Home

Vijftig tinten zwart

9 april 2018

Zwarte punten voor fietsers: ze zijn de laatste tijd, helaas, veel in het nieuws geweest. De betekenis van de term lijkt duidelijk: het zijn plaatsen waar het voor de fietser gevaarlijk is.

Maar als je oplet dan blijkt niet iedereen hetzelfde idee te hebben over wat een zwart punt is. Zwart is duidelijk een kleur met vele tinten.

Zo konden we onlangs lezen dat een aantal punten van de zwartepuntenlijst werden gehaald omdat daar de laatste tijd –hoe moet ik het zeggen– niet genoeg ongevallen gebeurden. Tja. Wie een beetje statistiek kent verwacht dat het aantal ongevallen (of zware ongevallen) op een plaats overeenkomt met een Poissonverdeling. Wie nog iets meer kent van statistiek weet dat een Poissonverdeling een heel grote speling geeft: de variantie is gelijk aan het gemiddelde. Op die manier weet je dus dat een aantal van die geschrapte zwarte punten ooit nog wel eens terug op de lijst gaan komen. Gewoon omdat er terug ongevallen gaan gebeuren. Het maakt van de aanpak van zwarte punten een gokspelletje. Sommige zwarte punten worden heringericht. Andere verdwijnen van de lijst gewoon omdat men er niet aan toekomt ze veiliger te maken. Vermits AWV ondertussen zelf zegt dat veiligheid niet direct hun enige bekommernis is, zijn er natuurlijk ook nog zwarte punten die wel zijn aangepakt en toch ook terug op de zwartepuntenlijst mogen verwacht worden.

Oké. Dit is allemaal een beetje abstract en technisch. Laten we eens naar een concreet geval gaan kijken. Een case study.

Iedereen kent ze wel: de brede wegen met 2×2 baanvakken en een middenberm, maximumsnelheid meestal 90 km/uur, en aan elke kant een dubbele stippellijn op de pechstrook die een fietspad moet voorstellen. Naargelang de opvattingen van de spreker wordt zo’n streepjesstrook bestempeld als een fietspad, als een zelfmoordstrook of als een moordstrook. Die laatste twee namen hebben hun reden: ik wil niet eens proberen te schatten hoeveel fietsers de laatste dertig jaar al zijn doodgereden op zo’n fietspad. Veel, in elk geval.

Onlangs zat er een mailtje in de bus over zo’n weg met moordstrookjes, de Grotesteenweg-Zuid in Zwijnaarde.


Hierbij zend ik u een bericht over een zeer gevaarlijke situatie voor fietsers op de N60 op het grondgebied Gent.

Op deze gewestweg is de pechstrook tussen het kruispunt aan de Hutsepot in Zwijnaarde en het Nieuwgoed een toegelaten parking voor langparkeren voor vrachtwagens (zie bijgevoegde foto). Als vrachtwagens op deze strook parkeren en het fietspad vrijlaten is het al een hele opgave om er als fietser rechts lang te rijden tussen de vrachtwagen en de grachtkant. Geregeld zie ik ook vrachtwagens die ook het fietspad innemen als parkeerstrook (zie bijgevoegde foto). De fietsers moeten dan over de rijbaan waar aan 90 km mag worden gereden.

Deze weg wordt druk gebruikt door scholieren (Don Bosco, Sint Paulus, Voskenslaan) die naar De Pinte en naar Zevergem moeten. Ik neem zelf vaak dit traject en kan getuigen dat de moeilijkheden zich geregeld voordoen. Men kan stellen, gezien het drukke verkeer en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat hier vroeg of laat een fietser zal worden opgeschept door een wagen.

mrt18, Grotesteenweg-Zuid

Doordat geparkeerde vrachtwagens de weg soms versperren en door het feit dat de weg voor vrij veel mensen gebruikt wordt is dit dus een zwart punt met hoge prioriteit, zo zou je denken. Zeker als je even in de berm kijkt.

Grotesteenweg-Zuid (bron: Google Streetview)

Er ligt een gedenksteen voor een scholier, Lieven Van Meirhaeghe, die daar in 1999 is omgekomen. Het is niet eens de laatste dode op dat stuk weg: een paar jaar later kwam er ook nog een bromfietser om.

Welnu, deze plek staat niet op de nieuwe lijst van de zwarte punten in Vlaanderen. Gewoon omdat het laatste dodelijke ongeval al te lang geleden is. Meer nog, gewoon het wegnemen van het bordje “parkeerplaats voor vrachtwagens” is er te veel aan.

Grotesteenweg-Zuid (bron:Google Streetview)

(Dit is de tweede Google-foto in dit stukje. Ik heb echt geen zin om langs dit ‘veilige’ stuk weg te gaan rijden om foto’s te nemen.)

Met andere woorden: we hebben in Vlaanderen een hele reeks van dergelijke wegen. Die worden pas veiliger gemaakt als er eerst genoeg zware ongevallen gebeuren en dan nog alleen maar als de aanpassing toevallig lukt binnen een bepaald tijdvenster. Als de aanpassing lang op zich laat wachten dan is er geen probleem meer: het gevaarlijke punt wordt gewoon van de lijst gehaald tot het weer eens mis gaat. Opdracht volbracht.

Elke keer als je langs een dergelijke weg komt en ziet dat er iets aangepast is moet je je dus afvragen: hoeveel ongevallen zijn hier moeten gebeuren en hoe ernstig waren die voor men iets deed?

Bijvoorbeeld: hoeveel ongevallen op de Kennedylaan in Gent?

Bijvoorbeeld: hoeveel ongevallen op de Nieuwe Steenweg, het verlengde van de Grotesteenweg-Zuid?

Dat zijn allebei wegen waar al wel iets aan veranderd is, maar die zeker nog lang niet af zijn. Want als er eens gewerkt wordt aan veiligheid dan gaat het wel aan een slakkentempo.

Dat heet in Vlaanderen een beleid gericht op veiligheid.

%d bloggers liken dit: