Home

Van: Sybryn Maes [mailto:sybryn.maes@gmail.com]
Verzonden: vrijdag 17 november 2017 16:51
Aan: fietsbult@fietsersbondgent.be
Onderwerp: opiniestuk sensibilisatie fietsers

beste redactie van Fietsbult,

als fervente fietsers schreven wij een kort opiniestuk over de nood aan meer sensibilisatie en duidelijke richtlijnen voor het groeiende fietspubliek.

Misschien iets om op de blog te plaatsen indien jullie het passend vinden?
Alvast bedankt voor uw respons,

MVG
Sybryn & Dries

—————————————————————————————————————

Fietsinfrastructuur vs. Fietscultuur: wordt fietsend Vlaanderen voldoende gesensibiliseerd?
Sybryn Maes & Dries Van de Loock

Bij de transitie naar een duurzame wereld horen ook meer ecologische vormen van mobiliteit. Zo is de fiets in Vlaanderen aan een opmars bezig, en dat juichen we met zijn allen toe! Het stimuleren van verplaatsingen met de fiets zorgt niet alleen voor een toename aan fietsgebruikers, maar ook voor een grotere verscheidenheid aan fietsvormen en snelheden. Zowel de bakfiets-mama die haar kroost wil deponeren aan de schoolpoort, als de snellende pendelaar die op hetzelfde pad zijn vergadering wil halen, heeft het recht om zich in een veilig, harmonieus fietsverkeer te begeven. Helaas wordt dit ideaalbeeld van een harmonieus fietsend Vlaanderen veelal besmeurd door ontoereikende fietsvoorzieningen en het gebrek aan een helder wettelijk kader.
Deze zaken zijn ontegensprekelijk van belang, maar wat is de bijdrage van onze huidige “fietscultuur” aan de bezoedelde verkeerssituatie in Vlaanderen?

Sensibilisatienood bij groeiende fietsgemeenschap

Een betere fietsinfrastructuur en wettelijk kader gaan hand in hand met goed gedrag op de weg. Als dit laatste ontbreekt, zullen fietsvriendelijke wegen podia blijven voor fietsonvriendelijke ongevallen. Helaas is het belang van “duurzaam” rijgedrag nog te weinig bekend onder het fietsende volk.

Fietsers worden volgens ons te weinig gesensibiliseerd over elkaars aanwezigheid en hoe zich best te gedragen op de weg. Daarom pleiten wij voor meer sensibilisering en aandacht voor het gedrag van alle fietsers op de weg, in combinatie met het uitwerken van een begrijpelijke wegcode. Want ook al zijn risico’s bij fietsongevallen misschien minder groot dan bij auto-ongevallen; een toename aan fietsers zou geen toename aan ongelukken mogen teweegbrengen.

De inburgering van eenvoudige gebruiken kunnen conflicten reeds drastisch verminderen. Stimuleer bijvoorbeeld het gebruik van handgebaren alvorens een manoeuvre uit te voeren op de fiets, of het aanpassen van je snelheid aan de traagste fietser in het geval van druk verkeer. Dergelijke suggesties horen volgens ons thuis op de weg en mogen niet langer verscholen blijven op blogs van verknochte fietsers, waar ze slechts een select publiek bereiken (bvb. 3XDBE 2017). Net als automobilisten en motorrijders heeft fietsend Vlaanderen anno 2017 evenzeer nood aan flashy campagne- en verkeersborden die hen continu attent maken op het belang van veilig gedrag op de weg. Een gewaarschuwd fietser is er twee waard.

16nov17, Woodrow Wiklsonplein / Graaf Van Vlaanderenplein

Blijvende strijd voor fietsinfrastructuur en duidelijke wegcode

Naast de dringende nood aan meer sensibilisering bij het publiek “à vélo”, blijft een verbetering van de bestaande fietsinfrastructuur ook noodzakelijk, willen we duurzamere vormen van transport stimuleren. Er is nood aan meer en bredere paden voor een betere doorstroming en voldoende ruimte voor alle types fietsers (De Correspondent Fiets vs. File 2017). Daarnaast bestaat een veilige fietsomgeving uit paden die zoveel mogelijk afgescheiden zijn van de autoweg, en kan de juiste ondergrond van het pad het rijcomfort sterk verhogen (vraag maar na bij fietser en co).

Wederzijds begrip tussen de verschillende weggebruikers zou tegelijk ook meer ondersteund moeten worden door een duidelijke wegcode: “wie mag eigenlijk wat en waar?”. Het ontbreken of tekortkomen van dergelijk kader in Vlaanderen leidt onvermijdelijk tot een hoop verwarring, vertraagde inburgering en uiteindelijk tot spanningen op de weg. Het verhaal van de elektrische fiets of e-bike is er zo’n schrijnend voorbeeld van. Deze nieuwkomer vond de laatste jaren vlot zijn weg naar het dagelijks gebruik en schakelt het fietsverkeer een versnelling hoger, maar werd helaas niet even vlot gevolgd door een afgelijnde wegcode, en bijgevolg hinkt ook de inburgering erop na.

In het kort: de groeiende fietsgemeenschap in Vlaanderen snakt naar betere voorzieningen en duidelijke richtlijnen die voor iedereen bekend zijn. Dergelijke zaken liggen ongetwijfeld mee aan de basis van een harmonieus en veilig wegverkeer, en weerhouden het oplopen van frustraties. Maar als bestuurder van ons “stalen ros” dienen we zelf ook bewust te zijn van het feit dat er meerdere weggebruikers zijn met verschillende ambities. Uit respect voor deze verschillen moeten we gedisciplineerd omgaan met de wegcode en de omgeving, maar evenzeer met elkaar.

Bronnen:
De Correspondent 2017. Fiets vs. File. Fietsen is een geniale oplossing voor het fileprobleem. Denk mee over de beste weg ernaartoe. Geraadpleegd op 27/7/2017: https://decorrespondent.nl/7036/fietsen-is-een-geniale-oplossing-voor-het-fileprobleem-denk-mee-over-de-beste-weg-ernaartoe/1391050226984-71fc2523.
3XDBE 2017. Een andere hoffelijkheidscampagne. Geraadpleegd op 27/7/2017: https://3xdbe.wordpress.com/een-andere-hoffelijkheidscampagne/.

—————————————————————————————

Op 17 november 2017 om 17:12 schreef Y:
Dag Sybryn en Dries,
Ik lees het vanavond, nu nog aan het werk.
Mag ik al even polsen naar jullie achtergrond / woonplaats?
greets,
y

Op 17 november 2017 om 17:15 schreef Sybryn Maes:
beste Y,
geen probleem.
Ik ben momenteel in Zwitserland tot 23 nov, dus het kan zijn dat ik laattijdig antwoord.
Wij wonen beide in Sint-Amandsberg.
Sneeuwgroet,
Sybryn

Op 17 november 2017 om 17:19 schreef Sybryn Maes:
Beste Y,
sorry een beetje te snel verstuurd.
Onze achtergrond: wij studeerden bio-ingenieur (bos en natuurbeheer) en biologie, en zijn bezig met een doctoraatsonderzoek in diezelfde richtingen.
Daarnaast fietsen we heel vaak, voornamelijk functioneel gekoppeld aan plezier. En van daaruit groeien vaak bedenkingen en discussies omtrent de relatie fiets-auto, fietsvoorzieningen, etc… Vandaar dit opiniestuk, ook naar aanleiding van de stevige groei aan fietsers die we zelf opmerken in Vlaanderen, maar achterblijvende voorzieningen en vernieuwde gedragscode etc.
Als je nog duiding wilt ergens, laat maar horen.
Groet,
Sybryn

Op 17 november 2017 om 17:20 schreef Y:
Mag ik hieruit afleiden dat het geschreven is voor “Gents gebruik”, of voor “Belgisch gebruik”? 😉
Met vriendelijke groeten,
Y

Op 17 november 2017 om 17:23 schreef Sybryn Maes:
Eerder voor Belgisch gebruik dan zou ik zeggen.
Het is alleszins breder bedoeld dan enkel stedelijke fietsers, alhoewel dat natuurlijk knooppunten zijn van zeer intensief fietsgebruik…

 

Tingtingting

25 april 2017

20apr17, Vlaanderenstraat

Heel lang geleden zei het verkeersreglement:

Art. 15. Wanneer een spoor in de openbare weg aangelegd is, of deze gelijkgronds kruist, moet elke weggebruiker de doorgang vrijlaten voor het daarop rijdend spoorvoertuig; daartoe moet hij het spoor vrijmaken, er zich zodra mogelijk van verwijderen en, zonodig, stoppen.

