Home

Bailey(s)

18 april 2019

Er is de Britse drank, en er is de Britse brug.
Baileys en Bailey.
Ze zijn allebei in ons leven aanwezig.
Ik leerde Baileys kennen op de terugweg van Oxford naar Gent.
Daar was niks high society aan.
Er waren minder geslaagde alibi’s om de plas over te steken met de ferry Oostende-Dover.
Ik vergezelde vrienden op een treintocht heen en terug omdat één van hun medebewoners met zijn Gents/internationaal theatergroepje een paar voorstellingen speelde in een keldertheater in Oxford.
Ik weet niet meer precies of we in London al dan niet onze aansluiting naar Dover misten.
In all cases: we had to wait some hours for our train home.
Alweer volgde ik de boezemvrienden hun voorbeeld.
Ze introduceerden me in de zwoele smaak van Baileys.
Begin jaren 80 denk ik, toen fietsers in Gent zombies waren.
Nooit van gehoord!
Irish Cream!
Even zwoel als Kind of Blue van Miles Davis.
Ik ben ze er nog altijd dankbaar voor.
Net als om ons de tip te geven dat het huis rechtover het hunne te koop stond.
Dat was half de jaren 90.
Het werd een zware verbouwing, die eindigde met onze verhuis op 21 juli 1996.
Een jaar lang hadden we heen en weer gefietst tussen ons stekje in de Kerkstraat en ons nieuwe nest.
Fietszakken vol met werfmateriaal, flessen water, stalen van tegels, boterhammen.
Heen en terug over de smalle, hobbelige Saskes, laverend tussen de anti-fietshekkens.
De stad Gent lanceerde in die jaren de piste om over de Saskes – officiëel de Sluizenweg- een fietsroute te leggen.
Het moddert daar nog altijd aan, want de Vlaamse Waterweg, de opvolger van Waterwegen en Zeekanaal, wil het niet echt.
Deels daarom lanceerden we met de Fietsersbond in 2007 een oproep om fietsbeleid te bekijken met de bril “als was het oorlog”.

Michiel Hendryckx kan zoveel beter fotograferen én schrijven dan ik.
In de tijd van mijn kennismaking met Baileys knipte ik zijn zwart wit foto’s met zwart randje uit de krant De Gentenaar.
Momenteel heeft de Muinkparkenaar, met roots in De Panne (wat zou Gent zijn zonder die Westvlamingen!), een grandioze reeks op de laatste pagina van DS Weekblad: “Altijd ergens, altijd iets”
Hendryckx kan er zich als gepensioneerde globetrotter ten volle in uitleven.
Op 30 maart 2019 verscheen zijn stuk over de Baileybrug in Sint-Laureins, 51°14’25,61’’N | 3°29’06,38”O.
Lees het hier.
Citaat:
“Het wonder van de baileybrug is het samengaan van stevigheid en eenvoud. Ze kan snel worden gebouwd en in een mum van tijd weer worden afgebroken. De brug bestaat uit elementen die door zes man kunnen worden gedragen. Voor het bouwen van een volledige brug zijn in wezen niet meer manschappen nodig. De verschillende delen worden als een meccano met ­pennen en moerbouten aan elkaar gezet. Volgens de ­gewenste draagkracht kan de brug opgebouwd worden tot drie lagen.”

Dat is wat er reeds jarenlang aan de Saskes moest liggen: een eenvoudig te plaatsen en eenvoudig weg te nemen Baileybrug.
Als in een oorlog.
Zo een die door zes man te bouwen is.
Fietsers (en de Stad Gent) wachten hier al meer dan 20 jaar op een goede brug.
Misschien moeten we hiervoor een crowdfunding houden (met of zonder miljonair), en zelf op een nacht bouwen, want “wat we zelf doen, doen we beter”?

De oversteekplaats op de R40 aan de Eendrachtstraat gaat ergens dit jaar op de schop.
Ze wordt vervangen door een oversteekplaats vanuit de Zalmstraat.
Op die manier kan het fietsverkeer in een rechte lijn naar de Saskes fietsen.

De fluotekens op het asfalt doen vermoeden dat de werf binnenkort start.

16apr19, Vlaamsekaai

16apr19, Vlaamsekaai

Het archeologisch onderzoek is alvast begonnen:

16apr19, Vlaamsekaai

Heb je dat ook?
Dat als er iets plaats vindt waar je eigenlijk héél héél blij zou moeten mee zijn, dat dan eerst de ergernis uit het rotte verleden naar boven spuit?
Dat je jezelf bijna moet verplichten om blij te zijn?
Dat lukt meestal pas als de frustratie over wat niet was plaats ruimt voor de blijdschap over de andere toekomst.
Ik heb dat soms.

De schop die de grond raakt is het belangrijkste moment om van een gevaarlijk punt iets anders te maken.
De openstelling is het tweede belangrijkste moment.
Vorige week ging de schop in de grond.
Pas dan weet je dat er hoop is.
Tot aan de opening van de onderdoorgang onder de autostrade B401 is de Sint-Lievenspoort één van de ergste stadsmuren, waar fietsers en voetgangers oversteken op eigen risico.
Het is dè plek bij uitstek waar bleek dat de Vlaamse overheid de auto centraal bleef stellen in haar mobiliteitsbeleid.
Waar bleek dat verkeerslichtenbeleid een restant was uit de vorige eeuw, zonder middelen, en zonder mankracht.
Een middelgrote Nederlandse stad als Maastricht heeft méér kruispunt- en verkeerslichtenambtenaren in dienst dan de Vlaamse Overheid voor zijn ganse grondgebied.
Als er in Vlaanderen vergaderd wordt over de herinrichting van een kruispunt, dan is zonder een verkeerslichtenspecialist aan tafel.
Waar automobilisten luid claxoneerden naar overstekende fietsers, en waar je het ze niet eens kwalijk kon nemen omdat hun blik enkel het tweede licht op rood kon zien, en niet het eerste licht, dat voor fietsers op groen stond.
Waar de palen herschilderen in geel en zwart een prioriteit was.

Genoeg!
De schop zit in de grond, en daar ben ik blij om.
De helse oversteek van de Sint-Lievenspoort krijgt een onderdoorgang.
Vanaf dan fietsen we onder de hel.
Daarna is het hopelijk de beurt aan de hel van het Tolhuis.

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Sint-Lievenslaan

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Sint-Lievenslaan / Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde

05apr19, Bovenschelde / Sint-Lievenslaan

05apr19, Bovenschelde

Hier blijft het wachten op een verhoogd tweerichtingsfietspad. Er is plaats zat:

05apr19, Bellevue

05apr19, Keizervest

05apr19, Bovenschelde, kant Keizervest

Conflictpresentatie

5 april 2019

Kristof is een nieuwe stem op Fietsbult.
Veel leesgenot!

Vorig jaar ging ik naar een infoavond waarop de voorontwerpplannen werden getoond voor de heraanleg van de Alfons Braeckmanlaan. Ik hoorde daar voor het eerst de term “conflictpresentatie”. Afgaande op de naam en op de plannen die ik zag leidde ik af dat men kruisende weggebruikers (bijvoorbeeld fietsers die een weg met auto’s kruisen) via de weginrichting doet vertragen of stoppen, en wel op zo’n manier dat men elkaar makkelijk in het blikveld krijgt. Met andere woorden: het ‘conflict’ (de kruising) wordt duidelijk gepresenteerd aan de ‘conflicterende’ weggebruikers.

Ik moet steeds terugdenken aan deze term wanneer ik ter hoogte van het UZ de Zwijnaardsesteenweg kruis om de De Pintelaan in te rijden.

20190326_084937.jpg

Na het oversteken van de Zwijnaardsesteenweg volgt er een paar luttele meters fietspad waarna je de rijweg moet kruisen om op het hobbelige klinkerfietspad tussen de bomen te komen. De voorrangssituatie is mij hier niet volledig duidelijk; ik vermoed dat het autoverkeer voorrang heeft, tenzij hier de voorrang van rechts geldt. In ieder geval, als fietser moet je quasi achterom  kijken om te zien of er een auto aankomt. Dat lijkt me een conflictpresentatie voor mensen met een soepele nek. Er zijn dan ook wel wat fietsers (die misschien net als ik een wat stijvere nek hebben) die de vlucht vooruit nemen, een paar meters op de rijweg rijden en links het fietspad oprijden.

20190326_085059.jpg

Dat is ook niet geheel onlogisch. Als je aan de Zwijnaardsesteenweg voor het rood stond is de kans groot dat, wanneer het licht op groen springt, zich ook een rij auto’s op gang trekt die je eerst moet laten passeren vooraleer je kunt oversteken.

Misschien was het beter geweest die eerste paar meters om te vormen tot een stukje fietsstraat?

Een nog moeilijker geval van conflictpresentatie doet zich voor op een eerder stuk van mijn woon-werktraject, namelijk waar de Nijverheidskaai uitkomt op de Waterkluiskaai, ter hoogte van Gentbrugge-brug.

20190212_083543.jpg

20190212_083239.jpg

Komende van Gentbrugge-brug is het soms een huzarenstuk om het fietspad langs de Schelde op te rijden. Hier ontbreekt zelfs een visuele oversteekstrook. Achteropkomende auto’s proberen je soms nog in te halen in de bocht en het is uitkijken voor tegenliggend verkeer dat van achter de bocht komt (en soms nog eens de bocht afsnijdt). Ook hier kiezen vele fietsers voor de assertieve aanpak: rijden in het midden van de rijstrook zodat achterliggende wagens hen tenminste al niet kunnen inhalen.

20190212_083553.jpg

20190212_083243.jpg

Al helemaal te gek vind ik de oversteek voor wie al op de Waterkluiskaai rijdt, komende van Gentbrugge-brug en de oversteek wil wagen naar het fietspad.

20190212_083428.jpg

Daar trotseert de dappere fietser immers 3 autostromen: de achterliggende, de tegenkomende, alsook auto’s die vanuit de Nijverheidskaai linksaf draaien (en jou de voorrang soms afsnijden). Qua conflictpresentatie had dat beter gekund.

Onderstaande tekst van Eva Van Eenoo verscheen in Frontaal, het driemaandelijks tijdschrift van Gents Milieufront, jaargang 22, nummer 1.

Vandaag zijn fietspaden één van de belangrijkste eisen van de fiets- en milieubeweging. Ook ministers pakken er graag mee uit: we investeren jaarlijks 100 miljoen euro in fietspaden! De achterliggende gedachte: fietspaden zorgen voor veiligheid en dat overtuigt mensen om te fietsen. Wat ik in dit artikel wil beargumenteren is dat fietspaden niet noodzakelijk zo’n neutrale infrastructuur zijn waar we altijd voor moeten applaudiseren.

Mocht je begin 20ste eeuw aan de gemiddelde stedeling gevraagd hebben wat de functie was van een straat, had je waarschijnlijk erg uiteenlopende antwoorden gekregen: speelplek, ruimte om handel te drijven, keuvelen, zien en gezien worden, fietsen, wandelen. Maar, er zou weinig discussie geweest zijn over het feit dat straten hoegenaamd niet werden aangelegd met de bedoeling auto’s aan hoge snelheid door te laten rijden. De auto werd lange tijd beschouwd als onwelkome gast, als indringer. In 1930 waren er in Europa voor elke auto zeven fietsen. De dominantie van de fiets onmiskenbaar. Maar op het moment dat de rijke middenklasse zich stelselmatig begon te verplaatsen met de auto en de democratisering van de auto zich doorzette, werden fietsers meer en meer beschouwd als een probleem, als obstakels die de vlotte doorgang van het “serieuze” of het moderne verkeer belemmerden. Fietsers lagen aan de basis van verkeersopstoppingen en ze brachten zichzelf in gevaarlijke situaties. Dergelijk blaming-the-victim discours horen we vandaag ook nog regelmatig.

Autodominantie
We zijn de autodominantie van vandaag zo gewoon, maar er werd in de loop van de 20ste eeuw een felle strijd geleverd om de straat, en de auto trok uiteindelijk aan het langste eind. De andere gebruikers dienden zich te houden strikte regels, opgelegd in wat we vandaag kennen als de Wegcode. Straten moesten in de eerste plaats het “verkeer” doorlaten, waarbij verkeer gereduceerd werd (en wordt) tot autoverkeer. Fietspaden werden aangelegd om fietsers letterlijk langs de kant te duwen. Soms werd het fietsers zelfs verboden om met twee naast elkaar te rijden. Die marginalisering kreeg ook een culturele vertaling. Eén waar we vandaag nog steeds niet van verlost zijn. Het is niet toevallig dat de Critical Mass slogans gebruikt à la “Wij rijden niet in de weg van het verkeer, wij zijn het verkeer”.

Fietspaden
Vanaf de jaren ’70 is er een duidelijke verschuiving merkbaar in het discours over het fietspad. Milieubewegingen vroegen in hun acties en campagnes om fietspaden. Fietspaden werden zo een symbool van duurzame mobiliteit en een milieubewuste levensstijl, en dat zijn ze vandaag nog steeds. Het scheiden van fietsers en automobilisten ontstaat uiteraard vanuit een bekommernis voor veiligheid en comfort. Maar, het aanleggen van fietspaden kan onbewuste beelden en normen in stand houden en verhullen dat we op die manier de fietser nog steeds als afwijkend beschouwen. Ze hebben immers aparte infrastructuur nodig, weg van het “normale” verkeer. Zo functioneren fietspaden als middel om auto’s vrij baan te geven en stellen ze de dominantie van het autoverkeer niet in vraag maar bevestigen ze die veeleer. Dat is de reden waarom ik zo’n pleitbezorger ben van het ciruclatieplan: het zorgt voor meer veiligheid én het trekt de scheefgetrokken verhoudingen tussen weggebruikers weer recht. Het haalt fietsers en voetgangers uit de marge en laat hen weer volop gebruik maken van de straat. Het laat toe om de straat opnieuw te beschouwen als een plek die meer mogelijk maakt dan enkel het faciliteren van het autoverkeer.

17apr18, Muinkkaai

Fietsstraten of fietszones
Laat ons nog even stilstaan bij fietsstraten. Daar krijgen fietsers de volledige straat ter beschikking, en worden ze niet langs de kant geduwd. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van het Gentse fietsstratenbeleid. Desondanks denk ik dat ze ook kunnen bijdragen aan het beeld van de fietser als afwijkende weggebruiker. Zo kreeg ik van automobilist ooit “dat is hier geen fietsstraat hé” naar het hoofd geslingerd toen mijn kinderen ik blijkbaar wat te veel in zijn weg reden. Fietsstraten creëren een veilig reservaat voor fietsers maar beperken op die manier onbedoeld hun bewegingsvrijheid. Ik denk dat de hele stad een veilig reservaat moet zijn, en dat we moeten denken in termen van fietszones. Zoals de hele binnenstad van Gent nu zone 30 is, zo zouden we ook kunnen beslissen om heel dat gebied fietszone te maken. Nergens fietsers inhalen, punt andere lijn. We zouden dit ook kunnen doen in grote delen van de 19de eeuwse gordel en de centra van de 20ste eeuwse gordel.
Het is nooit verstandig om het kind met het badwater weg te gooien, en ik denk dat een gezonde dosis pragmatisme zeker aan de orde is. Toch moeten we ons zeer goed afvragen waar en waarom we pleiten voor fietspaden of fietsstraten, en moeten we telkens grondig evalueren of we met dat pleidooi bijdragen aan een status quo of aan een duurzame samenleving.
[Voor dit artikel haalde ik inspiratie uit artikels en boeken van Ruth Oldenziel en Donald Weber, warm aan te bevelen!]

Eva Van Eenoo werkte jaren voor de Fietsersbond, en koos daarna voor een studie. Eva studeerde af in 2018 als stedenbouwkundige en ruimtelijke planner met een thesis over Bicycle Oriented Development. Ze werkt bij de onderzoeksgroep Cosmopolis Centre for Urban Research (VUB) aan een doctoraat over de verschillende dimensies van autoafhankelijkheid, en de relatie tussen de kenmerken van de bebouwde omgeving en autoafhankelijkheid. In haar vrije tijd denkt ze graag na over stadsontwikkeling, mobiliteit, fietsen en het discours dat we hanteren wanneer we het hebben over mobiliteit, en welke hierbij mogelijk achterliggende ideeën zijn.

De Saskes (6)

25 maart 2019

De Saskes vormen een belangrijke fietsverbinding. Sinds mensenheugenis zijn ze ook een probleem. (Mensenheugenis vangt officieel aan met de eerste Fietsbult van 23 maart 2008. Die allereerste fietsbult ging dan ook over de Saskes.)

Nu is er in de loop der jaren toch al heel wat verbeterd. In 2008 moest je als fietser niet alleen de verhoogde sluisdeuren trotseren, maar ook nog twee hekken, een hindernis die als enig doel had fietsers het leven zuur te maken. De hekken zijn al lang geschiedenis en in 2015 zijn de sluisdeuren aangepast: de oversteek is verbreed en er kwamen schuine oprijvlakken. Nog altijd niet ideaal, maar toch een hele verbetering.

Meer en meer fietsers gebruiken ze dan ook. Vorig jaar telde het GMF er tijdens de ochtendspits tussen zeven en negen 463 fietsers stadsinwaarts. Ter vergelijking: de Gaardeniersbrug haalde toen 445 fietsers. Het wordt daar dus stilaan behoorlijk druk, met een piek van 7 fietsers per minuut.

Je kan je afvragen waarom er dan nog altijd geen echte fietsbrug ligt. Dat is een lang verhaal over bevoegdheidsverdelingen en langetermijnplannen en weet ik wat: geen stof voor vandaag. De huidige toestand is een tijdelijke oplossing, maar dan wel een die nog jaren dienst zal moeten doen.

In elk geval, omdat het er steeds drukker wordt krijg je meer en meer momenten dat er heen en weer moet gewacht worden. Dat gaat dan zo: een paar mensen wachten aan de ene kant terwijl men vanop de andere kant oversteekt.

20mrt19, 9u56, Saskes

Tegen dat de wachtenden oversteken vormt zich aan de overkant een wachtrij.

20mrt19, 9u57, Saskes

Zo gaat het heen en weer. Ik heb daar nog nooit meegemaakt dat de afwisseling tussen de twee richtingen niet vlot verliep. De etiquette zorgt ervoor dat er, ook bij grote drukte, altijd wel iemand is stopt als er een groep wachtenden aan de overkant staat.

Al bij al duurt het soms toch wel een tijdje. Per slot van rekening is het traject op de sluisdeuren 17 meter lang. Een voetganger doet daar pakweg 13 seconden over, een fietsende fietser minder dan de helft. Dus, als ik daar aankom vlak na een fietser die van de andere kant komt, dan hoop ik dat hij niet afstapt maar doorfietst: dan moet ik maar half zo lang wachten. Ben ik er net eerder dan iemand aan de andere kant, dan vind ik het onbeleefd om af te stappen, want dan moet hij dubbel zo lang wachten.

Alleen: je moet afstappen. Er staan borden die je verbieden om door te rijden. Vreemd is dat het ene bord er al stond voor de doorgang verbreed werd (toen het diende om te voorkomen dat fietsers hun nek braken door het 15 centimeter hoger gelegen brugdek op te rijden),

20mrt19, 9u52, Saskes.

maar dat het bord aan de overkant er pas gekomen is toen de nieuwe doorgang al een hele tijd open was (want het oude bord was met het hek verdwenen). In de tussentijd mocht je dus van de ene kant naar de andere rijden, maar je moest wel te voet terug.

20mrt19, 9u47, Saskes.

Blijkbaar –ik heb het ook maar uit derde hand– is de redenering dat je moet afstappen omdat de doorgang te smal is om mekaar te kruisen. Of men erover heeft nagedacht dat een afgestapte fietser veel meer plaats inneemt en dat je mekaar dus nog altijd zeker niet kan kruisen (twee voetgangers kunnen naast mekaar langs, een afgestapte fietser en een voetganger al niet meer) valt te betwijfelen. Dat het verbod het verkeer in toenemende mate belemmert speelt al helemaal geen rol.

Is dit nu een oproep om beleefdheid en vlot verkeer te laten primeren op het verkeersreglement?

Neen, zo zijn we niet. Ten eerste gaan we nooit aanbevelen om het verkeersreglement te overtreden, zelfs niet waar het absurd is, en ten tweede blijkt dat de politie er wel degelijk boetes uitdeelt. Maar het is wel de hoogste tijd om het verbod op te heffen. Toestanden zoals deze hinderen niet alleen het verkeer, ze zorgen ook voor normvervaging. Erger-dan-zinloze verboden leiden tot een mentaliteit van ‘waarom zou ik me iets van de regels aantrekken?’

Als je dan toch absoluut bordjes wil zetten dan moet je maar in het verkeersreglement “smalle doorgang” opzoeken. Dan vind je dit bordenpaar:

Dat is de signalisatie die bij een smalle doorgang voor auto’s gebruikt wordt (en niet, zoals je zou verwachten, een verplichting voor chauffeurs om uit te stappen en hun wagen voort te duwen). Niet dat het hier echt nuttig is: één kant altijd voorrang geven is niet goed voor de vlotte afwisseling. Maar het zou toch al minder erg zijn dan de huidige combinatie.

Velo-Droom (Sint-Amandsberg) organiseerde op het kruispunt Bernadettestraat / Grondwetlaan / Hogeweg met de steun van Critical Mass Gent en Fietsersbond Gent een Mass die-in.
Schepen Watteeuw was aanwezig.

Dit is de speech die bij het begin van de actie uitgesproken werd:

Op 22 februari is opnieuw een fietser aangereden op een kruispunt in onze wijk.
Opnieuw iemand die nietsvermoedend van of naar huis fietste, maar op het foute moment op de foute plaats bleek te zijn.
En steeds denk ik hierbij opnieuw aan Nikita.
Aan het kruispunt dat voor haar familie te laat werd heraangelegd.
Ik wil niet op een dag de fiets van mijn kind, verfrommeld onder een vrachtwagen, op sociale media zien verschijnen.
En ook niet het kind van mijn vrienden.
Van mijn buren.
Niemands kind.


Iedere chauffeur, iedere fietser kan een fout maken, een verstrooidheid of een foute inschatting, maar in onze straten, in onze wijk zijn de gevolgen direct heel groot.
Nog steeds durf ik mijn dochter van 11 jaar niet alleen in de wijk te laten fietsen.
De oversteekplaatsen aan de steenwegen zijn levensgevaarlijk.
Weet je nog, toen we zelf die leeftijd hadden?
We fietsen overal naartoe.
Geen kat die daarvan wakker lag.
Dat is kind zijn.
Dat is jongere zijn.
De vrijheid om je zelfstandig in je wijk te bewegen; de vrijheid naar je vrienden te gaan, ook al hebben je ouders geen tijd.
De vrijheid alleen naar school te gaan.
Dat kan nu niet.
Maar liefst drie steenwegen hebben we.
En een as van de haven tot Gentbrugge met te veel en te snel verkeer.
Die zijn ingericht met het oog op doorstroming.
Doorstroming van auto’s die van A naar B moeten en toevallig… ligt onze wijk daartussen.
Die straten-snelwegen zijn niet gericht op kinderen.
Ook niet op papa’s die pas uit hun bed komen.
Of op verstrooide moeders.
Die straten zijn te weinig geënt op mensen.

Om dat te keren hebben we een daadkrachtig verkeersplan nodig.
Een plan voor de wijk.
Een plan voor ons.
Een plan dat sluipverkeer weghaalt, zwaar verkeer aan banden legt, luwe fietsroutes voorziet en oversteekplaatsen beveiligt.
Een plan waarover de geesten bij de bestuurders en de stadsdiensten NU, op dit moment aan het rijpen zijn.
Misschien zal dat plan bij sommigen op weerstand stuiten, misschien zullen er bestuurders zijn die vinden dat dat niet te veel mag kosten.
Maar dan moeten wij, ouders van fietsende kinderen ons laten horen.
We mogen ons niet laten doen.
Het mag geen slap plan worden.
Het leven van onze kinderen is de investering waard!
En we hebben jullie daarvoor nodig! Vandaag, en morgen!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We volgen het verkeersplan op, hou onze facebookpagina in de gaten, want met hoe meer we tonen wat we willen hoe beter.
Bedankt ook aan de politici die hier aanwezig zijn en op die manier hun steun aan onze vraag betuigen.
Bedankt, veilig thuis!

Melding: dakwerker

6 maart 2019

Wie de openbare weg inneemt heeft een vergunning nodig.
Een vergunning dient om situaties voor alle mensen -groot en klein, arm en rijk- veilig te houden.
Sommige aannemers vinden dat dit niet nodig is.
Sommige eigenaars/verbouwers doen maar op.

Dit was de situatie op de Sint-Lievenslaan op 5 maart 2019, 09u27:

05maa19, Sint-Lievenslaan

Een melding aan de werkmannen leverde geen resultaat op.
Bon, de politie dan maar?
Onveilige situaties meldt je best aan hen.
Ik geneer me (wat ik achteraf dom vond) om hiervoor het Politienoodnummer 101 te bellen.
Dus belde ik om 09u43 vanop de trein naar het algemeen nummer 09/266 61 11 van de Gentse politie.
Een behulpzame dame noteerde, en zei dat collega’s langs zouden gaan.

Dit was de situatie ’s avonds:

05maa19, Sint-Lievenslaan

05maa19, Sint-Lievenslaan

Vergeleken met de ochtendsituatie is dit een verbetering.
Maar wie wil hier met zijn fietsende kinderen passeren?
En hoe zal het er vandaag en morgen aan toe gaan?

%d bloggers liken dit: