Sopje

Waar las ik het vandaag? Reizen is een sopje voor de hersenen. Het verfrist, en maakt het denken helderder. En je ziet hoe anderen zaken ànders aanpakken dan hier. Ook dat is verfrissend.

Zondag trokken mijn teerbeminde en ik voor een paar dagen naar Amsterdam, de Fietsrepubliek (wie dit boek over de geschiedenis van de fiets in Amsterdam nog niet las… doen!). Het is telkens weer boeiend om te zien hoe deze immense fietsstad evolueert, en omgaat met problemen en spanningsvelden. Als het regent in Amsterdam druppelt het in…

06 juli 2020, Amsterdam

Vandaag, vrijdag 10 juli 2020, gaat de onderdoorgang Sint-Lievenspoort open voor fietsverkeer. Het bouwverlof zorgt vaak voor een dwingende deadline. Gisteren werden de laatste ballustrades geplaatst, desnoods in de drogende cement:

09 juli 2020, Sint-Lievenspoort
09 juli 2020, Sint-Lievenspoort
09 juli 2020, Sint-Lievenspoort
09 juli 2020, Sint-Lievenspoort

Zoals iedereen weet: de onderdoorgang is een shared space-project geworden. Voetgangers en fietsers zullen de ruimte van de onderdoorgang delen. Daar zijn vele redenen voor. Ook de Louisa D’Havébrug (in opbouw) is zo een shared space-project. Beide projecten zijn zéér lovenswaardig, en enorme sprongen op weg naar veiliger stadsverkeer. En beide projecten zijn nu al -op deze drukke locaties- achterhaald qua shared space-idee. Dat komt omdat besluitvorming een maf iets is. Daarmee bedoel ik: besluitvorming is vooral een traag iets. Het is een traag proces van beslissen, plannen maken, budgetten afkloppen, plannen bijvijlen, bouwvergunning aanvragen, offerte uitschrijven, werf toewijzen, en bouwen. Over al die stappen en procedures gaan – net als bij een nieuw flatgebouw of een nieuwbouwhuis- jaren heen. Dat maakt dat een project dat opgeleverd wordt –soms, gelukkig niet altijd– al op dag 1 van ingebruikname qua gedachtengoed (deels!) verouderd kan zijn. Dat is ook de reden dat als een project bij de bouwaanvraag tegenwind vangt omdat het gedachtengoed achterhaald is, de overheid of projectontwikkelaar toch probeert door te duwen. En dan is er de evolutie qua technieken en concepten. De verbouwing die ikzelf in de jaren 90 deed is ondertussen op x aantal facetten achterhaald / verouderd. Dat is normaal. Toen deze twee fiets- en voetgangersprojecten opgestart werden was er nog geen circulatieplan, en was er nog geen corona. Iedereen was blij dat (het voormalige) Waterwegen & Zeekanaal zijn verzet tegen dit project opgegeven had. Na méér dan 10 jaar aandringen en actievoeren door verschillende organisaties kwam er eindelijk beweging in dit levensreddende dossier. Er was hoop dat het aantal fietsers en voetgangers zou groeien. Niemand geloofde toen dat het zo snel zou evolueren. Ook ik niet. Al waren er 5 jaar geleden wel andere stemmen die een pleidooi hielden voor bréééd. Ze hadden gelijk.

In de jaren 60 kon het geld niet op, en werden autobruggen gebouwd alsof er overal viervaksbanen zouden komen. Liefst zonder fietspaden. In Lovendegem ligt zo een nutteloze brug, die nu dienst doet als parkeerplek voor vrachtwagens van duiventransporten. In de 21e eeuw wordt er veel intenser gekeken naar het kostenplaatje, en zo hoort het ook. Zo ging de brug over de Watersportbaan terug naar af. Toch wil ik hier een lans breken om goed af te wegen waar een shared space-project toch op zijn plaats is, en waar het wijzer /beter is om voetgangers en fietsers een gescheiden strook te geven. Zo zal de fiets- en voetgangersbrug die er komt om het Westerringspoor aan het Patijntje over de Leie te brengen héél zeker vaak pokkedruk worden. Daarom: laat het voorschrijdend inzicht zijn weg vinden. Laat vanaf 2020 alle fiets- en voetgangersbruggen en -onderdoorgangen toekomstgericht breed ontworpen worden, zodat fietsers en voetgangers elk hun ruimte kunnen krijgen. Een fietspad kan je desnoods binnen 20 jaar nog verbreden. Met een brug lukt dat niet. Een brug of onderdoorgang bouw je voor een eeuw, toch minstens voor een halve eeuw. Daarop besparen of beknibbelen is zonde van de toekomst.

In Amsterdam regent het dergelijke non-shared spaceprojecten. Het is er precies al een gewoonte om bij nieuwe projecten voetgangers en fietsers niet te mixen:

06 juli 2020, Amsterdam
06 juli 2020, Amsterdam
06 juli 2020, Amsterdam
06 juli 2020, Amsterdam
06 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam
07 juli 2020, Amsterdam

Gentse Feesten 2018 (6)

Het was de negende luie zomerse Feestendag op rij.
We fietsten de stad in, en zagen alwéér die massa fietsen.
Méér als ooit tevoren.
Op zo’n dagen zie je live hoeveel mensen een fiets bezitten, en die nu ook gebruiken.
Op het Rond Punt was er een kleine opstopping van fietsers.
Een spreeuwenopstopping.
Iedereen keek naar iedereen.
Iedereen surplacete, of deed zijn best om te surplacen, én keek wat de anderen deden.
Oogcontact tot de zevende macht.
Een dame zette voet aan de grond, en vertrok weer.
Het loste op zijn dooie gemakje op, als zat er glijmiddel tussen de fietsen.
Geen gesakker.
Geen gejaag.

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

Doe je ogen dicht, en beeldt je deze situatie in tussen automobilisten.
Hoor het geluid van claxons.

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

21jul18, Brabantdam / Vlaanderenstraat

Deze diashow vereist JavaScript.

Dit was de sfeer die ik dagenlang ook elders in de binnenstad proefde.
Of zoals een vriend uit Eindhoven het formuleerde: hier blijft iedereen kalm.
Gentse Feesten in Nederland zou na 5 dagen relletjs geven.
Hier niet.
Met dank aan de puike organisatie en aan de vele vormen van sfeerbeheer.

Verderop in de stad zag ik voor het eerst de lichtreclame met:

21jul18, Cataloniëstraat

Prima initiatief, met als bedenking: min-dertigjarige mannen kennen het begrip “hoffelijkheid” niet.
Doe de test.
Net / vooral die mannen moet je met dergelijke boodschap bereiken.
Bekijk onze hoffelijkheidsflyer: we gebruiken het woord hoffelijkheid nergens.

En dan kom je thuis, en lees je over de Feestenburgemeester zijn fantasietje.
Ach.
De verkiezingen naderen zeker?
Een achterban verlangt wat forse taal.
Op Facebook is het bon ton om op fietsers te schelden.

Fietsers zijn “het grote gevaar”.
En dan valt om de haverklap het woord fietsterrorist.
Ach.
Alsof we die duizenden automobilisten met hufterig gedrag autoterroristen zouden noemen.
Zelfs zij die iemand omver rijden en vluchtmisdrijf plegen noemen we niet zo.
Een fietser met wat hufterig gedrag is prompt…
Ach.

Laat me er nu al over beginnen.
In 2013 verscheen het boek “De Fietsrepubliek”.
Het boek vertelt de geschiedenis van de fiets in Amsterdam, maar door de bril van een Amerikaan.
Ik kocht het op aanraden van een ambtenaar, maar liet het liggen.
Deze zomer las ik het uit.
Het is een boek vol nuance.
De fiets is heilig, de fietser niet.

Geachte schepen Peeters, de Fietsrepubliek is een boek voor u om te lezen.
Ik begrijp je colére.
Als een onbeschofterik mij als surplus een middelvinger cado doet zou ook ik boos zijn.
Ik begrijp uw uitval in de media niet.
Mocht ik over èlk incident waarbij ik door een automobilist persoonlijk in gevaar gebracht voel een blogstukje schrijven, ik zou geen tijd meer hebben voor deze blog.
Ook ik zie af en toe een hufter op een fiets.
Ik herinner me een paar incidenten waarbij de andere fietser geen aangepaste snelheid had.
Twee maal vond ik het zéér gevaarlijk.
De eerste keer was drie jaar geleden.
Een jongen van 16 racetje met zijn hoofd naar omlaag door de Visserij alsof hij op weg was naar de overwinning van een wielerwedstrijd.
Links op de weg kwam hij rècht op mij af.
Hij keek niet voor zich.
Enkel racen.
Precies of hij anabool steroïden geslikt had.
De laatste maal was drie/vier maand terug.
Een man tussen de 30 en 40 vlamde met zijn speed pedelec aan véél te snel langs het allerdrukste zebrapad van Brugge, dat aan de oversteekplaats aan het station.
Daar moet je 100% focussen op de dromende homo touristtown, dus ik heb er altijd de handen klaar op de rem, en fiets er traag.
Hij kwam slalommend tussen de touristen plots recht op me af, ik kon nog nèt uitwijken.
Het begrip “aangepaste snelheid” telt voor èlke/èlke/èlke weggebruiker.
Ook voor die 100 meterspurter in station Gent Sint-Pieters, op weg van de inkomhal naar perron 11.
Ik ben pro politie-aanwezigheid tussen voetgangers en fietsers, dat werkt matigend.
Ik ben ook pro opvoeding.
Verkeersopvoeding is decennialang louter een zaak geweest van “autorijbewijs halen”.
Dan moeten we niet verbaasd zijn dat er een generatie is die de verkeersregels niet kent.
Of die geleerd heeft om als fietser en voetganger zijn/haar plan te trekken.
Want dat wordt de moeilijkste opdracht voor het komende decennium: een “we-trekken-als-fietsers-ons-plan-generatie” de overgang maken naar een verantwoordelijke cultuur in de straten, waar het recht van de zwakste telt.
Voor wie dat begrip “zwakste” niet zou kennen: dat zijn de ouderen op de fiets, de kinderen naast hun ouders op de fiets, de voetgangers, de mensen in alle soorten rolstoelen,… .
Kortom: de eerder tragen.
Zij zijn de norm, de nieuwe norm.
Die overgang maken is de uitdaging.
Daar is zowel educatie, sensibilisering als repressie voor nodig.
De politieman/vrouw met gezond verstand en heldere blik ziet het verschil wel tussen aangepast en onaangepast rijgedrag.
Ik vind het normaal dat deze mensen hun werk doen.
Ik vind het niet normaal dat ik in kranten politieke uitspraken lees als “Maar misschien moeten we daarover nadenken om de Gentse feesten vanaf 13 uur vrij te maken voor alle voertuigen, dus ook de fietsers. Het is tijd dat we nozems op twee wielen aanpakken.”
Ik wens u veel succes om bijvoorbeeld deze dame te overtuigen:

21jul18, Sint-Baafsplein

Aangepaste snelheid, dààr draait het om.
De kans dat de hufter die uw pad in de Belfortstraat dwarste een krant leest lijkt me uiterst gering.
Maar uw achterban zal ongetwijfeld tevreden zijn.
En ondertussen blijft het wachten op een veilige fietsstad buiten de R40, met veilige verkeerslichten.
Want mijn bijna-dood-ervaringen waren telkens met een onvoorzichtige of hufterige automobilist, in combinatie met gevaarlijke verkeerslichten.
Bijvoorbeeld aan de Sint-Lievenspoort.
Groen is geen groen.
Het is Russische roulette.

A propos: bij opening van de Parkbosbruggen beloofden we als Fietsersbond Gent aan de gouverneur, de minister, de deputé en uw collega van mobiliteit Watteeuw als dank voor de bruggen een klein cadotje.
Het boek De Fietsrepubliek.
U weet waar u het kan lenen.