Het plezier van applaus

Zaterdag laatsleden vond in Brussel de Algemene Vergadering van de Fietsersbond plaats.
Altijd goed om overzicht te houden op het reilen en zeilen op nationaal vlak.
De nieuwe directie heeft de erfenis van zijn voorganger grondig en degelijk opgekuist.
Applaus.
Het vertrouwen in en binnen het team (momenteel 7,8 FTE /Full Time Equivalent) is duidelijk hersteld.
En alweer drie afdelingen erbij, dat doet deugd.
Applaus, zowel voor het team, de directie als de Raad van Bestuur.

De AV begon op deze manier:

24maa18, De Markten, Brussel

Voorzitter Dirk las onderstaande tekst, een colum van Guinevere Claeys uit de Standaard, voor:

Applaus
Die ochtend stonden vijf mensen van de Fietsersbond naast het drukke kruispunt. Ze applaudisseerden voor elke fietser die overstak. Bij acties die ludiek heten te zijn, hou ik het hart vast. Maar deze werkte wonderwel. De fietsers glunderden in hun fluojasjes. Het applaus weerklonk de Ring rond. Een warm deken over de ochtendspits.

Applaus is onfeilbaar. Hoe simpel de code toch blijft werken, en hoe goed. Zijn kracht is dat je er zo graag in gelooft.

Hoe het ritueel van de klappende handen ontstond, is een raadsel. De Desmond Morris-verklaring is dat ze aanraking imiteren. Iemand die je waardeert, wil je aanraken. Vanop afstand is dat moeilijk, dus raak je je eigen handen aan. Het is vergezocht, maar het zou kunnen. Aanraking is tenslotte ook iets om graag te geloven.

In elk geval deed deze afstandsschouderklop dus goed. We voelden ons gesterkt en verenigd in ons overmoedige ondernemen. Fiere zwakke weggebruikers.

’s Anderendaags waren de ludieke actievoerders weg. We staken stil het kruispunt over, en met ingehouden adem. Alsof deze onderneming plots nog overmoediger voelde dan voor het applaus.

Dat deed aan de keerzijde denken.

Applaus dat ophoudt, kan veel lawaai maken. Niet alleen daarom is applaus een gevaarlijk ding.

LEES MEER OVER: Claeys Deprez, Fietsersbond, Fietsen

De voorzitter vergat even zijn positie:

24maa18, De Markten, Brussel

De oren stonden op scherp luisteren:

24maa18, De Markten, Brussel

24maa18, De Markten, Brussel

Na afloop klonk een applaus, zoals het op woensdag 21 maart op meer dan 185 plaatsen in België, waarvan 7 in Gent, geklonken had.

Deze diashow vereist JavaScript.

Mocht u zich afvragen waarom we hier dolgraag aan meedoen?
Gewoon…
Omdat het zalig is om mensen te zien lachen.

21maa18, Forelstraat / Heernislaan

Fietsongevallen: de collateral damage van het mobiliteitsbeleid?

Alweer een dodelijk fietsongeval in Antwerpen. Het derde op twee weken tijd. Drie keer op rij in gelijkaardige omstandigheden: het slachtoffer werd gegrepen door een auto die rechtsaf draaide en waarvan de chauffeur de fietser niet opmerkte. Het is bijna cynisch dat de Antwerpse gemeenteraad de avond voordien, ondanks de talrijke oproepen vanuit het middenveld en de academische wereld, een motie verwierp om versneld werk te maken van conflictvrije kruispunten en venstertijden voor vrachtverkeer op schoolroutes. Het contrast tussen Gent en Antwerpen wordt stilaan pijnlijk groot. In Gent viel het afgelopen jaar geen enkele fietsdode. Sinds de invoering van het circulatieplan is de verkeersveiligheid in de binnenstad gestegen. Het fietsgebruik zit in de lift.

Maar laat ons wel wezen. Ook in Gent kan er op veel kruispunten – zeker die met gewestwegen – elk moment een fataal ongeval gebeuren, en bij uitbreiding overal in Vlaanderen. De kruispunten waar fietsers tegelijk groen krijgen met rechts afslaand vracht- of autoverkeer zijn amper te tellen. Fietsers riskeren op die plekken elke dag letterlijk hun leven. Wie krijgt dat trouwens uitgelegd aan een kind? Het is groen, maar veilig oversteken zit er toch niet in, zorg maar dat je ogen hebt op je rug?

