwerpen (ochhere 10 buizen op 15 vakken) en Aalst (ook ochhere 10 buizen).

Op Vlaams nivo bekeken geven de 24.394 fietsers die meededen aan de bevraging geen buizen. Dat moet je met de nodige relativiteit nemen, want bekijk de vele grijze vlakken:

Dat zijn allemaal gemeentes die uiteindelijk geen resultaten hadden, wat mij doet vermoeden dat er niet zoveel fietsers zijn. Minstens: weinig fietsers die meedoen aan deze bevraging.

Je leest er dus de gemiddeldes van de scores. Hoe scoort Gent ten opzichte van deze gemiddeldes? Is Gent ergens zwakker dan het gemiddelde? Nee. In twee aspecten zit Gent knal op het gemiddelde (“ik kan hier aangenaam fietsen”, en “Ook ouderen kunnen hier met een gerust hart fietsen”). Bij de andere aspecten scoort ze hoger dan het gemiddelde.

In de puntenvergelijking onder de 12 centrumsteden scoort Gent boven de 15 gemiddeldes (opgelet: dat is op basis van de rapporten, zonder rekening te kunnen houden met de individuele waarderingen).

In één aspect krijgt Gent de hoogste score van de 12 centrumsteden: “Als een straat (opnieuw) wordt aangelegd, wordt de infrastructuur ook verbeterd”. Gent heeft er 4,4. De volgende is Kortrijk met 3,8. Hier ligt duidelijk de grootste inspanning van Gent. Om deze superscore lichtjes te relativeren: de signalen die wij ontvangen uit Oostakker zijn anders. Daar valt nog veel recht te zetten. Bij “Deze stad moedigt fietsen actief aan” staat Gent tweede na de 4,5 van Kortrijk. Ook dit zijn superscores voor de schepen, het stadsbestuur en de administraties.

De laagste scores van Gent zijn de achillespezen van het beleid: een score van 2,8 voor zowel “Kinderen kunnen veilig naar school fietsen” als voor “Ook ouderen kunnen hier met een gerust hart fietsen”. Dat zijn meteen ook de enigste scores onder de 3. Hier heeft de stad, samen met de véél te véél andere administraties (op vooral Gewestelijk niveau) nog véél werk aan. Het vraagt een mindshift, ook bij de vele ambtenaren van goede wil. Al te vaak stelden we vast dat ambtenaren die reeds jaren zelf fietsen moeilijk die kinder- of bejaardenbril opzetten. Daarom dat wij al jaren hameren om vooral te focussen op de niet-assertieve / fitte fietser. In een complexe stadsmurenstad als Gent dragen zowel de vele Gentse stadsdiensten als De Lijn, Agentschap Wegen en Verkeer, de Vlaamse Waterweg, Infrabel, Monumenten & Landschappen, de Vlaamse Landmaatschappij, Aquafin, Farys, North Sea Port, Oost-Vlaanderen, (wie nog? ook de Gentse Politie, ook de buurgemeentes, ook de nutsmaatschappijen … ) hierin een (te) versplinterde verantwoordelijkheid.

De volgende twee laagste scores (een 3) gaan naar “Ik weet waar ik terecht kan met vragen en klachten” en “ik kan hier comfortabel fietsen”. Gentinfo is duidelijk nog niet bekend genoeg, of moeten we zeggen: slagkrachtig en efficiënt genoeg? Je kan louter bellen of mailen, en als je vanop een lokatie belt houden ze heel soms zelfs de boot af. En jawel: de decennialang opgebouwde achterstand qua wegenonderhoud (zowel bij Stad als Gewest), en de soms verkeerde materiaalkeuzes uit het recente verleden (de Hoogpoort, de Zonnestraat!) laten zich nog steeds voelen. Plus: de (al te vaak) ondermaatse prestaties van sommige aannemers, zowel bij Stads-, Gewest- Provincie- (bekijk de Dendermondsesteenweg) als Gewestwerven. Plus: het verwoestende karakter van de servosturen van bussen en vrachtwagens. Mobiliteit is complex, we weten het.

Wat we ook weten: Gent is na Antwerpen de stad met de meeste oppervlakte, met bovengemiddeld veel stadsmuren (welke doctoraatsstudent wil dat eens berekenen?) En – net als Antwerpen en Oostende- begunstigd met noodzakelijke maar te gevaarlijke tramsporen, daar is werk aan. Ondanks dat scoort Gent het hoogst bij de steden boven de 100.000 inwoners, en dus ook bij de (2) steden boven de 200.000.

Maar: conclusie! Gent scoort in uw beleving bovengemiddeld goed, en daar zijn we het mee eens. 🙂 Er is sinds het eerste Fietsplan uit 1993 heel veel werk verzet. En er is nog massaal veel werk om een echte Fietsstad te worden. Kinderen en bejaarden horen de norm te zijn: wat voor hen veilig is, is zeker veilig voor de anderen. Het blijft de goede kant opgaan. Dat merk je ook aan de perceptie:

Alle resultaten van Fietsrapport 2020 lees je hier. Beschouwingen lees je op de website van de Fietsersbond en ook in Het Nieuwsblad / De Gentenaar.

(U zal merken dat de eindcijfers tussen krant en Fietsersbond soms verschillen. Dat komt omdat in de persberichten die gisteren de deur uit gingen een rekenfout stond)

Twee mails: Groendreef

De coronaknip in de Groendreef deed u in uw mailbox kruipen.

Van: Harald
Verzonden: vrijdag 22 mei 2020 16:22
Aan: fietsbult@fietsersbondgent.be
Onderwerp: Tijdelijke werkloosheid fietstelpaal. Vissen is weer toegelaten.

Beste fietsbult.

Vanmorgen ging ik voor het eerst sinds lang naar de Vrijdagsmarkt langs de Groendreef.

Doordat de Groendreef nu een fietsstraat is, geniet de fietstelpaal van tijdelijke werkloosheid (foto 1).

Op de tweede foto kun je zien dat vissen weer toegelaten is.

Groeten,

Harald.

———————————————————–

Van: Frans
Verzonden: vrijdag 22 mei 2020 9:48
Aan: Fietsbult <fietsbult@fietsersbondgent.be>
Onderwerp: Groendreef


Fietsstraat Groendreef: « geknipte » knip, de confrontatie moet hard geweest zijn op een plek waar 30 het maximum is.

Voor Claudia

Het zou een titel voor een schlager kunnen zijn: “voor Claudia”. Maar het is een herhaling van de stelling van 20 mei: het is voor voetgangers en fietsers niet haalbaar om van de kant Antwerpsesteenweg naar kant Dendermondsesteenweg over te steken in één fase. Een fase is vakjargon van de verkeerslichtenmensen (21 letters).

Ik kwam terug van boodschappen, waardoor ik bij toeval nogmaals de Dampoort dwarstte. Vier foto’s van 20 mei 2020, 18u00:

20mei20, Dampoort
20mei20, Dampoort
20mei20, Dampoort
20mei20, Dampoort

Het blijft me verbazen hoeveel meer je kan zien op foto’s dan “in het echt”. Zo had ik niet gezien dat de fietser rechts een foto aan het nemen was van de situatie. Wilde hij het beeld vangen van de groen lichten aan boog 1 en 2, en het rode licht aan boog 3? Als ik het zo zie denk ik: die lichten zijn gewoon fout afgesteld, of er zit een computerfout in het systeem, of… of… waardoor de lichten van boog 3 niet meer synchroon lopen met 2 en 1. Misschien heeft Claudia nog herinneringen aan een synchrone periode.

In ieder geval: de voedselkoerier links haalt nipt het oranje licht van boog 1. De rechtse fietser ging daarna nipt door rood. Ik had vol rood. Voedselkoeriers zijn -kuchkuch- zelden trage fietsers. Misschien is Claudia een atlete.

Ik verzin nog een derde mogelijkheid: misschien zijn deze verkeerslichten op sommige momenten van de dag wèl synchroon ingesteld. In het vakjargon: de Claudiamomenten (15 letters).

24 letters

Dampoortoversteekbaarheid. 24 letters. Complex woord. Complexe inhoud.

04apr20, Dampoort

De Dampoort is een knooppunt voor voetgangers, fietsers, tram- trein- en busgebruikers, auto’s, camionettes en vrachtwagens. De schaarse boten tellen niet mee, ondanks het vele water. Een complex punt is hierbij een understatement.

04apr20, Dampoort
04apr20, Dampoort

Tot 1997 was de auto de onbetwiste koning van de Dampoort. Dat zou nog een aantal jaar zo blijven. De “voorlopige fly-over” over het water (de Napoleon De Pauwvertakking) verdween dan wel richting hoogovens (ergens in een kast zitten er zwartwit-foto’s van die afbraak), maar “huisbaas” Agentschap Wegen en Verkeer ging resoluut voor autodoorstroming als topprioriteit, daarin gesteund door De Lijn. De Stad wenste toen meer verkeerslichten, maar de huisbaas deed zijn zin. Akkoord, het werd er voor fietsers en voetgangers minder slecht. Vergeleken met de situatie ervoor was dit een wereld van verschil. Maar de Dampoort bleef, ook na een paar aanpassingen in april/mei 2003 (de aanleg van verkeersplateaus), een zéér zwart punt. De assertieven onder de fietsers trokken hun plan. De anderen bleven er weg, of bleven hun auto gebruiken. Want het volgende alternatief voor fietsers was (in het Zuiden) de Forelstraat of (in het Noorden) de Hogeweg, nog zo’n feestplek.

Bij de uitvoering van het Circulatieplan in 2017 draaide AWV de rollen op een schitterende manier om. De Stad kreeg de regie, AWV voerde (mee) uit. De gevraagde verkeerslichten aan Kasteellaan, Dok-Zuid en op de rotonde kwamen er, en – surprise!- het werd er na wat aanpassen, voor àlle weggebruikers veiliger en meestal ook vlotter. Een game changer.

Ok, wie er zijn ogen open houdt weet dat fietsterroristen het hier om de paar maanden in de vernieling rijden:

04apr20, Dampoort
04apr20, Dampoort
04apr20, Dampoort
04apr20, Dampoort
04apr20, Dampoort

Met het verplaatsen van toeristenbusparking (18 letters) werd de rotonde omheen de zwaaikom een beetje veiliger. Of alweer: wat minder onveilig. Maar ik vrees dat dit nog steeds de enige autoparking is met een soortgelijke in- en uitrit op een rotonde met fietspaden, en dan nog vlak nà een kruispunt. Het is wachten op aangekondigde drama’s.

04apr20, Dampoort

Blijft nog de verkeerslichten naast de bogen. Doorsnee voetgangers haalden (bij mijn weten) de overkant nooit in één beweging.

12mei20, Dampoort

Voor wie niet goed te been is was en is dat geen pretje. Fietsers die er voor het eerst komen, trage fietsers, kinderen en bejaarden halen het ook niet, tenzij ze bij het laatste licht door rood gaan. Gevolg: al die voetgangers en fietsers staan er op een smalle plek tussen het autoverkeer. En nog erger: dit is een immense stadsmuur, waarbij gebruikers van openbaar vervoer een middelvinger krijgen. Overstappen van de bus naar de trein? Neem dan maar een zéér ruime tijdsmarge. Volgens AWV wilde De Lijn er vooral een vlotte doorstroming van autoverkeer, zodat hun bussen minder in de file stonden. Een paradox, want daardoor moesten hun reizigers op weg naar de trein dan maar halfweg aan het verkeerslicht wachten.

Oplossing” één is al x aantal jaar oud: het verkeerslicht in de vierde boog, waar de bussen van De Lijn stadinwaars rijden werd weggehaald. Werd het een oplossing? Nope. “Oplossing” twee dateert van vorig jaar : de versleten sturing van de verkeerslichten werd vervangen. Helaas, dit is op 12 mei, 15u42, nog steeds de realiteit:

12mei20, Dampoort

12mei20, Dampoort
12mei20, Dampoort
12mei20, Dampoort
12mei20, Dampoort

Er is een woord voor: fietsontradend. 15 letters. En simpel.

Telkens weer vraag ik me af: hoe zouden de Denen of de Nederlanders dit – naar Vlaamse normen onoplosbare – aanpakken?

Briefje aan mevrouw De Beule

Dag mevrouw De Beule,

We kennen elkaar niet, en toch schrijf ik u een briefje. U schreef namelijk afgelopen week een rustig Facebookberichtje :


Ik lees drie bedenkingen:

  1. u hoopt dat de stallingen gebruikt zullen worden
  2. u vindt het visueel storend, een esthetische kwestie
  3. u pleit voor ondergrondse fietsstallingen

Ik kan u alvast geruststellen. De keren dat ik er passeerde werden de rekken op de foto goed gebruikt. Wat meer is: het overwegend jonge Albert Heynvolkje vond telkens vlot de weg naar deze fietsrekken.

12mei20, Korenmarkt
12mei20, Korenmarkt

De bedoeling van de rekken lijkt me duidelijk: koning voetganger plaats geven. Ook wij van de Fietsersbond vinden dat de voetganger de allerbelangrijkste weggebruiker is. Daarom is het STOPprincipe zo belangrijk: éérst Stappers, dan Trappers, dan Openbaar vervoer, dan Privé gemotoriseerd vervoer. We zijn allemààl voetganger. Het is ook het recht van de zwakste. Het is nog een lange weg te gaan voor deze volgorde onze straten zal domineren, maar deze tendens is in coronatijden via het groeiend fietsverkeer méér dan ooit wereldwijd leesbaar. Terzijde: als u even tijd heeft, lees ook dit knap artikel in de Tijd over gedragsverandering. Citaat: ‘Eigenlijk is het wonderbaarlijk hoe goed mensen zich tot nu toe aan de lockdown hebben gehouden, als je weet hoe lastig het is het gedrag te veranderen. Kijk maar naar de ervaring met rookpreventie en verkeersveiligheid.’

U hoorde afgelopen week in de radio en tv-journaals ongetwijfeld ook honderden keren het woord “circulatieplan” . We waanden ons even in 2017, met dàt verschil dat de autogewoontemensen nu niet protesteerden. Winkelstraten kregen éénrichtingsverkeer voor voetgangers, en dat werd met grote middelen duidelijk gemaakt. Dat alles om om de Gentenaars en anderen die dat wensen coronaveilig te laten winkelen, en zo de Gentse Centrummiddenstand te ondersteunen. Zolang het nodig is. Die stallingen zijn een deel van dat verhaal. Uiteraard zijn ze tijdelijk. De pleinen zijn er normaal gezien voor andere doeleinden. De stallingen zijn de evenementenstallingen, bij gebrek aan evenementen momenteel werkloos. De winkeliers hopen op veel klanten voor korte aankopen, op Gentenaars dus. En sinds half maart is het fietsgebruik in Gent alweer ferm gestegen. Ook al zijn massa’s studenten niet meer op kot, maar in het kot van hun ouders, je ziet dat Gentenaars groot en klein véél meer fietsen. Dat zie je gewoon in het straatbeeld. Logisch dus dat de Stad voor meer stalingen zorgt. Het voordeel van die evenementenstallingen is dat ze vlot verplaatst kunnen worden. Ik zie dit type in meerdere steden flexibel de ronde doen. Ze zijn snel op- en afgebouwd. In Gent kennen we ze onder anderen van op de Gentse Feesten en bij de thuismatchen van AA Gent:

22dec19, Ghelamco Arena

Houten fietsen met een dik stuur passen er niet in:

22dec19, Ghelamco Arena

Ik heb geen flauw idee hoe alles komende maanden gepland is, maar ik vermoed dat de Fietsambassade zal kijken waar deze extra stallingen gebruikt worden, om dan plein per plein te evalueren of ze er in coronatijden beter blijven, of elders ingezet worden.

Zijn deze stallingen mooi? Laat me eerlijk zijn: ik heb niks met de esthetica van fietsen of auto’s. Ik vind deze stallingen even lelijk als een doorsnee fiets, auto of bus. Wat Albert Heyn in de Pakhuisstraat aan winkelmateriaal parkeert spant de kroon qua lelijkheid.

Deze tijdelijke stallingen zijn dus niet mooi, wèl functioneel. Een gestalde fiets op zich is zelden of nooit mooi. Een geparkeerde auto is meestal spuuglelijk, en neemt immens veel plaats en visualiteit in. Deze stallingen stuctureren, en vermijden valpartijen zoals deze:

22dec19, Ghelamco Arena

Het valt op: van zodra er bij evenementen stallingen te kort zijn gaan fietsers zoals linksboven op de foto bijna organisch verder rijtjes vormen. Op de pikkel. Daarom ook dat ik fan ben van de “pikkelstallingen” op de Korenmarkt. Sommige companen van de Fietsersbond zijn het daar niet mee eens. Ze vinden ze vaak rommelig. Een paar nietjes kunnen er voor meer structuur zorgen. En zouden het domino-effect bij valpartijen kunnen milderen. Een fiets op de pikkel met fietszakken achterop kan véél wind vangen, en tientallen fietsen in zijn val meenemen. Wat mij vooral stoort is dat de pikkelstalling aan de Post amper zichtbaar is… door een veel te dominant terras. Dit is wat een fietser ziet als hij aankomt bij de Albert Heyn:

12mei20, Korenmarkt

Een fraai beeld is het niet. Wat zien we? Hoogst esthetische vuilnisbakken. Een terras dat buiten de openingsuren op een hoogst esthetische manier “gestald” wordt, en dat nu al twee maanden lang. Plantenbakken die de looproute tussen de pikkelfietsenstalling naast de Post en de ingang van de Post en van Albert Heyn volledig blokkeren, en dat al jarenlang. En het ergst van al: een terras dat alle voetgangers op een smalle looplijn richting tram duwt. Het gaat er zo grof aan toe dat het terras de blindengeleiding inpikt. Dit terras is dus véél te ruim geschapen. Het zou prettig zijn mochten gemeenteraadsleden oog hebben voor zo’n belangrijke zaken.

Aan de andere kant zien we dit:

12mei20, Korenmarkt

Maar u heeft gelijk: er zijn véél meer inpandige of ondergrondse stallingen nodig. Die zijn er ook al, maar dan alleen voor auto’s. Hopelijk pleit u met ons mee om een deel van die parkeergarages toegankelijk te maken voor fietsers. In Brugge is dat reeds het geval in de grote ondergrondse parkeergarage aan ’t Zand:

10okt18, ’t Zand, Brugge
10okt18, ’t Zand, Brugge

Tot slot: het lezen van sommige buldozerreacties op uw rustige Facebookpost deed mijn maag geen deugd. Wat is partijpolitiek toch een feest! De reacties deden uw rustige analyse kantelen naar klassieke Facebookemoties. Maar dat konden we na het artikel in de Tijd wel voorspellen: ‘Daarom is het zo moeilijk mensen te overtuigen met argumenten. We zijn vatbaarder voor informatie die onze overtuiging bevestigt. En we halen onze informatie niet enkel bij de overheid, de media of de wetenschap, maar ook op sociale media en in onze omgeving. Wat die omgeving zegt en doet, heeft doorgaans veel meer invloed dan wat experten zeggen.’

Met vriendelijke groeten,

Yves