Daarmee was het duidelijk: als er een tram aankwam moest je je uit de voeten maken. Daar zijn processen over gevoerd. Dat heeft tot een aantal vonnissen geleid die bevestigen dat de tekst wel degelijk zegt wat hij zegt. Als je, bijvoorbeeld, door de Nederkouter reed met de auto en er kwam een tram achter je aan dan mocht je niet voorbij een lege parkeerplaats rijden: neen, je moest daarin rijden en wachten tot de tram voorbij is. Kwam je aan een zijstraat moest je ook uitwijken naar die zijstraat, ook al wou je eigenlijk rechtdoor. Je moest uitwijken en desnoods stilstaan om voertuigen op rails door te laten, om maar eens een nog oudere versie van het reglement te citeren. Voor een fietser betekende dat dat je je desnoods op het voetpad moest begeven. Daarmee werd een tram eigenlijk behandeld zoals een prioritair voertuig, zoals een brandweerwagen, met werkende sirene. Immers, daarvoor moet je onmiddellijk de doorgang vrijmaken en voorrang verlenen; zo nodig moet [je] stoppen. Niet toevallig is de formulering voor prioritaire voertuigen bijna hetzelfde als die voor een tram.

20apr17, Vlaanderenstraat

Dat vond men toch wel een beetje overdreven. Een tram voorrang geven, oké, maar het was nu ook weer niet de bedoeling dat de passage van een tram het verkeer lamlegt, zoals bij een ambulance of een politiewagen met een dringende opdracht.

Dus heeft men in een latere versie van het verkeersreglement die verplichting ingeperkt. Nu staat er:

Art. 12.1. Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.

20apr17, Graaf Van Vlaanderenstraat

Voorrang geven betekent volgens Van Dale (editie 1984) een ander voertuig (dat uit een andere richting komt) het eerst [laten] passeren. Een tram die achter je komt, komt niet uit een andere richting. Alleen als je de sporen kruist heb je een andere richting en kan je voorrang geven: dat moet je dan ook. Om dat te doen moet je je ook van de sporen verwijderen. Stel dat je als automobilist of als fietser bijvoorbeeld linksaf wil in een straat met een tramspoor in het midden. Dan mag je niet op het tramspoor gaan staan om auto’s en fietsers uit tegenrichting voor te laten, want dan kan je een aankomende tram geen voorrang meer geven. Maar er is geen sprake meer dat je het spoor in de openbare weg aangelegd noet vrijmaken als er een tram achter je komt.

Waarom is het relevant om een wijziging van het verkeersreglement van heel lang geleden onder het stof uit te halen? Wel, er is iets eigenaardigs mee aan de hand. Om de ene of andere reden schijnen personeelsleden van De Lijn (en sommige, maar niet alle, leden van het politiecorps) ervan uit te gaan dat de nieuwe versie geldt voor automobilisten, maar de oude voor fietsers. Niemand eist nog dat autobestuurders in de Nederkouter halsoverkop de straat vrijmaken, maar er wordt nog wel van fietsers verwacht dat ze het trottoir op vluchten. Voor fietsers verwijst men naar de oude toestand, inclusief de oude rechterlijke uitspraken, voor automobilisten niet.

20apr17, Vlaanderenstraat

De menselijke geest is ondoorgrondelijk, maar het creëert echt wel een probleem. Zo nu en dan hoor je berichten over aggressieve tramschauffeurs. Je kan je het wel voorstellen: vlak achter een fietser gaan rijden en continu bellen. Dat is niet alleen enerverend, maar ook gevaarlijk. Fiets en tramsporen, het gaat al niet goed samen, zeker niet als er ook nog kasseien in het spel zijn. Als een fietser uit zenuwachtigheid, omdat hij wordt opgejaagd, een fout begaat dan kunnen de gevolgen niet te overzien zijn. Je wil je echt niet voorstellen wat er gebeurt als een fietser valt over de tramsporen terwijl er vlak achter hem een voertuig van 56 ton aankomt. Als de politie dan, zoals recent nog op de sociale media, flagrant verkeerde informatie verspreidt die aangeeft dat de fietser in fout is en zo olie op het vuur gooit, dan is het echt wel nodig dat ze die flaters (het was niet de eerste keer) goedmaakt. Niet door alleen maar te zwijgen, maar door de feiten duidelijk te stellen. Namelijk dat het verkeersreglement veranderd is. Lang geleden.

Regelmatig horen we in het nieuws dat het verkeersreglement veranderd is. Dit betekent meestal dat er weer nieuwe situaties bijkomen met hun eigen ingewikkelde regeltjes waar op den duur niemand meer aan uit geraakt. Zo zou je stilaan een kwis kunnen organiseren, alleen met als onderwerp ‘wie mag of moet er gebruik maken van welk soort fietspad’. Er zijn leefstraten, fietsstraten, … .

Het verkeersreglement is niet echt aangepast aan het huidige fietsverkeer en de huidige fietsinfrastructuur. Om de problemen te begrijpen moeten we gaan kijken naar de mentaliteit van 1975, het geboortejaar van ons verkeersreglement. De fietser werd toen beschouwd als een loser die maar een auto moest kopen als hij wilde serieus genomen worden. Hij was nog erger dan een voetganger (want dat kon een uitgestapte automobilist zijn).

Gaston Durnez is er (in ‘Mijn Leven onder de Belgen’ uit 1970) duidelijk over: een fiets ‘ … brengt je nergens op het maatschappelijk vlak en op de sociale pyramide. Het weinige respect voor de utilitaire fiets wordt duidelijk als je ziet hoe weinig wegen een apart strookje [sic] voor hem reserveren. Een fiets is de auto van de proletariër[…]’. Verder: een fietser is een ‘raté, […] een fanaticus van het vermageringsregime, […] een toerist die geld te kort komt voor een tourauto’.

Fietspaden waren er dan ook niet voor de veiligheid en het comfort van de fietser. Neen, fietspaden waren er ten behoeve van de automobilist, die daardoor die vervelende fietsers niet meer op zijn weg vond. Die opvatting heeft twee belangrijke gevolgen:

  1. Een fietspad ligt per definitie naast een rijbaan voor auto’s, namelijk die rijbaan die van fietsers verlost wordt door het fietspad.
  2. Signalisatie is uitsluitend gericht op fietsers: ze moet namelijk fietsers verplichten van de rijbaan af te gaan.

In het dagelijks taalgebruik is het begrip fietspad vrij ruim. We spreken ook van een fietspad als het gaat over, bijvoorbeeld, een weg over een oude spoorwegbedding ingericht voor fietsers. Volgens het verkeersreglement is dat geen fietspad. Laten we zoiets een fietsweg noemen. Dit naar analogie met een weg voor voetgangers: dat is een voetweg, terwijl een voetpad naast een rijweg ligt.

Fietswegen interesseerden het verkeersreglement in 1975 gewoon niet. Je kon ze niet eens behoorlijk aanduiden: je moest een combinatie van borden bedenken die alle andere voertuigen verbood. Maar waarom zou je dat doen? Als de weg goed genoeg was om erop te rijden met een auto dan was er geen reden om dat te verbieden, en anders deden de fietsers maar. Pas heel lang na 1975 is er een bord gekomen om een fietsweg aan te duiden: bord F99a.

Een fietspad wordt aangeduid met een dubbele streepjeslijn of een bord. De formulering over de streepjeslijnen dateert duidelijk uit 1975: Het deel van de openbare weg dat afgebakend is door twee evenwijdige witte onderbroken strepen en dat niet breed genoeg is voor het autoverkeer, is een fietspad. Een fietspad moest wel smal zijn. Overigens, rijwielrijders mogen een dergelijk fietspad niet volgen, wanneer dit links in hun rijrichting ligt, zo zegt het reglement. Een streepjesfietspad is dus een enkelrichtingsfietspad. Als je ooit aan De Biesten in Eke komt, dan zie je deze situatie:

5apr12, 20u16, De Biesten, Eke

5apr12, 20u16, De Biesten, Eke

Ga dan niet op de rode strook rijden: ze is te breed om een fietspad te zijn, want je kan er met de auto op en bovendien: als het een fietspad was mocht je er in deze richting niet op fietsen.

Wat borden betreft, die zijn voornamelijk bedoeld voor de situaties waar er geen plaats is voor streepjeslijnen. Ook als het te veel gevraagd was om aan twee kanten van de weg een fietspad in te richten en fietsers dus samengeveegd werden op een strookje langs één kant van de weg komt zo’n bord van pas.

Ondertussen is er veel veranderd en zijn we verder geraakt dan de strookjes van Gaston Durnez. De evolutie laat zich samenvatten in één foto:

17okt16,13u41, Burggravenlaan

17okt16,13u41, Burggravenlaan.

Links op de foto zie je een fietspad zoals we het nu normaal vinden. Rechts daarvan zie je het fietspad zoals het was in 1975. Inderdaad: de betonstrook die nu de schrikstrook vormt tussen geparkeerde auto’s en fietspad was vroeger het fietspad.

Veel fietspaden zijn duidelijk afgescheiden van de weg en zitten dus halverwege fietspad en fietsweg. Bovendien heeft een fietser op een fietspad een aantal rechten gekregen. Dat betekent dat ook andere weggebruikers rekening moeten houden met fietspaden.
Alleen, dikwijls kunnen ze niet zien dat er een fietspad is. Een dom voorbeeldje:

am1c
Wat je ziet op de foto is een fietspad, waar je als voetganger niet op mag (voetgangers mogen alleen op het fietspad lopen als er geen voetpad is). Maar je kan niet zien dat het om een fietspad gaat, want het bord staat aan de andere kant.

Ook de hele discussie over de vraag of een rechtsafslaande auto een rechtdoorrijdende fietser voorrang moet geven heeft daarmee te maken: hoe interpreteer je de situatie zodat je weet welke regel van het verkeersreglement je moet toepassen?

Helemaal erg wordt het natuurlijk als een tweerichtingsfietspad een andere weg kruist. Dat is eigenlijk niet voorzien in ons verkeersreglement en leidt dus tot allerhande problemen en ongevallen. Dat alleen levert genoeg stof voor een aparte fietsbult.

Als we gaan kijken naar onze noorderburen dan zien we dat het verkeersreglement er daar heel anders uitziet. Er zijn drie soorten voorzieningen:

  1. Fietsstroken. Die komen (bijna helemaal) overeen met wat ons verkeersreglement fietspaden noemt.
  2. Verplichte fietspaden. Beter van de weg afgescheiden en beschouwd als aparte wegen. Komt overeen met de betere fietspaden van bij ons waar het verkeersreglement geen weg mee weet.
  3. niet-verplichte fietspaden. Komen overeen met onze fietswegen van daarstraks.

Daardoor wordt een en ander veel eenvoudiger: een fietsstrook is een deel van de rijweg en geeft je ongeveer dezelfde rechten als een auto op een aparte rijstrook, een fietspad is een aparte weg en daar zijn geen aparte regels voor nodig: als je een andere weg kruist heb je een kruispunt en kan je de regels en tekens voor een gewoon kruispunt gebruiken.

Ik heb hier voor mij een exemplaar van het Belgisch verkeersreglement uit 1934. Dat ging mee tot 1954, toen er een nieuwe versie kwam. Ook dat heb ik hier liggen: het werd regelmatig bijgewerkt tot in 1975 (het enige wat er over rijwielrijders instaat is dat ze op het rijwielpad moeten rijden als er een is en dat je met een auto niet op een rijwielpad mag rijden, maar dat terzijde). De wijzigingen reflecteren de veranderingen in het verkeer. Blijkbaar was het toen al nodig om elke twintig jaar een herziene versie te maken met een coherente visie. Ons verkeersreglement is meer dan veertig jaar oud. In die tijd is er aan voortdurend aan geknutseld, met als resultaat een regelgeving waar niemand aan uit geraakt. Vooral de regelgeving rond fietspaden is een onbegrijpelijk kluwen, met alle gevolgen van dien. Tijd voor verandering?

50-50: hoe onrechtvaardig

30 augustus 2016

In de commentaren op deze blog is de voorrang de laatste tijd een belangrijk onderwerp gebleken. Daarbij werd niet zelden heel wat onzin gespuid. Tijd dus om een beetje uitleg te geven en wel over het volgende probleem: je rijdt als fietser op straat A, komt aan een wegkruising met een straat B en moet rechtdoor. Heb je ja dan neen voorrang op een automobilist die van achter je komt en die rechtsaf slaat?

In principe is het eenvoudig. Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Je rijdt gewoon rechtdoor. Dus heb je voorrang op de achteropkomende auto. Of je voorrang hebt op verkeer uit straat B hangt af van de verkeerstekens, maar achterop komend verkeer moet jou voor laten gaan. Het heeft daarbij geen belang of je op een fietspad rijdt, of dat fietspad doorloopt op het kruispunt, of er voorrangsborden staan of wat dan ook: die aanduidingen geven aan of je voorrang hebt op verkeer uit straat B, niet op achteropkomende wagens.
  2. Je slaat rechtsaf, rijdt een eindje straat B in en steekt dan straat B over. Dat oversteken is een manoeuvre. Daardoor ben je alle voorrang kwijt op alle andere verkeer, ook op de wagens die achter je uit straat A kwamen.

Goed. Tot nu toe is het simpel. Maar er is een grensgebied: hoe ver moet je van de rechte lijn afwijken om van geval (1) over te gaan naar geval (2)?

Als er een fietspad is kan het nuttig zijn om dit een beetje te laten uitbuigen naar rechts, zodat bijvoorbeeld een auto die moet wachten de fietsers niet hindert. Het Vademecum Fietsvoorzieningen spreekt van een uitbuiging van ‘een zestal meter’ zonder dat daardoor de fietser zijn voorrang verliest: het Vademecum vindt dat we daarmee in geval (1) blijven, of het fietspad nu doorloopt op het kruispunt (fietser heeft dan ook voorrang op verkeer uit B) of niet (bijvoorbeeld bij voorrang van rechts).

Als die uitbuiging echt groot is (de lengte van een vrachtwagen) gaan we naar geval (2). Het Vademecum zegt dat dat zeer uitzonderlijk is (dit staat in de tekst ook in vetjes) en dat dan ook heel duidelijk moet worden aangegeven, door een voorrangsbord, haaientanden en een oversteekmarkering met vierkante blokjes.

Gevallen (1) en (2) zijn in principe duidelijk. Iedereen die een beetje het verkeersreglement kent kan ze duidelijk herkennen. Bij een gebeurlijk ongeval is het duidelijk wie in fout is en die partij draagt de verantwoordelijkheid en de kosten.

Nu blijkt dat in een aantal gevallen een 50-50-regel gebruikt wordt: beide partijen zijn gedeeltelijk verantwoordelijk. Niet in geval (1) dus. ook niet in geval (2). Wanneer dan wel? Om het simpel te zeggen: als het niet duidelijk is of we geval (1) of geval (2) hebben.

In een aantal gevallen wil de wegbeheerder absoluut dat achteropkomende auto’s die rechtsaf slaan voorrang hebben op rechtdoor rijdende fietsers. Daarom voeren ze de fictie in dat we in geval (2) zitten terwijl we eigenlijk geval (1) hebben. Resultaat: verwarring alom. Deze regeling is dan ook zeer gevaarlijk: niemand weet echt wie er voorrang heeft. Zelfs ik (die het verkeersreglement uitstekend ken) kom in situaties waar ik weet dat ik geen voorrang heb, maar toch niet al te lang wacht omdat anders de automobilist, die eigenlijk voorrang heeft maar toch staat te wachten, ongeduldig wordt (zo van `rijd nu eens eindelijk door!’). Dit is onder andere vaak het geval op de volgende plaats aan de Dampoort.

23mei12, 8u23, Dampoort

In veel gevallen is de bedoeling nog redelijk duidelijk. Hoewel de situatie op de Dampoort enigszins verwarrend is, kan ik me niet voorstellen dat bij een gebeurlijk ongeval een rechter de automobilist in het ongelijk zal stellen, tenzij onder speciale omstandigheden.

De grote boeman in al die verwarring is hier AWV, de administratie die gewestwegen beheert. Andere wegbeheerders kunnen ook wel eens uit de bocht gaan, maar AWV beheert erg veel potentiële conflictpunten. De filosofie van AWV wordt best samengevat door het motto `fietsers hebben hun plaats, maar ze mogen het normale verkeer niet hinderen’. Fietspaden, tunnels en bruggen, allemaal geen probleem, daar is een budget voor, maar fietsers moeten het `normale’ verkeer (lees: de auto’s) niet hinderen. Dat valt vooral op bij rondpunten. Vlot autoverkeer is alleen mogelijk als auto’s vlot van het rondpunt geraken en fietsers op het rondpunt zouden dit kunnen hinderen. Dus moeten fietsers uit de voorrang gehaald worden tegenover het autoverkeer dat het rondpunt verlaat. Dit kan alleen door de fictie in te voeren dat we in geval (2) zitten, terwijl alles lijkt te wijzen op situatie (1). Dat dit gevaarlijke conflicten oplevert kan AWV niet deren. Integendeel, met een niets ontziend cynisme gebruikt men de veiligheid van de fietser als argument om de fietser in gevaar te brengen.

Deze maatregelen maken de rotonde een pak veiliger voor de zwakke weggebruiker. Dit is een citaat van de website van AWV om de heraanleg van het rondpunt De Drie Sleutels te rechtvaardigen.

27dec15, Drie sleutels

27dec15, Drie sleutels

Doel was auto’s voorrang te geven en elke fietser kan u vertellen dat de situatie daar veel gevaarlijker is dan vroeger, lees er maar de commentaren bij de Fietsbult over de Drie Sleutels op na. Maar toch, de heraanleg gebeurde zogezegd voor de veiligheid van de fietser.

In veel gevallen is de bedoeling nog redelijk duidelijk. Hoewel de situatie op de Dampoort enigszins verwarrend is, kan ik me niet voorstellen dat bij een gebeurlijk ongeval een rechter de automobilist in het ongelijk zal stellen, tenzij onder speciale omstandigheden. Een oversteek met blokmarkering wijst op (2), een doorlopend fietspad is altijd situatie (1), zoals hier in Drongen:

12apr14,17u12, rondpunt Drongen

12apr14,17u12, rondpunt Drongen

(Merk op dat het fietspad hier vrij ver van de rijweg voor auto’s ligt. Toch is het zeker geval (1), want een fietspad maakt deel uit van een openbare weg, in dit geval het rondpunt, en dus rijdt de fietser rechtdoor. Overigens geeft het fietspad op zich ook voorrang voor verkeer uit straat B.)

Dat dit gedoe verwarrend is, is duidelijk. Ik heb ooit, bij wijze van steekproef, aan 10 automobilisten gevraagd in welk geval ze, bij rechtsafslaan, geen voorrang moesten geven aan rechtdoorrijdende fietsers. 0 ervan wisten het juiste antwoord.
De verwarring blijkt ook uit de gevallen waarbij de wegbeheerder zelf er niet aan uit geraakt. Terzijde: normaal wordt de signalisatie goedgekeurd door de verkeerspolitie. Als die, zoals in onderstaande voorbeelden, er zelf een soep van maakt, moet je niet vragen hoe duidelijk het is voor de normale weggebruiker. Wat dacht u van dit staaltje:

Keistraat, De Pinte (bron: Google Streetview)

Keistraat, De Pinte (bron: Google Streetview)?

De gemarkeerde oversteekplaats bewijst dat fietsers geen voorrang hebben, het bord en de haaientanden bewijzen dat fietsers wel voorrang hebben. Ook lichtelijk absurd is dit:

Bellestraat, Affligem (bron: Google Streetview)

Bellestraat, Affligem (bron: Google Streetview).

Het fietspad bewijst dat we in situatie (1) zitten, de blokmarkeringen dat we situatie (2) hebben.

Ik weet niet of bovenstaande rondpunten onder het beheer van AWV staan, maar recent is AWV begonnen met de probleemgevallen nog veel erger te maken. Men is namelijk begonnen met te doen alsof situatie (2) duidelijk aanwezig is ook als er geen oversteekmarkering is. Het motto lijkt te zijn: als er twijfel is dan heeft de fietser zeker geen voorrang. De Drie Sleutels is daar een voorbeeld van. Als we weer het Vademecum Fietsvoorzieningen erbij halen –verplichte kost voor AWV– dan zien we dat zowat alle regels die het Vademecum oplegt overtreden zijn. Om het simpel te zeggen: je kan het niet nog slechter doen, want dan is duidelijk dat de fietser wel voorrang heeft.

Hierdoor is de verwarring daar even groot als bij de absurditeiten van de twee laatste foto’s. Automobilisten die het rondpunt verlaten kunnen niet weten dat ze voorrang hebben: de fietsers rijden verder vlakbij het rondpunt met een uitstulping van minder dan zes meter, wat een indicatie is voor (1) en je mag als weggebruiker niet voortgaan op de signalisatie die voor anderen bedoeld is om te besluiten dat je zelf voorrang hebt.
Ik, toch erg goed thuis in de materie, heb er geen idee van wat een rechter daar zou beslissen bij een ongeval. Als de fietser door zijn familiale verzekering wordt verdedigd wordt hij zeker in het ongelijk gesteld, met een goede verdediging is alles mogelijk.

Het is in dit soort situaties dat verzekeringen de 50-50-regel toepassen. De situatie is onduidelijk, dus moet iedereen oppassen. Als er dan een ongeval gebeurt zijn eigenlijk beide partijen verantwoordelijk en worden de kosten gedeeld. Maar eigenlijk is er iets mis met die 50-50-regeling. Het ongeval wordt veroorzaakt door een fout van de wegbeheerder. Nu zijn verzekeringsmaatschappijen te lamlendig om een wegbeheerder voor de rechter te slepen en dus regelen ze het maar onderling. Op korte termijn is dat voordelig: zelfs als de verzekering schadevergoeding moet betalen is dat meestal goedkoper dan een gerechtelijke procedure. Op lange termijn is het zelfs voor de verzekeringen nadelig: de wegbeheerder blijft maar verder knoeien en dat veroorzaakt ongevallen. Maar het voornaamste slachtoffer is hier de weggebruiker. Fietser noch automobilist zijn gebaat bij gevaarlijke en verwarrende situaties, al zijn de consequenties voor de fietser meestal erger dan voor de automobilist. Dat is dan de ultieme onrechtvaardigheid: bij de 50-50-regeling gaat de schuldige vrijuit en betalen de slachtoffers.

Mysterie

29 oktober 2014

Uit onze mailbox:

okt14, Land Van Waaslaan

okt14, Land Van Waaslaan


Als je van Gent richting Sint-Amandsberg rijdt en je bent door de tunnel onder de spoorweg*, zie je halfweg het stukje fietspad tussen de Dendermondsesteenweg en de Pilorijnstraat (heb het moeten opzoeken 😉 een verkeersbord voor fietsers. Alleen … het is niet 100% duidelijk wat ze er mee willen bedoelen.

Heb het ook aan anderen gevraagd uit de buurt die ook langs daar passeren met de fiets en dit zijn de meest voorkomende antwoorden:

  • je mag niet voorsorteren op het rijvak om links af te slaan (naar Pilorijnstraat, richting Antwerpsesteenweg, maar moet het fietspad blijven volgen. [maar als je dat bord ziet, zou je al halfweg het rijvak zijn] [mag je daar eigenlijk voorsorteren via het rijvak?]
  • aan de Pilorijnstraat moet je even naar rechts om dan met een boogje de Land Van Waaslaan over te steken, zodat wie rechtdoor moet, richting Rozebroeken, niet gehinderd wordt door wachtende fietsers die willen oversteken
  • geen idee (de meesten 😉 )

Het bord komt niet voor in het verkeersreglement: het verplicht en verbiedt dus niets. Naar de vorm is het trouwens een aanwijzingsbord, een opstaande blauwe rechthoek (vreemd genoeg heeft ook een bord voor een autosnelweg die vorm, maar dit terzijde).

Het is bedoeld als aanduiding dat je als fietser een opstelvak hebt aan je rechterkant, dat is alles. Dat bord is nuttig: dat opstelvak zie je anders veel te laat. Mag je hier, als je linksaf moet, op de rijweg gaan rijden? Ja hoor (voor de liefhebbers: artikel 9, par. 1.2.3). Maar, zoals overal, als je naar het midden van de weg gaat om af te slaan moet je voorrang geven aan het achteropkomend verkeer, ook als je je arm hebt uitgestoken. Gebruik maken van de opstelstrook is niet verplicht. Het is het verhaal van de hazen en de schildpadden: een schildpad doet het rustig aan en gebruikt de opstelstrook, een haas kiest voor de snelste weg. Dat betekent niet dat de haas onvoorzichtig is. Zowel de haas als de schildpad moeten opletten en het autoverkeer voor laten gaan. Persoonlijk (mijn vrienden kennen mij als iemand die traaaaag is en zeer voorzichtig) kies ik het hazenpad.

Met belgerinkel…

13 mei 2012

Ook de Fietsbult draagt zijn steentje bij aan de actie `Met Belgerinkel naar de Winkel’.We beginnen met het belgerinkel.

12mei12, 15u23, Achilles Musschestraat

Je kan de slogan best niet al te letterlijk nemen. Het verkeersreglement zegt in artikel 33:

“Geluidssignalen moeten zo kort mogelijk zijn. Zij zijn alleen toegelaten om een noodzakelijke waarschuwing te geven ten einde een ongeval te voorkomen en, buiten de bebouwde kommen, wanneer men een bestuurder die men wil inhalen moet waarschuwen.”

Je kan (echt waar, het is al gebeurd) als fietser een boete krijgen omdat je je bel gebruikt. Nodeloos te zeggen dat een automobilist ook een boete kan krijgen omdat hij -ik zeg zo maar iets- claxonneert naar een fietser die zich niet snel genoeg uit de wielen maakt. Ik weet niet of dat dat al gebeurd is (dat van die boete, het claxonneren uiteraard al duizend keer).

De volgende paragraaf zegt dat je, tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, behalve bij dreigend gevaar, helemaal niet mag bellen. In de plaats moet je kortstondig en afwisselend je grootlichten en je dimlichten aansteken.

Er zijn wel meer plaatsen in het reglement waar de koning (het verkeersreglement is een koninklijk besluit) vergeten is dat er ook nog fietsers op de weg rijden. De voorgaande paragraaf is het grappigste voorbeeld. Het is niet de bedoeling dat hij geldt voor fietsers, maar dat is men vergeten er bij te zetten. Op andere plaatsen leidt dit vergeten tot serieuze problemen, zoals bij de regeling voor het voorbijrijden van files.

Toch maar aan de bel trekken?

%d bloggers liken dit: