Open brief aan minister Weyts

Geachte minister Weyts,
CC aan uw voorgangers Crevits, Peeters en Van Brempt,

Men zegt: politiek is het georganiseerde meningsverschil.
Mobiliteit is anno 2018 nog steeds de Belgisch georganiseerde onveiligheid.
Het georganiseerde meningsverschil, waarvan u een hoofdrolspeler bent, maakt dat het aantal fietsdoden niet drastisch daalt.
2012: 58
2013: 56
2014: 58
2015: 56
2016: 54
2017: we vermoeden een gelijke trend.
Bron: Het Laatste Nieuws, mei 2017.

16mei17, HLN

Morgen, zaterdag 24 februari, wordt alweer een slachtoffer begraven.
Nikita Everaert is het zoveelste slacht-offer op het altaar van de autodoorstroming, de file-angst.

Het debat in Terzake donderdag 22 februari was helder.
De vraagstelling vanuit VIAS was eenvoudig: hoeveel zijn we als samenleving bereid om op te offeren om het verkeer veiliger te maken?
Daarop hoorden we geen ministrieel antwoord.
We loven uw oproep tot doortastenheid.
U heeft gelijk over de procedure-overkill.
Die opkuis is een taak voor het Vlaams Parlement.
De oppositie looft u -terecht- voor uw vaste en mobiele trajectcontroles, voor de verstrenging van rijopleidingen.
Dat zijn goede zaken voor de statistieken van verkeerslachtoffers.
Èlk leven telt.
Maar de daden om met evenvéél slagkracht de cijfers van fietsdoden naar beneden te krijgen ontbreken.
Het gaat al jarenlang véél te traag.
Zo is 70km per uur mogen rijden vlak naast een smal moordstrookje -vakjargon van ambtenaren voor de betonnen fietspadstrookjes op Gewestwegen- nog steeds te snel.

We willen u vragen om volgende week aan tafel te zitten met professor emiritus Miermans.
We willen u vragen te luisteren naar zijn argumenten (zie De Standaard 22 februari)
“Veiligheid ernstig nemen, betekent absolute snelheidsverlaging, geen afslagstroken, geen bypasses. En verkeerslichten zo regelen dat ze echt conflictvrij zijn. Dat een fietser nooit geconfronteerd wordt met afslaande wagens.”

Uw theorie is: je moet mensen verleiden om te fietsen.
Uw PR-budget kan nooit – nooit op tegen de verleidingsbudgetten van de auto-industrie.
We willen dat u vooral veiligheid creëert.
Dat is de enige valabele verleidingstruc.
Elke fietsdode jaagt honderden verleide mensen terug de auto in.
“Mijn kinderen mogen niet meer fietsen. Ik breng ze vanaf nu altijd met de auto.” lezen we in de kranten, en horen we rondom ons.
Politicus is een harde job.
U kan nooit voor iederéén goed doen.
Bagger is uw deel.
U kan kiezen tussen de woede van nabestaanden van slachtoffers, of de woede van de mijn-auto-mijn-vrijheid-strijders.
We verwachten van u als minister en van àlle beleidsmakers te lande twee zaken:
zorg voor fietsverkeersveiligheid
– zorg dat snel méér mensen durven fietsen.
Het Gentse Circulatieplan binnen de R40 toont dat moedige keuzes maken rendeert.
Hoe méér mensen er fietsen, hoe méér plaats er overblijft voor wie de auto ècht nodig heeft.

Én-én-beleid in mobiliteit creëert stinkende wonden, nieuwe onveilige situaties.
Het roer moet om, ook bij de steden en gemeentes.
Zo bouwde de stad Gent afgelopen decennia Oostakker uit tot een Amerikaanse slaapstad, met amper fietsinfrastructuur.
Als Gent het meent met zijn fietsbeleid, dan zijn er voor elke deelgemeente nog vele Circulatieplannen en keuzes nodig.
Minister Crevits beloofde dat na een grote inspanning in autowegen de gewestwegen aan de beurt zijn.
We zien dat de allergrootste financiële koek nog steeds naar autostrades gaat.
U klaagt dat u uw fietspadbudgetten niet uitgegeven krijgt.
Fietsersbond Gent overhandigde u op 17 juni 2016 een schaar en een lijst met mogelijke investeringen.
In de lijst staan flink wat zaken waarvoor enkel mankracht en middelen nodig zijn.
We willen bij deze lijst graag tekst en uitleg geven.
Want wachten op integrale (her)aanleg is wachten op het volgende dodelijke slachtoffer.

19feb18, Antwerpsesteenweg

De kennis om kruispunten 100% conflictvrij te maken bestaat.
Volgens sommigen is er binnen de Vlaamse administraties en studiebureaus onvoldoende mankracht aanwezig om snel overal slimmere verkeerslichten uit te rollen.
We nodigen u uit om Nederlandse studiebureau’s onder de arm te nemen.
Een nuchtere, frisse kijk op de zaken.
A is a, en b is b.
Veilig is veilig.
Onveilig is onveilig.
U heeft er budget voor zegt u.

We vragen om de plannen voor het vervloekte kruispunt in Oostakker aan een Nederlandse specialist voor te leggen.
We eisen garanties op de fietsveiligheid èn op de fietsvriendelijkheid van het ontwerp.
Met Fietsersbond Gent bouwden we de afgelopen jaren een traditie van dodenwakes, en ghostbikes.
We zijn de sussende woorden beu.
Afgelopen jaren bouwden we een oorlogskas.
Die is groot genoeg om op onze kosten een Nederlandse specialist te betalen.

Waarde minister,
doe alsjeblieft àlles – àlles wat kan om fietsdoden te vermijden.
Aan u de keuze: handelt u komende maanden als een minister, of als een staatsman?

Yves De Bruyckere
Penningmeester Fietsersbond Gent

Geacht parlementslid, komma

Geacht parlementslid,

Onderstaande mail stuurden we naar de huidige minister van Mobiliteit.
Mogen we u vragen de open brief waarvan sprake door te nemen? (link: hier)
Als parlement heeft u uiteraard invloed op deze materie.

We wensen u een ambitieuze en fietsvriendelijke bestuursperiode toe, waar over alle partijgrenzen heen het STOP-principe het uitgangspunt is.

Namens Fietsersbond Gent,

Yves

_____________________________________________________________

Onderwerp: Fietsbult
Datum: Mon, 22 Sep 2014 00:10:32 +0200
Van: Yves
Aan: kabinet.weyts@vlaanderen.be, ben.weyts@vlaanderen.be
CC: Kernleden van Fietsersbond Gent , kabinet.crevits@vlaanderen.be, kabinet.bourgeois@vlaanderen.be

Geachte heer minister,

U kent ongetwijfeld de Fietsersbond.
Na de verkiezingen van 25 mei verscheen op Fietsbult, de blog van Fietsersbond Gent, deze “Open brief aan meneer de mevrouw de nieuwe minister van Mobiliteit”.
Deze brief vond grote weerklank in de sociale media, en is uiteindelijk voor u bedoeld.
De week van de regeringsverklaring leek ons het gepaste moment om u deze te bezorgen.

.
.

Afgelopen eeuw zijn onze steden exclusief uitgebouwd rondom het fenomeen “auto”.
Komende jaren wordt het buigen of barsten.
Die kronkel van de geschiedenis corrigeren kost handenvol geld en voldoende mankracht / ambtenaren.
We verwachten dat de door u gewenste modal shift zich tijdens uw ministerschap in de investeringsverdeelsleutel voor onze wegen vertaalt.
Investeringen in fietsinfrastructuur en OV zullen vooral rond de steden op korte termijn renderen.
Het ongeduld bij de mensen hieromtrent is groot.

Mocht u de Gentse situatie per fiets willen aanschouwen, steeds bereid…

Namens Fietsersbond Gent,

Yves

Het STOP-principe in het klad

Vorige week was ik als fietser op het Nederlandse waddeneiland Schiermonnikoog, dat is een autoluw eiland waar vreemd genoeg heel wat personenwagens, bestelwagens en taxi’s rondrijden. En toch was dit op geen enkele manier storend.

Hoe dat komt?
Eenvoudig: het STOP-principe is in Schiermonnikoog niet vrijblijvend, het is daar realiteit. En ook in de meeste Nederlandse steden ‘aan wal’ blijkt dat concept keurig ingeburgerd.

Dit mobiliteitsprincipe (dat stappers en trappers voorrang geeft op openbaar vervoer en personenwagens) werd hier in Vlaanderen ondermeer opgenomen in VIA (‘Vlaanderen in Actie’ – Pact 2020) maar blijkt in praktijk een knipoog naar wijlen Gaston Eyskens. Die vergeleek principes met scheten: iets om zolang mogelijk op te houden in gezelschap om nadien fijntjes los te laten als niemand het merkt.

Kijken we naar Gent: in die stad is het STOP-principe dode letter. Het (openbaar) vervoer krijgt er meestal voorrang op stappers en trappers (schrijnend voorbeeld: het beboeten van fietsers in de Kortrijksepoortstraat). Maar zelfs in de autovrije kuip van Gent ben je als fietser of voetganger niet veilig voor bussen en trams. Als politieke leek komt het mij voor dat een mobiliteitsbeleid van een Vlaamse stad zich heeft te schikken naar de grillen van De Lijn, onder goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Schepen Filip Watteeuw rest nu nog 4 jaren om mij daarin tegen te spreken, ik hoop het van harte.

Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.
Druk verkeer in de dorpskern van Schiermonnikoog.

“Helaba, zo’n eiland is toch niet te vergelijken met een stad?!”

Echt niet? Ik vind anders van wel.
Een stad = een eiland. De R4 = de zee.

Dit is mijn idee: van zodra je voet zet op het eiland, dus de binnenkant van de R4, volg je de STOP-regels. Het is wat Tim zegt: het STOP-principe kan je eenvoudig toepassen maar je moet wel moedige keuzes durven maken. En die keuzes vervolgens durven opleggen aan De Lijn en aan andere weggebruikers.

Als ik de mobiliteit op Schiermonnikoog wil vertalen naar stad Gent, dan werkt dit als volgt: de auto / taxi / bus blijft ALTIJD achter de fietser of voetganger, tenzij die fietser of voetganger zich op een afzonderlijke strook bevindt.

Dus voor de straten waar er (zogezegd) onvoldoende plaats is om een afzonderlijk fietspad aan te leggen: geen probleem, auto’s blijven er achterop en rijden dus ca. 10 à 15 km/u. (voor een goed begrip: een fietspad is een fietspad, een suggestiestrook is geen fietspad)

Maar ik denk niet dat er één bewoner van Schiermonnikoog ooit al van het STOP-principe gehoord heeft. Wat zou het? In plaats van het principe op te nemen in een actieplan met natte winden, brengen ze het gezond verstand in praktijk. Natuurlijk is dat gemakkelijker op een plaats waar de critical mass al is bereikt. Maar dat is dan weer een ander verhaal, namelijk dat van de kip en het ei.

Ik was niet overdonderd door de honderden fietsende kinderen op mijn pad, ik was wel van mijn karnemelk omdat ik in die hele week op Schiermonnikoog niet één kind met een helm heb zien fietsen. En dit terwijl er steeds meer landen de fietshelmplicht invoeren zonder zich af te vragen waarom het zo onveilig is om zonder helm te fietsen. (namelijk: auto’s die fietsers mogen inhalen bij gemengd verkeer)

Gevaar los je op door het gevaar weg te nemen, niet door je beter te wapenen.