Als fietsen niet in een fietsenrek staan, bestaan ze niet. En moet je er geen rekening mee houden.
Als er geen fietsenrekken zijn, zijn er ook geen fietsers die naar de winkel willen, of op restaurant.
Als fietsers zich toch in de buurt zouden parkeren om naar de winkel te gaan, de tram te nemen of hun kind op te halen van school, slijpen we hun fietsen wel weg.
Zo klopt het straatbeeld met de renders van het ontwerp. Dat is het belangrijkste.
Dat lijkt momenteel de zeer cynische samenvatting van de logica die Stad Gent hanteert bij de inrichting van de Nederkouter en de Petercelle-as.
Er komen daar na de heraanleg van Verlorenkost, Nederkouter en Koophandelsplein bijna even veel fietsenrekken als er nu staan. Op basis van die rekensom oordeelt de Vlaamse administratie dat er door Stad Gent in het ontwerp voor de Petercelle-as voldoende fietsenstalling voorzien is en keurde ze de vergunningsaanvraag goed. Dat klinkt redelijk, toch?
Alleen: er staan daar nu bijna geen fietsenrekken. Er staan wél veel fietsen. Logisch, want het is een drukke handel- en horeca-as, in een buurt met veel scholen en studenten. In Gent.
Bijna al die fietsen staan nu in de Nederkouter en op Verlorenkost op hun pikkel geparkeerd, in officiële en officieuze fietsparkeervakken. Al die fietsen werden in het ontwerp en in de vergunningsaanvraag (bewust?) straal genegeerd. Ook onze vraag om ze op zijn minst eens te tellen: straal genegeerd.
Gent is terecht heel fier op het grote aandeel fietsers, tenzij het slecht uitkomt in de plannen, lijkt het. Dan doen we ineens alsof het er zeer weinig zijn.
Volgens de Europese en Vlaamse regelgeving moet er voor een project als dit een milieueffectenrapportage (MER) gedaan worden, waarin onder andere de mobiliteitsimpact wordt geanalyseerd. Dat gebeurde ook en het studiebureau merkt een negatief effect op, zelfs als ze alleen de fietsenrekken en niet de fietsen tellen:

We dienden bezwaar in tegen de plannen, maar de vergunning werd nu toch verleend. Antwoorden op onze bedenkingen over fietsparkeren kwamen er nauwelijks. Terwijl in alle andere wijken van Gent het al jaren de goede gewoonte is van het Mobiliteitsbedrijf om met wijkgerichte screenings fietsenrekken bij te zetten als er pikkelgeparkeerde fietsen gemeld worden, doet men hier het omgekeerde.
We zijn dus zelf nog eens gaan tellen, op een koude woensdagmiddag in november.
Alleen al in en rond de Nederkouter en Verlorenkost telden we 250 fietsen die volgens Stad Gent niet bestaan. Die niet zouden mogen bestaan, omdat ze niet passen in het nieuwe ontwerp. En waarvoor er straks in de ruime omgeving dus geen enkele plaats meer is. Tenzij in de weg van voetgangers, of auto’s, of trams.















Voor die 250 fietsers (ouders, klanten, studenten, pendelaars,…) is er in het hele Petercelle-gebied en omgeving geen plaats meer voorzien. Allemaal ongewenst. Nooit meegeteld. Waar ze nu geparkeerd staan komen in het vergunde ontwerp stoepen, hekken, autoparkeerplaatsen, autolaad- en losplaatsen, terrassen, tramhaltes, plantvakken. Een alternatief komt er niet. (Wie nu “in de Kanunnikstraat” zegt, moet eens opzoeken waar die Kanunnikstraat ligt.).
Voor mensen die met de fiets naar winkel, horeca of school komen in de Nederkouter en de Verlorenkost is er geen oplossing voorzien, buiten “intensief weesfietsbeleid”. Voetgangers zullen klagen, want fietsen zullen op de stoep staan. Handelaars zullen klagen, want fietsen zullen op hun terrassen staan. Chauffeurs zullen klagen, want fietsen zullen op autoparkeerplaatsen staan. Het is uitgelokte hinder. Conflict by design. De stad kan dan straks als voorvechter van goed voetgangersbeleid al die fietsen komen ruimen. Zoiets is altijd goed voor veel likes op Facebook.
Het doel lijkt niet zozeer een levendige en goed functionerende stad, maar eerder een soort Disney-park, niet gehinderd door enig spoor van de mensen die in Gent wonen, leven en werken.
De andere oplossing (“milderende maatregel”) moet volgens de tekst in de vergunning komen bij heraanleg of stallingen in ándere straten en gebieden, nog verderop. Ooit eens, want er zijn nog geen plannen. Voor de puur theoretische, fictieve fietser die een kilometer verderop wil parkeren, in plaats van op de honderd meter die de stad zélf vooropstelt.
In plaats van in het grootste heraanlegproject in het centrum van dit decennium. In een winkelbuurt en studentenbuurt. Bij scholen. Aan de haltes van de drukste tram van Vlaanderen. Nu. Op een moment dat er in de héle stad al een acuut tekort aan stallingen is.
Op Facebook (where else) noemde schepen Vandenbroucke het gebrek aan fietsparkeerplaats in het ontwerp “fake news”.

Het is ontluisterend hoe er hier koppig met cijfers over fietsparkeren gegoocheld wordt, gewoon om toch maar een vergunning te krijgen voor een plan dat nog niet goed in elkaar zit. Hoe (al zeggen we het zelf) terechte opmerkingen onder de mat geveegd worden. Terwijl iedereen die één keer in de Nederkouter passeert, snapt dat niet al die fietsen zullen verdwijnen. Al die studenten. Al die klanten. Al die mensen die zich graag deftig willen parkeren voor ze de winkel of de school binnenwandelen, als het maar gewoon ergens zou kunnen.
Let daarbij ook op de timing. Volgens de website van de stad zullen de werken duren van 2026 tot en met 2029. Wie al eens een complexe rioleringswerf heeft meegemaakt, telt daar mentaal minstens een jaar bij. Misschien lukt het nog net om een lintje te knippen vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2030, maar de problemen oplossen die nu al duidelijk zijn, zal een taak voor het volgende bestuur zijn.
Is zo’n manier van werken een toonbeeld van verantwoordelijkheid, of eerder het gevolg van een focus op Facebook ten koste van een toekomstgericht beleid?
We wensen de schepen deze eindejaarsperiode een berg voortschrijdend inzicht en de ruggengraat om er iets mee te doen.