Een aantal weken geleden buisde het Rekenhof Vlaanderen en haar fietsveiligheidsbeleid in een vernietigend rapport. De conclusie liet weinig aan de verbeelding over: voor fietsers is de verkeersveiligheid afgenomen. Het aantal fietsslachtoffers lag nog nooit zo hoog als in de periode 2014-2016. Nochtans, de recepten voor meer fietsveiligheid zijn bekend: Fietsers en snel rijdend auto- en vrachtverkeer fysiek scheiden. Sluipverkeer uit woonwijken, schoolomgevingen en zone 30’s halen. Kruispunten inrichten op maat van fietsers en voetgangers. Snelheidsbeperkingen van 30 km/u afdwingen. De kans immers dat een voetganger of fietser overlijdt bij een aanrijding met een auto die aan 50 km/u rijdt, is 50%, aan 30 km/u is dat ‘slechts’ 5%.

Waarom worden die recepten niet toegepast? Ik kan bijna niet anders concluderen dat veel beleidsmakers op papier de mond vol hebben van fietsen en zichzelf graag laten fotograferen op de fiets, maar dat wanneer puntje bij paaltje komt en ze moeten kiezen tussen autodoorstroming en fietsveiligheid, ze toch hun staart intrekken.

We kunnen nog eens onderzoeken wat we eigenlijk al weten, en we kunnen ons nog wat verder verstoppen achter praktische argumenten en flauwe excuses als zou het onmogelijk zijn om conflictvrije kruispunten in te richten of om vrachtwagens te weren op fietsroutes. Of we kunnen in actie schieten en de levensbelangrijke keuze maken: willen we dat mensen zich veilig voelen op de fiets, willen we het aantal fietsslachtoffers naar omlaag? Of willen we de rode loper blijven uitrollen voor de auto en beschouwen we fietsongevallen als onvermijdelijke collateral damage? Tijd dat onze steden en gemeenten en het Vlaams gewest kleur bekennen.

Tot zover het opiniestuk van Eva Van Eenoo vandaag 18 oktober in de Standaard.
Bij het lezen ervan op de trein van mijn werk naar Gent zat ik hevig ja te knikken.
En soms diep te zuchten.
Het is de perfecte samenvatting van die verdomd harde “weer” in onze samenleving.
De fiets is afgelopen jaren doorgedrongen tot in de hoofden van de beleidsmakers -politici en ambtenaren- maar méér dan de helft ervan durft te niet springen voor een sluitend veilig fietsbeleid.
Durft zijn/haar nek niet uit te steken.
Want wat als de “mijn-auto-mijn-vrijheid-denkers” zich zullen roeren?
En ondertussen blijven we maar verkeersslachtoffers begraven.
En jaja, we kennnen de klassieke quote “Er worden inspanningen geleverd”.
Hopeloos onvoldoende inspanningen.
Gent begon twee bestuursperiodes terug aan een FietsUrGENTieplan.
Toen ik daar in de vorige bestuursperiode naar verwees was het excuus: Jamaar, dat is van de vorige bestuursperiode hé.

Er is véél tijd verloren.
Bij het huidige Gentse bestuur gaat het steeds meer vooruit.
Die dynamiek mag niet stilvallen.
Er is nog massaal veel werk op de plank.

05okt17

Met Fietsersbond Gent hebben we reeds lang het relatief eenvoudige pad van actievoeren op straat aangevuld met het tijdsintensieve model van overleg en praten.
Overleg is iets “officieels”.
Praten is off the record.
Steeds meer ambtenaren en politici zijn bereid om open te praten.
Niet om te “beschadigen”, maar om inzicht te geven in (te) complexe processen van ambtenarij en politiek.
Je krijgt inzicht, zonder 100% helicopterview te bereiken.
Het inzicht blijft dus fragmentarisch.
Maar aan de zijlijn zie je andere zaken en verbanden als op het veld, en kan je linken leggen tussen het overleg en het praten.

09okt17, Sint-Lievenspoort

Vorige week bezochten we met ambtenaren één van de onveiligste kruispunten van de stad.
Een overleg on the spot.
Het helpt om de denkpatronen te begrijpen.
Het helpt om de kracht van “het bestaande” te begrijpen.
Het helpt om de onveiligheid van dat kruispunt live te tonen, iets wat ze uiteraard uit hun statistieken al wisten.
Mails van fietsers spreken over “bijna-doodervaringen”.
Auto’s die bij groen licht plots opzij opduiken.
Kort samengevat: als rechtdoor fietsende fietser met groen licht op een breed tweerichtingsfietspad riskeer je een afslaande auto langs of over je heen te krijgen.
Dat zijn auto’s die in de logica van de ambtenaar “het kruispunt ontruimen”.
Over de makkelijke zaken waren we het vlot eens.
Over de gevaarlijke situaties eigenaardig genoeg niet.
Een paar keer viel het zinnetje ”maar dan krijg je fileopbouw”.
Of “dat zal de Stad niet graag horen”.
Aandringen op sluitende verkeersveiligheid, waarbij groen voor fietsers gelijk staat aan heldere veiligheid, het heeft iets Kafkaiaans.
Bekijk dit filmpje over het verwarrende eraan.
En dan vraag ik me af: komt dat nu door een gebrek aan mankracht, of een gebrek aan middelen, of een gebrek aan durf?
Of een gebrek aan eensgezindheid onder de vele beslissers aan tafel?
Waarop de jurist het overneemt?
Want ja: vaak kwamen juridische argumenten zoals “het kruispunt ontruimen” naar boven, waarop wij enkel konden reageren met “jama, dat is toch 100% onveilig?”.
Het juridische regeert het land, zonder het veilig te maken, zoiets?
Hier duikt Eva haar stelling op: is dit de collatoral damage van het mobiliteitsbeleid?
Het blijft door mijn hoofd spoken: waarom kan het niet om morgen te beslissen om kruispunten als dit verkeersveilig te maken voor fietsers en voetgangers?
Waarom die onveiligheid accepteren?
Welke mentale druk zit daar achter?
Of: welke bril?

Er zijn volgens mij maar twee dwingende zaken om ingrepen in het verkeer te bekijken.
– Is het veilig voor iedereen?
– Kan mijn kind hierlangs naar school stappen of fietsen?
De bril van de niet-assertieve fietser.
Jong en oud.
Dat is de bril die de dames en heren politici en ambtenaren dringend cado moeten krijgen.

15okt17, Wiedauwkaai

Lichtend pad of verkeerde spoor?

De krant De Standaard focust een paar maanden op “de fiets”, waarvoor onze welgemeende dank en applaus.
De artikelenreeks van “Correspondent” Tom Ysebaert is grondig werk, met de nodige diepgang en nuance.
Naar aanleiding van de reeks konden u en ik tot en met zondag 11 juni foto’s insturen van fietsinfrastructuur als “Lichtend Pad” of als een te verketteren “Verkeerde Spoor”. (let op de tramsporen!)
Ikzelf stuurde de state of the art fietsonderdoorgang van de Rozemarijnbrug in als “Lichtend Pad” (maar vertel me: is daar ondertussen al verlichting geplaatst?), en als “Verkeerde Spoor” een plattegrond van de Gentse Haven, een bad example van een zéér trage evolutie om woon-werkverkeer op de fiets te krijgen.

Wat stuurde u allemaal door?
Het Verkeerde Spoor leverde de meeste foto’s op.
Zijn we iets positiefs snel gewoon?
Of is de balans nog steeds zo negatief?
Gent en buurgemeenten hadden verhoudingsgewijs het meeste foto’s.
22 plus 1 foto’s (er zat een thunms down bij de thumbs up, en ik tel mijn inzending niet mee) tonen dat er nog véél werk, mankracht en middelen nodig zijn om van Gent een volwassen, veilige fietsstad te maken.
Het fietsgebruik stijgt, het Circuatieplan van dit stadsbestuur wordt geloofd, maar er is onder fietsers duidelijk nog veel onvrede en angst.


Ook fietsers zijn gewoontebeesten, die graag heldere regels volgen:

Dit zijn 6 pijnpunten waarvan we weten dat het Stad, Provincie en/of Gewest aan oplossingen werkt.
Naar ik vermoed starten er werken binnen de twee/drie/vier/vijf jaar.

Deze meldingen zitten -naar we vermoeden- in de wachtkamer van de projectontwikkelingen, reken op een looptijd van 5 à 15 jaar:


De Fabiolaan komt tweemaal aan bod:
Dit is nogmaals de Fabiolalaan, niet de Sint-Denijslaan:

De afdeling jammer maar helaas / blunders:
(hier met foto van de voetgangerskant ipv fietserkant)

En de afdeling schande, want hier beweegt geen enkele verantwoordelijke overheid:

Het positieve “lichtend pad” kreeg minder meldingen, dat telde voor àlle steden en gemeentes:

Een paar positieve zaken uit andere gemeentes trokken mijn aandacht.
Dit is een zeer leesbare versie van een fietsstraat.
:

Wie kent er wortelbuggen?

Leesbaarheid, het zou standaard moeten zijn…

… net als de vlakheidsnorm, een zwak punt bij recente fietswerven door AWV (Kasteellaan, Heuvelpoort, …)

En waar in Gent schonk Stedenbouw ons dergelijke fietsvriendelijke woonwijken?

Papier

Wie mij kent weet het.
Ik ben verslaafd aan papier.
Een afwijking als een andere.
Zo lig ik nog met een stapel affiches uit de vorige eeuw.
Daar dook dit versleten,door de zon verbleekte vod op:

05jul10, 09u32
De affiche dateert uit mijn studententijd.
De kracht van het beeld is (helaas?) nog steeds actueel, lees er vandaag in de Standaard Kris Peeters maar op na.
Tijd voor een remake?
Want hoe meer mensen openbaar vervoer of de fiets nemen, hoe meer plaats er over blijft voor wie de auto ècht nodig heeft.