De Gentse kleine ring mag geen stadsmuur worden

Gents MilieuFront (GMF) en Fietsersbond Gent vragen dat wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt en doen voorstellen voor een veilige en vlotte doorstroming over de R40

De Gentse stadsring (R40) deelt de stad op in twee delen – het gebied binnen de ring, en het gebied buiten de ring. Veel fietsers moeten de stadsring dagelijks oversteken en dat is niet altijd eenvoudig. De R40 is immers de belangrijkste auto-as in de stad, met de fiets geraak je daar niet zo gemakkelijk voorbij. GMF en Fietsersbond Gent merken op dat, naar aanleiding van de invoering van het circulatieplan, de stad Gent en het Vlaams Gewest er alles aan doen om een vlotte doorstroming van het autoverkeer te stimuleren. We hopen dat dit niet in het nadeel van het fietsverkeer uitdraait. De R40 is al op veel plekken moeilijk oversteekbaar. De invoering van het circulatieplan mag er niet toe leiden dat de R40 een stadsmuur voor fietsers wordt.

GMF en Fietsersbond Gent onderzochten daarom meer dan 25 kruispunten en gingen onder andere volgende zaken na: de oversteektijd aan de kruispunten, de wachttijd voor het rode licht, de werking van drukknoppen en het aantal voorbijgaande fietsers op elk kruispunt/fietsbrug/fietsonderdoorgangen in kaart gebracht. Die kaart kan je hier raadplegen.

Onze inventarisatie toont aan dat de R40 nu al als barrière voor fietsers werkt. “Op sommige plaatsen moeten fietsers meer dan anderhalve minuut wachten om groen te krijgen, zoals bijvoorbeeld ter hoogte van de Rozemarijnstraat”, zegt GMF-woordvoerder Steven Geirnaert. “GMF en de Fietsersbond vragen dat de wachttijd voor fietsers maximum 20 seconden bedraagt, zo wordt de doorstroming van fietsers gegarandeerd. Ook een te korte oversteektijd is een probleem. Op sommige plaatsen krijgen fietsers maar 15 seconden om over te steken. Als er grote groepen fietsers zijn leidt dat tot gevaarlijke situaties. Omdat de opstelruimte voor fietsers niet ruim genoeg is, staan sommige fietsers dan noodgedwongen een stukje op de rijbaan, zoals dagelijks gebeurt ter hoogte van de Bijloke. Dat kan toch echt niet.”

GMF en de Fietsersbond Gent willen dat het stadsbestuur en het Vlaams Gewest elke oversteekplaats screenen op veiligheid en doorstroming voor het fietsverkeer. Op een meerderheid van de kruispunten is er ruimte voor verbetering. We stellen voor dat de kruispunten waar de meeste fietsers en voetgangers passeren en waar de ongevalscijfers het hoogste zijn, als eerste worden aangepakt. De drukste gelijkgrondse kruispunten zijn volgens onze tellingen Dampoort(straat), Sint-Lievenspoort, Heuvelpoort en Bijlokehof. Onze tellingen vind je hier.

De overheid moet ook verder werk maken van het doorbreken van de ring als stadsmuur, zoals ze in het verleden al deed door de aanleg van fietsbruggen en -onderdoorgangen die fietsers veilig en snel onder of over de ring loodsen, zoals ter hoogte van de Stropkaai. Maar ook de gelijkgrondse oplossing aan de Gandastraat kan ons – qua afmetingen en infrastructuur – bekoren.

GMF en de Fietsersbond doen graag verdere suggesties om de infrastructuur veiliger te maken en de doorstroming te verbeteren. Hieronder vind je enkele van onze voorstellen.

Infrastructuur

  • Oversteekplaatsen
    • Oversteekplaatsen voor fietsers zijn dikwijls te smal. Voetgangers krijgen terecht een breed zebrapad. Fietsersoversteekplaatsen verdienen – gezien hun aantal en de snelheid waarmee ze zich bewegen – ook meer ruimte. (Klik hier voor een voorbeeld – Beneluxplein)
    • In aanloop naar sommige oversteekplaatsen ontbreekt fietsinfrastructuur (geen fietspad bv in aanloop Wondelgembrug). Fietsers gebruiken hier vaak – bij druk autoverkeer – noodgedwongen het voetpad. Daardoor kunnen fietsers niet op veilige of legale manier het kruispunt bereiken.
    • Om van aan de Brusselsesteenweg vlot de Ferdinand Lousbergskaai te kunnen bereiken zou een tweerichtingsverkeer voor fietsers toegestaan worden (zie hier). Zo hoeven fietsers de R40 niet nodeloos te kruisen.
    • Op het kruispunt Ham-Fievestraat-R40 ontbreken verkeerslichten en oversteekinfrastructuur als je uit de Ham richting Bataviabrug rijdt. Meer info vind je hier.
  • Bruggen en tunnels
    • Bij nieuw aan te leggen kruispunten (bv Heuvelpoort, Dampoort en het toekomstige kruispunt aan de Verapazbrug) op de R40 willen we dat de stad en het Vlaams Gewest investeren in tunnels zodat fietsers en auto’s gescheiden worden.
    • Een ontbrekende mogelijke fietsbrug over de R40 zou er kunnen komen van de Ijskelderstraat naar de Magnoliastraat. Zo kunnen fietsers de drukke Wondelgembrug vermijden.
    • De fietsonderdoorgang tussen Leiekaai en Malem moet opgewaardeerd worden. Hij is te smal en de aanloophellingen zijn niet logisch. Met het nieuw aangelegde Westerringspoor langs Malem is dit een ontbrekende schakel in een grote fietsas van Brugse Poort- Rabot richting Sint-Pietersstation.

Oversteekbaarheid (ifv werking lichten)

  • Algemeen kunnen we zeggen dat de oversteekbaarheid van de kruispunten voor fietsers nog altijd samenhangt met autoverkeer. Als de auto ook het kruispunt over moet is er meestal geen probleem qua oversteektijd, wachttijd en zichtbaarheid. Soms ontbreken er wel fietsopstelstroken (bv op het kruispunt Brugsesteenweg).
  • Men plaatst momenteel verkeerslichten aan de oversteekplaats aan het rondpunt van de Dampoort. Dit kruispunt is volgens onze fietstelling van 12 mei 2016 de drukste stadspoort in de ochtendspits. Verkeerslichten zijn misschien een goede ingreep om de veiligheid te verhogen, maar het kan niet dat de doorstroming van het fietsverkeer op één van de belangrijkste fietsassen van de stad wordt gestremd.
  • Aan Bijlokehof staan ‘s morgens per roodlichtcyclus tientallen fietsers te wachten. Het smalle fietspad, het feit dat er ook tegenliggers (fietsers) toegelaten zijn en de korte oversteektijd (21 seconden) maakt dat de fietsers nooit veilig in één tijd over kunnen.
  • Aan vele kruispunten, zoals bv aan de Eendrachtstraat, heb je een verwarrende situatie. In de Eendrachtstraat heb je een drukknop voor fietsers. Het is voor automobilisten niet zichtbaar dat fietsers groen hebben (want het voetgangerslicht blijft op rood). Daardoor zijn automobilisten niet geneigd om rekening te houden met overstekende fietsers. Meer info hier.
  • Leesbaarheid: op elke oversteekplaats willen we dezelfde infrastructuur: soms is er een okergele coating, soms pijlen of soms zelfs niets. Bovendien lijkt het ons logisch dat fietsers standaard fietslichten op ooghoogte krijgen (zoals bv hier)
  • .

Toelichting bij de metingen/vaststellingen op de kaart.
De metingen werden uitgevoerd in december 2016. Alle oversteekpunten zijn tussen 15u30 en 19u gemeten, dus tijdens de “grote avondspits”. Soms werden er verschillen gemeten in de oversteektijd of wachttijd. De boven- en ondergrens zijn dan aangegeven. Het was ons niet altijd duidelijk wat de verschillen veroorzaakt.
De kaart toont de belangrijkste kruispunten en heeft niet de pretentie volledig te zijn.

Op de buiten

Met de toenemende populariteit van de fiets als verplaatsingsmiddel en natuurlijk ook met het groeiend aantal elektrische fietsen zijn er ook buiten de steden meer en meer fietsers te zien. Nu, fietsen buiten de stad is niet altijd een pretje. Recreatieve fietsers kunnen altijd een rustig plekje zoeken om recreatief te fietsen, maar als je ergens naartoe wil bots je nogal eens op flinke barrièrres. Zoals deze hier:

Kaartdata: copyright OpenStreetMap
Kaartdata: copyright OpenStreetMap

Van Gijzenzele tot bijna in Zottegem, een afstand van ruim 9 kilometer, geraak je als fietser nergens veilig over de N42. Oké, er zijn twee kruispunten met verkeerslichten, maar om daar te geraken moet je langs een drukke baan zonder fietspaden en met veel, snel (70 km/uur) en zwaar verkeer. Op de andere kruisingen moet je maar zien dat je aan de overkant geraakt, zonder enige beveiliging. Er wordt daar meer dan behoorlijk snel gereden en het verkeer is druk, zodat je moeilijk een gaatje vindt.

Nemen we als voorbeeld de kruising met de Kwaadbeek, net ten noorden van Oosterzele. Deze kan alleen door fietsers en voetgangers gebruikt worden. Dat ziet er zo uit:

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele
26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

Zoals gemakkelijk te zien is: er is wel moeite gedaan om fietsers duidelijk te maken dat ze een weg moeten oversteken, maar niet om die oversteek ook te beveiligen. Wat zegt AWV, de wegbeheerder in dit geval, eigenlijk zelf over dit soort oversteken?

Ons buikgevoel zegt ons dat een zebrapad een goede oplossing is, maar dat is helaas niet altijd het geval. In verkeersomgevingen biedt een zebrapad vaak enkel een schijnveiligheid. De betere oplossing in dergelijke situaties is een middenberm zodat de voetganger en/of fietser de rijweg kan oversteken in 2 keer. De oversteeklengte is dan beperkt, meestal maar 3 ā 4 m, het verkeer komt maar uit 1 richting en ook de wachttijden zijn vrij kort. […] Deze aanpak biedt ook de beste keuze voor mindervalide voetgangers. Voor hen in het bijzonder is het essentieel om de oversteeklengte zo kort mogelijk te maken zodat ze op een veilige manier kunnen oversteken.

Oké, dat schreef AWV over de toestand aan de Ghelamco Arena, niet over de N42. Of ze wat ze zelf schrijven ook hier willen toepassen is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat ze hier niet veel mindervalide voetgangers verwachten (ik eigenlijk ook niet), gezien het lastige drempeltje.

26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele
26apr15, Kwaadbeek, Oosterzele

De overkant lijkt wel erg ver weg en het enige rustpunt is een geschilderd verdrijvingsvak in het midden dat niet echt een veilig gevoel geeft.
Nochtans, men had hier gemakkelijk meer kunnen doen. Vroeger was er hier een afslagstrook en bovendien waren er fietspaden. Met de ruimte die vrijgekomen is had men gemakkelijk een comfortabel en veilig middeneiland kunnen inrichten.

Nu ik het toch over de fietspaden op de N42 heb: die zijn dus weg. Je mag niet meer op de N42 fietsen. Gedeeltelijk is dat een vooruitgang: het ging hier over fietspaden met streepjeslijnen: levensgevaarlijk dus. Maar er is een reden als zo’n weg dan toch door fietsers gebruikt wordt: dat betekent dat er geen alternatief is. Voor een goed alternatief is er nog altijd niet gezorgd: zo heeft de parallel lopende Geraardsbergsesteenweg (de ‘andere’ Geraardsbergsesteenweg: niet de N42 maar de N465a), ook geen rustig landweggetje, geen fietspaden, zelfs niet met streepjeslijnen. Dit maakt dat, als je in die streek met de fiets ergens naartoe wil, je altijd wel in de problemen komt. De fiets, zegt het Vlaams parlement, is een volwaardig vervoermiddel. Dat is duidelijk niet overal zo.

%d bloggers liken dit: