Home

Jan Naert & Pascal Debruyne

“I want to ride my bicycle, I want to ride it where I like!”, zong Freddy Mercury van Queen. Die vrije fietser kreeg op 29 november volgende boodschap in de Gentenaar Dit filmpje moet Gentse fietsers meer manieren leren in het verkeer.” [1] Een titel die kan tellen en die voor veel fietsers in Gent waarschijnlijk een wrange bijklank heeft. Het is de baseline van een campagne van het Gentse stadsbestuur die door middel van filmpjes de fietsers (voorgesteld als een ‘wild dier’) wil opvoeden tot hoffelijkheid. Ze zouden andere weggebruikers de pas afsnijden en zich niets aantrekken van verkeersregels. Deze pedagogische gids voor de hoffelijke fietser, nog steeds de kwetsbare weggebruiker, is een aanfluiting en een bedenkelijke investering van publieke middelen. De filmpjes creëren immers een negatief imago van de fietser, die teveel plaats inneemt en het andere weggebruikers als de voetganger en auto moeilijk maakt.

Enkele vervelende beestjes maken de kudde niet
Gent kent een gestage stijging van fietsers die zich bewegen in de stad [2] met ongeveer 180.000 fietsverplaatsingen per dag. [3] Dat dit fricties oplevert met andere weggebruikers is geen wonder. We ontkennen ook niet dat enkele beestjes in deze groter wordende kudde het soms te bont maken. Wat we ten stelligste ontkennen is dat dit fenomeen opweegt tegen de lasten die deze grote groep fietsers ondervinden in de stad. De balans is niet in evenwicht. We krijgen het fenomeen van de omkering: in plaats van het beestje in verdrukking nog beter te verzorgen, krijgt het beestje een les in hoffelijkheid.

De plaats van het beest in de stad
Ook wat betreft de ruimte voor fietsers wordt er aan omgekeerde beeldvorming gedaan. In het filmpje komt o.a. aan bod hoe er sprake is van brede en veilige fietspaden in Gent. Hierbij wordt het bekende fietspad tussen binnenring en het Woodrow Wilsonplein getoond, dit fietspad ligt tussen bomen en los van de rijweg. Dit is een goed voorbeeld van hoe het zou kunnen zijn, maar is helaas ver van de realiteit. Dit mooie fietspad is, naast het fietspad langs de Coupure Links, vrijwel het enige veilige fietspad. De fietser wordt op veel plaatsen letterlijk verdrukt door rijdende en geparkeerde auto’s die plaats innemen van ongeveer zes fietsers. Dat hierbij het risico bij confrontaties vooral bij de fiets ligt als kwetsbaar dier is duidelijk, het beest auto is immers gepantserd. Naast plaatsgebrek zijn ook de andere condities voor de fiets weinig benijdenswaardig, fietspaden met obstakels en in slechte staat en ongezonde dieseldampen zijn geen pretje. De parkeer- en mobiliteitsplannen van schepen Watteeuw doen al heel wat om autoverkeer uit het centrum te weren. Maar de druk op de 19de eeuwse gordel blijft zonder antwoord. Het is ook daar dat betere fietsinfrastructuur en alternatieve connecties ontbreken.

Verzorg het beestje, het is kwetsbaar
De fietsvriendelijkheid moet veel beter. Fietsers zijn immers kwetsbaar en ingrepen blijven teveel beperkt tot lapmiddelen. Zo zijn fietsstraten die telkens onderbroken worden door ‘niet fietsstraten’, en rode of gele asfaltstroken op de rijweg slechts aardige pogingen, maar in de realiteit niet werkbaar. Die stroken op de straat in een kleurtje bijvoorbeeld, komen niet tegemoet aan het probleem. Het zijn immers geen veilige en ruime fietspaden afzonderlijk van de rijweg. In realiteit blijven fietsers op deze stroken gevangen tussen auto’s. Bovendien houden veel auto’s geen rekening met deze zogenaamde voorrangsstroken. Ingrepen voor de fietser gaan dus te weinig ver in vergelijking met de grote ongelijkheid tussen auto en fiets in de stad. Als er voldoende fietspaden zouden zijn die voldoende breed zijn en die los liggen van de autoweg, dan zou het aanspreken op hoffelijkheid nog enigszins verdedigbaar zijn.

Conclusie, geef het beestje wat zuurstof
Het gaat ons dus over prioriteiten. In plaats van geld te besteden aan bijsturing, is net meer zorg voor de fiets noodzakelijk. De controles voor verkeerd fietsgedrag werden deze week opgedreven. Maar wat met de automobilisten? Wat is daar de pakkans? Elke ochtend zien we tientallen overtredingen door automobilisten die veel ergere gevolgen kunnen hebben: van parkeren op het fietspad tot geen voorrang verlenen aan zwakkere weggebruikers, tot fietsers de pas afsnijden en overdreven snelheid. Deze overtredingen worden te zelden aangepakt.
Als een fietser een auto de pas afsnijdt is het risico voor de automobilist op schade behoorlijk wat minder dan omgekeerd. Dat dergelijk promomateriaal geproduceerd wordt, is onrespectvol ten aanzien van de grote groep fietsers die zich elke dag in Gent bewegen en die, op risico van lijf en leden, toch blijven volharden om tussen auto’s te laveren. Naast de verloren kost, hebben deze filmpjes ons inziens zelfs een negatief effect, omwille van een foute representatie van de fietser als potentieel vervelend in de stad. Laat dus het fietsbeestje wat zuurstof en koester het in plaats van het met een paternalistisch vingertje te wijzen op hoe hoffelijk het moet zijn.

[1] http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20141128_01401055

[2] http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20140902_01246775

[3] http://www.mobiliteitgent.be/met-de-fiets/fietsbeleid/fietsen-cijfers

29jun12, 15u17, AZ Sint-Lucas

Pavlov

25 oktober 2010

Ze zouden beter iets doen aan de fietspaden!!!”, hoorde ik minstens 29 keer uit een dochtermond.
Dat was haar reply op mijn vaderlijk geëmmer over fietsverlichting (!), het nut ervan (!!), en dat ik de boete niet zou betalen (!!!).
Tuurlijk heeft ze gelijk.
En tuurlijk heb ik gelijk.
Fietsverlichting hoort, punt.

22okt10, 0u05, Brabantdam

Daar duwt de Stad (Politie en Mobiliteit) nu al een paar jaar met sensibiliseringscampagnes op door.
De Fietsersbond doet dat ook.

De jaren daarvoor creëerde de stad Gent via campagnes en jaarlijkse investeringen in stallingen een groeiend gebruik van (goede) fietssloten.
In Brugge is men daar nu zeer intensief mee bezig.
Openbare diensten / stadsdiensten kunnen wel wat.
Het wordt hoog tijd dat ze nu werk maken van “signalisatie”.
Slechte signalisatie creëert namelijk foute Pavlov-effecten.

Bekijk deze situatie:

12okt10, 15u41, Visserij / Tweebruggenstraat

Hier is aangegeven dat de Visserij onderbroken is, maar plaatselijk verkeer blijft mogelijk.
(Verderop wordt een brug gerenoveerd.)
Er is niet aangegeven dat de fietsroute langs het Keizerpark niet onderbroken is.

Dat moet je maar ruiken.
Wie hier dagelijks passeert, en de Gentse/Vlaamse/Belgische manier van werfsignalisatie Pavloviaans tot zich genomen heeft, rijdt gewoon door.
Wie hier voor het eerst komt, zal ofwel doorrijden om te kijken of er per fiets toch geen doorgang mogelijk is, ofwel –al dan niet wanhopig- een andere weg, een omweg, zoeken.
De wegbeheerder had enkel een autoweg in gedachten, geen hoofdfietsas.
Kort samengevat: deze signalisatie houdt enkel rekening met autoverkeer.
En net dàt is de Gentse/Vlaamse/Belgische fietser al jaren gewoon.
Verbodsborden?
Niet voor ons.
Wegomleggingen?
Kilometers rond, da’s voor auto’s.
Soms doen fietsers hierdoor ècht domme dingen, zoals door vers gegoten beton rijden.
Soms doen ze hierdoor gevaarlijk, zoals op de werf Kortrijksesteenweg.
Maar meestal hebben ze Pavlov goed begrepen: “deze signalisatie is niet voor fietsers”.
Zoals hier:

23okt10, 16u49, Voldersstraat

Dit is een deel van een hoofdfietsas, waar niemand zorg voor draagt.
De borden zijn als naar gewoonte duidelijk voor auto’s bedoeld.

Het asfalt is gegoten, maar het is weekend.
De honderden fietsers die hier dit weekend passeerden volgden de correcte Pavlov-reflex: doorfietsen.
Enkel in een land waar consequent een fietsdoordachte signalisatie hangt kan je fietsers afleren om verbodsborden te negeren.

Een verbodsbord? Stop! Niet doorrijden. Even kijken: ah daar is de wegomlegging…”
Het vraagt nog veel werk voor fietsers deze Pavlov-reflex volgen…
Of telt dat ook voor automobilisten?

20okt10, 17u21, Koningin Maria-Hendrikaplein

22okt10, 20u19, Sint-Denijslaan

%d bloggers liken dit: