To suggest or not to suggest

Fss, dag 3.
Een pleidooi voor zichtbaarheid en leesbaarheid.
Neem een koffie en een koekske, en zet u.

Laat me in deze eerste zin duidelijk zijn: ik ben pro fietssuggestiestroken.
Maar dat wist u al.
Wat u niet weet is dat ik in een straat woon met een van de eerste Gentse fietssuggestiestroken.
Een paar maanden na de schilderwerken werd ik een rabiate non-believer.
Laat me u vertellen waarom.
Onder het deskundige mom van een parkeerplan “met véél méér extra parkeerplaatsen” voerde de stad 10 jaar geleden een verkeerscirculatieplannetje voor de wijk in.
De wijk zat vol met sluipverkeer.
Een zinvolle zaak dus.
De buurt had inspraak.
Ze kon haar voorkeur uitspreken voor drie varianten.
In alle varianten was onze straat een centrale “ontsluitingsweg”.
En buslijn 6 liep er doorheen.
Voor onze “algemeen belangstraat” was er dus weinig kiezen aan.
Wij hadden geen simpelweg keuze voor een leefbaardere straat.
En daar had ik uiteindelijk begrip voor.
De straat kreeg daarna één flauwe asverschuiving op maat van twee dwarsende Lijnbussen.
En er kwamen rode fietssuggestiestroken.
En zone 30.
De straat hing vol met hartje zone 30 borden.
Ik weet niet meer of de zachte verkeersdrempel halfweg de straat van diezelfde jaren dateert.
Een paar jaar later verdween buslijn 6 uit de straat, maar –ondanks veelvuldige meldingen door verschillende bewoners over autoracers- veranderde er niks meer.
De asverschuiving kon nu toch anders?
De bus was toch verdwenen?
De politie voerde -verspreid over jaren- een paar kijk-es-we-doen-toch-iets-acties, maar vertoonde als vanouds 20 maal meer aandacht aan de parkeer”problematiek.”

Alle zwakke elementen van een fietssuggestiestrook liggen voor ons huis.
Ik som ze op:
• Een zéér zwak, vooral symbolisch bedoeld politioneel beleid op vlak van snelheidshandhaving. Off the recordgesprekken met politiemensen groot en klein leerden me dat ze zone 30 –hoe zal ik het beschaafd benoemen?- onnozel vonden. Ik hoop dat het perceptie is dat de politie een autominded organisatie is. Eén korpschef die woonwerkverkeer per fiets pleegt maakt nog geen lente.
• Een foute kleurkeuze: rood. Bij slecht en donker weer niet echt zichtbaar. De koppigheid waarmee Gent rood bleef schilderen, ook al hadden de hogere overheden oker gekozen was – beschaafd blijven – zeer Gents.
• Een asverschuiving die geen snelheidsvertraging veroorzaakt is een fietsval.
• In de ochtendspits hebben fietsers drie mogelijkheden: traag mee in de file aanschuiven, op het voetpad fietsen of auto’s links voorbijsteken.

23sep14, 08u41, Toekomststraat
23sep14, 08u41, Toekomststraat

Samengevat: het instrumentarium dat de stad in onze straat gebruikte veroorzaakte geen aangepast rijgedrag van automobilisten, en gaf fietsers geen extra veiligheid, zelfs geen veiligheidsgevoel.

Een lange inleiding nietwaar?
Alle harde analyses die afgelopen dagen hier geschreven werden deelde ik.
Tot ik me afvroeg: wat als over het ganse land verspreid fss zouden liggen?
Hoe kan je een andere verkeersmodus ontwikkelen als er maar een paar fss-exemplaren bestaan?

Vier anekdotes.

Lente 2014: zegt de zestigpluster uit Merelbeke:
“Aaah, ik durf ècht niet meer met de auto naar Gent komen.
Véél te gevaarlijk.
Van overal komen er fietsen op je af.
Als ik naar Gent kom pak ik nu de bus of de elektrische fiets.”

Een Erasmusstudente uit Weimar komt aan in Gent Sint-Pieters.
Ze wordt opgehaald.
Ter hoogte van de Albertbrug merkt ze op:
“Deze stad is echt wel georganiseerd voor auto’s hé?”
Slam in the face.

Juli 2014.
Op een feest in Berlijn out één van de obers zich als West-Vlaming.
Voordien studeerde hij in Gent.
Ik vraag hem waar het volgens zijn aanvoelen veiligst fietsen was: Gent of Berlijn.
In mijn ogen is Berlijn een fietsmekka.
Zijn antwoord: “Gent, echt wel”.

Dochter L studeerde een jaar in Leipzig.
Als ik haar gisteren vraag wat ze van de fss vindt komt een onverwachts verhaal:
“Ik fiets niet meer assertief. Afgeleerd. In Leipzig werkt dat niet. Als ge wilt oversteken en ge ziet 15 auto’s komen dan weet ge dat ge 15 auto’s moet wachten. Hier in Gent weet ge dat er om de drie auto’s wel één stopt.”

Gent is een fietsstad in wording.
Gelijk welke automobilist die Gent komt binnen rijden zou dat prompt moeten zien.
Want de wereld rondom Gent is niet vol fietsers.
Die ideale wereld waar elke automobilist zich van fietsers (en voetgangers) bewust is is er niet.
Een stad die het verschil wil maken met fietsen moet die fietsen uitbundig tonen.
Toeters en bellen.
Met grote spandoeken aan de invalswegen.
Welkom in de stad vol fietsers.
Of: Gent hartje fietstekening.
Fietssuggestiestroken hebben dezelfde rol.
Zichtbaar maken dat er fietsers zijn.
Duidelijk zichtbaar.
In zoveel mogelijk verkeersassen.
De ruimte innemen, beetje primair, zoals zoveel verkeersgedrag.

Uiterààrd wil ik liever fietspaden.
Liefst van al verhoogde, vrijliggende paden.
En uiterààrd zijn fss de kneusjes van het veiligheidsgevoel.
Ik snap Ivan Deboom 200%.
Voor alle duidelijkheid: ik kwam pas aan deze bedenkingen toe nadat onze drie dochters flink zelfstandig fietsende wezens waren.
Tijdens hun eerste jaren fietsen naar school zonder papa of mama aan hun zijde was ik een boze, angstige vader.
En ik weet: de dag dat onze dochters in het verkeer iets overkomt wordt ik een woeste, gekwetste tijger.

Fss zijn zeker niet een oplossing voor fietsongevallen.
No way.
Maar Gent heeft smalle straten.
Veel smalle straten, waar enkel de afschaffing van parkeerplaatsen soelaas kan brengen.
Op enkele cruciale verkeersassen moet dat er ook van komen: Dendermondsesteenweg en Hundelgemsesteenweg zijn twee voorbeelden.
Er zijn weinig brede wegen waar er ruimte is om fietsers maximaal comfort te geven, zoals in Duitse steden soms wel kan.
En toch kreeg de brede Ottergemsesteenweg geen streepjesfietspaden.
Hoe komt dat?
In Gent versterken of ondersteunen een aantal overheidsorganisaties het 20e eeuwse automobiliteitsdenken.
Ik benoem er enkele: de Politie, de Lijn (kleine kwis: hoeveel directieleden van de Lijn doen hun woon-werkverkeer per fiets of met het Openbaar Vervoer?), Ivago,… .
Die hebben allemaal hun zeg.
Zo komt het dat een brede weg als de Ottergemsesteenweg geen streepjesfietspaden krijgt.
En dat is jammer, want de minste keuze.
Maakt dat een verschil voor fietsers?
Zeker juridisch wel: fss geeft minder rechten.

De facto nemen auto’s overal de ruimte die ze willen nemen:

24sep14, 09u19, Vlaamsekaai
24sep14, 09u19, Vlaamsekaai
23sep14, 08u50, Sint-Lievenslaan
23sep14, 08u50, Sint-Lievenslaan
24sep14, 20u33, Citadellaan
24sep14, 20u33, Citadellaan
25sep14, 09u02, Forelstraat
25sep14, 09u02, Forelstraat
03sep14, 18u38, Forelstraat
03sep14, 18u38, Forelstraat

Het ontbreekt onze Politie aan de cultuur om dit aan te pakken.
Aan hen om het tegendeel te demonstreren.
Aan hen om fietsbeleid te ondersteunen.
Te beginnen met de handhaving van de verkeerswet over de één-meterafstand? (zie deze Fietsbult hierover)
Dat is uiteraard iets voor de Federale politie, maar waarom zou de Gentse politie hierin niet voorop kunnen lopen?

Iets anders.
Gent had in de vorige bestuursperiodes een patent op “proefprojecten”.
Een betonstrook tussen tramrails?
De Lijn doet niet verder.
Autosnelheidsbeheersing vanuit de satelliet?
Europa doet niet verder.
Knipperlichtjes aan zebrapaden?
De technische toestanden zijn niet eens afgebroken.
Verkeerslichtenbeïnvloeding?
Een soap.
Fss leek ook zoiets.
Pas in de helft van vorige bestuursperiode kregen ze weer een kans: Zwijnaardsesteenweg en Morekstraat zijn voorbeelden.
Helaas in dat koppig rood.

13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg
13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg
13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg
13sep14, 17u07, Zwijnaardsesteenweg

Nu sluit Gent al even aan bij de okergeelnorm.
Oef.
Uniformiteit is voor vele weggebruikers een hulp om snel een situatie correct in te schatten.
Hoe meer fss, hoe meer de vertrouwdheid.
Laat Europa hier maar een Europese norm stellen, of beter nog: een Europees verkeersreglement.
De hogere overheden mogen de fss wat meer in de picture zetten.
En uitrollen.
Zijn alle oversteekplaatsen op de R40 al voorzien van oker?
Zeker niet.
Toch wil ik een lans breken om na te denken over de Engelse les
Sharrows zullen fietsers vermoedelijk minder beïnvloeden in hun veiligheidsgevoel.
Dit schilderwerk kost vermoedelijk een pak minder, en is visueel sterker dan de okerstroken.
Ze geven even weinig rechten als de okerstroken, maar zijn op dat vlak duidelijker.
Lees nog eens rustig Jan zijn stuk hierover .
Niets is eeuwig en voor altijd, zeker verf niet. 
Die verslijt het rapst, sharrows verslijten sneller dan fss.
Verf is de éérste stap, niet meer en niet minder.
Daarna hoort een integrale heraanleg te volgen.
Zo’n heraanleg mag je enkel geloven als eerste werfwagens verschijnen.
Hoelang is het al wachten op de heraanleg van de Antwerpsesteenweg?
Muidepoort is een ramp, maar het zal nog zeer lang duren voor daar een volgende integrale heraanleg komt.
Het vrachtwagenverkeer had er al weg moeten zijn, want de Handelsdokbrug had er al moeten liggen.
Pas als die er ligt kan de Muidepoort ontlast worden, is al jaren de stelling.
En de Dampoort.
Veel hadden dus.
Je kan moeilijk stellen dat alle administraties te lande eendrachtig een mobiliteitsproject trekken.
De versplintering qua bevoegdheden zijn het zout in de mobiliteitswonde.
Dat is een ander onderwerp.
Realisme dwingt ons dus om integrale heraanleggen (met de eeuwige rioolbuizen) in tijd uit te smeren tot het einde van deze eeuw.
Zo traag werkt het.
Daarop kunnen we niet wachten om infrastructuur te creëren.
Verf is dus de onvermijdelijke voorlopige stap.
Verf, en slimme ingrepen, en keuzes.
To knip or not to knip?
Zo komen we bij het Mobiliteitsplan.
Dat zou nog dit jaar in de openbaarheid komen.
Het lijkt alsof weinig mensen dat weten.
Op straatfeesten en na theatervoorstellingen hoor ik ongeduld en ongenoegen over het uitblijven van verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers.
Dat was toch beloofd door de drie coalitiepartners?
Mensen verwachten dat de overheid de weg toont.
Sommigen zeggen letterlijk: ik wil wel naar mijn werk fietsen, maar dan wil ik dat veilig kunnen.
Nogmaals in Ivan zijn hoofd kruipen: het is ontstellend om in Oostakker rond te fietsen.
Hier is duidelijk zeer lang amper geïnvesteerd.
Onlangs las ik over de herwaardering van de fietsas naar Oostakker.
Stopte die as niet aan het gemeentehuis van Sint-Amandsberg?
Dit is mijn minimumverwachting: er moet snel een spinvormig fietsnetwerk komen naar de rand- en buurgemeentes.
Onder kenners zijn de verwachtingen voor het nieuwe MOBplan hooggespannen.
Dit plan zal beslissend zijn voor de komende 20 jaar.
De nieuwe fietssuggestiestroken interpreteer ik als een aanzet in die richting.
Niet als een einddoel.
Een illustratie dat fietsers belangrijk zijn.